woensdag 3 augustus 2016

de zomer van 2016 – 46



2 augustus

Mijn tekst over Zomergasten met Dyab Abou Jahjah is meer dan vijftienhonderd keer gelezen. Of toch minstens aangeklikt. Er zijn heel wat reacties op gekomen. Vaak instemmend, maar op mijn tijdlijn en elders op Facebook blijkt hoe gepolariseerd onze samenleving is geworden, hoe hard er wordt geformuleerd. Sans gêne worden de grofste bewoordingen en veralgemeningen neergekwakt. Zoals op de krant die berichtte over de vijftienjarige Vlaming met allochtone achtergrond die in het thuisland van zijn ouders of voorouders is verongelukt. De goorste racistische praat zie je daar verschijnen. Het gaat van kwaad naar erger.

Ondertussen kwakkelt de zomer voorbij. Vandaag is het een miezerige herfstdag. Er zijn geen zomers meer. Niet meer in de meteorologische zin, en ook niet in de zin dat het dan komkommertijd is. ‘Geen komkommertijd maar kommertijd’, zoals een Facebookcontact schrijft.

Ik koop Michelinkaarten van Duitsland en stippel een traject uit – omdat ik me nu eenmaal in mijn hoofd heb gestoken dat ik er goed aan doe om eens een paar weken wég te zijn. En de Franse misère wil ik nu wel eens even uit de weg gaan. Nederland is mij te grijs en te kil, zoals Raymond ooit zong, en te vlak. Dus wordt het: Duitsland. Ik ken dat land niet. Ik wil het leren kennen. Ik moet mezelf nog overtuigen om gráág te vertrekken maar ik denk dat ik wel benieuwd zal zijn. Enfin, ik ben het eigenlijk al. ¶

4409

Sint-Pieters, Blauwe Toren, Blankenbergse Steenweg - 160531

dinsdag 2 augustus 2016

driekleur 261



Er was geen twijfel mogelijk… hij was het wel degelijk… hij had om de schouders zijn lange kamerjas van antieke zijde met grote rode bloemen, en op het hoofd zijn fez van zwart fluweel, met goud geborduurd.

Guy de Maupassant, Op een lenteavond. Alle verhalen 1875-1881, 38

facebookbericht 927



Nog over Zomergasten:

Het fragment over de Black Panters was er owv de parallel met de manier waarop de AEL werd geëlimineerd: door de machthebbers en op wederrechtelijke of in elk geval ondemocratische wijze. (Een exhaustief relaas daarvan is te vinden in 'Wie is er bang voor moslims?' van Ludo De Witte, dat ik iedereen die meer over DAJ wil weten (tot 2004) aanbeveel.) DAJ's eerbetoon kaderde in zijn pleidooi voor een wereldburgerschap, voorbij alle nationalismen en regionalismen. Dat is misschien een naïeve boodschap, zeker voor iemand die dagelijks wordt geconfronteerd met de Brusselse realiteit, maar het is de enige mogelijke als je de hoop niet definitief wilt uitschakelen.

wolken 1993-2000



wolkenfragmenten uit Jamal Ouariachi, Een honger

1993
Van de zon was op deze zwaarbewolkte winterochtend niets te zien. (195)

1994
Alleen een wolkbreuk kan hem onderbreken, en dat gebeurt ook. (277)

1995
Het vermoeide gerommel van wolken die geen lekkere lighouding kunnen vinden. (278)

1996
Het is nog maar het eind van de middag, maar er zijn zulke donkere onweerswolken voor de zon geschoven dat het lijkt alsof de avondschemer al een flink eind op weg is. (286)

1997
Het gevoel dat je op een hoge brug of het dak van een wolkenkrabber kon ervaren: dat de dood zo dichtbij is. (320)

1998
Waterig licht sijpelde door de grijswitte wolken die in de verte steeds grauwer kleurden. Werd het al donker? Of kwam er onweer aan? Het was al half maart, dus waarschijnlijk dat laatste. Kou, een venijnige wind, ze voelde minuscule druppeltjes op haar gezicht: geen echte regen, meer alsof ze door een wolk heen liep die op straat was neergedaald. (398-399)

