ADEQUAAT
Het kwam er op aan om op een relevante manier onnauwkeurig te zijn. Dat was het. Eindelijk had hij de hindernis genomen. Weken was die prop blijven zitten. Adequaat. Hij was lang blijven steken bij de aard van omschrijvingen à la Van Egters. In het universum van autist Frits van Egters is het uitermate belangrijk om in de chaos orde te scheppen door nauwkeurig te formuleren. De definitie 'Wind is tocht in huis' is niet precies genoeg want niet omkeerbaar, zegt Reve. Kommaneukerij en formalisme vormen een amechtige daad van verzet tegen een uit elkaar schuivende wereld waarin geen zin meer te bespeuren valt. Maar je komt er niet ver mee. Wind is tocht in huis. Dat was al die tijd de prop geweest, die de doorstroom tegenhield. Maar nu was hij daar eindelijk voorbij. ‘Relevante onnauwkeurigheid, daar komt het op aan.’ Hij maakte daar de eerste zin van een denkbeeldige tekst van. Knip en plak: nu stond de zin helemaal bovenaan. Hij plaatste er de cursor onder en begon te schrijven en hield niet meer op. Het bleef maar komen, het bleef maar stromen.
dinsdag 13 februari 2007
maandag 12 februari 2007
Overschrijven (46)
Het informatiequotiënt is het cijfer dat de gemiddelde informatieve waarde per tijdseenheid uitdrukt die Baby toeschrijft aan de dynamische patronen van een systeem dat door hem wordt gescand. Ik had een gemiddelde gehaald van honderddrieëntachtig komma negenenzestig. Daar mocht ik tevreden over zijn. Ik had me een behoorlijk dynamisch baasje getoond, al hing ik nu dan ook in de touwen, verpulverd door mijn monsterlijk abstracte tegenstander. Om u een idee te geven: de doorlichting van het brein van een verdoofde muis geeft een quotiënt van ongeveer zestig. Ik had me met andere woorden gemiddeld drie keer zo vinnig en variabel gedragen als een verdoofde muis. Ik denk niet dat er veel mensen rondlopen die zoiets na afloop van hun kantoordag in alle objectiviteit over zichzelf kunnen zeggen, om van hun vrije dagen maar te zwijgen.
Yves Petry, De achterblijver, De Bezige Bij (2006), 94-95
Yves Petry, De achterblijver, De Bezige Bij (2006), 94-95
zondag 11 februari 2007
zaterdag 10 februari 2007
Een vervelende waarheid
Bij de film Our Daily Bread van Nikolaus Geyrhalter over de voedsel- en agro-industrie.De steriele symmetrie met het centrale vluchtpunt zet het leven gevangen.
Een arbeider zaagt een rund doormidden en ontvangt een gsm: la vie est ailleurs.
Een kamerplant zieltoogt in de hoek van de kantine.
Achter de versufte werkneemsters die hun boterham opeten hangen briefjes met schema’s en productiecijfers aan de muur.
Een olijfboomschudmachine schudt de romantiek van de olijfboom aan diggelen.
De trieermachine smasht levende gele kuikentjes als tennisballen in een bak.
Geïmporteerde arbeidskrachten plukken zonder bescherming de vruchten van de zwaar bespoten planten.
North by Northwest: het – gele – sproeivliegtuig boven een veld zonnebloemen, die, later in het jaar, zwart en verdord en met hangende kopjes worden geoogst door een monster met scherpe tanden. De camera op de bestuurdersplaats: wij besturen het monster.
De honderden horizontale afzetlijnen van de zoutlagen diep in de zoutmijn: wij souperen in enkele jaren op wat zich in vele millennia heeft gevormd.
Vreemd dat over deze film, in vergelijking met die van Al Gore, zo weinig wordt gezegd – de truth die hier wordt getoond is toch ook unconvenient?
