Kijk
naar mij! Kijk naar mij! Dit paar schoenen schreeuwt het uit en dat doe ik dan
ook: kijken. Ik kijk naar die schoenen en vraag me af hoe frivool, of onzeker,
je moet zijn om op zo’n fluogele klompen rond te lopen. Hooggehakt bovendien,
dat kan niet comfortabel zijn. Verzacht de aandacht het ongemak? Is er een break-even
tussen opvallen en lijden? Ik weet het niet. Wel weet ik dat ik blij ben dat ik
me als man geen dergelijke vestimentaire zorgen moet maken. Ik huldig
onopvallendheid en gebruiksgemak. Als iedereen nu eens hetzelfde zou kunnen
aantrekken, hoeveel positieve energie zou er dan niet in betere doeleinden
kunnen worden geïnvesteerd?
donderdag 5 juli 2012
campagne 7
Dag
C.,
Als het nog kan, zou ik op het formulier graag de vermelding 'ambtenaar Vlaamse Gemeenschap' veranderd zien in: 'deeltijds ambtenaar Vlaamse Gemeenschap, waarnemer'. Om de heel eenvoudige reden dat ik me eigenlijk meer met het waarnemer- dan met het ambtenaarschap vereenzelvig en mij ook als dusdanig aan de kiezer wens te presenteren.
Dank je voor de goede zorgen en beste groet,
Als het nog kan, zou ik op het formulier graag de vermelding 'ambtenaar Vlaamse Gemeenschap' veranderd zien in: 'deeltijds ambtenaar Vlaamse Gemeenschap, waarnemer'. Om de heel eenvoudige reden dat ik me eigenlijk meer met het waarnemer- dan met het ambtenaarschap vereenzelvig en mij ook als dusdanig aan de kiezer wens te presenteren.
Dank je voor de goede zorgen en beste groet,
woensdag 4 juli 2012
dinsdag 3 juli 2012
dienstmededeling
Voor wat het waard is: gisteren meldde het tellertje op deze blog een record aantal terugkerende bezoekers - dat wil zeggen: bezoekers die hier eerder al zijn geweest en die het dus blijkbaar de moeite waard vonden om nog eens langs te komen. Gemiddeld zijn er plusminus 50 terugkerende bezoekers per dag, maar gisteren waren het er 75.
Het is onmogelijk om te weten hoeveel terugkerende bezoekers er in totaal zijn. Hoe groot met andere woorden 'mijn publiek' is. Maar ik neem aan dat die gemiddeld 50 terugkerenden hier niet elke dag komen - dus moet 'mijn publiek' bestaan uit een veelvoud van 50.
Aan al wie hier regelmatig langskomt: mijn oprechte dank!
Het is onmogelijk om te weten hoeveel terugkerende bezoekers er in totaal zijn. Hoe groot met andere woorden 'mijn publiek' is. Maar ik neem aan dat die gemiddeld 50 terugkerenden hier niet elke dag komen - dus moet 'mijn publiek' bestaan uit een veelvoud van 50.
Aan al wie hier regelmatig langskomt: mijn oprechte dank!
schrikkel 177
Op de IKEA-site, het voormalige vliegveld van
Sint-Denijs-Westrem naast de E40 vlak voor de verkeerswisselaar van Zwijnaarde
(voor wie richting Brussel rijdt), is de voorbije twee, drie jaar een nieuw
torengebouw opgerezen. Een mooie toren, vind ik, met mooie verhoudingen en
verrassend schuine lijnen die het geheel iets elegants geven. Sjieke materialen
ook, heb ik de indruk: een uitgebalanceerde afwisseling van glas en
natuursteen. De toren staat als een baken naast de snelweg en betekent ook iets
in de volledige skyline van Gent, een eind verwijderd van maar toch in
samenspel met de torens die iedereen kent: Sint-Baafs, Sint-Niklaas,
Sint-Pieter, Boekentoren, Kantienberg en de woontorens naast de Watersportbaan.
