donderdag 31 oktober 2013

3400

Vézelay - 130809

woensdag 30 oktober 2013

mirage 78

Saugues (F) - 130810

13 in z/w 279

Tussen Leffinge en Keiem

13 in z/w 278

Brugge, Smedenstraat

3399

Yrouerre (F) - 130809

de wereldgeschiedenis in 100 voorwerpen 9


(gebaseerd op Neil MacGregor, Een geschiedenis van de wereld in 100 voorwerpen)

Mayabeeld van de maïsgod, Copán, Honduras  (715 n. Chr.)

Met zijn mooie maïskolfvormige hoofdtooi
maakt de maïsgod zich herken- en vereerbaar.
Dat is een vreemde zaak want zeg nu zelf:
kent u een biefstukgod met biefstukattributen?
Of een wortelgod met een peen als neus? Neen?
Ik ook niet.

Voorbij is de tijd van het goden creëren, van het
voeding celebreren en gratificeren. Wij denken
beter te weten en manipuleren genetisch en telen
maïs voor onze biobrandstof. Wij denken er niet aan
een beeld te danken dat de ogen sluit voor onze
blasfemieën.

Een godenbeeld
dat enigmatisch
de handen opent:
een neerwaarts,
een naar boven.
In afwachting van
weet ik welke
metamanna.

De Mayamaïsgod leerde de Maya’s dat ze uit
een maïspapje zijn voortgekomen: een oersoep
van maïs, een oermaïssoep. Dat was belangrijk,
die soep, belangrijk genoeg om een oersoep-
mythe te brouwen. Een oermaïssoepmythe
voor de Maya’s.

Bleef de vraag waarom de bonen en pompoenen –
toch evengoed vruchtbare voortbrengselen
van Mama Aarde? – géén Mayagoden kregen.
Dat is onopgehelderd. Het blijft een mysterie.
Maar met een flinke greep chili komen ze ook
op smaak.


dinsdag 29 oktober 2013

bond en lot 9

009a - J. (196*), scheikundig ingenieur - 130917

13 in z/w 277

Veurne

los ingeslagen 130


14 augustus 2013

De winkel komt langsgereden op de camping. Achter het stuur van zijn bestelwagen die is volgestouwd met elementaire voedingswaren en met het vooraf bestelde brood (alles superduur) zit een vlotte kerel – sportief, getaand – met zijn haar in een paardenstaart. Het type waar vakantie houdende vrouwen van middelbare leeftijd al eens een boon voor durven te hebben. Heel vriendelijk en geduldig wacht hij de aansloffende kampeerders op – de meerderheid van zijn clientèle bestaat uit ouden van dagen, die dus niet meer de fut hebben om helemaal met de auto naar de kruidenier in het 9 kilometer verderop gelegen dorp te tuffen.

Kijk, dat zou ik nog graag doen. Halftijds, welteverstaan, en alleen in de mooie maanden, wanneer deze streek niet in zijn jaarlijkse winterslaap van een halfjaar gedompeld is: rondrijden met zo’n mobiele winkel en oude mensjes in afgelegen boerderijen en op de camping ravitailleren. Het gevoel welgekomen te zijn, goedgemutst en altijd in de openlucht. ’s Ochtends m’n karretje bijvullen en ’s avonds nakijken of alle rekeningen kloppen. Ja, dat zou ik zien zitten. Ik kan mij indenken dat ik zingend alle haarspeldbochten zou negotiëren. En al van een heel eind toeterend mijn komst zou aankondigen, zodat iedereen mooi klaar staat met zijn centjes om zijn bestelde waren in ontvangst te nemen.

*

Wij beleven ondertussen mooie dagen hier, de harmonie is compleet – of toch bijna want ’s nachts worden wij in onze dromen bezocht door onze demonen: blijkbaar wordt de energie die vrijkomt ook besteed aan psychische saneringswerken.

wolken 820-823



wolkenfragmenten uit Leonard Nolens, De vrek van Missenburg

820
(En deze notitie is niets anders dan het afbakenen en uitgraven van de grond waarin de steigers een plaats moeten vinden, geruisloos neerdalend uit de wolken van de geschiedenis.) (81)

821
Sinds ik niet meer drink en de alcohol ook niet meer mis, is alles ietwat rustiger geworden en kan ik dit schrijven, vannacht, in een muisstille straat, in een van leegte gonzend huis, terwijl de volle maan als achter melkglas van wolken naar mij hangt te kijken. (146)