1999
De blauwe lentelucht liet slechts een paar kleine wolkjes in zich drijven, de zon brandde uitgeslapen boven de stad, de marktgangers schuifelden geduldig langs de kramen, en overal kriebelden geuren, van verse vis, van geroosterde noten, van kruiden en van fruit. (419)

2000
(…) ze moesten natuurlijk naar het Empire State Building maar het uitzicht was slecht vanwege de bewolking (…) (530)

de zomer van 2016 – 45 / brief aan K.



Brugge, 1 augustus

Beste K.,

Je formuleerde een heel voorzichtige bedenking bij de foto’s die ik dagelijks op het internet plaats. Je deed het nog kies door te zeggen dat je niets van fotografie begrijpt. Van fotografie in het algemeen, welteverstaan. Daar geloof ik natuurlijk niets van. Je bent een beeldend kunstenaar, je bent al heel je leven bezig met grafische vormgeving, compositie, kleur, harmonie etcetera. Met betekenis ook want het woord betekent ook veel voor je. Je bent bovendien intelligent. Dus kan het niet dat dat medium jou volledig vreemd zou zijn.

Over mijn foto’s zei je dat je soms de indruk hebt dat ik ze at random maak. Of selecteer, dat was me niet meteen duidelijk. Dat kwam wel een beetje aan want ik heb wel degelijk de pretentie dat mijn foto’s iets betekenen en iets te betekenen hebben. Niet allemaal, natuurlijk: het zou idioot zijn te denken dat je in een jaar 365 beelden zou kunnen maken die er werkelijk toe doen. Dat besef ik ook wel, maar ik vind die volgehouden continuïteit op zich toch ook wel belangrijk.

Vandaag post ik mijn 4407de foto. En daar zullen er wel een paar tussen zitten die goed zijn. Of sterk. Of mooi. Wat dat dan ook moge inhouden. En dan zijn ze nog vast en zeker niet voor iedereen ‘mooi’. The eye of the beholder, je kent dat wel. Een foto die voor de ene kijker mooi is, is dat dan weer voor de andere niet. Waarom en hoe dat oordeel dan wordt gevormd, daar kan iedere keer een heel verhaal rond opgebouwd worden.

Gisteren postte ik dus foto nummer 4406. Je hebt hem misschien ook gezien. Een avondlijk beeld van een straathoek. Een stuk gevel op de voorgrond. De gebogen lijn van het trottoir. Een rood geverfd fietspad en de witte strepen van een zebrapad. Een paar bomen onder de straatverlichting. Op de achtergrond een fiets. Het is wat het is, meer is het niet. Deze constellatie trok mijn aandacht. Ze geeft een grafische kwaliteit, denk ik dan. Er is een sfeer. De fiets zorgt voor een discrete suggestie van een anekdote die oningevuld blijft. Iemand reageert: ‘De banaliteit ontroert me.’ Ik antwoord op deze reactie: ‘Mij ook, en dat de banaliteit die mij ontroerde ook een ander kan ontroeren, dat ontroert mij nog eens – dubbelop als het ware.’ Daar blijft het bij maar het is veel. Enfin, daar blijft het niet bij want die persoon, die ik niet persoonlijk ken, schrijft nog: ‘Ik wil je niet meer missen.’

Mijn foto’s zijn verre van technisch perfect. Ik weet dat en ik doe daar ook geen inspanning voor. Het gaat mij om wat er te zien is. Ik beoog geen afgewerkt product, dat tentoonstelbaar is of verkoopbaar als afzonderlijke print of publiceerbaar in een fotoboek. Als dat wel kan, des te beter, maar bij het afdrukken houd ik daar geen rekening mee. Ik houd mij enkel bezig met de vereiste scherpte, het kadreren, en uiteraard – in eerste instantie – met het tonen van wat ik heb gezien.

