maandag 9 mei 2022

6455

220313

 

zondag 8 mei 2022

notitie 179

(220507)

OORLOG IN VREDESTIJD

Het is iets wat ik bij mooi weer vaker ga doen, denk ik: met een boek en wat tekengerief en een kampeerstoeltje en een fles water in mijn fietstas goed-komt-het-uit wat rondfietsen in de omgeving, totdat ik ergens een bankje vind of een geschikt plekje, om daar wat te lezen, te tekenen, uit te rusten.

Ik weet het, het is de fietsrecreatie van de wat ouder wordende fietsrecreant. Maar dat sportieve en gevaarlijke alleen-maar-fietsen in groep, samen met andere ouder wordende fietsrecreanten op veel duurdere fietsen dan die van mezelf hoeft er niet meer bij. Ik opteer voortaan voor mijn combinatie-ontspanningsformule waarbij zowel het hoofd als de benen aan hun trekken komen, zowel de longen als de ogen. En ja, een mens moet toch ook eens buiten komen, nietwaar.

Zo dus ook vandaag. Ik fiets richting Zeebrugge en houd halt langs het Boudewijnkanaal, ter hoogte van Zwankendamme. Daar staan een picknicktafel en een bank. Op die bank neem ik plaats. Ik lees, kijk wat voor me uit naar de schepen die in de haven worden gelost, en slaap – ja, ik ben helemaal weg, word pas wakker van mijn eigen gesnurk.

Ik heb La vie extérieure van Annie Ernaux bij: dagboekbladzijden uit de jaren negentig. En daarin stuit ik op een passage die, hoewel een kwarteeuw geleden geschreven, mits wat veranderingen van eigennamen perfect toepasbaar is op wat we vandaag beleven. Op het ogenblik dat Ernaux schrijft, 14 april 1999, woedt de oorlog in Joegoslavië volop. ‘Les colis affluent pour les déportés kosovars et des milliers de gens offrent d’acceuillir chez eux une famille.’ En in de volgende zin heeft ze het over ‘une cause unique: Milošević.’ (140) Vervang ‘Kosovaren’ door ‘Oekraïners’ en ‘Milošević’ door ‘Poetin’. L’histoire se répète. 6 april 1999 is, meldt Ernaux, paasmaandag. Het is, net als vandaag, een mooie dag, de mensen eten op de terrassen. Ernaux schrijft: ‘Je me suis aperçue que pendant un après-midi entier je n’avais pas pensé une seule fois à la guerre des Balkans.’

Vandaag is het 7 mei 2022. Ook een mooie dag, maar wel een andere oorlog. Ook ik lever mij uit aan de genoegens van de vrije tijd en het mooie weer. Ook ik heb een hele namiddag niet aan oorlog gedacht. Ik weet dat er een wordt gevoerd, nu, op dit ogenblik, ginder ergens in het oosten. Maar ik zit hier op deze bank langs het Boudewijnkanaal. Ik lees en ga dan languit liggen en voel de zon op mijn wangen en slaap een beetje en kijk dan weer naar hoe de schepen in de binnenhaven worden gelost. Honderden, neen, duizenden auto’s worden uit het gigantische ruim op de kade gereden en zullen hun weg vinden over het hele vasteland. Dit gaat maar door. De economie is een anonieme, onverschillige machine.

Het boek is uit, ik stop het in mijn fietstas, breek op en rijd verder.

 


 

6454

Sint-Michiels, Lappersfort - 220311

 

wolken 4584-4596

wolkenfragmenten uit Jon McGregor, Het woord voor rood

4584

Toen hij had omgekeken, had hij gezien hoe donkere wolken zich samenpakten boven de Everard-gletsjer. (11)

4585

Doc keek op in de richting van de Everard-gletsjer en zag een dikke, donkere bewolking aankomen, een zwak oranje licht, een storm die op hen af stevende. (21)

4586

De hemel was diepblauw en onbewolkt. (49)

4587

Station K., tijd één-acht-nul-nul, windsnelheid één-vijf knopen, contrast laag, huidige bewolking nihil, geen letsel of dringende problemen. (52)