822
Dan kunnen ook tussen die twee weer heel veel stad en mensen en wolken hun gang gaan, weer opgenomen worden in dat oude verbond. (160)

823
Slaap vandaag en morgen maar uit van de oorlogscorrespondent die je was; vlij je languit neer op je belachelijke lauweren, vouw je bezige handen onder je hoofd en kijk naar de belerende, magnifieke vergeefsheid van de voortijlende wolken, de eeuwige drukdoenerij van de Belgische regen, de steeds heviger troostende warmte van de schaarse zon in deze Vlaamse hemel. (174)

wolken 815-819


wolkenfragmenten uit Leonard Nolens, Blijvend vertrek

815
Zijn ogen vullen zich met vertrouwde, maar nooit geziene gezichten en wolkenformaties en bloemen, zijn oren drinken een taal die hij kent en nooit heeft gehoord, zijn neus ruikt het onbestaande. (31)

816
Het oog wordt niet meer heen en weer geslingerd door de aanblik van wispelturig wolkenspel. (60)

817
Depressies worden doorzichtig als een wolkenkaart. (97)

818
Probeer te schrijven zoals een vogel vliegt. Zijn vlucht laat het wolkenwit met rust. (153)

819
Er is slechts leven, leven, altijd leven, een brede stroom waarin een donderwolk de kop opsteekt, een hondenstaart verschijnt, een boomtak of een kinderlip, een zeer oud woord dat zo lang door de golven gaat dat het als nieuw aan de oppervlakte komt. (204)

getekend 114


13 in z/w 276

Brugge, Visartpark

3398

Lignières (F) - 130809

maandag 28 oktober 2013

Curzio Malaparte, Kaputt


Kurt Erich Suckert, zoon van een Duitse vader en een Italiaanse moeder, had tijdens de Tweede Wereldoorlog als officier in het Italiaanse leger de rang van kapitein. In zijn autobiografische roman Kaputt, gepubliceerd onder de nom de plume Curzio Malaparte, staat een portretfoto. Suckert/Malaparte draagt een zwarte stropdas op een zwart hemd.

Kaputt behandelt het tweetal oorlogsjaren, van de zomer van 1941 tot de zomer van 1943, waarin Suckert/Malaparte als oorlogscorrespondent in de Oekraïne, Polen en Finland de oorlogshandelingen – maar toch vooral de gevolgen van de oorlogshandelingen – kon waarnemen, alvorens uiteindelijk, na de val van Mussolini, wanneer dus de kansen van de Asmogendheden al volop aan het keren waren, naar Italië, meerbepaald naar Napels terug te keren: Malaparte woont op een in de zee vooruitstekende rots van het voor Napels gelegen eiland Capri. Zijn zelf ontworpen villa is modernistisch.

Kaputt is een compilatie van verhalen, gevat in zes naar dieren genoemde delen: ‘De paarden’, ‘De ratten’, ‘De honden’, ‘De vogels’, ‘De rendieren’, ‘De vliegen’. Malaparte houdt de verhalen samen door middel van – soms wat geforceerde – verbindingen (aan het eind van verhaal A jankt een hond, wat doet denken aan verhaal B waarin een andere hond een rol speelt), maar ook door middel van herhalingen, ritmes, nauwkeurig uitgezette motieven, wat zijn boek iets zeer muzikaals geeft, als een nauwkeurig bedachte compositie. Zo duiken de vliegen, die in het laatste deel een belangrijke rol spelen als lijken- en kadaverruimers, heus niet pas in dat laatste deel voor het eerst op: Malaparte heeft hun komst zorgvuldig voorbereid door hier en daar in de eerdere delen al eens onnadrukkelijk vliegen aanwezig te laten zijn.

De verhalen passen in een breder kader, maar kunnen op zichzelf functioneren. Met sommige verhalen uit Kaputt is dat zeker het geval. Ik denk aan het verhaal – dat helaas wellicht helemaal geen verhaal is maar bittere werkelijkheid – van de Russische krijgsgevangenen die gesorteerd worden naar hun vermogen om te lezen. Diegenen die kunnen lezen, verbergen dat niet want ze hopen op een beter leven. Ten onrechte: de SS’ers, die deze triage uitvoeren, hebben liever geen ‘intellectuele’ communisten.

