donderdag 10 mei 2007

Overschrijven (55)

Hoog staat de maan in zuiverblauwe hemel. O! het is er zalig en goddelijk mooi! En zo stil, zo heilig-stil! Het huis is glinsterwit, bomen en heesters rijzen gitzwart en strak, en tussen het dunne, zilvergrijs olijflover, zeeft een feeërieke, lichtende schemering op het gras neer. De rozen staan verkleurd in irreële wonderpracht te bloeien; de witte tuberozen hebben paarlemoeren glanzingen en onzichtbare waterstraaltjes ruisen brobbelend uit de spleetjes van de rotsen… Wat is het alles zacht en teer en schoon! Wat is het heilig wonderschoon!…

Cyriel Buysse op bezoek bij Maurice Maeterlinck aan de Côte d’Azur. Per auto (1913), in Verzameld werk 6 (Manteau 1980), 369-370.

woensdag 9 mei 2007

dinsdag 8 mei 2007

Ondertussen in Brugge (109)

Uit het nieuws

En zeg nu: was u ook niet onder de indruk van Sarko’s overwinningsspeech?

Mantra

...zinloosgeweldopsporingsberichtzoekactiesmobilisatieemotionele
reactieslijkgevondenverbijsteringmediamobilisatieemotionele
reactiesrouwregisterkaarsenenbloemenstillewittewaardigemars
zoekennaareenzin...

1035

maandag 7 mei 2007

zondag 6 mei 2007

Censuur

Een verzameling winkels is er gegroepeerd rond een centrale hall, waarop, als op een kerk, een toren prijkt: een herkenningspunt in de stad maar ook een – impliciete – referentie aan het quasi-religieuze consumeren waaraan de belijders van het kapitalisme (die hun auto op de weidse parking gemakkelijk kwijt kunnen) zich gaarne overgeven.

wordt:
(toegevoegd / geschrapt)

Il s'agit de magasins groupés autour d'un hall central surmonté par une tour, comme une église. Celle-ci est bien sûr un point de repère dans le paysage de la ville. mais aussi une référence (implicite) à la quasi religion de la consommation à laquelle les adeptes du capitalisme s'adonnent avec d'autant plus de plaisir qu'ils peuvent facilement garer leur auto sur les immenses parkings. Cette importante infrastructure, avec ses immenses parkings agit déjà comme un moteur complémentaire de développement dans la ville en plein renouveau économique. Investisseurs, soyez les bienvenus !

1033

B.

zaterdag 5 mei 2007

vrijdag 4 mei 2007

donderdag 3 mei 2007

Zieke Japanners

Ja, ze zijn er ziek van, die Japanners. Van de film Babel. Wie de film heeft gezien, weet wel beter: ze zijn niet ziek van de lichtshow in de discotheek, zoals het artikel beweert, maar van het beeld dat van hen wordt opgehangen.

Ondertussen in Brugge (108)

Een interessante beeldkeuze

http://amatriaeinvernosa.blogspot.com/

1030

Lang geleden gemaakt.

woensdag 2 mei 2007

1029

'Overbodig woord, eigenlijk,' zegt hij en draait een schroef iets vaster.
'Wat?' vraagt Claudio.
'Achteruitkijkspiegel.'
'?'
'In een spiegel kijk je altijd achteruit,' zegt Larette...

(K. Schippers, Waar was je nou, 116 (Querido 2006³))

dinsdag 1 mei 2007

Mijn woordenboek (148)

AD-HOCBESLISSING

De term heeft een hoog pleonasmegehalte: élke beslissing die echt een beslissing is, hoort rekening te houden met de specifieke omstandigheden en zou dus een ad-hocbeslissing moeten heten. Ad-hocbeslissingen vormen de uitzondering op de regel: meestal beslissen wij helemaal niets – ook als wij zeggen te beslissen. Wij rollen in werkelijkheid van de ene keuze naar de andere, of láten ons rollen, en zeggen daarbij maar al te vaak ten onrechte dat onze keuzes beslissingen waren. Terwijl de ware toedracht natuurlijk is dat anderen ons in het beslissen vóór zijn geweest en voor ons hebben beslist, en ons in het beste geval – maar waarom zou dat het ‘beste’ geval moeten heten, vanuit welke onvoorwaardelijke waardering? – de schijn van vrijheid laten. Wij volgen in gelijke, niet apart (ad hoc) te beoordelen omstandigheden de dictaten van anderen, en noemen onze houding enkel in bijzondere, van de regel afwijkende gevallen ‘ad hoc’. Terwijl wij het beter enkel dáár over ‘beslissen’ zouden hebben en die toevoeging weglaten. Erg hoeft dat allemaal niet te zijn (en dit is – alweer – een volstrekt nodeloze denkoefening). Die onvrijheid, ook al noemen wij haar vrijheid, is comfortabel: waar zouden we staan als elke omstandigheid zou moeten worden overwogen en we steeds opnieuw de wereld – en onze plaats daarin – zelf zouden moeten uitvinden?

