maandag 15 mei 2023

6829

Oradour-sur-Glane (F) - 230414

 

zondag 14 mei 2023

driekleur 519

Een salamander, zwart als drop, glanzend als honing. Als je hem op je hand neemt om het gezicht te bekijken: ook de ogen zwart, ontspiegeld. Volkomen duister wat hij ziet.

De hoge jacht van een grijs met rode rotskruiper op een geel met bruine vlinder.

Koos van Zomeren, Ruim duizend dagen werk, 96

6828

 

F. - 230413

zaterdag 13 mei 2023

facebookbericht 1160

Dit stukje televisie krijgt van mij - om heel veel verschillende redenen - de prijs van.... Welke prijs, ach, ik weet het niet. De prijs van het geluk dat ik heb ervaren bij het bekijken. De prijs van mijn geloof dat dat ellendige televisiemedium nog niet helemaal verkwanseld is. De prijs van mijn waardering voor mensen die het aandurven om tegen de stroom in te gaan.

Bekijk het, en ervaar ook dat geluk, dat geloof, die waardering.




facebookbericht 1159

‘t Is maar een peiling hé, maar ondertussen ligt de ‘modale’ Vlaming vooral wakker van of hij nu ja dan neen een apparaat gaat kopen om het zogenaamde onkruid van tussen de kasseien van zijn oprit te verwijderen. Sterk werk!

6827

 

Omgeving La Souterraine (F) - 230413

vrijdag 12 mei 2023

afscheid van mijn digitaal bestaan 305

voor deze rubriek selecteer ik de beste stukken die op deze blog zijn verschenen

20 december 2011

APPARTEMENT

Wat moet je zeggen: op een appartement wonen, of – zoals je in een huis woont – in een appartement? In klinkt in elk geval geborgener. Terwijl in ‘op een appartement’ behalve de hoogte ook het voorlopige van ‘op kamers’ resoneert – alsof het betrekken van een appartement geen volwaardige manier van wonen zou zijn. (In dat ‘op kamers’ hoor je ook: studenten, vrijgezellen, mannen alleen. En in nog andere (en oudere) registers: hospita, gemeubeld, huisreglement, geen bezoekers van de andere sekse toegelaten.)

Wat schreef ik? Een ‘volwaardige’ manier van wonen? Wat zou dat kunnen behelzen? In die volwaardigheid is het rurale nog aanwezig, het gelijkvloerse ook, een rechtstreeks contact met tuin, straat en buren. En in een ‘volwaardige’ woning heb je, zo beeld ik mij dan in, ook de veel meer bij het volle of volledige leven aansluiting vindende opdeling van de ruimten: kelders vol geweckte kersen en peren en festieve wijnvoorraden, een zolder als stoffig depot van het verleden, de voutekamer met een bed waarin geboren wordt en gestorven, de open haard, de binnenkoer, de garage, en onder de dakpannen de kamers voor het personeel, barstensvol weemoed en ongehoorde tranen… En er zijn de trappen en de gangen, die in een huis niet, zoals in een appartementsgebouw, deel uitmaken van de met anonieme anderen gedeelde gemeenschappelijke ruimte maar op eigen wijze – een lichtgevend mariabeeldje op het eind van de gang, het kraken van de zevende en dertiende trede – bijdragen tot het eigen karakter van de woning, de intimiteit, de huiselijkheid.

De gezelligheid – maar dat is een woord dat ik liever niet gebruik.

Een appartement staat los van alles. Het is, welbeschouwd, niet veel méér dan een inwisselbare doos tussen dozen. We spreken niet of toch zeker niet zo makkelijk van een ouderlijk appartement. Huizen daarentegen hebben een eigenheid die niet tot stenen en glas valt te herleiden. De functie van appartementen is: wonen en niet veel meer dan dat. Huizen zijn nesten, appartementen woonmachines. Ik kan mij moeilijk indenken dat een kind van wieg tot uitvliegen een kwarteeuw lang op hetzelfde appartement zou wonen – ik vind een appartement zelfs helemaal niet geschikt voor een gezin. Het is bij uitstek de – tijdelijke – wooneenheid van de solitair, de soloman die geen volledig huis van doen heeft.