4588

Door het raam zag ze een drukke weg, hoge gebouwen, en wolken waaronder de straatlantaarns gloeiden. (94)

4589

Het zou een warme, onbewolkte dag worden. (96)

4590

De wolken bewogen door de lucht. (98)

4591

Het was onbewolkt en warm. (104)

4592

Lage wolken ijlden naar de horizon. (118)

4593

Samen liepen ze naar buiten in die wind, en de groepsleden gingen met hen mee, ze stelden zich nu de staalgrijze lucht voor, de bewolkte horizon, de draaiende ijsbergen ver weg in de baai. (248)

4594

Achter de bergen pakten de donkerdere wolken zich samen. (263)

4595

Er kwam een dicht wolkendek opzetten. (263)

4596

De wolkjes van zijn ademhaling en de wolkjes aan de kale blauwe hemel. (266)

zaterdag 7 mei 2022

notitie 178

(220505)

GEEN EGOTRIPPERIJ

Ter voorbereiding van de leesclubbijeenkomst over De jaren las ik interviews van Annie Ernaux, in het begin van de eeuw afgenomen door Frédéric-Yves Jeannet en verzameld onder de titel L’écriture comme un couteau. In die tijd was Ernaux al een tijdje materiaal aan het verzamelen voor Les années, dat uiteindelijk pas in 2008 zou verschijnen en in 2020, door de vertaling van Rokus Hofstede, ook in het Nederlands taalgebied zou zorgen voor een golf van erkenning. Ik wijdde al een paar keer een notitie aan dat boek. (°)

Een van de vragen die die bij de lectuur van dat interviewboek rijzen, is die naar het autobiografische gehalte van Ernaux’ geschriften. Is het niet allemaal erg egocentrisch wat ze schrijft, is het niet allemaal erg betrokken op het ‘ik’?

Het antwoord is: neen! In haar acht jaar later, in 2011, geschreven nawoord staat Ernaux stil bij het – voor haar onverwachte – succes van Les années. Dat wijst volgens haar op een ‘besoin de mémoire’ bij haar lezers, ‘en cette époque de mutations sans précédent’ (146). Wanneer alles begint te schuiven, wil de lezer houvast. Ernaux heeft het dan niet over de officiële geschiedschrijving of het bewaren van documenten in archieven, maar in het bewaren van een doorleefde tijd, het collectieve geheugen dat wordt gevormd door te leven, ‘traversés que nous sommes par les choses et les idées, les événements qui composent l’air du temps’. (146) Dat haar boek de mensen aanspreekt, heeft niet alleen te maken met een individueel beleefde melancholie: ‘ce livre donne conscience que nous faisons histoire ensemble’. (146)

Deze nadruk op de primauteit van het collectieve boven het individuele komt op verschillende plaatsen terug. Ik vermoed – want ik las verre van alles – dat dit toch vooral Ernaux’ recentere boeken betreft want in eerdere boeken had zij het toch vooral over episodes uit haar persoonlijke geschiedenis – een traumatische gebeurtenis, een abortus, haar ouders, haar huwelijk, enzovoort –, zij het dat ze deze altijd zag in de bredere politieke en maatschappelijke context. Het oeuvre van Annie Ernaux is een mengvorm van autobiografie, geschiedenis en sociologie.

In Les années komt het persoonlijk voornaamwoord je zo goed als nergens voor. Het is altijd on en nous. Ernaux heeft het dan ook over een ‘“autobiographie vide”, c’est-à-dire collective’. (145)

Haar beweegreden is: een materieel spoor achterlaten. Zij kan zich niet indenken dat ze zou verdwijnen en dat het zou zijn alsof ze niet had bestaan. ‘Ne pas être venue au monde pour rien, inutilement.’ (136) Hier gaat het om: ‘Sauver de l’effacement des êtres et des choses dont j’ai été l’actrice, le siège ou le témoin, dans une société et un temps donnés’. (114) Om te schrijven heb je materie nodig: ‘L’écriture a besoin du temps, du quotidien, des autres.’ (120)

