maandag 5 oktober 2026

vorig jaar 467

4 oktober 2025

(…)

*

X belt. Gewoon om eens wat te babbelen. (…) Hij klinkt goed, hoewel het hem, zo blijkt uit wat hij vertelt, toch niet erg goed vergaat. De medicatie is erg zwaar en slaat toch niet goed aan. Hij zegt dat hij zich de laatste tijd veel met YouTube bezighoudt en met Franse liedjes. Hij heeft Renaud ontdekt. Ik geef hem enkele tips: Alain Bashung, Gérald de Palmas…

*

De laatste aflevering van Helsinki Syndrome. Waar in het Stockholmsyndroom sprake is van een of enkele gegijzelden die in de ban geraken van een gijzelnemer, is hier sprake van een hele natie die instemt met de complottheorie van een enkeling. De serie lijkt mij een commentaar te zijn op de antivaxbeweging ten tijde van corona.

*

(…)


5 oktober 2025

In mijn laatste droom vat ik het plan op om mijn vrienden te portretteren, een idee dat ik in mijn wakende bestaan al vaak had, maar dit keer wil ik hen vatten in hun interieurs, om zo een betere kijk te verschaffen op wie ze zijn. Die reeks zou ik dan combineren met portretten van Gazanen in hun tenten of voorlopige constructies of wat het ook moge zijn waarin ze beschutting zoeken tegen de bombardementen.

*

De Tovenaar van Colm Tóibín stelt mij ten zeerste teleur. Het is gewoon een in romanvorm neergezette compilatie, met personages en dialogen, van de biografieën en monografieën die Tóibín gelezen heeft. Het enige creatieve dat hij heeft toegevoegd, zijn bepaalde inhoudelijke accenten. Zo richt hij toch wel heel opvallend de aandacht op alles wat met homoseksualiteit te maken heeft en, als het over Thomas Mann gaat, de voorliefde voor jonge knapen. De definitie van een klassiek boek volgens Italo Calvino – ‘een boek dat niet ophoudt met zeggen wat het te zeggen heeft’ – gaat hier zeker niet op. Wanneer Tóibín Mann op de campus van Harvard voorbij het zwembad laat wandelen (pp. 316-317) en hem daarbij laat dagdromen over naakt zwemmende studenten, wordt het meer dan irritant: dit is effenaf potsierlijk en ergerlijk. Ik mis schoonheid in dit veel te dikke boek. Welbeschouwd verschilt de ‘roman’ van Tóibín uiteindelijk niet zo heel veel van De familie Mann van Tilmann Lahme. En dat vermeerdert nog mijn ongenoegen want waar is dat fictionaliseren dan voor nodig, met bijvoorbeeld het verzinnen van gesprekken, als een wetenschappelijk werk, met een uitgebreid voetnotenapparaat dat de herkomst van elk aangebracht feit nauwkeurig aangeeft, precies hetzelfde resultaat oplevert – minus Tóibíns literaire pretentie welteverstaan, een pretentie die niet wordt waargemaakt.

*

(…)

*

Misschien minder ergerlijk dan De Tovenaar, maar toch ook ergerlijk, zijn de bijzonder slordige, bijna in telegramstijl geschreven memoires van Golo Mann (In de schaduw van de tovenaar). Ook hier is er die opvallende aandacht voor homoseksuele impulsen. Dat lijkt toch een constante bij schrijvers met die geaardheid. Heeft het met te maken met de tijd waarin ze actief zijn, een tijd waarin het nog niet evident was om voor hun geaardheid uit te komen? (…)

*

(…)

*

(500) Days of Summer van Marc Webb (2009) is een leuke, goed in elkaar gepuzzelde feelgood-romantische komedie. Schijnbaar oppervlakkig in het begin, maar gaandeweg toch redelijk diepzinnig omdat het gaat over de onaanvaardbare contingentie waarmee elke verliefdheid, die per definitie absoluut en totaal is en geen toeval aanvaardt, zich geconfronteerd weet. ‘Er zwemt nog vis genoeg in de zee.’ Ja, dat kun je nog zeggen als je 25 bent, maar houdt het nog steek voor iemand van bijna 64?’

*

(…)