Kaputt is, als roman, zelf ook een verhaal, een waarin de hoofdpersoon, dobberend op de ferme golfslag van de Europese storm WO II, aan het eind ánders is dan in het begin. In het begin zien we de ikfiguur, die ‘Malaparte’ heet (hij wordt één enkele keer zo aangesproken: ‘Herr Malaparte’), floreren in het gezelschap van aristocraten en hoge piefen uit het Duitse leger. Zelf een zwarthemd, neemt hij wel enigszins afstand van de ideologie die hij verondersteld wordt te helpen uitdragen en van de oorlogshandelingen die daar het gevolg van zijn. Maar hij doet dat niet genoeg om vrijuit te gaan. Als hij al afstand doet, dan zeker niet uitdrukkelijk, hoogstens ironisch, zich verstoppend achter zijn welbespraaktheid en achter de (schijnbare) ongedwongenheid die gepaard gaat met het copieuze eten en vooral drinken: in die omstandigheden mag een zot al eens de waarheid zeggen, het wordt door de vingers gezien. (We weten natuurlijk niet in hoeverre Malaparte de rol die hij hier speelde achteraf ‘politiek correct’ heeft gemaakt. Toch moet het gezegd: hij is zeker niet mals voor zichzelf.)

Naarmate Malaparte met steeds meer en steeds gruwelijkere gruwelen wordt geconfronteerd, begint hij in te zien dat hij gevangen zit in zijn positie, in zijn uniform, in zijn nationaliteit. Hij kan niet anders dan machteloos toekijken. Zijn wandeling door het getto van Warschau, gechaperonneerd door een SS’er die eruitziet als een 'blonde engel' (lang, beeldschoon, scherp gesneden gelaatstrekken, smetteloos u niform, blauwe ogen die van onder de staalhelm priemen), vormt wat het inzicht betreft in de, zelfs voor een fascist, volkomen onaanvaardbare implicaties van het nazi-racisme, een betreurenswaardig dieptepunt. En wat doet Malaparte? Hij stelt vast: ‘Het was afschuwelijk om niets te kunnen doen.’ Maar hij schrijft het wel allemaal op en daarmee heeft hij toch veel wiedergutgemacht.

Zo wordt Kaputt uiteindelijk (publicatiedatum 1944, Italië is ‘bevrijd’) een forse aanklacht tegen de oorlog. Of juister, tegen de aard van het beest dat oorlogvoert. Paarden, ratten, honden, vogels, rendieren en vliegen, ja, maar toch bovenal: mensen – en in het rijtje komt de mens er zeker niet als fraaiste uit. ‘Als deze oorlog doorgaat, worden we allemaal als wilde beesten.’ Je kunt van de Tweede Wereldoorlog en de graad van onmenselijkheid die erin werd bereikt veel zeggen, maar niet dat er geen einde aan is gekomen. Er zijn grenzen in overschreden en een oude wereld van gratie, harmonie en voortreffelijkheid (maar ook veel hypocrisie en sociale ongelijkheid natuurlijk) is tenondergegaan, en het is zeker zo dat door het opbod van geweld en wraak iedereen wreed geworden is en daarover beschaamd moet zijn – maar er is misschien toch nog hoop op beterschap. Tussen de puinhopen van Napels wordt, in het laatste hoofdstuk, een begin gemaakt met een nieuwe vormelijkheid waarmee de naakte mens zich opnieuw wil bedekken. Dat heet: beschaving.

*

Kaputt is een onvergetelijk boek. U weet vast al heel veel over de oorlog, maar vanuit dit standpunt hebt u hem nog nooit beleefd: het standpunt van de zich tegen de macht aanschurkende, machteloze medeplichtige. Sommige beelden zullen u altijd bijblijven, ze zijn onontkoombaar. Met Kaputt toont Malaparte de kracht van literatuur aan: de waarheid vertellen met verzinsels; esthetiek in dienst van een hogere moraliteit.

Esthetiek, ja, want dat is Malaparte zeer zeker: een estheet. Kleuren en geuren zijn in dit boek zeer nadrukkelijk aanwezig. En geluiden. Zelden een zo zintuiglijk boek gelezen. Soms krult hij zijn rozige en lichtgroene zinnen iets te nadrukkelijk om de drek van de oorlog heen: esthetiseren kan in de schaduw van het onuitsprekelijke pijnlijk worden. Soms vertrouwt hij te zeer, pijnlijk zeer, op de kracht van het contrast om zijn waarheid (die grauw en bruin en zwart is, en rood van het bloed) beter te doen uitkomen.


