vrijdag 23 januari 2026

vorig jaar 289

22 januari 2025

(...)

23 januari 2025

(…)

*

(…)

*

Ik voltooi mijn lectuur van de door Johan De Smet bezorgde catalogus Emile Claus. Prins van het luminisme. De man heeft zeker [heel wat] mooie schilderijen gemaakt, maar in mijn ogen toch ook een aantal banale, om niet te zeggen ondermaatse. Hij was een charmeur, zoals ook blijkt uit Emile Claus. Mijn broeder in Vlaanderen van Cyriel Buysse. Volgens Buysse draaide Claus er zijn hand niet voor om schilderijen te maken die behaagden, die, met andere woorden, commercieel waren. Een intellectuele hoogvlieger was Claus al evenmin, en een revolutionair of rebel al zeker niet. Neen, hij was een pittoreske burgerman, met veel couleur locale op zijn palet.



*

(…)

*

[B woont in] een groot huis in de (…), waar ik ooit een krot betrok. Hij heeft goed geboerd. (…) Ons gesprek verloopt heel vriendelijk, ik blijf erg lang, drieënhalf uur. (…) Over X zijn B en zijn vrouw B’, die er ondertussen bij is komen zitten, niet te spreken. Ze verwijten hem manipulaties en opportunisme. Zo was hij betrokken bij de verkoop van de gebouwen van (…). Inspecteur is hij kunnen worden op voorspraak van toenmalig minister van Onderwijs Marleen Vanderpoorten. Ik leer een nieuw woord: ‘juvenist’, voor mannen met een seksuele oriëntatie op adolescente jongemannen. We hebben het ook nog over (…) en transformaties en Petra De Sutter, etcetera. (…)