Mijn appartement ligt op de hoogste verdieping en ik heb het graag zo. En dat niet alleen omwille van het uitzicht (op honderdjarige bomen van een park, in mijn geval) – het idee gesandwicht te zitten tussen twee vreemde leefwerelden waarmee je geen andere dan een auditieve band hebt (voetstappen, muziek, geruzie, wenende kinderen…), staat me tegen. Mensen hebben ruimte nodig – in die zin kunnen appartementsgebouwen nooit méér zijn dan een precaire noodoplossing.

Regelmatig komen mijn kinderen eten op mijn appartement. Dan zijn we een paar uur samen. En om de zoveel tijd breng ik er met mijn [toenmalige: 2011!] vriendin, S., een paar dagen samen door. Dan heeft het appartement iets van een hol, een nest, maar ook van een gedeelde werkruimte waarin de dingen en de boeken blij zijn dat ze niet alleen mij hoeven te dienen. Ik ben dan nergens elders even graag. En laat nu net dat de definitie zijn van zich thuis voelen.

Eén keer heb ik een tijdje een appartement bewoond dat zich niet op de hoogste verdieping bevond. Dat was in het begin van de jaren tachtig, nadat het ouderlijke huishouden – in een écht huis – door de scheiding van mijn ouders was gëimplodeerd. En in één moeite mee: de hele omgeving, mijn hele kindertijdbiotoop. Mijn moeder verhuisde naar een appartement aan de rand van de stad, ik ging er af en toe, zeer tegen mijn zin, logeren. Nu is dat appartementsgebouw volledig gerenoveerd en zuinig gemaakt. Boven en onder hoorde je toen de buren. Het gerucht van het nooit ophoudende verkeer dat stopte voor de verkeerslichten aan de stadspoort en dan weer optrok, drong gemakkelijk naar binnen door het enkelglas van de schuiframen. Zoveel glas was er, dat ik de woonst van mijn moeder ‘het aquarium’ noemde. In die naamgeving lag mijn weerzin voor die plek besloten.



6826

Omgeving La Souterraine (F) - 230413

 

donderdag 11 mei 2023

afscheid van mijn digitaal bestaan 304

voor deze rubriek selecteer ik de beste stukken die op deze blog zijn verschenen

8 december 2011

APOLITIEK

Hoe beperkter de vrijheid van onderdanen, hoe groter hun politieke betrokkenheid. Kijk naar de gretigheid waarmee de ingezetenen van de Oostbloklanden met hun grauwe kleren en veel te grote brillen en dampende Trabantjes het westerse kapitalisme en de bijhorende democratie omarmden; kijk naar de doodsverachting waarmee totalitaire regimes worden bestreden – met de man die in China voor een tank ging staan als icoon; kijk naar de verbetenheid waarmee tienduizenden Noord-Afrikanen, Jemenieten, Syriërs en nu Russen het voorbije jaar voor meer inspraak hebben gevochten. Kijk ook naar de opkomst bij verkiezingen die in jongere democratieën altijd opvallend hoog is, in elk geval hoger dan in oudere, verdoofde, ingedommelde democratieën. Zoals de onze. Een apolitieke houding gedijt – mutatis mutandis – het best waar de vrijheid niet in gevaar is.

Een democratisch bestel heeft, zeker in vergelijking met dictaturen en tirannieën die het niet nauw nemen met wat wij ‘de mensenrechten’ noemen, vele voordelen maar toch ook een paar minpuntjes – en het is vreemd te moeten vaststellen dat daarop een taboe rust. Het vergt politieke incorrectheid om die minpuntjes ter sprake te brengen. Een ervan is dat een democratie uit zichzelf niet bij machte lijkt om te beletten dat bij de talrijken die het voorrecht genieten er in te kunnen leven een neiging tot apolitieke instelling ontstaat. In een democratie lijkt niet alleen het bestuur maar op den duur ook het denken te worden gedelegeerd – en dat maakt een democratie tot een bij uitstek gevaarlijke bestuursvorm: de onderdanen worden minder alert en zijn daardoor een gemakkelijke prooi van misleiding. Bijvoorbeeld door het feit dat het democratisch systeem waaraan zij hun macht hebben afgestaan onmerkbaar verglijdt tot iets wat nog wel de gedaante van een democratie aanneemt maar het eigenlijk niet meer is.