*

Wat is dan die waarheid? Dat wordt duidelijk in het laatste deel waarin Malaparte zijn terugkeer in het platgebombardeerde Napels beschrijft. De stad ligt in puin, overal liggen de ontbindende lijken en kadavers te stinken, de vliegen doen zich eraan te goed. Maar het leven gaat door. Overblijvers struinen het puin af op zoek naar iets bruikbaars, naar voedsel, naar water. Opeens bereikt vanuit de kathedraal een gerucht het in de catacombes ondergedoken volk. Hier wordt duidelijk dat de kracht van het bloed, de kracht van het geloof in een levensenergie, de kracht van het geloof tout court de mens op de been houdt zodat hij ook na de gruwel kan voortleven. Kaputt, een woord dat volgens een bepaalde etymologie niet alleen ‘stuk’ betekent of ‘in gruzelementen’ maar ook ‘offer’, wordt op die manier niet alleen een anti-oorlogsroman maar ook een pleidooi voor het leven, ondanks alles, omdat er niets anders is.

3397

Chaource (F) - 130809

zondag 27 oktober 2013

reactie


Pascal wees gegroet!

Even een citaat:
"28. Doden rijmt meedogenloos op joden."
Wat moet ik er nu mee?
Waarom deed je mij pijn?
Doet me denken aan het verhaal over dat wet die ze op Kreta uitvaardigden om alle joden boven de twintig af te maken, en ook de barbieren,de haarknippers.
De eerste vraag die opkwam was: waarom nu ook juist de coiffeurs....
Alsof ik een mijn volksgenoten vogelvrij zijn...Dank je.

Bernard oftewel de maharal

p.s.

ik geniet uiterst van je blog, geeft mijn een oog meer aan de Westhoek. merci.



@ Bernard
Ik denk niet dat je mijn citaat antisemitisch moet interpreteren. Het is zeker niet zo bedoeld.
Beste groet,
Pascal

13 in z/w 275

Brussel, Centraal Station

doordeweekse zinnen 27-43


131020

27. Een hevige plensbui wordt soms omschreven als antediluviaal en inderdaad – in dat woord hoor je het pluviale al mee opspatten.

28. Doden rijmt meedogenloos op joden.

29. Misschien klink ik betuttelend, zegt S., maar het Journaal zou veel didactischer moeten zijn.

30. Nu weet ik niet of het een belediging is of een compliment om door Dirk van Bastelaere met Pippi Langkous te worden vergeleken.

31. Als het niet meer gaat om te reizen, trek er dan de stekker maar uit.

131021

32. Als dat geen sensationeel nieuws is: 85 procent van de Belgische journalisten vindt dat het sensatiegehalte van het nieuws de afgelopen vijf jaar is toegenomen.

33. Ik heb nu al drie dode facebookvrienden (waarvan ik zeker weet dat ze dood zijn).

131022

34. Ge kunt niet tegelijkertijd bij uw jenever aan de toog van de Mok staan en willen touren in Amerika.

35. Sommigen hebben een externe vijand nodig.

131023

36. Je ziet, nadat je zelf onwillekeurig en onbedachtzaam en zonder dat zij het merkte je blik over de lijnen van haar lichaam hebt laten glijden, hoe de vrouw afwijzend en misprijzend reageert op een andere man die, op zijn beurt maar dan veel onbeschaamder, haar malse en slanke leest in zich heeft opgenomen, zo nadrukkelijk dat zijn blik als een fysieke aanraking wordt die zij niet anders kan dan voelen: het is een blik die onzuiver is, een die vuil maakt.

37. De vedette uit Zweden met de Slavisch klinkende naam neemt arrogant en superieur, alsof het niets inhoudt, de bal vol op de slof en ziet de curve die hij daarmee trekt verdwijnen in de linker winkelhaak, buiten bereik van de pro forma nog even nazwevende keeper.

38. ‘Niet kwaad maar woedend’, dat hoor ik altijd graag want het wijst op de aanwezigheid van doordachte en oprechte standpunten.

131024

39. Niets mannelijks is mij vreemd.

40. Er viel al theelicht uit het schuilhok waarin het daklozenkoppel nu al een paar weken woont, maar voor de penetrant-zoete cannabisgeur die ik gisterenavond waarnam toen ik er passeerde, was het vandaag kennelijk nog te vroeg.

131025

41. Nog zeer jonge schoolkinderen met fluohesjes stappen vrolijk zwaaiend met tricolore vlaggetjes naar de binnenstad: de koning doet vandaag zijn blijde intrede.

