![]() |
| Vézelay - 130809 |
donderdag 31 oktober 2013
woensdag 30 oktober 2013
de wereldgeschiedenis in 100 voorwerpen 9
(gebaseerd op Neil MacGregor, Een geschiedenis van de wereld in 100 voorwerpen)
Mayabeeld van de
maïsgod, Copán, Honduras (715 n. Chr.)
Met zijn mooie maïskolfvormige hoofdtooi
maakt de maïsgod zich herken- en vereerbaar.
Dat is een vreemde zaak want zeg nu zelf:
kent u een biefstukgod met biefstukattributen?
Of een wortelgod met een peen als neus? Neen?
Ik ook niet.
Voorbij is de tijd van het goden creëren, van het
voeding celebreren en gratificeren. Wij denken
beter te weten en manipuleren genetisch en telen
maïs voor onze biobrandstof. Wij denken er niet aan
een beeld te danken dat de ogen sluit voor onze
blasfemieën.
Een godenbeeld
dat enigmatisch
de handen opent:
een neerwaarts,
een naar boven.
In afwachting van
weet ik welke
metamanna.
De Mayamaïsgod leerde de Maya’s dat ze uit
een maïspapje zijn voortgekomen: een oersoep
van maïs, een oermaïssoep. Dat was belangrijk,
die soep, belangrijk genoeg om een oersoep-
mythe te brouwen. Een oermaïssoepmythe
voor de Maya’s.
Bleef de vraag waarom de bonen en pompoenen –
toch evengoed vruchtbare voortbrengselen
van Mama Aarde? – géén Mayagoden kregen.
Dat is onopgehelderd. Het blijft een mysterie.
Maar met een flinke greep chili komen ze ook
op smaak.
dinsdag 29 oktober 2013
los ingeslagen 130
14 augustus 2013
De winkel komt langsgereden op de camping. Achter het stuur
van zijn bestelwagen die is volgestouwd met elementaire voedingswaren en met het
vooraf bestelde brood (alles superduur) zit een vlotte kerel – sportief,
getaand – met zijn haar in een paardenstaart. Het type waar vakantie houdende vrouwen
van middelbare leeftijd al eens een boon voor durven te hebben. Heel
vriendelijk en geduldig wacht hij de aansloffende kampeerders op – de
meerderheid van zijn clientèle bestaat uit ouden van dagen, die dus niet meer
de fut hebben om helemaal met de auto naar de kruidenier in het 9 kilometer
verderop gelegen dorp te tuffen.
Kijk, dat zou ik nog graag doen. Halftijds, welteverstaan,
en alleen in de mooie maanden, wanneer deze streek niet in zijn jaarlijkse
winterslaap van een halfjaar gedompeld is: rondrijden met zo’n mobiele winkel
en oude mensjes in afgelegen boerderijen en op de camping ravitailleren. Het
gevoel welgekomen te zijn, goedgemutst en altijd in de openlucht. ’s Ochtends
m’n karretje bijvullen en ’s avonds nakijken of alle rekeningen kloppen. Ja,
dat zou ik zien zitten. Ik kan mij indenken dat ik zingend alle
haarspeldbochten zou negotiëren. En al van een heel eind toeterend mijn komst
zou aankondigen, zodat iedereen mooi klaar staat met zijn centjes om zijn
bestelde waren in ontvangst te nemen.
*
Wij beleven ondertussen mooie dagen hier, de harmonie is
compleet – of toch bijna want ’s nachts worden wij in onze dromen bezocht door
onze demonen: blijkbaar wordt de energie die vrijkomt ook besteed aan
psychische saneringswerken.