Ernaux mijdt emoties, ze registreert, noteert, objectiveert. Dat wordt zeer duidelijk in La vie extérieure, dagboeknotities uit 1993-1999 waarin het vaak gaat over wat er in de kranten staat of wat er te zien is in het grootwarenhuis of op de metro. Ze schrijft vaak over onderwerpen die meestal niet aan bod komen in de literatuur: ‘les supermarchés, le RER, l’avortement’. (74)

‘Ce qui compte, c’est l’intentionnalité d’un texte, qui n’est pas dans la recherche du moi ou de ce qui me fait écrire, mais dans une immersion dans la réalité supposant la perte du moi – laquelle, certes, est à mettre en relation avec le social, le sexuel, etc.! – et une fusion dans le “on”, le “nous”. (58) Intimiteit moet zeker beschreven worden, maar dan enkel in relatie met de maatschappelijke vectoren die haar definiëren.

*

Annie Ernaux en Frédéric-Yves Jeannet, L’écriture comme un couteau (2003)
Annie Ernaux, Les années (2008), door Rokus Hofstede vertaald als De jaren (2020)
Annie Ernaux, La vie extérieure (2000)

(°) https://pascaldigital.blogspot.com/2020/11/scherf-81.html
https://pascaldigital.blogspot.com/2020/11/scherf-82.html

https://pascaldigital.blogspot.com/2020/11/scherf-80.html

6453

J. - 220303

 

vrijdag 6 mei 2022

notitie 177

(220501 en 220505)

OOGCONTACT

Voor een keer heeft mijn illustere naamgenoot, die bedacht dat alle miserie begint met ’s avonds niet thuis kunnen blijven, geen gelijk.

Ik had in de namiddag op het terras van café Du Phare, waar ik mijn wandeling met S. even onderbrak, het duivelse koppel gezien. Daarna had ik S., tijdens de voortzetting van onze wandeling, mijn verhaal verteld. Dat was niet in mijn koude kleren gekropen. Of hoe zeg je dat tegenwoordig? Het was ‘binnen’ gekomen. Het was aan de ribben blijven plakken. Het had er serieus in ‘gehakt’. Hoe dan ook: ik moest ervan bekomen.

Rond een uur of negen ‘s avonds moet ik mezelf bij elkaar rapen. Zal ik een film bekijken of toch nog even naar het Astridpark fietsen? Misschien loop ik daar iemand tegen het lijf, je weet maar nooit.

Ik heb geen idee wie er op de affiche van de Red Rock Rally staat, overdenk ik wanneer ik al op weg ben.

Hoe ik het voor elkaar krijg, weet ik nog altijd niet, maar om half tien sta ik naar Spinvis te kijken. Ik heb ergens halverwege het schuin oplopende parkgazon een plaats gevonden met goed zicht op het podium. Een jongeman legt zijn hand op mijn schouder – ik kijk hem in de ogen. Vanwege de bril, die hij niet altijd draagt, herken ik hem niet meteen. Een fractie van een seconde is er verwarring. Ik blijk, totaal onverwacht, naast mijn jongste zoon te staan. Hij is een uit de drieduizend. We zijn blij elkaar te zien. Ook G.’s vriend B. begroet me allerhartelijkst. Een beer van een vent, hij knuffelt me. Die gasten zijn trouwens allemaal groter dan ik – niet dat ik zo klein ben.

We trakteren elkaar op lauwe biertjes in recyclagebekers en genieten van de live muziek.

Erik de Jong zingt over oogcontact van de eenzaamste soort. Zijn muziek en zijn tekst ontroeren me. G. ziet een glinstering in mijn ogen en reikt me zijn pakje met papieren zakdoeken aan. Ik wuif het weg.

Ik heb Spinvis altijd een warm hart toegedragen. De teksten van De Jong zijn van de beste in de Lage Landen. Ik houd van de weemoed, van de manier waarop hij kond doet van een eenkennig maar al bij al gewoon moeilijk leven tussen gewone dingen. Club Insomnia kende ik niet, maar nu wel.