131026

42. Laten we nu maar eerst met z'n allen de rotzooi in Fukushima gaan opruimen.

43. De foto’s ‘Ma in de sneeuw’, ‘Ma en pa op de reling’, ‘Ma met vrienden in de Pannestraat’ en nog een aantal andere waarop ‘ma’ figureerde, al dan niet in het gezelschap van anderen, werden geprojecteerd op het witte muurvlak boven het tafeltje met bloemen waartussen, in een urne, de as van ‘ma’ was opgeborgen.

3396

Tussen Arras en Reims - 130809

wolken 812-814



wolkenfragmenten uit Leonard Nolens, Stukken van mensen

812
Aangekomen in Edegem, tracht ik me vol te laten stromen met wolken en gezichten, met de bloeiende forsythia’s en de stilte van de Lentelei. (100)

813
Licht bewolkte volle maan in een aura van geel, purper en blauw. Hoe graag zou ik willen weten wat die maan met ons doet. Ons bewustzijn is geneigd zich los te zien van alle kosmische invloeden en zoekt de verklaring van zoveel kwalen en verlangens in het psychische alleen, in de relaties met de anderen, in het lichaam, los van zijn natuurlijke omgeving. Zijn er tijden geweest waarin de mens met een geoefende blik de stand van de sterren, van zon en maan, en de configuratie van wolkenvelden bestudeerde met het oog op een grondiger zelfkennis? (133)

814
Wolken, hemelazuur, zacht licht en rollende bladeren doen je ogen en oren pijn. (165)

wolken 811



wolkenfragment uit Roland Barthes, Rouwdagboek

811
Droefgeestige avond in Gabès (wind, donkere wolken, armetierige bungalows, folkloristische voorstelling in de bar van hotel Chems): nergens kan ik nog in gedachten een wijkplaats vinden: noch in Parijs, noch op reis. (72)

wolken 809-810


wolkenfragmenten uit Louis-Jean Calvet, Roland Barthes. Een biografie

809
’s Avonds ook gebeurt het soms dat, zelfs bij mooi weer, dreigende wolken door alle bergspleten naar buiten kruipen en langzaam het dal vullen, of juist uit het dal opstijgen en het besluit lijken te nemen om uitgerekend onder aan de Crolles-piek boven het sanatorium te blijven hangen. (57)

810
Buffet, schrijft hij, is het slachtoffer geworden van een mythe – hoog is onmenselijk – en van het vooroordeel dat je in Belleville gelukkiger bent dan in Manhattan; hij heeft New York willen zien als een stad van wolkenkrabbers waarin mensen een ongelukkig leven leiden. (135)

zaterdag 26 oktober 2013

13 in z/w 274

Brussel, Koloniënstraat

los ingeslagen 129


13 augustus 2013

Een van de boeken die ik mee heb genomen om hier te lezen is van Ton Lemaire, en dat helpt misschien wel om open te staan voor de kennismaking met yogameester M. Omdat ze allebei de ascese huldigen en er ook zo uitzien: zowel Lemaire op de flapfoto van mijn boek als M. hier zijn graatmager en behoorlijk scherp in het aangezicht. Maar goed, eigenlijk is deze gelijkenis tussen beide personen niet zo relevant. Hoewel, ze zullen wel heel wat opvattingen delen, denk ik zo.

M. heeft een yoga-adviespraktijk in Amsterdam. Hij behoort, in de glacière-kwestie, tot de groep der traditionalisten: voor hem liever geen wifi op de camping want dat hij hier niet aan allerlei naar zijn overtuiging kwalijke stralingen wordt blootgesteld is nu net een van de redenen waarom hij hierheen komt.

M. stapt trager dan de meesten hier. Hij praat in elk geval langzamer. En hij laat al eens een stilte vallen, waarin hij ons van achter zijn uilenbrilletje monsterend aanstaart. Een beetje freaky, maar zeker ook heel erg vriendelijk. Hij luistert naar wat je zegt, hij legt uit wat hij doet als je ernaar informeert. Het heeft met het lichaam te maken, en met de aarde. Of de Aarde, met hoofdletter. Hoe we daarin geworteld zijn. En hoe komen we daar achter? Door naar je organen te luisteren, zegt M. nadrukkelijk. Er valt tussen elk woord bijna een hele pauze: ‘Je moet naar je organen luisteren.’ Hoe je dat precies moet doen, en wat je dan hoort – daar hebben we geen tijd voor. Maar het klinkt wel goed natuurlijk. M. werkt met sessies van anderhalf uur, hij stelt vragen en luistert naar wat de mensen die bij hem komen hem vertellen. (Hij vermijdt de woorden cliënt en patiënt.) Zij moeten het probleem formuleren, en die formulering bestaat dikwijls uit het stellen van de juiste vragen. ’t Is geen psychoanalyse en ook geen esoterie. Het zijn Chinese yogatechnieken die M. beoefent. Ik kan niet anders dan er respect voor opbrengen: M. ziet me er gezond en evenwichtig uit. Als hij overdag over de camping schrijdt, heeft hij altijd een hoedje op. Ik begrijp niet hoe mensen hier zonder hun hoofd te bedekken kunnen gaan wandelen, zegt hij. En gelijk heeft hij want de zon geeft van jetje.