wolken 820-823
wolkenfragmenten
uit Leonard Nolens, De vrek van
Missenburg
820
(En deze notitie is niets anders dan het
afbakenen en uitgraven van de grond waarin de steigers een plaats moeten
vinden, geruisloos neerdalend uit de wolken van de geschiedenis.) (81)
821
Sinds ik niet meer drink en de alcohol
ook niet meer mis, is alles ietwat rustiger geworden en kan ik dit schrijven,
vannacht, in een muisstille straat, in een van leegte gonzend huis, terwijl de
volle maan als achter melkglas van wolken naar mij hangt te kijken. (146)
822
Dan kunnen ook tussen die twee weer heel
veel stad en mensen en wolken hun gang gaan, weer opgenomen worden in
dat oude verbond. (160)
823
Slaap vandaag en morgen maar uit van de
oorlogscorrespondent die je was; vlij je languit neer op je belachelijke
lauweren, vouw je bezige handen onder je hoofd en kijk naar de belerende,
magnifieke vergeefsheid van de voortijlende wolken, de eeuwige
drukdoenerij van de Belgische regen, de steeds heviger troostende warmte van de
schaarse zon in deze Vlaamse hemel. (174)
wolken 815-819
wolkenfragmenten
uit Leonard Nolens, Blijvend vertrek
815
Zijn ogen vullen zich met vertrouwde,
maar nooit geziene gezichten en wolkenformaties en bloemen, zijn oren
drinken een taal die hij kent en nooit heeft gehoord, zijn neus ruikt het
onbestaande. (31)
816
Het oog wordt niet meer heen en weer
geslingerd door de aanblik van wispelturig wolkenspel. (60)
817
Depressies worden doorzichtig als een wolkenkaart. (97)
818
Probeer te schrijven zoals een vogel
vliegt. Zijn vlucht laat het wolkenwit met rust. (153)
819
Er is slechts leven, leven, altijd
leven, een brede stroom waarin een donderwolk de kop opsteekt, een
hondenstaart verschijnt, een boomtak of een kinderlip, een zeer oud woord dat
zo lang door de golven gaat dat het als nieuw aan de oppervlakte komt. (204)
maandag 28 oktober 2013
Curzio Malaparte, Kaputt
Kurt Erich Suckert, zoon van een Duitse vader en een
Italiaanse moeder, had tijdens de Tweede Wereldoorlog als officier in het
Italiaanse leger de rang van kapitein. In zijn autobiografische roman Kaputt, gepubliceerd onder de nom de plume Curzio Malaparte, staat een
portretfoto. Suckert/Malaparte draagt een zwarte stropdas op een zwart hemd.
Kaputt behandelt
het tweetal oorlogsjaren, van de zomer van 1941 tot de zomer van 1943, waarin
Suckert/Malaparte als oorlogscorrespondent in de Oekraïne, Polen en Finland de
oorlogshandelingen – maar toch vooral de gevolgen van de oorlogshandelingen – kon
waarnemen, alvorens uiteindelijk, na de val van Mussolini, wanneer dus de
kansen van de Asmogendheden al volop aan het keren waren, naar Italië,
meerbepaald naar Napels terug te keren: Malaparte woont op een in de zee
vooruitstekende rots van het voor Napels gelegen eiland Capri. Zijn zelf
ontworpen villa is modernistisch.
Kaputt is een
compilatie van verhalen, gevat in zes naar dieren genoemde delen: ‘De paarden’,
‘De ratten’, ‘De honden’, ‘De vogels’, ‘De rendieren’, ‘De vliegen’. Malaparte
houdt de verhalen samen door middel van – soms wat geforceerde – verbindingen
(aan het eind van verhaal A jankt een hond, wat doet denken aan verhaal B
waarin een andere hond een rol speelt), maar ook door middel van herhalingen,
ritmes, nauwkeurig uitgezette motieven, wat zijn boek iets zeer muzikaals geeft,
als een nauwkeurig bedachte compositie. Zo duiken de vliegen, die in het
laatste deel een belangrijke rol spelen als lijken- en kadaverruimers, heus
niet pas in dat laatste deel voor het eerst op: Malaparte heeft hun komst
zorgvuldig voorbereid door hier en daar in de eerdere delen al eens
onnadrukkelijk vliegen aanwezig te laten zijn.
De verhalen passen in een breder kader, maar kunnen op
zichzelf functioneren. Met sommige verhalen uit Kaputt is dat zeker het geval. Ik denk aan het verhaal – dat helaas
wellicht helemaal geen verhaal is maar bittere werkelijkheid – van de Russische
krijgsgevangenen die gesorteerd worden naar hun vermogen om te lezen. Diegenen
die kunnen lezen, verbergen dat niet want ze hopen op een beter leven. Ten
onrechte: de SS’ers, die deze triage uitvoeren, hebben liever geen
‘intellectuele’ communisten.
Kaputt is, als
roman, zelf ook een verhaal, een waarin de hoofdpersoon, dobberend op de ferme
golfslag van de Europese storm WO II, aan het eind ánders is dan in het begin.