Wij, die zolang ingedommeld waren, worden in deze onstabiele tijd bruusk uit onze illusie gewekt. Wij worden wakker en stellen vast dat de muren dik zijn, de ramen klein en de tralies ervoor stevig. Bovendien zit de deur op slot. Wij zitten gevangen in een systeem dat ons heeft ingepalmd zonder dat wij daar iets van hebben gemerkt. Of misschien hebben wij er wel iets van gemerkt, maar dan hebben wij er toch niet adequaat op gereageerd. En dat systeem blijkt niet te zijn: een democratie. Wij huilen, wij voelen ons bedrogen, wij rukken ons de haren uit het hoofd: waren wij al die tijd maar niet zo apolitiek geweest!

Maar wat voor een systeem is dat dan waarin wij ontwaken? Het is een systeem dat perfect overeenstemt met de makke, luie, gedachteloos consumerende en de neus voor politiek ophalende schapen die wij intussen geworden zijn. Schapen die de politici zakkenvullers noemen. Schapen die zien dat de hebzucht die hen drijft ook op de hoogste niveaus een drijfveer is. Schapen die zien dat de wolscheerders het meeste macht hebben. Eenzame schapen bovendien, die op zoek naar het groenste gras de kudde uit het oog verloren en het blaten verleerd zijn.

6825

Oudenburg - 230409

 

woensdag 10 mei 2023

6824

NMBS - 230407

 

dinsdag 9 mei 2023

6823

Station Gent-Sint-Pieters - 230409

 

maandag 8 mei 2023

6822

J. - 230404

 

zondag 7 mei 2023

facebookbericht 1158

Jan en Fernand, één strijd!

https://www.standaard.be/cnt/dmf20230507_96309946



afscheid van mijn digitaal bestaan 303

voor deze rubriek selecteer ik de beste stukken die op deze blog zijn verschenen

26 november 2011


STRAATZICHT

Met het programma Google Street View kun je foto’s van je eigen straat, en van die van een ander, bekijken. Veel meer dan dat is het niet. Je ziet de huizen in de straat, de auto’s en de passanten, en als er geen huizen staan, de weiden, de bomen, de akkers, de koeien. Maar ’t is maar interessant natuurlijk als er huizen staan. Dan kun je zeggen: kijk, dat is mijn huis, het staat op Street View. Dat is nogal wiedes want als het niet op Street View zou staan, dan zou Street View geen ‘street view’ zijn maar iets anders en dat is het dus niet. Als er mensen te zien zijn, is het ook interessant. Even interessant als wanneer ik nu van achter mijn scherm zou komen, de straat zou opgaan en daar mensen zou zien. Razend interessant. Bovendien zie ik iedere keer dat ik op straat kom andere mensen. Op Google Street View zijn het altijd dezelfde.

Ik heb eigenlijk nog altijd niet gesnapt wat de bedoeling is van Google Street View. Je kunt virtuele wandelingen maken op plaatsen waar je al bent geweest – en dan doe je niet veel anders dan herkennen wat je al kent. Je kunt ook virtuele wandelingen maken op plaatsen waar je nog niet bent geweest – maar zeg mij, wie houdt zich daarmee bezig. Je doet het één, twee, hooguit drie keer en dan merk je hoe oersaai dat is. Nóg saaier dan de werkelijkheid – il faut le faire. Rondwandelen of fietsen gaat overigens gemakkelijker dan die onhandige knoppen bedienen. En je kunt al een paar jaar met Google Earth zowat elk plekje op de planeet overvliegen, maar wat is daar de lol van? Doet u het? Ik niet, hoor.