Vreemd ook: de esthetiek van de herhaling, het ritme, de vormen. Het mensenvernuft dat machines ontwerpt die met genadeloze precisie het leven, het spartelen, het groeien… bedwingen.
vrijdag 9 februari 2007
Komiek in de politiek
Urbanus schreef vorige maandag in De Morgen zijn onvrede van zich af over het feit dat hij door die krant ‘rechts’ is genoem, en hij kreeg diezelfde avond in het televisieprogramma Morgen beter de kans om zich nader te verklaren. Het was mij ook al opgevallen – en van mij kan nochtans niet worden gezegd dat ik de uitlatingen van Urbanus op de voet volg, toch niet de ideologische – dat de komiek die zichzelf ooit ‘Van Anus’ noemde al meermaals schoorvoetend lucht had gegeven aan zijn angst voor vreemd gespuis én aan zijn wrevel over het feit dat in het huidige klimaat aan die angst alleen maar schoorvoetend lucht kan worden gegeven wegens politiek niet correct.
Laat ons eerlijk wezen: Urbanus heeft een punt. We kennen dit soort wrevel allemaal: wat we denken valt niet helemaal samen met wat we zeggen. Het concept ‘politiek correct’ lijkt wel daaruit geboren: uit het onbehagen dat de links denkende overvalt wanneer het tot hem doordringt dat hij met rechtse opinies moet afrekenen. Met zijn eigen rechtse opinies, welteverstaan. Een bezinning over de natuur van die wrevel doet ons dan ook vermoeden dat hij is ingegeven door de onvrede over de eigen lafheid om het denken en het spreken wél te laten samenvallen.
Dat nu uitgerekend een kunstenaar zijn licht moet laten schijnen op de schemerzone tussen het politiek correcte en het politiek niet-correcte! We vragen toch ook niet aan een politicus – om de een of andere reden komt mij hier nu de tronie van Pieter De Crem voor de geest – om ons te komen uitleggen waar kitsch eindigt en schoonheid begint?
Uitgerekend een kunstenaar – want kunstenaars plegen vanuit de onderbuik te redeneren – en dus niet of in elk geval minder zonneklaar te redeneren. Zij gebruiken gevoelsargumenten die heel lastig te begrijpen en dito te weerleggen zijn en die in een politiek discours passen als een tang op een varken. Het stopwoord van Urbanus is dan ook niet toevallig: ‘Ik heb het gevoel dat…’ Resultaat: de misverstanden worden alleen maar groter.
Laat ons eerlijk wezen: Urbanus heeft een punt. We kennen dit soort wrevel allemaal: wat we denken valt niet helemaal samen met wat we zeggen. Het concept ‘politiek correct’ lijkt wel daaruit geboren: uit het onbehagen dat de links denkende overvalt wanneer het tot hem doordringt dat hij met rechtse opinies moet afrekenen. Met zijn eigen rechtse opinies, welteverstaan. Een bezinning over de natuur van die wrevel doet ons dan ook vermoeden dat hij is ingegeven door de onvrede over de eigen lafheid om het denken en het spreken wél te laten samenvallen.
Dat nu uitgerekend een kunstenaar zijn licht moet laten schijnen op de schemerzone tussen het politiek correcte en het politiek niet-correcte! We vragen toch ook niet aan een politicus – om de een of andere reden komt mij hier nu de tronie van Pieter De Crem voor de geest – om ons te komen uitleggen waar kitsch eindigt en schoonheid begint?
Uitgerekend een kunstenaar – want kunstenaars plegen vanuit de onderbuik te redeneren – en dus niet of in elk geval minder zonneklaar te redeneren. Zij gebruiken gevoelsargumenten die heel lastig te begrijpen en dito te weerleggen zijn en die in een politiek discours passen als een tang op een varken. Het stopwoord van Urbanus is dan ook niet toevallig: ‘Ik heb het gevoel dat…’ Resultaat: de misverstanden worden alleen maar groter.
donderdag 8 februari 2007
Fluohesje zonder reclame
Pascal Digital stelt met plezier vast dat er rekening wordt gehouden met zijn suggesties. (Zie VRT-VAB op 2 februari.)Briefje in een vakantiebroekzak gevonden
Je vous dois la vérité et je vous la dirai.
La route tournante ‘66
Je ne puis arriver à l’intensité qui se développe à mes sens.
un effet très décoratif
repoussoir
de beaux spectacles de panorama
Sa femme posait comme une pomme.
