17 januari 2025
(…)
Die gedachte neemt mij zodanig in beslag dat ik pas wanneer ik buiten sta besef dat ik eigenlijk best wat meer had kunnen zeggen. Informeren naar zijn gezondheid en dergelijke. Maar het is te laat en ik kan alleen maar piekeren over de slechte of toch zeker minder gunstige indruk die ik heb gemaakt.
(…)
Ik bel aan, X doet open. X maakt nooit een riante indruk, maar nu ziet hij er toch wel heel slordig uit. Hij laat me binnen in zijn veel te warm gestookte woonkamer. Massieve meubelen, mottige decoratie. Hij biedt me een stoel aan, maar ik maak meteen duidelijk dat ik mij tot onze zakelijke aangelegenheid wens te beperken. Waarover anders zou ik het met deze man moeten hebben? Twee minuten later sta ik, naar frisse lucht happend, terug buiten. Wellicht ben ik de enige aanspreekbare mens geweest die X vandaag heeft gezien. Maar het omgekeerde is ook waar.
*
In de Oxfam koop ik Olive Ketteridge van Elizabeth Strout voor Y, die net een boek van Strout heeft gelezen en daar nogal enthousiast over was. Thuis lees ik de eerste bladzijden, maar ik krijg niet de indruk dat het iets voor mij is.
*
The Crying Game van Neil Jordan zal in 1992 wel wat ophef hebben gemaakt, meer door de transgenderkwestie die erin wordt aangeroerd dan door de politieke thematiek: het IRA en terroristisch geweld. Maar vandaag lijkt deze film de tand des tijds niet te kunnen doorstaan.