De band is wel goed en het bier is wel koud
En ik wil ook wel klappen maar ik weet niet hoe het moet
Want dat gaat best wel lastig
Met een glas in je hand
Gaat alles over de rand

Na Spinvis laat Mauro Pawlowski lang op zich wachten. Hij maakt dat lange wachten niet goed. Na drie liedjes besluit ik dat ik maar beter de mooie Spinvis-ervaring niet laat wegduwen door ergernis en neem ik afscheid.

6452

Omgeving Huise - 220302

 

donderdag 5 mei 2022

Stanley Kubrick, Eyes Wide Shut

notitie 176

(220503)

HET MONSTER

Voor het eerst na heel veel jaren Eyes Wide Shut van Stanley Kubrick herbekeken, een film uit 1999. Ondanks het erg trage tempo verveelt de film nog altijd niet onduldbaar erg. Maar ik heb me wel geërgerd aan de ondermaatse acteerprestatie van Nicole Kidman. De hele film lang speelt ze alsof ze net uit een volledige verdoving ontwaakt. Ze neemt de instructie ‘droomsfeer’ echt wel iets te letterlijk op. Eén keer gaat ze toch voluit: wanneer de openhartige uitwisseling van intieme fantasieën met haar echtgenoot Bill (Tom Cruise) uitmondt in een hysterische ruzie.

Maar goed, waarover gaat Kubricks film? Ik denk, ondanks de uitweiding naar de bizarre gemaskerde partouze in het afgelegen kasteel, een filmonderdeel waarbij met gestileerde porno aan het voyeurisme van de gemiddelde kijker, die ook ik ben, op nogal uitdagende wijze wordt tegemoetgekomen – ik denk dus dat, ondanks die hele onirische uitweiding waaraan Eyes Wide Shut zijn grootste renommee te danken heeft, Kubrick het vooral wil hebben over het huwelijk.

Bill en Alice hebben in hun somptueuze flat in New York samen met hun dochtertje Helena alles wat ze maar kunnen wensen. Ze zijn mooie en nog jonge mensen, hebben een wolk van een kind, zitten goed in de slappe was, hebben gezondheid en een prestigieuze baan, en er blinken kleurige lichtjes in de kerstboom. (De kerstboom die in deze film in zowat alle interieurs als een terugkerend motief aanwezig is.) Ze hebben dus álles, maar ze vervelen zich te pletter. Op een feest waar ze niemand kennen, en waar ze dus aan elkaar zijn overgeleverd, zwichten ze allebei bijna voor een bekoring – en dat merken ze ook van elkaar. Terug thuis praten ze erover. Hier gebeurt wat in een huwelijk beter niet gebeurt: het deksel wordt gelicht van Pandora’s doos. De geheimen, die iedereen wel ergens in zijn geest stockeert, komen aan het licht. Het Monster van de Jaloezie ontsnapt. Het is een slang, een glibberige. Meteen nadat de tot dan evidente huwelijkstrouw ter discussie is gesteld, dwaalt Bill door de straten van Manhattan en laat hij zich leiden door de dwangmatige voorstellingen van wat hij denkt dat zijn vrouw buiten zijn bereik allemaal uitspookt. Argwaan maakt eenzaam en doodt de liefde.

Door niet te zwijgen belandt het koppel opeens in de hel van het wantrouwen. Opeens is er het besef dat hun geluk op los zand is gebouwd, dat het huwelijk niets anders is dan een beschaafde onderdrukking van drijfveren die primitiever zijn dan beheersing en trouw. Over trouw gaat Eyes Wide Shut – denk aan het wachtwoord dat Bill nodig heeft om het kasteel binnen te gaan waarin hij zijn nachtmerrie zal beleven: ‘Fidelio’.

Wie vooral in de geheimzinnige bijeenkomsten in het kasteel en de bizarre rituelen die daar worden opgevoerd de betekenis van deze film zoekt, riskeert hem verkeerd te begrijpen. Kubrick toont daar enkel een gestileerde visualisering van de donkere zijde die schuilt achter elk maatschappelijk succes, achter de deugden van een prestigieuze baan en ook van een modelhuwelijk. Dat na bijna een kwarteeuw deze enscenering nog maar weinig aan kracht heeft ingeboet, bewijst het meesterschap van deze regisseur.