Er zijn mensen die vinden dat Google Street View een inbreuk is op hun privacy. Nu nog even abstractie gemaakt van het feit dat Google Street View werkt met foto’s die twee tot drie jaar oud zijn, voelt u zich aangesproken door dit bezwaar? Ik vraag het maar, hoor. Wat is er op straat te zien wat niet mag gezien worden? Google heeft alle autonummerplaten en aangezichten van passanten onherkenbaar gemaakt. Als u toevallig op bezoek was bij uw maîtresse toen het wagentje van Google Street View passeerde om foto’s te maken, dan kunt u op uw beide oren slapen: uw wettige echtgenote zal u niet herkennen. Maar wat kan er verder nog zijn in het straatbeeld dat een bedreiging vormt voor uw privacy? Sommigen vinden dat de gevel van hun huis, die nu ook te zien is op Google Street View, onherkenbaar moet worden gemaakt. Maar dat is toch te gek? Een gevel is toch een gevel en dient nu toch net om gezien te worden? De politie vindt dat Street View een hulpmiddel is voor boeven. Alsof die gaan betrouwen op foto’s die twee of drie jaar oud zijn. Iemand maakte zijn beklag omdat hij op Street View een geliefde had herkend die intussen overleden is – maar een ander vond dat nu juist tof en betreurde het dat zij niet herkenbaarder was: het maakte haar opnieuw een beetje levend.

Interessante gedachte overigens: hoe ouder de foto’s zullen worden, hoe meer schimmen er zullen rondwaren in de straten van Street View en dan wordt Google Street View wérkelijk interessant omdat we ons dan eindelijk een idee zullen kunnen vormen van het hiernamaals.

Neen, ik begrijp niet waarom Google Street View een aantasting van de privacy zou inhouden. Ik kan niet anders dan vermoeden dat achter die wrevel weer datzelfde streven steekt om zich interessanter voor te doen dan men is als bij het ongenoegen dat mensen steeds vaker tentoon spreiden als ze ongevraagd gefotografeerd worden. Deze wrevel, dat streven en dat ongenoegen zouden ons iets duidelijk kunnen maken over de verstoorde verhouding tussen individu en gemeenschap, tussen privacy en openbaarheid.

6821

Brugge, Gulden-Vlieslaan - 230403

 

zaterdag 6 mei 2023

6820

Ryckevelde - 230403

 

vrijdag 5 mei 2023

facebookbericht 1157

VRT Radio 1 - het reclameblok voor het nieuws van 20 uur: publiciteit van Delhaize (voor barbecuevlees) en van Telenet (voor een nieuwe abonnementsformule).

Onder het motto: nixandehanda.

Zo cynisch ben ik nog niet dat ik dit cynisme voor lief neem.


afscheid van mijn digitaal bestaan 302

voor deze rubriek selecteer ik de beste stukken die op deze blog zijn verschenen

22 november 2011

APERITIEF

Het aperitief is de eerste te omzeilen klip of, indien het omzeilen al onmogelijk is, het eerste excuus om het alweer een avondje op een drinken te zetten: we zijn al zo ver in de dag, we hebben hard gewerkt, we hebben het verdiend – laat het hek maar van de dam. En dan is het aperitief, omgekeerd, een barrière die de namiddag voor drank heeft gevrijwaard: vóór het aperitief wordt niet gedronken. Och God, laat ons daar vooral niet mee beginnen. Maar kijk, il est apéro moins cinq en de kinderen jengelen en het stoofpotje staat te pruttelen en manlief komt uitgeput thuis van zijn werk…: dan hoort de drinker al de stop van de portofles gaan, het klokken van single malt in de flessenhals, het gerinkel van ijs in het pastisglas. Wacht, ik haal er een olijfje bij, of ik snijd nog een stuk worst, waar is het selderijzout voor op de goudakaas? Kinderen, trek maar een zakje chips open, het eten is nog lang niet klaar.

6819

Brugge, Karel de Stoutelaan - 230401

 

donderdag 4 mei 2023

vraag

Behalve een opiniestuk ( https://www.standaard.be/cnt/dmf20230418_96025636 ) en het antwoord daarop ( https://www.standaard.be/cnt/dmf20230420_96598552 ) verscheen er in de krant die ik lees niets na de Panoreportage over transgenders van 29 maart ( https://www.vrt.be/vrtnu/a-z/pano/2023/pano-s2023a3/ ) waarover ik hier ( https://pascaldigital.blogspot.com/2023/03/notitie-374.html ) schreef. Het verbaast mij dat er niet meer te vinden is. Weet iemand hoe dat komt? Zijn er elders wél meer reacties verschenen waarin, bijvoorbeeld, de rol van het UZ Gent wordt belicht? 