Dat is dus allemaal beslist oké. Alleen verbaast het mij een beetje dat de
nieuwe toren van KBC blijkt te zijn. Uitgerekend tijdens de crisisjaren,
tijdens dewelke heel wat aandeelhouders van deze bank hun kapitaal als sneeuw
voor de zon hebben zien wegsmelten en waarover sommigen zeggen dat het beleid
van deze bank aardig in de buurt van het wanbeheer komt, uitgerekend tijdens
deze jaren bouwt KBC hier zo’n prestigieuze en toch ook wel protserige
pronktoren?
reactie
'Een gereguleerde vastgoedmarkt': klinkt dat niet wat te
intellectualistisch? Wat moeten 'de mensen' zich daar bij voorstellen? Ik zou
het vervangen door 'met betaalbare huur en woningprijzen'. Zonder dank!
E.C.
@ E.C.
Ik wou er per se dat woord ‘vastgoedmarkt’ in. De stad kan de wekelijkse zaterdag- en woensdagmarkt reguleren: op die plek, van zo tot zo laat, enzovoort. En zij kan de horeca reguleren: geen nachtlawaai, aan banden gelegde terrassenbouw, geen geronsel van klanten. Waarom zou zij dan niet de vastgoedmarkt kunnen ‘reguleren’? Al vraag ik mij natuurlijk af hoe dat in liberale tijden kan. Door middel van een bij de installatie van alweer een nieuw vastgoedkantoor opgelegde verplichting op het aanbieden van minstens een bepaald percentage betaalbare woningen op het totale aanbod? Een controle van stadswege op de kwaliteit van de aangeboden woningen? Toezicht op het al dan niet nakomen van de verplichting om de verhuurprijs te afficheren? Ik weet het niet. Maar nu is het wel zo dat Brugge – zoals ook andere steden – een ongekende groei kent van het aantal vastgoedwinkels. Hoe kan dat? Toch niet anders dan doordat er een enorme rek op die business zit? Hoe dan ook: er moet iets gebeuren. Het is van kapitaal belang dat Brugge betaalbaar blijft voor de jonge Brugse gezinnen. En aan de arrogantie van de vastgoedcowboys mag zeker ook iets worden gedaan.
E.C.
@ E.C.
Ik wou er per se dat woord ‘vastgoedmarkt’ in. De stad kan de wekelijkse zaterdag- en woensdagmarkt reguleren: op die plek, van zo tot zo laat, enzovoort. En zij kan de horeca reguleren: geen nachtlawaai, aan banden gelegde terrassenbouw, geen geronsel van klanten. Waarom zou zij dan niet de vastgoedmarkt kunnen ‘reguleren’? Al vraag ik mij natuurlijk af hoe dat in liberale tijden kan. Door middel van een bij de installatie van alweer een nieuw vastgoedkantoor opgelegde verplichting op het aanbieden van minstens een bepaald percentage betaalbare woningen op het totale aanbod? Een controle van stadswege op de kwaliteit van de aangeboden woningen? Toezicht op het al dan niet nakomen van de verplichting om de verhuurprijs te afficheren? Ik weet het niet. Maar nu is het wel zo dat Brugge – zoals ook andere steden – een ongekende groei kent van het aantal vastgoedwinkels. Hoe kan dat? Toch niet anders dan doordat er een enorme rek op die business zit? Hoe dan ook: er moet iets gebeuren. Het is van kapitaal belang dat Brugge betaalbaar blijft voor de jonge Brugse gezinnen. En aan de arrogantie van de vastgoedcowboys mag zeker ook iets worden gedaan.
maandag 2 juli 2012
schrikkel 176b
schrikkel 176a
De 15de-eeuwse ‘pleurants’ zijn losgemaakt van
het grafmonument van Jan zonder Vrees in Dijon en zetten hun statisch treurspel
tijdelijk in Brugge voort. Maar nu los van elkaar – en dat voel je: sommige
beeldjes missen de interactie met hun buur ter linker- of rechterzijde. Hier
vormen ze geen groep, het zijn dolende enkelingen. Mooi, bijzonder fraai
vervaardigd en ontroerend, dat wel. Maar door ze los te maken van datgene wat
ze bewenen, en hen van elkaar los te maken, lopen ze er wat verloren bij.