Les cartes deviennent la métaphore de la peinture.
romantique
impression.
construct. synthétique
quel beau motif
c’est celle que je préfère
le regard même sur le site est changé
Prijsvraag: Waar werd dit briefje volgekriebeld?
La route tournante ‘66
Je ne puis arriver à l’intensité qui se développe à mes sens.
un effet très décoratif
repoussoir
de beaux spectacles de panorama
Sa femme posait comme une pomme.
Les cartes deviennent la métaphore de la peinture.
romantique
impression.
construct. synthétique
quel beau motif
c’est celle que je préfère
le regard même sur le site est changé
Prijsvraag: Waar werd dit briefje volgekriebeld?
dinsdag 6 februari 2007
Overschrijven (45)
Om het
Om het dichtgeschroeidst.
Om het geasfalteerdst.
Om het afgeknaktst.
Om het toegetakeldst.
Om het afgeknaldst.
Om het ongerijmdst.
Om het uitgekooktst.
Om het afgezijktst.
Om het aangekoektst.
Om het gedeletetst.
Om het ideeënloost.
Om het platgewaltst.
Om het opgekroptst.
Om het poepeloerst.
Om het overstagst.
Om het nietst. Sst.
Peter Theunynck, Traangasmaatschappij, Wereldbibliotheek (2006), 37
Om het dichtgeschroeidst.
Om het geasfalteerdst.
Om het afgeknaktst.
Om het toegetakeldst.
Om het afgeknaldst.
Om het ongerijmdst.
Om het uitgekooktst.
Om het afgezijktst.
Om het aangekoektst.
Om het gedeletetst.
Om het ideeënloost.
Om het platgewaltst.
Om het opgekroptst.
Om het poepeloerst.
Om het overstagst.
Om het nietst. Sst.
Peter Theunynck, Traangasmaatschappij, Wereldbibliotheek (2006), 37
Dienstmededeling
De teller op deze blog, gestart begin juni 2004, rondt bij deze de kaap van 50.000 pageviews. Dagelijks zijn er gemiddeld plusminus 80 pageviews, komen er een 60-tal unieke bezoekers en zijn er tussen de 30 en 40 terugkerende bezoekers.
maandag 5 februari 2007
Zinloze rouw
Vorige week werd in Oostende een jongeman neergestoken. Hij wou geen sigaret afstaan, of zoiets – het doet er eigenlijk niet toe: de aanleiding was futiel, en die futiliteit hebben we van doen om van ‘zinloos geweld’ te kunnen spreken. We zijn er inmiddels goed mee vertrouwd door alles wat na de geweldpleging volgt: mediagestuurde verbijstering, kaarsjes branden en bloemen leggen op de plaats van het misdrijf, straatinterviewtjes, een rouwregister, de aankondiging van de begrafenis en van maatregelen om dit soort zaken in de toekomst te vermijden, en ten slotte de onvermijdelijke Stille Mars waar iedereen, bij ontstentenis van andere rituelen, de collectiviteit opzoekt die mensen nu eenmaal nodig hebben om datgene waar ze niet bij kunnen van zich af te schudden.
Het fenomeen ‘Witte’ of ‘Stille’ Mars is betrekkelijk recent maar is inmiddels, door de herhaling en de overdreven aandacht die de emotiegeile media er telkens opnieuw aan besteden, al danig versleten: de zinloosheid van het zinloos geweld heeft zich al als een kever door een rotte plank een baan gevreten tot bij het andere uiteinde van het proces, de collectieve rouw. Zestig procent van de respondenten van de dagenquête op de website van De Standaard vindt een ‘zoveelste’ Stille Mars niet langer ‘zinvol’.
Het fenomeen ‘Witte’ of ‘Stille’ Mars is betrekkelijk recent maar is inmiddels, door de herhaling en de overdreven aandacht die de emotiegeile media er telkens opnieuw aan besteden, al danig versleten: de zinloosheid van het zinloos geweld heeft zich al als een kever door een rotte plank een baan gevreten tot bij het andere uiteinde van het proces, de collectieve rouw. Zestig procent van de respondenten van de dagenquête op de website van De Standaard vindt een ‘zoveelste’ Stille Mars niet langer ‘zinvol’.