Toeval of niet, M. is niet de eerste die ons aanspoort om naar onze lichamen te luisteren. J. vond gisteren dat we bij te grote hitte waren gaan fietsen. Wees toch maar voorzichtig, zei hij, en: ‘Je moet naar je lichaam luisteren. Ik zou jullie graag hier volgend jaar terugzien.’ J. is 82.

Ik vraag M. ’s avonds in de schuur hoe hij tot die yoga is gekomen. Hij weet het niet zo goed. Het is er altijd al geweest. Dat  ben ik niet geneigd te geloven. Kun je niet ergens een moment aanwijzen? Gôh, dat moet zo rond mijn dertien, veertien jaar zijn geweest. Maar hoe kwam het?

Enfin, ik blijf doorvragen want het interesseert me en bovendien krijg je mensen pas echt aan de praat als je vragen stelt. En praten moet je op een camping anders loop je als doofstommen langs elkaar heen en dat kan toch ook niet de bedoeling zijn.

M., hoe oud was je in 1968? Ik sla de nagel op de kop. Blijkt dat M. in 1968 veertien was. En dan komt hij los. Ja, inderdaad, er waarde in die dagen van alles rond in Amsterdam, en hij absorbeerde gulzig: hij zat in zijn vormbare jaren. Hippiegedachtegoed (men noemde het nog geen new age), allerlei experimenten. Daar is het begonnen. Hesse? Ja, Hesse ook, ja. Ik vertel M. over mijn onderscheid tussen ‘immanente’ en ‘transcendente’ transcendentie. Hij ziet er wel iets in. S. is ondertussen met haar Franse campingvrienden verwikkeld in een spelletje letterrummikub. We worden uiteindelijk verjaagd door de dochter van de campinguitbaatster die het aanlegt met een jongeman die het nodig vindt om in het Engels op te scheppen over de winden die hij laat: I just farted. It smells like flowers. Uitgerekend nu we hier rustig zitten te kletsen beginnen ze te pingpongen.

facebookbericht 442


Badkuip met afrikaantjes
Bij een foto van Didier Van de Steene

© Didier Van de Steene

Een wonder van een achtertuin. Degelijk-Vlaamse koterij.
Van de badkuip met de afrikaantjes vier leeuwenpoten
gevat in beton. Uiterst rechts
een zinloos hek, open en rood.
‘In de badkuip van het leven zijn wij de kraan (volkswijsheid).’
Beste Didier, ik voel mij soms meer de afvoer, maar soit.
Twee vinden dat leuk.
Of het stopsel. Nog één.
Een wit bloemenbad met klompvoeten. Tot daar aan toe.
Maar  wat is de functie van dat openstaande dageraadhek?
(In de linker benedenhoek
een zon met zonnestralen.)
Ook de haan op het golfplaatdak is mij niet ontgaan.
En het bizar geritmeerde tralies voor het rechterraam.

Op eigen kracht kan dat bad natuurlijk niet weglopen,
pootjes of niet.
Maar nu zal het zeker niet meer lukken. Het disproportionele
van die klompen, het onbeholpene. En het hek dat openstaat.
Vergeefs. Ach.

3395

Tante X. - 130803

vrijdag 25 oktober 2013

facebookbericht 441


Links nationalisme? Oké, als het gaat over het bestrijden van sociaal onrecht. In Vlaanderen was er voor een links nationalisme plaats tot pakweg de jaren zestig. Vanaf dan is het economisch evenwicht in België gekanteld. Het nationalisme dat we nu kennen is er een dat opkomt voor het behoud van de verworven voorsprong. Het is allesbehalve solidair en wil dat ook niet zijn. Wie het hart op de juiste plaats draagt en dus links is, kan geen nationalist zijn in Vlaanderen.

13 in z/w 273


13 in z/w 272

Brussel, Hortawandeling