woensdag 22 april 2026

LVO 337

fragment uit Het maaiveld


Een regelmatige voetbalganger werd ik pas onder impuls van Benoni. Mijn vriend combineerde een kinderlijk fanatisme met de ethiek van de ware supporter: trouw door dik en dun, in goede en kwade dagen. Het waren wellicht de mooiste jaren die Club Brugge ooit beleefde: 1974-1978, de periode waarin de Oostenrijker Ernst Happel een niet eens zo uitzonderlijk sterke lichting op een hoger niveau tilde dan ze uit zichzelf ooit had kunnen bereiken. Het waren eenvoudige jongens van in de tijd van voor het grote geld, wat wil zeggen dat ze niet onmiddellijk door een buitenlandse ploeg werden weggekocht als ze eens drie wedstrijden na elkaar een goal hadden gemaakt. Raoul Lambert, Fons Bastijns, Birger Jensen. Neen, voetbal was nog een volkse sport. Er waren nog geen businessseats. De belangrijkste sponsors waren een merk van salami, een merk van televisietoestellen, een merk van jeansbroeken: Imperial, Carad, 49R. Enige tijd later namen bankinstellingen, verzekeringsmaatschappijen en gokbedrijven de zaak over. In het bestuur verdreven zakenlieden de laatste hobbyisten, van wie er een een hoedje droeg en met de duiven speelde. In de tribunes weken petten en sigaretten voor business en bobo’s.

Samen met Benoni – en soms nog een paar andere vrienden – was ik aanwezig bij enkele memorabele Europese wedstrijden. De herinneringen eraan worden aan Brugse togen nog altijd regelmatig opgehaald en behoren tot het collectieve geheugen van onze provinciestad. Ipswich, AC Milaan, Hamburg, Juventus... En ja, Liverpool, de ploeg waartegen twee Europese finales verloren gingen. De tweede was die van de Europacup voor Landskampioenen in 1978, op Wembley. Club moest aantreden met een vertimmerd elftal waarin een langharige Hongaar, Lajos Ku, de ondankbare taak kreeg de voor de zoveelste keer gekwetste spits Raoul Lambert te vervangen. Ondanks het trieste 1-0-verlies ben ik nog altijd jaloers op mijn klasgenoot Koen Coppejans, die het had aangedurfd een woensdagvoormiddag te brossen om samen met een supportersclub naar het toen nog verre Londen te reizen. Hoe hij aan het geld was geraakt dat nodig was voor dat exploot, heb ik nooit geweten.