Overschrijven (44)
Witte engelen
Hou wat sneeuw achter de hand
zodat ik mijn polders wit kan dromen
en engelen zie die witte vlokken
uit hun vleugels vliegen, de voederplank
drogenaaldets van bevroren sporen.
Hou wat sneeuw achter de hand
zodat de tuin van toen weer wit
en de vleugelslag zijn poeder
van de dakgoot sneeuwt, een lint
van witte stilte om de aarde bindt.
Hedwig Speliers, Engelen geduld, Manteau (2006), 30
Hou wat sneeuw achter de hand
zodat ik mijn polders wit kan dromen
en engelen zie die witte vlokken
uit hun vleugels vliegen, de voederplank
drogenaaldets van bevroren sporen.
Hou wat sneeuw achter de hand
zodat de tuin van toen weer wit
en de vleugelslag zijn poeder
van de dakgoot sneeuwt, een lint
van witte stilte om de aarde bindt.
Hedwig Speliers, Engelen geduld, Manteau (2006), 30
zondag 4 februari 2007
zaterdag 3 februari 2007
Loket 4
Wanneer ik om twintig voor elf het hoofdkantoor van de Post aan de Grote Markt in Brugge, toch een provinciehoofdstad van een welvarend en industrieel ontwikkeld West-Europees land halfweg het eerste decennium van de 21ste eeuw, betreed, wordt net nummer 76 bediend. Ik trek uit het beenhouwerijklantnummer-machientje het nummer 90 en juich inwendig deze blijk van efficiëntie en vriendelijkheid-naar-de-klanten-toe toe. Maar het eerste wat me onmiddellijk na deze korte opstoot van klantsatisfactie opvalt, is de meewarigheid en gelatenheid in de blik van de mensen die voor mij al, zo wordt mij snel duidelijk, een tijdje geleden het wachten hebben aangevat.Tussen 76 en 77 gaat een eeuwigheid voorbij. Ik extrapoleer, tel, vermenigvuldig en bereken hoeveel tijd ik in een worst case scenario in dit oord zal doorbrengen. Ik verdoe nogal wat tijd met overwegen of de dringendheid van de reden waarom ik hier ben zal opwegen tegen de temporele investering die van mij wordt gevergd. Hoe langer ik reken, hoe moeilijker het wordt om onverrichter zake huiswaarts te keren.
De bediende die van achter het kogelvrij glas van loket 4 net klant 75 heeft bediend, draait z’n rolgordijntje naar beneden: loket 4 doet niet meer mee. Net op dat ogenblik komt nummer 77 aangestrompeld, een oude dame die olijk (en met zwaar Brugs accent aangedikt) roept: ‘Hé, Robert, je moet je niet verstoppen!’ Wanneer Robert verwoed begint te stempelen, zegt nummer 77, die het geluk heeft te worden bediend door het belendende loket 3: ‘Je bent als een machine.’ (Je zie hie hullik e massiene.) En wanneer hij drie minuten later nog bezig is – het stempelen is tot een quasi ononderbroken geratel versneld: ‘Je zal je nog eens doodstempelen!’
Ondertussen is mevrouw nummer 86, naast mij op een stoel gezeten en terecht denkend dat ze er wel de tijd voor heeft, een conversatie in de Franse taal begonnen met een andere mevrouw. Deze andere, nog nummerloze, mevrouw, is tot de conclusie gekomen dat ze misschien beter eerst nog wat boodschappen gaat doen (je vais faire des courses – ja, dat kan je hier wel doen, koersen, als tegenwicht voor de traagzaam draaiende administratieve molen). Mevrouw 86 maakt haar beklag, over de gang, nuja, van zaken hier ter postkantore, maar ook over het reilen en zeilen bij haar thuis. De kinderen zijn vier jaar geleden, toen haar man het tijdelijke voor het eeuwige verwisselde, niet eens naar huis gekomen om hem, en haar, bij het sterven te assisteren maar nu, nu zij haar beurt afwacht, staan ze daar ineens en moet zij – pif pouf paf – cito presto de erfenis regelen. Als het even kan nog vóór ze dood gaat. Ca doit être dur, weet haar vriendin (boodschappentas in de hand). Nummer 86 bevestigt: c’est dur.