6818

Brugge, Speelmanskapel - 230401

 

notitie 377

IV – 6

De adellijke Andreola heeft een geheime relatie met een jongeman van bescheiden komaf, Gabriotto. Ze hebben allebei een nare droom, maar onderdrukken hun neiging om deze als omineus te beschouwen en geven zich over aan onstuimig liefdesspel – waarbij Gabriotto het leven laat. Andreola’s dienstmeisje weet haar meesteres voor zelfmoord-uit-verdriet te behoeden. Samen worden ze bij hun poging om het lijk van Gabriotto achter te laten op de drempel van diens huis betrapt door de nachtwacht. Deze brengt het lijk en de twee vrouwen tot bij de baljuw, die, na een lijkschouwing te hebben laten uitvoeren waaruit bleek dat Gabriotto aan een natuurlijke dood is gestorven, bereid is Andreola vrij te laten, op voorwaarde dat zij hem, de baljuw dus, ter wille is. Dat is zij niet. De baljuw ziet zich genoodzaakt Andreola’s vader om de hand van diens dochter te vragen. Andreola ziet geen andere oplossing dan zich, samen met haar dienster, in een klooster terug te trekken.

IV – 7

De ‘ondanks haar nederige afkomst’ mooie en aardige Simona uit Firenze wordt verliefd op de al even aardige en bescheiden Pasquino. Na wat geminnekoos in het park sterft de jongeman nadat hij met een blad van een saliestruik zijn tanden heeft opgewreven. Simona wordt van moord beschuldigd. Wanhopig demonstreert zij ten overstaan van de rechter hoe haar geliefde aan zijn eind is gekomen. Ook zij sterft. Onderzoek wijst uit dat een grote giftige pad, die onder de saliestruik een onderkomen had gevonden, de schuldige is.

IV – 8

De moeder van Girolamo , weduwe van een rijke koopman, vindt de komaf van kleermakersdochter Salvastra, op wie Girolamo zijn zinnen heeft gezet, te laag en stuurt haar zoon op handelsmissie naar Parijs, in de veronderstelling dat hij daar zijn premature, socialeklassengrensoverschrijdende gevoelens zal omturnen tot een volwassen liefde voor een adellijk meisje. Maar de liefde laat zich niet dwingen! Wanneer Girolamo na twee jaar buitenslands terugkeert naar Firenze, blijkt, tot zijn niet geringe ontzetting, Salvastra ondertussen gelukkig getrouwd te zijn. Girolamo kruipt, zonder dat de echtgenoot het merkt, naast Salvastra in het echtelijke bed en sterft daar van verdriet. Met de hulp van de echtgenoot wordt het lijk geëvacueerd. Salvastra gaat de volgende dag de aflijvige bewenen en beseft pas dan goed dat haar liefde voor hem niet was bekoeld. Zij werpt zich op Girolamo’s lijk en sterft eveneens van verdriet.

IV – 9

De Provençaalse ridder Guilhem de Cabestanh wordt verliefd op de vrouw van zijn vriend Guilhem de Roussillon. Het blijft niet bij verliefdheid. Roussillon wreekt zich op zijn vriend door hem het hart uit te rukken. Ook zijn vrouw verdient straf. Roussillon serveert haar het door zijn kok op smaak gebrachte hart van haar minnaar. Wanneer haar duidelijk is gemaakt welk gerecht zij wellustig heeft verorberd, stort zij zich uit het raam.