 

6451

Omgeving Zulte - 220302

 

woensdag 4 mei 2022

Tom Lanoye, De draaischijf (2/2)

notitie 175

(220429)


Ik was aanwezig bij een op een heuse performance van de auteur uitdraaiende voorstelling van De draaischijf in de Brugse boekhandel De Reyghere, onder de Halletoren. Toen een druk gesticulerende Lanoye tijdens het voorlezen van een omvangrijk fragment – de passage over de opening van het Deutsches Theater in den Niederlanden te Den Haag – een hoogtepunt in zijn tekst bereikte, begon het carillon te klingelen. Met ‘een perfect gevoel voor timing’, zei de schrijver, die uiteraard, zoals het een spektakelexpert past, elke gelegenheid om het eigen betoog kracht bij te zetten aangreep. Hij was net bij de zin aangekomen waar Goebbels het lint doormidden knipt – ‘Een stukje ervan steekt hij als aandenken op zak.’ (332)

Toen had Lanoye al een tiental bladzijden gelezen. Hij was de voorstelling begonnen met een uitbundige lectuur van de openingsbladzijden van zijn boek, waarbij hij er warempel in was geslaagd om het vijftigtal aanwezigen waarmee het salon boven de boekhandel mooi gevuld was aan het zingen te krijgen op de door hem aangeheven tonen van Chopins Marche funèbre… Om maar te zeggen: hij maakte van zijn tekst een feest, hij toonde aan hoeveel mogelijkheden zijn tekst bevat, hoe goed deze zich tot dit soort theatrale strapatsen leent.

Ik dacht bij mezelf: hoe is het mogelijk dat ik daar zelf bij mijn lectuur niet op uitgekomen was? Hoe komt het dat ik deze opvoering nodig had om de kwaliteit van Lanoyes tekst volledig tot me te laten doordringen?

Het antwoord is dubbel. Enerzijds ben ik zelf een te slordige en vlugge lezer. Anderzijds is Lanoyes schriftuur theatraal – en dat is nu eenmaal een schrijfstijl die me minder ligt. Het grote gebaar, de barokke woordkeuze, het archaïserende aplomb, de scherpe contrasten, het opzichtige – en soms té opzichtige – beogen van effect… Dat is zeer efficiënt voor de stuwkracht van de vertelling, het stimuleren van de verbeelding, het meeslepen van de lezer – en ja, dat komt allemaal volledig tot zijn recht wanneer de auteur zelf de tekst voorleest: hij weet precies waar hij de klemtonen moet leggen, waar hij stiltes moet inlassen, waar hij zijn stem moeten laten aanzwellen tot gebulder, hoe hij zijn betoog met gebaren kracht kan bijzetten…

Bij de eigen, stille, inwendige lectuur – je hebt nu eenmaal niet altijd een Tom Lanoye bij de hand (man, wat zou dat een drukke bedoening zijn!) – komt dat uiteraard minder tot uiting. En dan blijkt – naar mijn smaak – De draaischijf vooral een vakkundig opgezette vertelling, maar wel erg breed uitgesponnen en met te nadrukkelijk aangezette dramatische effecten.

Maar goed, dat neemt niet weg dat deze roman, door zijn unieke insteek – het raakpunt van Antwerps theater, bezetting en de verleiding van het meeheulen –, een interessante en zelfs waardevolle aanvulling vormt op het reeds bestaande collaboratiecorpus in de Vlaamse letterkunde. Als er iets duidelijk wordt, dan wel dat de drijfveren van zowel collaborateurs als twijfelaars als pragmatici als, achteraf, de scherprechters van de vergelding nooit helemaal eenduidig en zuiver zijn, en dat veel afhangt van toeval en particuliere overlevingsinstincten.

