woensdag 7 oktober 2026

vorig jaar 469

7 oktober 2025

(…)

*

Colm Tóibín, De Tovenaar, 426: ‘Ik weet niet waarom hij is verdronken en ik werd gered. Dat zal niemand me ooit kunnen uitleggen.’ Aan het woord is Monika Mann, die een torpedoaanval op het schip waarmee ze van Europa naar Amerika reisde heeft overleefd. De verwijzing naar Primo Levi is bijna te opzichtig. Het doet me, ex contrario, denken aan George Steiner, die in zijn op YouTube overgeleverde interview voor Van de schoonheid en de troost zijn beklag maakt over het feit dat jonge lezers in Fiësta van Ernest Hemingway de verwijzing naar Ronceval niet meer zullen herkennen. (In het boek bij de televisiereeks van Wim Kayzer is dit fragment niet opgenomen.)

*

(…)

*

Op de kijkdag in veilinghuis Van de Wiele laat ik mijn oog vallen op een schilderij (paneel, 45 x 56), voorstellende een rood, op een strand gestrand schip (‘cargo échoué à Zeebrugge’), en op een olieverfschets (‘détrempé sur panneau’, 27 x 27), voorstellende een moeder en dochter. Het schip wordt geschat op 240-360 euro, de schets op 140-220 euro. Beide werken zijn van René de Pauw, maker van het grote fresco in de inkomhal van het station van Brugge. Vrijdag worden de stukken geveild. Ik vrees dat ze worden onderschat. Vooral het schip vind ik erg mooi. De compositie, met op de onderste helft alleen maar strand, is gewaagd, het gaat hier om een historische, bijna journalistiek weergegeven gebeurtenis, en bovendien heeft het schilderij de meerwaarde dat het van de hand is van een voor Brugge toch wel belangrijke maker.




*

(…)