IV – 10

Dokter Mazzeo della Montagna uit Salerno is te oud om aan alle wensen van zijn jonge echtgenote tegemoet te komen. Daarom zoekt zij elders vertier, en zij toont zich daarbij weinig kieskeurig want zij vindt soelaas in de armen van de liederlijke edelman Ruggieri d’Agerola. Wanneer de dokter voor een spoedopdracht een nacht uithuizig is, weten de twee wat gedaan. Ruggieri drinkt in het huis van de dokter van een flacon, niet wetende dat het een opiumbereiding is, door de dokter klaargemaakt voor een de volgende dag uit te voeren amputatie. De zwaar verdoofde Ruggieri wordt door de doktersvrouw voor dood aangezien en met de hulp van haar dienstmeid in een kist gepropt, die vervolgens op straat wordt gedumpt en door twee dieven wordt meegenomen naar hun huis. Ruggieri weet zich daar uit de kist te bevrijden, maar wordt wegens poging tot inbraak bij de lurven gevat. Niet geholpen door zijn ongunstige reputatie, wacht hem de strop. De dienstmeid van de doktersvrouw zet alle zeilen bij om zowel de reputatie van haar meesteres als de onfortuinlijke Ruggieri te redden. Zij dist zowel de dokter als de rechter een aangepaste versie van de feiten op.


Giovanni Boccaccio, Decamerone (ca. 1352), vertaling Frans Denissen (2003)



 

woensdag 3 mei 2023

parallel 205

Hij hield van oud speelgoed, postzegels, prentbriefkaarten, en speelse miniatuurvoorstellingen van de werkelijkheid, zoals de winterwereld in een glazen bol waarin het door te schudden begint te sneeuwen.

Susan Sontag, ‘In het teken van Saturnus’, in Hannah Arendt & Susan Sontag, Walter Benjamin. In het teken van Saturnus, 129


‖


Etagères staan vol snuisterijen, cadeaus en ‘souvenirs’ die stukjes voorbij leven concretiseren: gedroogde bloemen, in Zwitserland gekochte presse-papiers waarin je een sneeuwstorm kunt laten losbarsten, aan het strand van Oostende op een zomerdag geraapte schelpen waarin de zee, zeggen ze, altijd blijft ruisen.

Marguerite Yourcenar, Dierbare nagedachtenis, 109

afscheid van mijn digitaal bestaan 301

voor deze rubriek selecteer ik de beste stukken die op deze blog zijn verschenen

17 november 2011


APENJAREN

Ik weet niet of de term nu nog in voege is, maar zo is het dat mijn ouders zonder enige terughoudendheid ten aanzien van de betrokkenen de periode benoemden waar elk kind doorheen moet: de puberteit. ‘Ge moet er niet naar kijken, hij zit in zijn apenjaren’ – dat klonk denigrerend maar het had ook een sussende bijklank: ‘Ach, het passeert wel’.

Those were the days. Pubers werden nog niet blootgesteld aan de door cynische commercie gedicteerde hersenspoelingen die vandaag hun deel zijn en er was dan ook geen puber die het in zijn, of haar, hoofd haalde om de impact van deze moeilijke levensfase van tijdelijke lethargie en apathie te promoveren tot een zaak van staatsbelang. ’t Was een tijd waarin pubers nog meer de eer aan zichzelf hielden of hoorden te houden en op eigen houtje – met voorwaar een zekere schroom – probeerden in te staan voor het beheer van de inconveniënten van hun hormonenspiegelverstoring. En dus gingen vooral zij, de nog niet zo ‘mondige’ kinderen, onder hun puberteit gebukt. Ze sloten zich op in hun kamers en voelden zich ‘eenzaam’. Nu, heb ik de indruk, zijn het vaak de ouders die het meest last hebben van de puberteit van hun facebookende [2011!, nu: instagrammende, tiktokkende...] en uitermate vroegrijpe progenituur: zij, vader- en moederlief, zijn het die moeten schuilen voor de hormonenstormen, die moeten klaarstaan met de zakdoek, die de brandjes allerhand moeten blussen en de stuurloze energie-uitbarstingen opvangen. En als zij het niet kunnen, dan vaart het psychologengild er wel bij. A rato van veertig [tachtig] euro per sessie.