Onder andere de ‘subtekstuele’ prikken die Lanoye uitdeelt vond ik bijzonder geestig – want Lanoye zou Lanoye niet zijn als hij niet af en toe ook over de actualiteit zijn licht liet schijnen. Zo bijvoorbeeld hier: ‘Je moet alles altijd in zijn context durven zien en het verleden nooit beoordelen met maatstaven van vele jaren later.’ (131) Of hier: ‘Hij (de oorlogsburgemeester, PC) was al eens gepolst voor een ministerpost, maar hij wilde de stad die hem had grootgemaakt niet inruilen voor een Brussels addernest vol risico’s.’ (197)

Tom Lanoye beëindigde de avond in boekhandel De Reyghere met een opvoering van de openingsmonoloog van zijn nieuwe Faustbewerking. Dat was helemaal smullen. Wat een declamatie! Wat een présence! Alleen al om die eerste bladzijden thuis eens hardop te lezen schafte ik mij een exemplaar aan. En nu oefen ik volop voor de spiegel met het boek in mijn linkerhand, terwijl ik met de rechterhand gesticuleer en het publiek opzweep.

 

Tom Lanoye, De draaischijf (2022)
Tom Lanoye, OustFaust (2022)

6450

Omgeving Tielt - 220302

 

dinsdag 3 mei 2022

Tom Lanoye, De draaischijf (1/2)

notitie 174

(220429)


Na Claus en Olyslaegers zet Tom Lanoye op zijn beurt zijn grote collaboratieroman in de markt. Zo deed toch de buzz over De draaischijf de ronde. De draaischijf zou naast Het verdriet van België en Wil komen te staan. Nu ben ik zelf van oordeel dat Het verdriet en Wil zelf al niet op hetzelfde schap thuishoren, maar ik begrijp de opgeroepen verwachting. Maakt De draaischijf zijn ambitie waar?

Qua volume valt Lanoyes nieuwste worp met 473 bladzijden mooi tussen de 334 van Wil en de 774 genereus gezette pagina’s van Het verdriet. Aan de vormgeving van het volumineuze boek is veel zorg besteed. Het siert Lanoye dat hij altijd een punt maakt van de verpakking van zijn waren. Dooreman ontwierp – dat vermoed ik toch – een nieuwe kapitaalletter om de titel te zetten. Van de eerste druk is een ‘bibliofiele uitgave op zestien ( + vier h.c.) exemplaren’ gemaakt, ‘door de auteur genummerd en gesigneerd’. En de inkleuring van de door Michiel Hendryckx gemaakte coverfoto laat aan duidelijkheid niets te wensen over. We zien de diepzwarte silhouetten van enkele gevelbeelden van de Bourlaschouwburg afsteken tegen een knalgele bewolkte lucht. Tom Lanoye heeft zelfs ‘met zijn mobieltje’ een foto gemaakt die ‘verso op de stofomslag is afgedrukt’. (Alle hier gegeven citaten neem ik over uit de colofon.)

Waar Claus op onfrisse toestanden stuit in zijn persoonlijke verleden en Olyslaegers aan de hand van onder meer de herinneringen van zijn grootvader een beeld schetst van de kwalijke gebeurtenissen in Antwerpen tijdens de Tweede Wereldoorlog, schildert Lanoye een zeer weids opgezet portret van theaterdirecteur Alex Desmedt, die door zijn opportunistische geschipper, door allerlei aan zijn controle ontsnappende gebeurtenissen en door de lastige relatie met zijn voluit collaborerende broer in uitermate woelig vaarwater kopje-onder gaat. Het feit dat Alex’ echtgenote, de actrice Lea Liebermann, joodse is, kan niet verhinderen dat hij het slachtoffer wordt van de naoorlogse zuiveringen.

De personages, overigens, zijn op reële personen (Joris en Hendrik Diels) gebaseerde en met de verbeelding ingekleurde creaties van de auteur zelve. Hier en daar in het boek duiken bekende historische figuren op – maar die worden meestal niet bij naam genoemd.

