14
maart 2025
Ik
heb Georgica [van
Nobelprijswinnaar 1985 Claude Simon]
eindelijk uit. Natuurlijk is dit geen slecht boek en natuurlijk is
dit ‘hoge’ literatuur. Maar wat heb ik eraan? Of dit proza nu 50
bladzijden inneemt of 369, zoals in [deze
Nederlandse vertaling van Jean Schalekamp]
het geval is, maakt weinig uit. Denk ik. Je dompelt je onder, lees op
den duur diagonaal want om verbanden en associaties en achtergronden
te duiden ontbreekt het je aan de nodige fut en tijd, en de indruk
zal in hoge mate gelijk zijn op het eind of na pakweg de eerste 50
bladzijden. De investering van levenstijd is te hoog in vergelijking
met het rendement. Het rendement? Wat krijg je ervoor terug, voor die
twintig tot dertig uren lectuurtijd? Een impressie. Een taalbad.
Georgica is als een geometrisch
abstract schilderij. Je kijkt ernaar – je leest het – en moet met
een globale indruk vrede nemen. Of vergelijk het boek met een
muziekstuk. In dat verband vraag ik me af of het wel vertaalbaar is.
Hoewel ik me uiteraard meteen realiseer dat deze roman – roman? –
in het originele Frans voor iemand als ik ontoegankelijk is. [Terwijl
ik toch niet helemaal
Frans-onkundig ben.]
Hoeveel mensen op deze
aarde zouden het voorbije jaar Les Géorgiques
hebben gelezen? Hoeveel mensen buiten de academische wereld?
*
Naar
de dokter voor een bespreking van de recente onderzoeken. De
gezwollen benen behoeven geen verdere behandeling. Enkel zoveel
mogelijk lichaamsbeweging, en steunkousen dragen. Lever: oké. Hart:
oké. Bloedwaarden: oké. En de aderen functioneren dan toch nog
tamelijk goed. Ik ervaar dit als een geruststelling. Alleen de
gezwollen toestand van mijn
prostaat, die dokter D met zijn echografie aan het licht heeft
gebracht, baart zorgen. Ik moet zeker een afspraak maken met de
uroloog. Dat de PSA-waarden niet hoog zijn, is blijkbaar geen
garantie meer. De inzichten op dat vlak zijn veranderd. (Hoeveel
nodeloze prostaatoperaties zouden er al niet zijn uitgevoerd?)
Formulieren voor mijn wilsbeschikking kan ik ophalen in het Huis van
de Bruggeling. Een tandarts die jong genoeg is om mij te overleven en
die niet te ver uit de buurt woont,
weet mijn dokter niet meteen. (…)
*
In
mijn LVO neem ik het stukje over Urbain Dhondt mee dat ik onlangs in
een van mijn ‘boekverhalen’
heb geschreven: over La formation du lien sexuel
en de bittere reactie van I daarop. Dat soort kwalijke nevenwerkingen
van het doctrinaire conservatisme dat wij toen gedachteloos slikten
moet er zeker bij.
*
In
de soldenbakken van de Fnac vind ik, met nog eens een supplementaire
korting van 50 procent, Het feest der onbeduidendheid van
Milan Kundera, waarin ik meteen begin te lezen, en Oersoep
van Bregje Hofstede. Daar
verwacht ik niet meteen veel van, maar ik koop het toch in het kader
van mijn inspanningen om meer vrouwelijke auteurs te lezen. Om die
reden kocht ik vorige week ook
Trofee van Gaea
Schoeters.
*
Ik
amuseer me met The Italian Job,
een remake uit 2003 van de gelijknamige film uit 1969 waarin ook al
drie Mini’s, toen nog niet door BMW geproduceerd [en
dus echte Mini’s,]
een hoofdrol speelden. Een bij momenten iets te veel bij de haren
getrokken, ‘over the top’-inbraak-, actie- en achtervolgingsfilm
waarbij je vergeet dat de goeden die de slechten moeten verslaan zelf
ook slechteriken zijn.