1028

maandag 30 april 2007

Terugblik 224 / 1000

Deze foto is als foto niet zo bijzonder, dat besef ik wel, maar ik blik er hier op terug omdat zij staat voor de vele tientallen foto’s die nu nog altijd een tastbare herinnering vormen aan een tijd toen ik heel intensief het Ryckeveldebos bewandelde en er op den duur een zeer hechte band mee kreeg. Ryckevelde is niet zo groot, nauwelijks twee vierkante kilometer, maar doordat ik nooit hetzelfde traject aflegde en er op verschillende tijdstippen van de dag, in alle seizoenen en onder alle mogelijke weersomstandigheden kwam, liet het zich nooit op dezelfde manier aan mij zien. Dat opende mijn ogen – en als ik met de kennis die ik door die wandelingen heb opgedaan deze foto zou benaderen, zou ik zeggen: weet dat die ene foto nooit méér dan een momentopname kan zijn, dat zich achter de klaarblijkelijke werkelijkheid die wordt getoond altijd een veelheid van gedaanten en bijhorende interpretaties en emoties verbergt. Hier lijkt het bos misschien mysterieus en in zichzelf gekeerd, maar het is evengoed uitbundig, triest, extravert, stom… De kwaliteit van een foto hangt ook dáár van af: in welke mate zij, in één beeld, van het onderwerp meer dimensies dan alleen maar de klaarblijkelijke weet te vatten. Dat is het duidelijkst met een portret, maar je mag het ook van een landschap, een stilleven of welke foto dan ook verwachten.

Commentaar van een bezoeker bij foto 1027

Het moet zowat 20 jaar geleden zijn. La Méditerranée. Vence en Sint-Paul waren toen nog twee aparte dorpjes. Nu is het hele gebied een grote randstad. Biot, een dorpje op een boogscheut van Antibes. Bijna iedere middenstander was toen nog een autochtoon. Ik ging een brood kopen bij bakker Jean (spreek uit: Zjang). Daarna naar Pellegrino, de slager. Hij had in de lade van zijn kapblok nog een krantenknipsel uit 1948 liggen: referendum toetreding Frankrijk. Je had tijd nodig bij Pellegrino want het sociale contact tussen de inwoners was groot. Je bent al een tijdje met veel plezier naar het langzamere Franse tempo overgeschakeld en je luistert naar de kleine dorpsverhalen. Een dame komt binnen. Ze is op reis naar Zwitserland geweest en wordt gevraagd naar haar bevindingen. 'Complittemangdifférang, la Suisse! Si propre! Imaginez-vous!' Ik zeg tegen mijn vrouw hoe eigenaardig het toch is: dat onbewuste zoeken naar tegengestelden, naar dingen die we niet onmiddellijk hebben, zien of horen. Ik had tegen dat vrouwtje willen zeggen: 'Dat is net de charme van jullie huizen en dorpen: jullie restaureren en herstellen niet – zoals de Vlamingen, de Duitsers – tot je alle ziel uit een huis hebt gehaald. Jullie laten een huis waardig oud worden. Daarom kom ik naar jullie land.'

Als ik een oud Frans landhuis zie – zoals het zomerhuisje in de film over het leven van Pagnol 'La gloire de mon père' – dan hoor ik de muziek van Fauré, Debussy en Ravel. Ik weet het: ik leef te veel in het verleden.

Hoewel dit huis op de foto gevaarlijk dicht bij de propere, Duitse en Zwitserse grens ligt, heeft het ontegensprekelijk dat melancholische, dat net niet verloederde, van een echt Frans huis. Stop een Vlaming in dat huis en de gevolgen zijn niet te overzien: de roest van de poort, een nieuwe laag verf (of nog waarschijnlijker: een nieuwe, witte, plastic kantelpoort, met afstandsbediening), weg met die gammele bank en een nieuwe plastic tuinset, voortuintje met schreeuwerige bloemen. Kortom, proper maar zielloos.

Luc De Cloedt

1027

In de Vogezen.

zondag 29 april 2007

Een ondoorgrondelijk verband

Ik reed op de snelweg van Veurne naar Brugge langs de nieuwe windmolens ter hoogte van Gistel. De eerste twee en de laatste twee van de wel veertig meter hoge reuzen draaiden al, de middelste twee zijn blijkbaar nog niet klaar. Je kunt het zestal al van op grote afstand zien, de polder is biljartvlak. De schoepen draaien uiteraard met een gelijkmatige snelheid, maar door de werking van het perspectief, waardoor de afstand van bovenste naar onderste punt langer lijkt dan van het oosten naar het westen van het rad, heb je dat kantelende effect. Je zou er naar blíjven kijken. Ook wil je weten of de wieken van de verschillende molens met een zelfde snelheid wentelen. Maar dat alles kun je als je daar met een snelheid van rond de 130 aan voorbijrijdt, natuurlijk niet verifiëren zonder je eigen veiligheid, en die van anderen, in het gedrang te brengen.