Lanoye beperkt zijn verhaal niet tot de Antwerpse oorlogsbladzijden, meer bepaald de razzia’s die er hebben plaatsgevonden en de schandalige medewerking die de oorlogsburgemeester Delwaide daaraan verleende. Ook de jaren voor en na de oorlog komen ruim in beeld. Tot diep in de jaren zestig: Lanoye is gul met kritische bedenkingen over de zogenaamde ‘revolutie’ van ’68, die zijn protagonist uit de tijd doet vallen. Bovendien voltrekken de gebeurtenissen zich niet alleen in de Koekenstad, ‘draaischijf’ voor het goederenverkeer in West-Europa, maar ook in Parijs en Den Haag.

De insteek is het theater. Lanoye kent, zelf dramaturg en performer zijnde, die wereld van binnenuit en hij gebruikt die kennis met zichtbaar genoegen. Van schminktafel tot podiumtechniek. Het centrale item bij dit alles is de ingenieuze bühne-draaischijf in het Haagse theater waar Alex Desmedt op bizarre wijze verzeild geraakt. Lanoye beschrijft het allemaal erg omstandig. De aficionado’s van het toneel zullen er een flinke kluif aan hebben.

(Morgen meer.)

 

Tom Lanoye, De draaischijf (2022)

6449

Brugge, Komvest - 220225

 

maandag 2 mei 2022

notitie 173 / droom # 140

(220502)

KOFFER

Te zwaar beladen met koffers, aan elk stuurhandvat één en dan nog een op de buis tussen mijn bovenbenen in gekneld, kom ik met mijn fiets wankelend tot stilstand tegen een trottoirrand nabij het kruispunt van de Maalse Steenweg en de Doornhut te Sint-Kruis – waar ik ooit als kind bijna overreden was door een grijze personenauto die ik niet had zien aankomen. De koffer aan het rechter stuuruiteinde kan ik niet langer houden en valt op de grond. Door de wet der traagheid schuift de koffer over het wegdek verder. Vreemd genoeg wint hij nog aan snelheid. Het lijkt wel alsof hij wieltjes heeft gekregen – ongetwijfeld een dagrest want de dag voordien had ik mij nog geërgerd aan het luidruchtige gerammel van de door een toeristenkoppel voortgetrokken wieltjeskoffers op de kasseien van de Leeuwstraat. Ik zie met lede ogen aan hoe mijn koffer het kruispunt overschuift, tussen het drukke verkeer door, en aan de overkant onder een dikke Mercedes belandt, om dan vervolgens nog een heel eind verder eindelijk tot stilstand te komen.

Wanneer ik zelf de overkant heb bereikt om mijn koffer op te halen, blijken twee meisjes zich al te hebben ontfermd over de inhoud die – de koffer is opengevallen – her en der verspreid ligt. Terwijl ik uitleg dat het mijn koffer is en hoe hij hier is terechtgekomen, besef ik dat mijn verhaal onwaarschijnlijk is. Maar de meisjes hechten er niettemin geloof aan. Zij helpen mij de spullen bij elkaar te zoeken. Het gaat om de erfenis van mijn grootouders. Sommige voorwerpen zijn beschadigd, onder meer een molentje om groenten te vermalen.

In een volgende episode van deze droom kom ik met mijn koffer bij B. en D. aan. Ik heb hen al geruime tijd niet meer gezien. Ik wil hun het verhaal van mijn koffer vertellen, maar B. zegt dat ze het al gelezen heeft. Ik heb het inderdaad al beschreven. (De synchronisatie klopt langs geen kanten: het stuk dat ik hier aan het schrijven ben, bestaat al in mijn droom.) Toch vertel ik nog maar eens mijn verhaal en B. kan niet anders dan bevestigen dat ze het al kent.

De verwarring tussen de verschillende niveaus – droom, het digitale bestaan van het al op het net gepubliceerde droomverslag en de werkelijkheid van het hier en nu schrijven van dat verslag is compleet.

Het beeld van de opengevallen koffer met erfelijk materiaal, daar kan ik wel iets mee doen in mijn interne keuken, nu ik volop bezig ben met het herinrichten van mijn verleden. Maar wat met die gebarsten groentemolen? Daar moet ik nog eens over nadenken.