In het begin zien we de ikfiguur, die ‘Malaparte’ heet (hij wordt één enkele
keer zo aangesproken: ‘Herr Malaparte’), floreren in het gezelschap van
aristocraten en hoge piefen uit het Duitse leger. Zelf een zwarthemd, neemt hij
wel enigszins afstand van de ideologie die hij verondersteld wordt te helpen
uitdragen en van de oorlogshandelingen die daar het gevolg van zijn. Maar hij
doet dat niet genoeg om vrijuit te gaan. Als hij al afstand doet, dan zeker
niet uitdrukkelijk, hoogstens ironisch, zich verstoppend achter zijn
welbespraaktheid en achter de (schijnbare) ongedwongenheid die gepaard gaat met
het copieuze eten en vooral drinken: in die omstandigheden mag een zot al eens
de waarheid zeggen, het wordt door de vingers gezien. (We weten natuurlijk niet
in hoeverre Malaparte de rol die hij hier speelde achteraf ‘politiek correct’
heeft gemaakt. Toch moet het gezegd: hij is zeker niet mals voor zichzelf.)
Naarmate Malaparte met steeds meer en steeds gruwelijkere
gruwelen wordt geconfronteerd, begint hij in te zien dat hij gevangen zit in
zijn positie, in zijn uniform, in zijn nationaliteit. Hij kan niet anders dan
machteloos toekijken. Zijn wandeling door het getto van Warschau,
gechaperonneerd door een SS’er die eruitziet als een 'blonde engel' (lang,
beeldschoon, scherp gesneden gelaatstrekken, smetteloos u niform, blauwe ogen
die van onder de staalhelm priemen), vormt wat het inzicht betreft in de, zelfs
voor een fascist, volkomen onaanvaardbare implicaties van het nazi-racisme, een
betreurenswaardig dieptepunt. En wat doet Malaparte? Hij stelt vast: ‘Het was
afschuwelijk om niets te kunnen doen.’ Maar hij schrijft het wel allemaal op en
daarmee heeft hij toch veel wiedergutgemacht.
Zo wordt Kaputt
uiteindelijk (publicatiedatum 1944, Italië is ‘bevrijd’) een forse aanklacht tegen
de oorlog. Of juister, tegen de aard van het beest dat oorlogvoert. Paarden,
ratten, honden, vogels, rendieren en vliegen, ja, maar toch bovenal: mensen –
en in het rijtje komt de mens er zeker niet als fraaiste uit. ‘Als deze oorlog
doorgaat, worden we allemaal als wilde beesten.’ Je kunt van de Tweede
Wereldoorlog en de graad van onmenselijkheid die erin werd bereikt veel zeggen,
maar niet dat er geen einde aan is gekomen. Er zijn grenzen in overschreden en
een oude wereld van gratie, harmonie en voortreffelijkheid (maar ook veel
hypocrisie en sociale ongelijkheid natuurlijk) is tenondergegaan, en het is
zeker zo dat door het opbod van geweld en wraak iedereen wreed geworden is en
daarover beschaamd moet zijn – maar er is misschien toch nog hoop op beterschap.
Tussen de puinhopen van Napels wordt, in het laatste hoofdstuk, een begin
gemaakt met een nieuwe vormelijkheid waarmee de naakte mens zich opnieuw wil
bedekken. Dat heet: beschaving.
Kaputt is een
onvergetelijk boek. U weet vast al heel veel over de oorlog, maar vanuit dit
standpunt hebt u hem nog nooit beleefd: het standpunt van de zich tegen de
macht aanschurkende, machteloze medeplichtige. Sommige beelden zullen u altijd
bijblijven, ze zijn onontkoombaar. Met Kaputt
toont Malaparte de kracht van literatuur aan: de waarheid vertellen met
verzinsels; esthetiek in dienst van een hogere moraliteit.
Esthetiek, ja, want dat is Malaparte zeer zeker: een
estheet. Kleuren en geuren zijn in dit boek zeer nadrukkelijk aanwezig. En
geluiden. Zelden een zo zintuiglijk boek gelezen. Soms krult hij zijn rozige en
lichtgroene zinnen iets te nadrukkelijk om de drek van de oorlog heen:
esthetiseren kan in de schaduw van het onuitsprekelijke pijnlijk worden. Soms
vertrouwt hij te zeer, pijnlijk zeer, op de kracht van het contrast om zijn
waarheid (die grauw en bruin en zwart is, en rood van het bloed) beter te doen
uitkomen.