Bovendien klopt er iets niet: echt verdriet toont zichzelf niet. Niet toevallig
verbergen veel van die monnikjes hun aangezicht. Hier wordt hun verdriet tot
onderwerp van een tentoonstelling uitvergroot, gethematiseerd. En dat gaat
tegen de natuur van het verdriet in.
campagne 6
Ik krijg als kandidaat ook wat drukwerkfaciliteiten
toegestopt. Een ervan is de ‘canvaskaart’. Daar komt mijn portretfoto op en een
door mij te schrijven tekstje van maximum 350 karakters. Allicht voor het geval
die foto niet zou volstaan om mijn geloofwaardigheid kracht bij te zetten. 350
karakters is behoorlijk weinig en het vergt wel een uurtje werk om daar al mijn
prioriteiten voor het gemeentebeleid in te proppen zonder vervelend en arrogant
over te komen. Ziehier het resultaat:
Brugge is een goede stad om in te wonen. Maar het kan nog
beter: met een gereguleerde vastgoedmarkt en een vriendelijk fietsbeleid, met
zwerfvuilpreventie en een toerisme dat binnen de perken blijft, met transparant
bestuur en een sterk sociaal weefsel, met een haven die het binnenland niet
opsoupeert, met florerende buurtwinkels en volkse cafés.
Dat zijn 348 tekens, inclusief de spaties. Ik hoop nu maar dat
ik geen onmisbaar beleidspunt vergeten heb. Ik dacht: laat mij beginnen met een
positieve boodschap. In wat er na komt heb ik gepoogd niet
al te veel met het opgerichte wijsvingertje te wapperen - ook al zijn er zeker zaken die onze aandacht vragen. Het souperen, de
bloemen en de frisse pint op het eind zorgen voor een conviviale noot.
schrikkel 175b
Ik had mij nooit eerder aan de vegetarische gastronomie
begeven en schrok dan ook toen ik dit Hollands natuurstilleven in mijn bord zag
liggen.
zondag 1 juli 2012
schrikkel 175a
Opnieuw een begrafenis, dit keer in Lauwe. We parkeren de
auto tegenover ‘De Stap’. Ik vermoed: een school, maar het zou ook een kinderdagverblijf
kunnen zijn. Jolige kindvriendelijkheid spat van de decoratie die het gebouw moet opfleuren. Geen
overbodige luxe want dat gebouw ziet er meer uit als een gevangenis of een
chemisch laboratorium dan als een school. Een chemisch laboratorium waar zeer
kindonvriendelijke onderzoeken plaatsvinden die niet aan het licht mogen komen.
Het bronzen Christusbeeld uit een minder strakke tijd ontfermt zich gepatineerd
over een van de plakkaten die, al even ongeïnspireerd als het wonder van
architectuur erachter, een kind proberen voor te stellen.
schrikkel 174
Een ongewoon zicht vanuit mijn werkkamer, die enkel tijdens
de warme maanden van het jaar in gebruik is: verre buren inspecteren hun
dakterras. Ik zag die mensen nooit eerder. Zijn het nieuwe bewoners? Een vrouw
met een map onder de arm straalt iets professioneels uit. Een man met baard
test de balustrade, die echt wel een likje verf zou verdragen en kennelijk ook
aan verstevigingswerken toe is. Vroeger liep hier een hond neurotische
dakterrasrondjes. Blijkbaar is er iets veranderd. We zullen zien.
schrikkel 173
zaterdag 30 juni 2012
schrikkel 172
Fotografie heeft mij al veel bijgebracht, onder meer het
besef van ruimtelijkheid. Architectuur, stedelijkheid en landschap zijn de
gegevenheden. Met het kadreren haal je daar telkens je eigen interpretatie uit.
