10 januari 2025
(…)
*
Een dag met mooi winterweer. Ik leg enkele bezoeken af op de fiets. Eerst naar M., om de betaalbewijzen op te halen van de kosten die ze heeft gemaakt voor de vernissagereceptie. (…) Dan naar W., ook om boekhoudkundige redenen. (…) In de namiddag naar J. (…) [U]iteindelijk hebben we het [vooral] over X, en over de stadswijk Sint-Jozef, en over nog veel meer. J. praat en praat en blijft maar praten. Hij is niet te stuiten, hij laveert van de ene uitweiding naar de andere terwijl ik mijn best moet doen om mijn ogen open te houden, wat zou ik graag slapen: ik ben alweer van vijf uur op.
*
Op YouTube een portret van de slordige en haastige fantast Boudewijn Büch, die het toch maar mooi voor elkaar kreeg om met zijn charme en snelheid zijn opdrachtgevers te verschalken, zodat hij van zijn obsessies zijn beroep kon maken. Hij verdiende bij de AVRO drie keer zoveel als het tweede goudhaantje, Sonja Barend. Hij kocht cadeauboeken, onder meer voor Maarten ‘t Hart, op krediet. Na het portret nog een aflevering van De wereld van Boudewijn Büch, over Andy Warhol. Ook hier: snelheid en oppervlakkigheid. Maar ook een enthousiasme waarbij het onmogelijk is onverschillig te blijven. Naar aanleiding van beide programma’s moet ik denken aan – uiteindelijk – de absurditeit van het verzamelen. Daarover gaat ook nog een uitwisselingetje op Facebook met R.: over de boeken van Julien Green die ik vorige week zag staan, maar niet kocht in de Oxfam. [De Pléiade-delen met zijn romans en dagboeken en correspondentie, voor een schappelijke prijs.] Je ziet ze staan, je begeert ze, maar je koopt niet. En een paar dagen later ben je ze vergeten. Je bent de boeken vergeten die, mocht je ze hebben gekocht, toch in grote mate ongelezen zouden blijven. Maar je bent ook die begeerte vergeten. (…)