 


 

6448

Brugge, Sint-Pieterskaai - 220225

 

zondag 1 mei 2022

notitie 172

(220430)

VERONTWAARDIGING

In Tegen de tijd bundelt de inmiddels 81-jarige antropoloog en filosoof en uitmuntende schrijver Ton Lemaire veertig zeer lezenswaardige korte essays over uiteenlopende onderwerpen: de toestand van de wereld, democratie, economie en ‘economisme’ (68), samenleving, religie, lichamelijkheid, gender, geschiedenis, de toekomst. En dat alles vanuit een bewustzijn van de ernst van de situatie, een oog voor de juiste plaats die de mens tussen ‘andere diersoorten’ (60) zou moeten innemen, en hoop op verbetering. Ik lees hem graag. Onder meer omwille van de combinatie van luciditeit, ernst, waardigheid en de wil om nog te redden wat er te redden valt. Niet van onze leefwijze of zogenaamde welvaart (economische groei is ‘een obsessie en fetisj geworden met pathologische kanten’ (19)), maar van de natuur in haar geheel, een plek waar de mens maar een bescheiden deel van uitmaakt. Enkel in die zin is Lemaire een globalist – voor het overige schaamt hij zich er niet voor om te pleiten voor een bescheiden en teruggetrokken bestaan ‘in kleinere eenheden met conviviale verhoudingen zonder te vervallen in provincialisme, nationalisme en xenofobie’ (157). Is dat conservatief? Het zij zo, zegt Lemaire. Hij benadrukt het belang van verworteling en ‘topofilie’ (147), een ‘affectieve gehechtheid’ (148) aan een plaats – iets wat in de huidige, geüniformeerde wereld niet meer evident is.

Zei ik ‘hoop’? Tja. Misschien is dat niet juist. De tachtigjarige lijkt mij somberder dan ooit tevoren, bijvoorbeeld in De val van Prometheus (2010). ‘Ik vermoed dat [de noodzakelijke radicale omslag] alleen kan plaatsvinden door middel van dwang, hetzij door catastrofes hetzij door een autoritair optredende regering.’ (197)

Tegen het eind aan van zijn essaybundel wijdt Lemaire twee opstellen aan ‘Verwondering’ en ‘Verontwaardiging’. Vooral de natuur is een onuitputtelijke bron van verwondering: de diversiteit van de soorten, de ingeniositeit van het ecosysteem waarin ze met elkaar verweven en van elkaar afhankelijk zijn. En geïnspireerd door Stéphane – Indignez-vous! – Hessel somt Lemaire de ‘onaanvaardbare toestanden’ op waarover wij volgens hem verontwaardigd moeten zijn. Het zijn er vijf:

1. ‘de nog steeds groeiende ongelijkheid tussen arm en rijk’ (208):

2. de nog veel te talrijke schendingen van de Rechten van de Mens;

3. ‘de alsmaar toenemende aftakeling van de planeet in ecologische zin, dus de vergiftiging van aarde, water en lucht, de teruggang in biodiversiteit, de ontbossing en erosie, de hele klimaatproblematiek’ (209);

4. de slechte behandeling van dieren, ‘om diegene te gerieven, die zich lange tijd als de “koning” van de schepping heeft beschouwd’ (210);

5. ‘de wanverhouding die bestaat tussen de enorme bedragen die worden uitgegeven aan bewapening, reclame en sport en anderzijds de sectoren waarin men geneigd is te bezuinigen, zoals educatie, scholing en medische zorg’ (210).

Hoe ontmoedigend deze opsomming ook is, en hoe groot ook het gevaar dat utopisme tot geweld en totalitarisme leidt, Lemaire pleit ervoor ‘dat we de idee van een rechtvaardiger en evenwichtiger samenleving levend houden’. De verontwaardiging die daartoe een eerste stap is, ‘zou moeten uitmonden in geweldloos verzet, de weigering om mee te huilen met de wolven in het bos, dus dissidentie, het niet-meedoen met de meerderheid, het niet-accepteren van bestaande praktijken’ (213). Lemaire roept met andere woorden op tot burgerlijke ongehoorzaamheid, tegen de tijd.

 

Ton Lemaire, Tegen de tijd (2022)

6447

Brugge, Buiten Smedenvest - 220224