vrijdag 4 september 2026

vorig jaar 444

4 september 2025

Telefoon van X met een heel ingewikkeld verhaal over een juridische aangelegenheid in verband met (…), waarvan ik dacht dat het voor hem duidelijk was dat ik mij er niet voor wens te engageren. Hij ratelt maar door over plannen, over het gebouw, over bevoegde instanties en de geijkte procedures enzovoort, en ik durf hem, half slaperig want ik was na alweer een veel te vroeg ingezette ochtend terug in bed gekropen, niet te onderbreken. Wanneer hij dan eindelijk stopt, en nadat ik al min of meer in paniek was geslagen, kan ik hem dan eindelijk zeggen dat ik daar allemaal niets van af weet en hem dus niet zal kunnen helpen. Pas dan herkent hij mijn stem – ik had hem nog niets kunnen zeggen – en dringt het tot hem door dat hij niet de bevoegde schepen aan de lijn had. Hij heeft de verkeerde persoon opgebeld. Waarna het telefoongesprek, dat er dus geen was, met een beleefd afscheid wordt afgebroken.

*

(…)

*

Het idee om mijn bibliotheek in twee afdelingen op te splitsen: enerzijds de boeken die ik in dit leven nog wil lezen of herlezen, en anderzijds de rest. Die rest moet uit het zicht verdwijnen. Op die manier kan ik – zeker nu het ernaar uit begint te zien dat ik uit dit alsmaar kleiner wordende appartement nog niet meteen weggeraak – meer plaats creëren, maar kan ik ook de psychische druk doen afnemen, met name het ontmoedigende effect dat uitgaat van een te groot geworden bibliotheek – en van het slinkende aantal levensjaren.

*

Bij De Reyghere maak ik een praatje met X, over haar kinderen en zo (zij vraagt niet naar de mijne). Ze wonen nog alle vier thuis. De oudste is al 27: alleen gaan wonen is onbetaalbaar duur. In de bibliotheek, waar ik de daarover gaande ambtenaren tot de aankoop van enkele exemplaren van
Vaderader probeer te bewegen, loop ik Y tegen het lijf. Dat leidt tot een absurd gesprek waarin zowat elk onderwerp dat er tussen ons toe doe uit de weg wordt gegaan. (…) In de Raaklijn koop ik De Schönwalds van Philipp Oehmke, Wat we kunnen weten van Ian McEwan en Achter de donkere wouden van Alexander Skorobogatov, waarvan ik de lectuur meteen na mijn thuiskomst aanvat.