*
Wat is dan die waarheid? Dat wordt duidelijk in het
laatste deel waarin Malaparte zijn terugkeer in het platgebombardeerde Napels
beschrijft. De stad ligt in puin, overal liggen de ontbindende lijken en
kadavers te stinken, de vliegen doen zich eraan te goed. Maar het leven gaat
door. Overblijvers struinen het puin af op zoek naar iets bruikbaars, naar
voedsel, naar water. Opeens bereikt vanuit de kathedraal een gerucht het in de catacombes
ondergedoken volk. Hier wordt duidelijk dat de kracht van het bloed, de kracht
van het geloof in een levensenergie, de kracht van het geloof tout court de
mens op de been houdt zodat hij ook na de gruwel kan voortleven. Kaputt, een woord dat volgens een
bepaalde etymologie niet alleen ‘stuk’ betekent of ‘in gruzelementen’ maar ook
‘offer’, wordt op die manier niet alleen een anti-oorlogsroman maar ook een
pleidooi voor het leven, ondanks alles, omdat er niets anders is.
zondag 27 oktober 2013
reactie
Pascal wees gegroet!
Even een citaat:
"28. Doden rijmt meedogenloos op joden."
Wat moet ik er nu mee?
Waarom deed je mij pijn?
Doet me denken aan het verhaal over dat wet die ze op Kreta
uitvaardigden om alle joden boven de twintig af te maken, en ook de
barbieren,de haarknippers.
De eerste vraag die opkwam was: waarom nu ook juist de coiffeurs....
Alsof ik een mijn volksgenoten vogelvrij zijn...Dank je.
Bernard oftewel de maharal
p.s.
ik geniet uiterst van je blog, geeft mijn een oog meer aan de Westhoek.
merci.
@ Bernard
Ik denk niet dat je mijn citaat antisemitisch moet interpreteren. Het is zeker niet zo bedoeld.
@ Bernard
Ik denk niet dat je mijn citaat antisemitisch moet interpreteren. Het is zeker niet zo bedoeld.
Beste groet,
Pascal
doordeweekse zinnen 27-43
131020
27. Een hevige
plensbui wordt soms omschreven als antediluviaal en inderdaad – in dat woord
hoor je het pluviale al mee opspatten.
28. Doden
rijmt meedogenloos op joden.
29. Misschien
klink ik betuttelend, zegt S., maar het Journaal zou veel didactischer moeten
zijn.
30. Nu weet ik
niet of het een belediging is of een compliment om door Dirk van Bastelaere met
Pippi Langkous te worden vergeleken.
31. Als het
niet meer gaat om te reizen, trek er dan de stekker maar uit.
131021
32. Als dat
geen sensationeel nieuws is: 85 procent van de Belgische journalisten vindt dat
het sensatiegehalte van het nieuws de afgelopen vijf jaar is toegenomen.
33. Ik heb nu
al drie dode facebookvrienden (waarvan ik zeker weet dat ze dood zijn).
131022
34. Ge kunt
niet tegelijkertijd bij uw jenever aan de toog van de Mok staan en willen
touren in Amerika.
35. Sommigen
hebben een externe vijand nodig.
131023
36. Je ziet,
nadat je zelf onwillekeurig en onbedachtzaam en zonder dat zij het merkte je
blik over de lijnen van haar lichaam hebt laten glijden, hoe de vrouw afwijzend
en misprijzend reageert op een andere man die, op zijn beurt maar dan veel
onbeschaamder, haar malse en slanke leest in zich heeft opgenomen, zo
nadrukkelijk dat zijn blik als een fysieke aanraking wordt die zij niet anders
kan dan voelen: het is een blik die onzuiver is, een die vuil maakt.
37. De vedette
uit Zweden met de Slavisch klinkende naam neemt arrogant en superieur, alsof
het niets inhoudt, de bal vol op de slof en ziet de curve die hij daarmee trekt
verdwijnen in de linker winkelhaak, buiten bereik van de pro forma nog even
nazwevende keeper.
38. ‘Niet
kwaad maar woedend’, dat hoor ik altijd graag want het wijst op de aanwezigheid
van doordachte en oprechte standpunten.
131024
39. Niets
mannelijks is mij vreemd.