Het gaat mij eigenlijk vooral om dat zien. Mijn foto’s zijn een uitnodiging om goed te kijken. Om béter te kijken. In die banaliteit schuilt vaak (niet altijd) een schoonheid die, indien ze wordt opgemerkt, die banaliteit opheft. Die opmerkzaamheid ook bij anderen bewerkstelligen is mijn ambitie. De volgehouden inspanning, nu al meer dan twaalf jaar lang, levert af en toe een kleine vonk op, een herkenning, een erkenning soms. Het blijft allemaal zeer bescheiden. Er zijn mensen die dagelijks zien wat ik maak, die daar soms even bij stilstaan. Dat verschaft mij voldoening.

H. en A. merkten op dat zij een materiële neerslag van die foto’s missen. Dat is terecht, ik mis dat ook. Daarom wil ik een strenge selectie maken, tot ik een honderd of maximum tweehonderd beelden overhoud. Die wil ik dan ook op groot formaat en zo goed mogelijk afdrukken. Ik wil op basis van die selectie ook een boek maken zodat er iets tastbaars beschikbaar is, zodat mijn fotografie voor enkele tientallen gegadigden niet als een druppel verzinkt in de oceaan van die miljoenen fotografen op het internet. En dan zal ik benieuwd zijn, K., naar je oordeel want ik schat je bekwaamheid om over foto’s te oordelen wel degelijk hoog in, wat je er zelf ook over moge beweren.

Beste groet,














(brief hier geplaatst met toestemming van de bestemmeling)

4408 / de dingen 135

160612

maandag 1 augustus 2016

de zomer van 2016 – 44


31 juli

Er was vooraf heel wat commotie over de keuze van uitgerekend Dyab Abou Jahjah als gast om het nieuwe seizoen van Zomergasten te openen. In de ogen van velen, zeker ook in Nederland, is hij een ordinaire extremist, een intellectueel van de platte grond, een antizionist en, wat uiteraard veel erger is, een antisemiet. Het protest ging zelfs zo ver dat een aantal mensen hun VPRO-lidmaatschap opzegden en er moet geen tekeningetje bij dat presentator Thomas Erdbrink een heet vuur als debuut voorgeschoteld kreeg. Om de achterban tevreden te houden zou hij Jahjah bijzonder hard moeten aanpakken – en dat deed hij dan ook. Erdbrink hield het gesprek strak in handen, legde een hels tempo op (maar liet Jahjah uitspreken als die dat echt eiste), en probeerde zo kritisch mogelijk te zijn. Met name in verband met diens uitgesproken antizionisme zette hij als een pitbull zijn tanden in Jahjah, en hij liet niet zomaar los. Deze bij momenten irritante vasthoudendheid maakte Erdbrink niet populair, zoals te merken is aan de reacties. Maar het was theater. Erdbrink stond door de voorafgaande kritiek, die, gezien de ordinaire slagen onder de gordel aan het adres van Jahjah, ondermaats was en nauwelijks inhoudelijk, onder druk en moest wel kritisch zijn. Dat was hem duidelijk ingepeperd. En dat was hij dan ook. Dyab doorgrondde duidelijk de situatie en speelde het spel goed mee. Dat leverde een schitterende en hoogstaande uitzending op, die het hele veld bestreek van de Palestijnse kwestie tot en met de hedendaagse terreurdreiging. Jahjah bleef opvallend rustig, werd nooit zenuwachtig van Erdbrink, die wél duidelijk onder stroom stond, en zei klaar en duidelijk alles wat hij zich vooraf – denk ik toch – had voorgenomen te zullen zeggen. Daarbij zocht hij een paar keer de grenzen van het politiek correcte op, onder meer toen hij de blinde terreur van bommenleggers verdedigde vanuit een context van wraak en wanhoop. Maar al bij al zullen er in Nederland veel zijn die zich nu afvragen waarom men zo bang moest zijn voor deze activist, die uiteraard niet de gewelddadige en haatdragende antisemiet is die velen in hem zien. ¶

4407

Brugge, Expressweg - 160524