De aanwezigheid van mensen in het beeld (meer dan van dieren), maar ook van
cultuurelementen (talige elementen) en de interacties die zich al dan niet
toevallig voordoen vullen de ruimte in het gekadreerde beeld en brengen deze
ruimte tot leven. Dat betekent ook dat zij (de mensen, de betekenissen en de
interacties) de tijd binnenbrengen. ‘Sense of Place’, dat is: ruimte, die door
de toevoeging van tijd (leven) betekenis krijgt en daardoor tijdelijk wordt. De
kringen in het water op de affiche en de vrouw die op het punt staat het beeld
te verlaten (maar evengoed de bus die toevallig de uitsnijding tussen affiche
en gebouw vult) staan, zo bekeken, op hetzelfde niveau.
schrikkel 171
Groot
is mijn bewondering en waardering voor al wie zich inzet voor diegenen die het
iets minder goed getroffen heeft met de genenloterij. Verplegers zijn de heiligen
van deze hyperfunctionalistische tijd waarin onnutte elementen (niet alleen zwakzinnigen,
mindervaliden, andersvaliden, personen met een handicap of hoe je ze ook
eufemistisch wilt noemen, maar ook bejaarden en zieken) nog net niet vakkundig
worden geëlimineerd maar dan toch evenzeer vakkundig in tehuizen, homes,
gestichten, verzorgingsinstellingen en hospitalen worden weggestopt. Verplegers
doen nu wat zusters een paar generaties lang hebben gedaan. De nonnen deden het
uit liefde en gesterkt door hun geloof, de lekenverplegers doen het om de
centen maar evenzeer – dat kan niet anders want anders kun je dit niet goed
doen en volhouden – uit liefde. En misschien worden ze daarbij ook wel gesterkt
door een geloof of alleszins door een humanistische overtuiging of antropofiele
instelling.
Vroeger
liepen de ‘zotten’ onbegeleid op straat, ze hadden hun plaats in de
gemeenschap. Ik herinner mij nog dat er in Oedelem in de vroege jaren zeventig
een dorpsgek rondliep. Die mens voelde zich opgenomen, hij werd geholpen of
getolereerd, hij werd uitgelachen door kwajongens maar die werden daarvoor op
de vingers getikt en leerden zo dat niet alle mensen even normaal zijn en
tegelijk dat ze wel allemaal aanspraak kunnen maken op hetzelfde respect – en
dat is iets wat verloren is gegaan door de segregatie waaraan de zogenaamd
‘abnormalen’ tegenwoordig worden uitgeleverd.
Ik
stel me vragen bij dat onderscheid tussen normaal en abnormaal. Ik weet wel dat
men er stilaan van aan het terugkomen is, maar het onderscheid tussen opsluiten
en vrij laten rondlopen is veel te brutaal. Als we sommigen abnormaal noemen,
dan kan dat alleen op basis van het axioma dat de meerderheid normaal zou zijn.
Maar is dat wel zo? Het lijkt mij veel verdedigbaarder dat iedereen min of meer
abnormaal is, dat het verschil tussen normaal en abnormaal geen
zwart-witverschil is maar veeleer een gradueel continuüm. Wij, die onszelf
gezond van geest achten, kunnen leren van de waanzin die sommigen
nadrukkelijker kenmerkt dan ons.
wolken 412-423
wolkencitaten uit: Colum McCann, Het verre licht
419
Als hij zijn hoofd opheft, rijst hoog boven hem een geraamte van eigen makelij op naar een wolkenloze lucht boven Manhattan. (223)
412
Jagende wolken werpen schaduwen en over
de straten ligt zonlicht gestrooid. (88-89)
413
Hij zoekt een plaats midden in de gigantische
leeszaal, slaat het boek open maar leest niet, leunt in zijn stoel achterover,
warmt zijn handen onder de tafellamp en staart omhoog naar de fabelachtige
wereld van het plafond, de verbleekte wolken, de cherubijnen, de
bloemen, de wijnranken, de rozetten, de acanthusbladeren. (110)
414
Mannen zijn op het viaduct aan het werk,
bungelen aan touwen tussen hemel en aarde. Hij bekijkt hun capriolen in de regen,
heft dan zijn hoofd op, ziet de zon vanachter de treurwolken doorbreken.