40. Er viel al
theelicht uit het schuilhok waarin het daklozenkoppel nu al een paar weken
woont, maar voor de penetrant-zoete cannabisgeur die ik gisterenavond waarnam
toen ik er passeerde, was het vandaag kennelijk nog te vroeg.
131025
41. Nog zeer
jonge schoolkinderen met fluohesjes stappen vrolijk zwaaiend met tricolore
vlaggetjes naar de binnenstad: de koning doet vandaag zijn blijde intrede.
131026
42. Laten we
nu maar eerst met z'n allen de rotzooi in Fukushima gaan opruimen.
43. De foto’s
‘Ma in de sneeuw’, ‘Ma en pa op de reling’, ‘Ma met vrienden in de Pannestraat’
en nog een aantal andere waarop ‘ma’ figureerde, al dan niet in het gezelschap
van anderen, werden geprojecteerd op het witte muurvlak boven het tafeltje met
bloemen waartussen, in een urne, de as van ‘ma’ was opgeborgen.
wolken 812-814
wolkenfragmenten
uit Leonard Nolens, Stukken van mensen
812
Aangekomen
in Edegem, tracht ik me vol te laten stromen met wolken en gezichten,
met de bloeiende forsythia’s en de stilte van de Lentelei.
(100)
813
Licht
bewolkte volle maan in een aura van geel, purper en blauw. Hoe graag zou
ik willen weten wat die maan met ons doet. Ons bewustzijn is geneigd zich los
te zien van alle kosmische invloeden en zoekt de verklaring van zoveel kwalen
en verlangens in het psychische alleen, in de relaties met de anderen, in het
lichaam, los van zijn natuurlijke omgeving. Zijn er tijden geweest waarin de
mens met een geoefende blik de stand van de sterren, van zon en maan, en de
configuratie van wolkenvelden bestudeerde met het oog op een grondiger
zelfkennis? (133)
814
Wolken, hemelazuur, zacht licht
en rollende bladeren doen je ogen en oren pijn. (165)
wolken 811
wolkenfragment
uit Roland Barthes, Rouwdagboek
811
Droefgeestige avond in Gabès (wind, donkere wolken,
armetierige bungalows, folkloristische voorstelling in de bar van hotel Chems):
nergens kan ik nog in gedachten een wijkplaats vinden: noch in Parijs, noch op
reis. (72)
wolken 809-810
wolkenfragmenten
uit Louis-Jean Calvet, Roland Barthes.
Een biografie
809
’s Avonds ook gebeurt het soms dat, zelfs bij mooi
weer, dreigende wolken door alle bergspleten naar buiten kruipen en
langzaam het dal vullen, of juist uit het dal opstijgen en het besluit lijken
te nemen om uitgerekend onder aan de Crolles-piek boven het sanatorium te
blijven hangen. (57)
810
Buffet, schrijft hij, is het slachtoffer geworden van
een mythe – hoog is onmenselijk – en van het vooroordeel dat je in Belleville
gelukkiger bent dan in Manhattan; hij heeft New York willen zien als een stad
van wolkenkrabbers waarin mensen een ongelukkig leven leiden. (135)
zaterdag 26 oktober 2013
los ingeslagen 129
13 augustus 2013
Een van de boeken die ik mee heb genomen om hier te lezen is
van Ton Lemaire, en dat helpt misschien wel om open te staan voor de
kennismaking met yogameester M. Omdat ze allebei de ascese huldigen en er ook
zo uitzien: zowel Lemaire op de flapfoto van mijn boek als M. hier zijn
graatmager en behoorlijk scherp in het aangezicht. Maar goed, eigenlijk is deze
gelijkenis tussen beide personen niet zo relevant. Hoewel, ze zullen wel heel
wat opvattingen delen, denk ik zo.
M. heeft een yoga-adviespraktijk in Amsterdam. Hij behoort,
in de glacière-kwestie, tot de groep
der traditionalisten: voor hem liever geen wifi op de camping want dat hij hier
niet aan allerlei naar zijn
overtuiging kwalijke stralingen wordt blootgesteld is nu net een van de redenen
waarom hij hierheen komt.