De boxen van de geluidsinstallatie in de auto staan stevig open. De lucht is heiig: verdampt zeewater drijft het land in. Er staat een stevige bries. In het binnenland is het alweer goed warm aan het worden, heb je zo-even op de radio gehoord, zo’n graad of tien warmer dan hier.
Boudewijn de Groot zingt ‘Als de rook om je hoofd is verdwenen’. Het is misschien de eerste keer dat je écht goed naar dit intussen klassiek geworden nummer luistert (je kent het al ongeveer zo lang als het bestaat, en dat is dus wel al een jaar of vijfendertig, misschien wel veertig). Het valt je op hoe sterk de muziek en het arrangement zijn.

‘Valt het je op dat de wind harder waait / als je hem tegen hebt in plaats van mee’. De cadans van die woorden past eigenlijk niet op de melodie. Maar dat geeft niet: Boudewijn fraseert kundig om de hindernis heen – en hij doet dat dus terwijl je onder die traagzaam wentelende reuzenwieken doorrijdt. Met 130 per uur door de heiige polder.

En op de een of andere manier, hóe precies is moeilijk in te schatten, komen die muzikale hapering, het ongelijkmatig-gefaseerde wentelen, de van de rechter- naar de linkerbox heen- en weerfadende vervormde elektronische klanken in sommige passages van het lied, én het contrast tussen de snelheid van mijn auto en de schijnbare traagheid van de molens (al zullen de punten van de wieken wel met een behoorlijk aantal kilometers per uur hun cirkelgang maken) op een inspirerende manier samen: hier valt alles samen in een ondoorgrondelijk verband.

1026

Grand-Verly, 5 km vogelvlucht ten noordwesten van Guise, dat zelf dan weer 25 km ten oosten van Saint-Quentin ligt.

zaterdag 28 april 2007

1025

Vittel.

vrijdag 27 april 2007

Films

Van een film over Apartheid (ik heb het altijd een beetje lastig met die hoofdletter) verwacht je misschien veel, maar toch in elk geval niet dat hij te zwart-wit, te ongenuanceerd is. Goodbye Bafana, nochtans van Bille August (2007), is een karikatuur van een biografie, een politiek overcorrecte belichting van een episode in de geschiedenis die ongetwijfeld veel ingewikkelder en duisterder moet zijn geweest. Dat de ondoorgrondelijke gruwelen van de werkelijkheid en de schaduwzijde van de mens – ongeacht of het nu een witte of een zwarte mens is – in deze film moeten wijken voor sentimentalistisch inbeuken op des kijkers gemoed, verdráág ik gewoon niet. Ik vind: deze film moet voor een waarheidscommissie.

In Azul oscuro casi negro (Daniel Sánchez Arévalo, 2006) herken ik een Ispahan-motief: hoe je ook aan je familie probeert te ontkomen en in welke bochten je je daartoe ook wringt, op het eind staat je lot weer voor je deur, ook al ben je verhuisd. Het staat daar, in de vorm van een zotte broer en een vader-in-een-karretje-die-jou-niet-meer-herkent. Een verhaal over mensen die op de verkeerde manier met gevoelens bezig zijn, en uiteindelijk illusieloos achterblijven, tot elkaar veroordeeld. Het enige verschil is dat de een wat meer levenslust en humor heeft dan de andere, en wellicht vooral daardoor beter tegen het leven gewapend is.

Les Témoins (André Téchiné, 2007) is alweer een film over minderheden en tegenstellingen: over de verschillen van sekse, ras, geloof en seksuele voorkeur heen hebben alle mensen hun fundamentele eenzaamheid en onvermogen gemeen – en daarin zijn ze gelijk. Mooi hoe Téchiné, zonder belerend te zijn, aangeeft hoe uit creativiteit en engagement nog het meeste zin te puren valt: de aidszieke Manu spreekt zijn voorbije leven in op een bandopnemer, Sarah maakt daar een boek van, Manu’s zus Julie zingt, Mehdi zorgt goed voor zijn kind en de homoseksuele dokter Adrien trekt zich het lot aan van seropositieve prostituees. Op die manier getuigen zij allen van een leven dat, in de bloem afgebroken, anders zinloos zou gebleven zijn.

1024

Ballon d'Alsace.

donderdag 26 april 2007

dinsdag 24 april 2007

Terugblik 161 / 1000


Wist u dat een schoen zo mooi kon zijn? Dat een doodgewone mannenschoen elegant wordt als hij zweeft? Dat is één. Het andere aan deze foto is de anekdote, die er voor altijd aan vasthangt. Voor mij, en als ik haar vertel misschien ook voor u (je vertelt soms iets met foto’s). Toen wij aan het eind van de eerste dag van onze tweedaagse fietsrit naar Eu in Normandië in Arras een hotel zochten, stelde H. vast dat hij behalve zijn onhandig lopende klikpedaalfietsschoenen geen schoeisel bij had. Dat was om zes uur ’s avonds. En zo belandden wij nog, vlak voor het sluitingsuur, in een schoenenwinkel. Daar maakte ondergetekende deze schoenbeeltenis, annex bescheiden zelfportret. De prijs van de zweefschoen overtrof H’s vakantiebudget, maar met de afgeprijsde strandslippers kon hij die avond in Arras toch nog uit de voeten.