zondag 20 september 2026

vorig jaar 457

20 september 2025

Ik hoor achter mij een zeer luidruchtige brommer aankomen. Ik maak een verveeld handgebaar. De brommer haalt me in, vertraagt, komt tot stilstand en wacht me op, precies op de plek waar ik moet inslaan om het kot te bereiken waar ik mijn fiets altijd parkeer. Ik stop ook: het is duidelijk dat de jongeman op de brommer me iets wil zeggen. Dat doet hij ook. Door het lawaai van zijn motor kan ik hem niet verstaan, afgaande op zijn gelaatsuitdrukking zal het wel iets zijn als ‘Awel, scheelt er iets?’ Ik probeer hem met een gebaar duidelijk te maken dat ik hem niet versta. Hij geeft gas, de motor brult nu. En dan wordt het stiller, stil genoeg om te verstaan wat hij zegt. ‘Ouwe zak. Ik ben negentien en heb al een brommer. Jij bent oud en moet nog met de fiets rijden. Sukkelaar! Je bent waarschijnlijk jaloers.’ Om niet tegen een vuist aan te lopen beaam ik dat ik jaloers ben op zijn mooie brommer, maar memoriseer ondertussen de nummerplaat van het vehikel want ik ben niet van plan het hierbij te laten. Met veel kabaal en luidruchtig vertoon van motorkracht vertrekt de negentienjarige. Ik blijf, toch enigszins van mijn à propos gebracht, achter. Ik doe dan uiteindelijk toch geen online aangifte bij de politie wanneer blijkt dat daar een id-reader voor nodig is: ik herinner me maar al te goed van de vorige keer dat ik dat ding nodig had welk gesukkel daar altijd bij komt kijken – dat is bijvoorbeeld ook de reden waarom ik nooit mijn belastingbrief bekijk en er maar op vertrouw dat alles wat daarop vooraf is ingevuld wel in orde zal zijn. Ja, deze digibeet is inderdaad een ouwe sukkel.

*

Wandeling naar BRUSK. Het nieuwe cultuurhuis wordt vandaag voor de nieuwsgierige Bruggelingen opengesteld. Ik geraak niet binnen: er zijn, vanwege de brandbeveiligingsvoorschriften, slots. Het zal dan later wel eens lukken. Er is erg veel volk op de been in de stad. Dat komt door de autoloze zaterdag, maar is ook de grote mechanische spin, een traktatie van het stadsbestuur om de heffe des volks te verzoenen met de dure investering in BRUSK, een instelling waar die heffe vermoedelijk maar weinig mee te maken zal hebben. Het was de bedoeling dat ‘La Grande Araignée’ door de binnenstad zou trekken, maar daarvoor bleken de straten te smal. Nu blijft het traject beperkt tot een wandeling op de ring tussen het Zand en het Visartpark. Op mijn terugweg van BRUSK en de bibliotheek (waar ik, nadat het boek mij door W was aangeraden, Uit pure woede van Geoff Dyer ontleen) kruis ik de trage begankenis van de spin. De aanblik is spectaculair, dat wel, maar er wordt gezegd dat deze geste van het stadsbestuur bijna een miljoen euro zou kosten. ‘s Avonds, wanneer de spin vanuit zijn uit plastic folie opgetrokken web bij het Visartpark terugkeert naar zijn nachtverblijf op het Zand, zie ik het spektakel een tweede keer. Met S, die ik tussen het talrijk opgekomen publiek tegen het lijf ben gelopen, kan ik het even hebben over de kostprijs en de cultureel-artistieke waarde van deze grap.




*

(…) Annie Hall van Woody Allen: ladida! (…) Woody en Diane gaan op het einde van de film uit elkaar: hun respectieve shrinks hebben zulks geadviseerd. In de kamer waar de kerstboom staat verdelen ze hun bibliotheek. Maar Diane heeft haar naam in àlle boeken geschreven, ook in die van Woody. Diane steekt alle boeken, zonder onderscheid, in een kartonnen doos terwijl ze zegt: ‘Waarom zou ik jou lastigvallen met mijn complexen?’