dinsdag 28 april 2026

LVO 341

fragment uit Het maaiveld


Natuurlijk konden wij niet mee wanneer Club in Ipswich of Milaan of Madrid moest spelen. De radio bood soelaas – televisiereportages waren toen veeleer zeldzaam, die inflatie moest nog op gang komen. Op een woensdagavond in november 1976 was ik speciaal naar Benoni gegaan om samen met hem te luisteren naar Jan Wauters, die in Madrid de uitwedstrijd van Club tegen Real van commentaar voorzag. Het was een spannende, gelijkopgaande match, die op 0-0 eindigde. Wij luisterden gekluisterd – Wauters beschikte over het vermogen om een verre veldslag zodanig met woorden te schilderen dat het was alsof we er middenin zaten. We vloekten bij tegenslag, maar vlogen elkaar om de hals wanneer Lambert bijna scoorde. Ik herinner mij de grote verbondenheid die we toen ervoeren: met wat er zich bijna tweeduizend kilometer van huis afspeelde, en tussen ons, in onze gedeelde passie.

De miraculeuze ommekeer tegen Ipswich (4-0-winst thuis na 3-0-verlies ginder; het is in Brugge en omstreken een stadslegende geworden) en de bekerfinale van 1977 tegen aartsrivaal Anderlecht in het – toen nog niet door onheil bezwaarde – Heizelstadion zijn de mooiste herinneringen gebleven. Ik was samen met Benoni, zijn broer Eric en diens vriend François naar Brussel gereisd. François van der Haert was van adellijke komaf, net als Benoni overigens, en ook Franstalig van huis uit. Hij was altijd vriendelijk en sprak mij aan in het Brugs, zij het dat het een gebrekkig Brugs was. Hij had met zijn groene loden de allure van een verstrooide edelman; mocht hij hebben geleefd in de tijd van de Finzi-Contini’s, hij zou ons vast en zeker met een strohoed op zijn hoofd in een open Hispano Suiza naar Brussel hebben gevoerd.(49)

De R4 van François was ook open of, juister, kon worden opengemaakt door het linnen dak op te rollen. Dat deden we dan ook toen we na de memorabele, met 4-3 gewonnen finale in Brugge terugkeerden. We reden de Markt op, ik stak mijn vlag door het open dak, en zo maakten we – tot grote verbazing van de Japanse toeristen, terwijl de Bruggelingen wel wisten wat er aan de hand was en ermee konden lachen – een drietal ererondes alvorens met piepende banden de Wollestraat in te duiken.