donderdag 4 april 2019

Peter Venmans, Discretie 3


Lees hier vanaf het begin van deze samenvatting.

2. De discrete listen van Gracián (60-94)

De Spaanse jezuïet Baltasar Gracián (1601-1658) publiceerde in 1647 Il Discreto, vertaald: De discrete man, ‘een lofzang op de discretie als hoogste levensideaal’. Gracián verstaat onder discretie: ‘het vermogen om onderscheid te maken tussen echt en vals’ maar ook: ‘voorname terughoudendheid’.

De hofsamenleving (63-67)

Il Discreto is niet Graciáns bekendste werk. Dat zijn wel: El Criticón en Handorakel (1648), een boekje met aforismen met adviezen voor ‘het dagelijks leven van de christelijke edelman’. Door de Franse vertaling belandde dit boekje aan het hof van Lodewijk XIV, waar de duizenden hovelingen in een gesloten gemeenschap voortdurend werkten aan hun reputatie. Discretie was daarbij geboden, te grote discretie diende te worden vermeden.

Jezuïet (68-71)

De jezuïtenorde waartoe Gracián behoorde, was opgericht om, als antwoord op Luther, het katholicisme met de moderniteit te verzoenen. Het werk der jezuïeten was daardoor onvermijdelijk ambivalent: het moest de christelijke waarden uitdragen, maar met een wereldse strijdbaarheid: opportunistisch en tactisch.

Een persoon worden (71-75)

De mens heeft door de zondeval, waardoor hij in de wereld is gekomen, zijn natuurlijke staat van goede wilde verloren. Verlossing is mogelijk door goddelijke genade, maar de mens kan zelf ook al zijn best doen om een discrete ‘persoon’ te worden, een mens die over de vereiste eigenschappen beschikt ‘om juist te oordelen en te handelen’. Dit ‘persoon’-zijn heeft – denk aan het Griekse persona, masker – alles te maken met hoe de mens verschijnt aan de anderen. Een goede reputatie kan worden verkregen niet met intenties maar met juiste handelingen en oordelen.

De wereld een schouwtoneel (75-80)  

Op basis van de verwijzing naar de persona hoeft het niet te verbazen dat Gracián het leven graag met een schouwtoneel vergelijkt – zoals overigens ook zijn tijdgenoten Vondel en Shakespeare. Er is daarin evenveel tragiek als komedie, en uiteindelijk ligt ons lot ‘in de handen van de Grote Regisseur’. We hebben ons in onze rol te schikken en: ‘Daartoe in staat te zijn, is een vorm van discretie.’ Het verschil met Albert Camus, die de absurditeit van het leven vooral zag in een dergelijk voortdurend opnieuw op moeten nemen van steeds wisselende rollen, is dat Gracián in die Grote Regisseur wel degelijk de goede God herkende ‘die het universum geschapen had met een duidelijk plan voor ogen’ waardoor het leven niet absurd kon zijn. Hoe dan ook, er zit altijd dubbelheid in ons leven: wij dragen het sociale masker van onze rol, en daarachter blijft altijd ons ware, ‘substantiële’ gelaat verborgen: de ziel. Ook het onderscheid kunnen maken tussen die twee vergt de gave van de discretie. Die gave kan worden gevoed met eruditie: volgens Gracián komt het erop aan veel boeken te lezen, gesprekken te voeren met mensen die minstens even ontwikkeld zijn als wijzelf en die wij vinden door te reizen, en ons niet te mengen in de massa.

De kunst van het vertoon (80-83)

Schijn en wezen, vorm en inhoud, hoe en wat zijn onlosmakelijk verbonden. Om tot de substantie, de ziel, door te dringen, moet je altijd langs het uiterlijk vertoon, het gedrag, de beschaafde manieren. Maar achter de vorm moet wel degelijk altijd een inhoud schuilgaan. Je mag pronken, maar dit pronken mag niet vervallen in ijdel vertoon. Ook de juiste afweging hiervan vergt discretie.

Het discrete spreken (83-88)

Die juiste – pragmatische – afweging houdt in dat je beter niet altijd de volledige waarheid vertelt. De discrete mens moet rekening houden met de omstandigheden en met de mens tot wie hij spreekt (want niemand is ooit helemaal te vertrouwen): ‘Zonder te liegen niet elke waarheid uitspreken’. Gracián pleit voor ‘een stille welsprekendheid’, die het juiste moment afwacht om – als het dan toch nodig mocht zijn – te spreken. Ook de manier waarop je spreekt, is uiteraard belangrijk. Stijl zorgt voor de opsmuk van een altijd verhullend spreken.

‘Retén’ en ‘galanteria’ (88-91)

Met retén – een militaire term waarmee een tactiek wordt bedoeld waarbij troepen achter de hand worden gehouden – bedoelt Gracián, die als jezuïet een soldaat van God is, de terughoudendheid die het juiste, discrete spreken kenmerkt. Ook galanteria was in Graciáns tijd een militaire term: je moet de verslagen vijand in zijn waardigheid laten. Ook hier speelt een zeker opportunisme want een vernederde vijand kan in de toekomst revanchistisch worden en daardoor een gevaar opleveren.

Gracián en wij (91-94)

De ethiek die Gracián in zijn discretieleer aan de dag legt is opportunisch en tactisch en staat ver van de christelijke naastenliefde. Ze is gebaseerd op een somber mensbeeld. Bedrog, illusie en misleiding liggen aan de basis van de menselijke interacties. Gracián is nog geldig in de mate dat hij autonomie bij het individu legt. De contrareformatie heeft echter niet de bovenhand gehaald: de protestantse, Angelsaksische wereld en bijhorende moraal hebben de wereld zoals we die nu kennen bepaald. ‘De combinatie van onderscheidingsvermogen en terughoudendheid was in de moderne tijd geen duurzaam succes beschoren’.

Lees hier aflevering 4 van deze samenvatting.