C’est dur de mourir au printemps – maar je kunt het hier wel op je gemak doen.
43 minuten nadat ik het hoofdkantoor van de Post aan de Grote Markt in Brugge, toch een provinciehoofdstad van het koninkrijk België, heb betreden, word ik door loket 3 geroepen. (Behalve loket 4 is inmiddels enkel nog loket 1 in werking – dat ik toch nog zo snel aan de beurt ben gekomen is meer te danken aan het feit dat inmiddels nogal wat wachtenden er de brui aan hebben gegeven dan aan de snelheid waarmee de beambten zich van hun taak kwijten.)
Ik vraag waar de postmeester is zodat ik mijn beklag kan maken, maar hij is ‘in vergadering’. Dat is misschien maar goed ook, een pas binnengekomen klant heeft net nummer 114 getrokken en die plant over een uur of zo misschien wel een dolk in des postmeesters rug. Maar dan is die vergadering zeker nog aan de gang – daar kun je donder op zeggen. Ik zie het al voor me, zoals in de film Far West van Jacques Brel: allemaal oude grijze heren die mummelen aan een lange tafel en die met elkaar verbonden zijn met spinrag en webben.
Hoelang zouden ze vergaderd hebben over het afschaffen van de priorzegel?
vrijdag 2 februari 2007
VRT-VAB
Het VRT-televisiejournaal meldt af en toe eens hoe gebroken botten en benen uit skioorden worden gerepatrieerd, of hoe bij de eerste kou alweer vele automobilisten hun vehikel niet aan de praat krijgen. De hulpdienst die soelaas brengt en telkens enkele minuten zendtijd versiert, is steevast de VTB-VAB. Uiteraard is dit onversneden reclamewetomzeiling, maar een mens is geneigd het door de vingers te zien omdat tegenwoordig zowat het hele journaal met irrelevante feiten en faits divers wordt opgevuld. Deze middag werden daar dan ook geen doekjes meer om gewonden: de reporter van dienst, op pad gestuurd voor een accident op de Brusselse Ring, liet zich gewoon linea recta vestimentair sponsoren. Al zal het wel een door onervarenheid ingegeven blunder zijn (de reporter kwam bij mijn weten voor het eerst op het scherm), het is tenminste duidelijk en niet hypocriet.
Uit het nieuws
In Sint-Niklaas hebben al enkele (minstens twee) koppels geweigerd om zich te laten huwen door de nieuwe schepen van Burgerlijke Stand, die na één maand in functie al een tiental koppels wél heeft kunnen/mogen huwen. De nieuwe schepen van Burgerlijke Stand van Sint-Niklaas is geen massamoordenaar, vrouwenverkrachter, knapenschender of negationist, neen, hij heeft een zwarte huidskleur.
Alsof dat nog niet erg genoeg is, bestaat de ‘kwaliteitskrant’ De Standaard het om vandaag op zijn website een ‘enquête’ te doen, ‘Poll’ genaamd, met de indringende vraag: ‘Zou u zich in de echt laten verbinden door een kleurling?’ Van de bijna 3500 lezers die – op dit ogenblik – hun stem hebben uitgebracht, blijkt bijna 10 procent het salonfähig te vinden om openlijk een onbeschaamd racisme te belijden.
‘Zou u zich in de echt laten verbinden door een kleurling?’ Godbetert.
Alsof dat nog niet erg genoeg is, bestaat de ‘kwaliteitskrant’ De Standaard het om vandaag op zijn website een ‘enquête’ te doen, ‘Poll’ genaamd, met de indringende vraag: ‘Zou u zich in de echt laten verbinden door een kleurling?’ Van de bijna 3500 lezers die – op dit ogenblik – hun stem hebben uitgebracht, blijkt bijna 10 procent het salonfähig te vinden om openlijk een onbeschaamd racisme te belijden.
‘Zou u zich in de echt laten verbinden door een kleurling?’ Godbetert.
donderdag 1 februari 2007
Abonneren op:
Posts (Atom)

