(167)
415
Terwijl zijn moeder uitgestrekt op een golf
chemicaliën ligt en zijn grootvader door pijn aan de bank is gekluisterd, gaat
hij graag naar het dak om voorbij de architectuur van Harlem te kijken –
voorbij de nieuwbouw en bakstenen kerken en rouwkamers en het craquelé stucwerk
en de open terreintjes en de parken – naar de wolkenkrabbers die door
Manhattan springen. (195)
416
Soms gaat Clarence Nathan een nabijgelegen wolkenkrabber
binnen, doet zich dan voor als loopjongen en glipt stiekem naar de bovenste
verdieping om een beter uitzicht te hebben. (199)
417
Op een middag moeten twee bewakers hem van een
ladder trekken, op de drieëntwintigste verdieping van een wolkenkrabber
in aanbouw. (200)
418
Het was jaren later, op een vrijdag en zijn
werk in de wolkenkrabber zat erop, hij nam de lift naar beneden,
douchte, bond zijn haar in een korte paardenstaart en ze stonden buiten te
wachten in een spiksplinternieuwe huurauto, een Ford. (217)419
Als hij zijn hoofd opheft, rijst hoog boven hem een geraamte van eigen makelij op naar een wolkenloze lucht boven Manhattan. (223)
420
En hij denkt terug aan toen Lenora vijf was en
hoge koorts had en hij een week niet naar de wolkenkrabbers was gegaan.
(235)
421
Ze was een keer met hem meegegaan naar
Houston, waar hij met zijn ploeg aan een wolkenkrabber werkte. (239)
422
Maar we hadden ’t zo lekker daar op die stoep,
dat we de woorden veranderen en zongen van: Heer, ik ben zo in de wolken,
volgens mij zie ik de top boven. (248)
423
Dus op een avond bleef ik daarboven op de wolkenkrabber
zitten – we waren toen op zevenenveertig hoog – met Cricket, die vriend van me.
(254)vrijdag 29 juni 2012
campagne 5
Samen met C., E. en V. zet ik mij, aan C.’s pc, aan de bewerking
van de zoveelste versie van het programma terwijl C., E. en V. zich achter mij, aan
de tafel (waaraan we net samen een vegetarische spaghetti hebben gegeten),
buigen over de structuur die de tekst uiteindelijk moet krijgen: hoeveel
hoofdstukken?, in welke volgorde?, stoppen we onroerend erfgoed bij cultuur of
niet? – dat soort vragen. C. werkt aan een laptop met traag toerental, E. aait een smartphone en V. een
druk gebezigde iPad. Af en toe ontvouwt een item zich tot een gesprekje: over
de zwerfvuilproductie bij jongeren, de kasseistenen in de binnenstad, het
mogelijk recreatief aanwenden van de Spiegelrei. Ik worstel met komma’s en kommapunten,
zet passieve zinnen om in actieve, werk herhalingen weg, probeer het ietwat te rancuneuze
en chagerijnige dat hier en daar tot in de tekst van een medewerker is
doorgedrongen om te buigen tot een ‘positieve’ boodschap en schrap in de
woekering van voorbeelden die een al te ijverige bijdrager heeft verzameld,
terwijl sommige anderen misschien wel een beetje al te summier zijn gebleven. Het
resultaat moet een homogeen en leesbaar document zijn – er is nog veel werk aan
de winkel.