Neen, ‘in mijnen tijd’ vormden de apenjaren nog niet zo’n probleem. Wij hadden meer te zwijgen, wij hadden ons meer te houden aan bepaalde hiërarchieën die – wat een comfort! – het sociale en binnenfamiliale verkeer met geruststellende voorspelbaarheid regelden. En ouders konden nog ongegeneerd hun nazaten met apen vergelijken. ‘Geduld, het gaat wel voorbij.’ Nu dwingen die uitschietende slungels, daarin voluit gesteund door de glorificatie van alles wat jeugdig is, in die mate aandacht en ontzag af voor hun voorbijgaande hormonensores dat alle kwaaltjes die ermee gepaard gaan – van acne tot zelfhaat – al worden gepathologiseerd nog voor ze geleden zijn. Hun onhandelbaarheid wordt hun al op voorhand vergeven. Waag het niet het over ‘apenjaren’ te hebben, of er staat in no time een kinderrechtencommissaris voor de deur.

En ja, het moet gezegd, een generatie geleden begonnen die apenjaren toch ook een beetje láter: de jaren van verstand werden navenant vlugger bereikt. Nu maken pubermeisjes al te bruuske overgangen van poppen- naar kinderwens, van barby naar borsten, van kleurpotlood naar schminkstift – vandaar allicht dat ze zichzelf zo nadrukkelijk als pop vermommen. Jongens zijn beter af: zij nemen een decennium plaats achter hun schermen en schieten daar op alles wat beweegt en rukken en passant alle opdringerige testosteron van zich af en ruimen in het beste geval de tissues zelf op – tot de laatste puist goed en wel is opgedroogd en het échte leven kan beginnen.

6817 / de dingen 210

230328

 

6816

Meetkerke - 230328

 

dinsdag 2 mei 2023

afscheid van mijn digitaal bestaan 300

voor deze rubriek selecteer ik de beste stukken die op deze blog zijn verschenen

16 november 2011


In welke volgorde lees je boeken? Bij de – denkbeeldige – ideale lezer wordt die volgorde integraal gedicteerd door noodzaak. Hier heersen de geen tegenspraak duldende imperatieven van urgentie en wetenschappelijkheid. De lectuur van boek B vloeit dwingend voort uit de lectuur van boek A en vormt zelf weer de aanloop tot boek C. Geen ruimte voor vrijblijvend divertissement, voor de luxe van het richtingloze flaneren langs boekenplanken. En ook niet – hetgeen nog een positief gevolg zou kunnen zijn – voor de conformistische of conformerende dictaten van de commercie. Het is in deze hoek dat we de aanhangers aantreffen van het advies geen boeken te lezen die jonger zijn dan vijftig jaar.

Ik ben geen ideale lezer. Ik laat het toeval inspraak hebben bij het uitzetten van de volgorde waarin ik mijn boeken lees. Ik lees van de hak op de tak. Ik fladder associatief van het vorige boek naar het volgende. Ik lees omdat er nu eenmaal een programma is voor de leesclubs die ik leid, maar evengoed omdat boeken zich – quasi eigener beweging – bij mij aandienen. En dat bedoel ik letterlijk: de boeken dienen zich aan en gebruiken mij als min of meer passief vehikel om zich een tijd lang te manifesteren – dat wil zeggen: om los te komen van de planken waar ze een groot deel van hun ‘leven’ op staan, geklemd tussen hun twee buurmannen (het zijn meestal mannen).

Ik koester de contingentie van de volgorde waarin de boeken zich bij mij aandienen. Ik bestudeer het onuitgegeven en altijd wisselende kleurenpalet van de boekenstapel waarmee ik bezig ben. Ik stel, met de connaisseursblik van de colorist, vast of hun ruggen bij elkaar passen. En als ik ze uit heb, zet ik ze nog niet meteen terug op hun plaats. Dan moeten ze eerst nog een tijdje op het pronkplankje met pas gelezen boeken. De plaats die nodig is om rechts het boek dat pas uit is bij te plaatsen, win ik links in het rijtje door het exemplaar dat daar is aangekomen terug naar zijn plek in de bibliotheek te brengen. En zo doen die gekleurde ruggen er een paar maanden over om de 65 centimeter van dat plankje van rechts naar links af te leggen. Daarna keren ze voor zeer lange tijd terug naar hun buren. De losse volgorde van de flanerende lectuur wordt dan weer ingeruild voor de dwingelandij van het stringente alfabet.

6815

S. - 230324

 

6814

Gent - 230324