M. stapt trager dan de meesten hier. Hij praat in elk geval
langzamer. En hij laat al eens een stilte vallen, waarin hij ons van achter
zijn uilenbrilletje monsterend aanstaart. Een beetje freaky, maar zeker ook heel erg vriendelijk. Hij luistert naar wat
je zegt, hij legt uit wat hij doet als je ernaar informeert. Het heeft met het
lichaam te maken, en met de aarde. Of de Aarde, met hoofdletter. Hoe we daarin
geworteld zijn. En hoe komen we daar achter? Door naar je organen te luisteren,
zegt M. nadrukkelijk. Er valt tussen elk woord bijna een hele pauze: ‘Je moet
naar je organen luisteren.’ Hoe je dat precies moet doen, en wat je dan hoort –
daar hebben we geen tijd voor. Maar het klinkt wel goed natuurlijk. M. werkt
met sessies van anderhalf uur, hij stelt vragen en luistert naar wat de mensen
die bij hem komen hem vertellen. (Hij vermijdt de woorden cliënt en patiënt.)
Zij moeten het probleem formuleren, en die formulering bestaat dikwijls uit het
stellen van de juiste vragen. ’t Is geen psychoanalyse en ook geen esoterie.
Het zijn Chinese yogatechnieken die M. beoefent. Ik kan niet anders dan er
respect voor opbrengen: M. ziet me er gezond en evenwichtig uit. Als hij
overdag over de camping schrijdt, heeft hij altijd een hoedje op. Ik begrijp
niet hoe mensen hier zonder hun hoofd te bedekken kunnen gaan wandelen, zegt
hij. En gelijk heeft hij want de zon geeft van jetje.
Toeval of niet, M. is niet de eerste die ons aanspoort om
naar onze lichamen te luisteren. J. vond gisteren dat we bij te grote hitte
waren gaan fietsen. Wees toch maar voorzichtig, zei hij, en: ‘Je moet naar je
lichaam luisteren. Ik zou jullie graag hier volgend jaar terugzien.’ J. is 82.
Ik vraag M. ’s avonds in de schuur hoe hij tot die yoga is
gekomen. Hij weet het niet zo goed. Het is er altijd al geweest. Dat ben ik niet geneigd te geloven. Kun je niet
ergens een moment aanwijzen? Gôh, dat moet zo rond mijn dertien, veertien jaar
zijn geweest. Maar hoe kwam het?
Enfin, ik blijf doorvragen want het interesseert me en
bovendien krijg je mensen pas echt aan de praat als je vragen stelt. En praten
moet je op een camping anders loop je als doofstommen langs elkaar heen en dat
kan toch ook niet de bedoeling zijn.
facebookbericht 442
Badkuip met afrikaantjes
Bij een foto van Didier Van de Steene
![]() |
© Didier Van de
Steene
|
Een wonder van een achtertuin. Degelijk-Vlaamse koterij.
Van de badkuip met de afrikaantjes vier leeuwenpoten
gevat in beton. Uiterst rechts
een zinloos hek, open en rood.
‘In de badkuip van het leven zijn wij de kraan (volkswijsheid).’
Beste Didier, ik voel mij soms meer de afvoer, maar soit.
Twee vinden dat leuk.
Of het stopsel. Nog één.
Een wit bloemenbad met klompvoeten. Tot daar aan toe.
Maar wat is de
functie van dat openstaande dageraadhek?
(In de linker benedenhoek
een zon met zonnestralen.)
Ook de haan op het golfplaatdak is mij niet ontgaan.
En het bizar geritmeerde tralies voor het rechterraam.
Op eigen kracht kan dat bad natuurlijk niet weglopen,
pootjes of niet.
Maar nu zal het zeker niet meer lukken. Het
disproportionele
van die klompen, het onbeholpene. En het hek dat
openstaat.
Vergeefs. Ach.
vrijdag 25 oktober 2013
facebookbericht 441
Links nationalisme? Oké, als het gaat over het bestrijden
van sociaal onrecht. In Vlaanderen was er voor een links nationalisme plaats
tot pakweg de jaren zestig. Vanaf dan is het economisch evenwicht in België
gekanteld. Het nationalisme dat we nu kennen is er een dat opkomt voor het
behoud van de verworven voorsprong. Het is allesbehalve solidair en wil dat ook
niet zijn. Wie het hart op de juiste plaats draagt en dus links is, kan geen
nationalist zijn in Vlaanderen.
Abonneren op:
Posts (Atom)



