schrikkel 170
In
de inkom van het Guilinizwembad toont de stad de plannen die ze heeft voor mijn
wijk Kristus-Koning: een tegen een bord genagelde plattegrond met daarop
kleurtjes die aangeven wat moet dienen om te wonen, om groen te blijven, om als
openbaar domein te worden gebruikt. Jan Guilini, overigens, was een Brugse
zwemkampioen, die voor de Tweede Wereldoorlog zowat alle records op zijn naam
zette en die tijdens de Tweede Wereldoorlog vijf Engelse neergestorte
vliegeniers uit de Noordzee redde – een heldhaftige daad die hem op een
onthoofding door de Duitsers kwam te staan. Toen bestond Kristus-Koning nog
maar net; tot voor de Eerste Wereldoorlog werden de meeste gronden hier nog aangewend voor tuinbouw en laurierenteelt.
schrikkel 169
Voor de kinderen maakt het niet uit. F. krijgt haar
zevenjarigen- of lentefeest, en de daarbij horende cadeaus, en ze weet niet dat
haar de H. hostie van de eerste communie werd onthouden en dat het feest een
afgeleide is van iets wat nog niet zo lang geleden algemeen heeft bestaan. Die hostie
kon ze niet krijgen want ze is – denk ik – niet gedoopt, en ze is niet gedoopt
omdat haar ouders niet gelovig zijn. Net zoals het geloof destijds is atheïsme
een erfelijke eigenschap. Maar het maakt niet uit. God is niet vertoornd. Hoe
zou hij dat kunnen zijn, op zo’n onschuldig kind? Het is mooi weer en F. is in
het wit gekleed en ze holt samen met haar vriendinnetje en neefje A. het huis
rond. Ze is zeven jaar en alles is nog mogelijk.
schrikkel 168
Nu nog. Nu kan het nog. De gewone handelingen. Hoeveel
keren is deze wasdraad gebruikt? Hoeveel keer nog door ons? Vladimir kijkt in
zijn hoekje toe, eenzelvig. Maar wat zal er met hem gebeuren, na deze laatste
zomer in De Panne?
facebookbericht 301 / van boeken bezeten 13
tot deze methode ben ik uit eigen vinding gekomen -
inderdaad een garantie voor een mooie holle rug, en zeker geen scheve, wat een
horreur is; overigens ben ik het fetisjisme niet genegen van diegenen die
stellen dat een boek niet volledig mag worden geopend en dat er te allen tijde
niet het minste kreukje in de rug zichtbaar mag worden: een boek is een
gebruiksvoorwerp, je moet het bijvoorbeeld open kunnen leggen, en wel in die
mate open dat het open blijft liggen, voor het geval je, ik zeg maar wat,
notities moet maken of in de keuken de fluitende waterketel het zwijgen moet
gaan opleggen
(met dank aan JWL)
reactie
bij FB bericht 300.
Mijn haren rezen ten berge toen ik op de radio dat pleidooi hoorde over het onderwijs als springplank naar de industrie. Het wekt een nostalgie op naar de 'humaniora', waar, denk ik, het doel was de leerling nog eventjes als humane mens te vormen vooraleer deze in de grote-mensen-wereld van geld verdienen terechtkwam.
beste groet, K.
Mijn haren rezen ten berge toen ik op de radio dat pleidooi hoorde over het onderwijs als springplank naar de industrie. Het wekt een nostalgie op naar de 'humaniora', waar, denk ik, het doel was de leerling nog eventjes als humane mens te vormen vooraleer deze in de grote-mensen-wereld van geld verdienen terechtkwam.
beste groet, K.
schrikkel 167
Zeventien
jaar geleden ontmoette ik W. voor het eerst. Ik interviewde hem naar aanleiding
van de vijftiende verjaardag van het door hem opgerichte Poëziecentrum. Een
jaar later bleek hij mij niet te zijn vergeten. We belandden in een
win-winsituatie – zoals dat in andere kringen dan de onze blasé wordt genoemd.
Ik hielp hem en hij mij. En dat is nog altijd zo.
Abonneren op:
Posts (Atom)








