![]() |
| Sint-Michiels, Hoog-Brabantlaan - 130504 |
donderdag 8 augustus 2013
dienstmededeling
U herinnert zich misschien nog de
reeks 'schrikkeljaar 2012' op deze blog. U kunt de hele
reeks daar nog steeds bekijken en nalezen. Maar
misschien zou u liever eens dat schrikkeljaar doorbladeren. Dat kan want
ik maakte, geholpen door de internetservice Blurb, het boek 'SCHRIKKEL
12'. Het meet 20 bij 25 centimeter, telt bijna 400 bladzijden en
bevat plusminus 480 foto's en evenveel teksten.
Ik liet een proefversie maken, u ziet haar
op de foto hiernaast. Op basis van deze proef bracht ik nog een aantal
verbeteringen aan en nu sta ik op het punt een definitieve versie te bestellen.
Maar ik kan er zoveel bestellen als ik wil, dus geef ik u de gelegenheid om in
te tekenen.
De aanmaakprijs is plusminus 85 euro per
exemplaar. Ik bepaal de intekenprijs op 100 euro - inclusief
thuisbezorging. Voor verre adressen wordt eventueel de post
ingeschakeld.
100 knotsen, dat lijkt veel, en dat is het
ook. Maar als u het boek als een waardevol document zou beschouwen, aangemaakt
in een beperkte oplage, is het dan weer niet zo veel, zeker als u het
vergelijkt met de prijs van een ingelijste tekening of een foto die u aan de
muur zou hangen. Of met een etentje met z'n tweeën in een al wat beter restaurant.
Nu, wat er ook van zij, voelt u zich vooral
niet verplicht. Beschouw deze aanbieding als een vrijblijvende service.
Intekenen kan voor uiterlijk 31 augustus op pascal
punt cornet at pandora punt be. Ik plaats mijn bestelling bij Blurb op 1
september, en dan duurt het nog een week of twee, drie. Leveren kan dus vanaf
eind september. Vermeld hoe en waar u het boek wenst te ontvangen. Betaling
gebeurt cash bij de levering. Het intekenen is wel bindend, gezien de hoge,
vooraf door mij te investeren aanmaakprijs. Dank voor uw begrip daarvoor.
Nu vertrek ik voor een paar weken op
vakantie. Ik ben benieuwd naar uw reactie.
wijsheden van pipo cornetto
27
Volwassen ben je pas als je je ouders hun fouten niet meer aanrekent.
28
woensdag 7 augustus 2013
facebookbericht 405
Ik heb ooit - met de auto - een kat doodgereden. Een katje, voor de ogen van zijn of haar moeder, die ik in de achteruitkijkspiegel zag toesnellen. Ik vergeet nooit het gevoel van de auto die over dat kleine beestje gaat, en de ontzetting bij mezelf achteraf. Toen dacht ik ook, hoe groot moet die ontzetting zijn als het geen kat is maar een kind. En onlangs zag ik een dode blauwe reiger. Majestueus, voorgoed lamgeslagen.
de wereldgeschiedenis in 100 voorwerpen 7
(gebaseerd op Neil MacGregor, Een geschiedenis van de wereld in 100 voorwerpen)
De minnaars van Ain Sakhri, Judea (11.000 jaar oud)
Landbouw brengt voorraden. Ook aan tijd
om aan iets anders te denken. En waar denkt
een jager aan als hij eindelijk de tijd heeft
om over iets na te denken? Juist, goed geraden.
Een echt paar in verstrengeling. Geslacht,
gemeenschap. De weg van lust en drift naar
zacht en teder wordt hier betreden. Maar
de interpretatie is voortvarend. Luister!
Die vroege sedentair zou zijn rolkei met voor-
bedachten rade hebben omgevormd tot een
polyinterpretabel-multidimensionale representatie
van zijn preferentiële vrijetijdsbesteding: seks.
Draai je de kei zus en dan weer zo, krijg je achter-
eenvolgens te zien: vagijn en roede – en dan opnieuw
het vrijend stel. Tja. Het valt maar te bezien hoe je
het bekijkt. Zou het zo bedoeld zijn? Dat lijkt kras.
Maar het beeld vertelt wél hoe het vroeger was:
precies als nu. Evengoed te zien in deze omhulling
zijn de lust, de wanhoop, het aan elkaar over-
en uitgeleverd zijn, het zoeken van een korte troost.
dinsdag 6 augustus 2013
mijn woordenboek 359
ARCADISCH
Waaruit is het dat ik ben verjaagd? Wanneer is dat gebeurd?
En wil ik nog terug? Zou het kunnen? Zoveel is zeker: ik ben er ooit geweest.
Of laat ik mij dat denkbeeld opspelden: et
in arcadia ego? Wat er ook van zij, het is iets van lang geleden, iets
vers. Of is het niet meer dan een belegen verhaal? Een mythe, die elk van ons
nu eenmaal koestert omdat het onze levens ordent? De oorspronkelijke harmonie,
de verstoring – en dan: hoe met die verstoring om te gaan. Kindertijd,
puberteit, volwassen leven. Wat zou Arcadië voor mij kunnen geweest zijn – en
laat ons het niet hebben over de gedachteloze koestering tegen de moederborst
aan of, nog verder en fundamenteler, de schier oceanische kabbeling in het
duistere vruchtwater van de moederschoot want dat schurkt me net iets te dicht
tegen het plantaardige aan, daar kunnen we niets mee aanvatten. Dat is
prepsychologie. Neen, ik heb het over een Hof die ik ooit als individu mocht
betreden, toerekeningsvatbaar en verantwoordelijk. Een Tuin van Onbegrensde
Mogelijkheden die afgebakend was in tijd en ruimte en, zoals dat hoort in een
tuin, overzichtelijk. Toch voor een tijdje. Tot er een storm doorheen ging,
minstens ten dele een hormonale storm – en alles lag uiteen, was voorgoed
onwedersamenstelbaar, definitief onrecupereerbaar. De oorspronkelijke eenheid ging
verloren, ik viel ten prooi aan wat ik ooit iemand zeer poëtisch ‘de
wezensfractuur’ heb horen noemen. Een en ander was nog mogelijk, dat wel, maar
lang niet álles meer. Er was verlies, er was schuld. Schade. Een eerste
vermoeidheid ook. En het zou decennia duren vooraleer de arcadische rust, of
een rust die aan het arcadische deed denken, een arcadische reminiscentierust,
zou terugkeren.
maandag 5 augustus 2013
zondag 4 augustus 2013
reactie
Beste Pascal,
U kocht (of beter: u kreeg) vandaag een ticket voor de
liefdeseditie van het kunstenfestival in Watou.
Ik maakte me aan het onthaal in het Douviehuis kenbaar
als een lezer van uw weblog.
U vroeg me hoe ik daar ooit terechtkwam.
Ik ging op zoek.
Het zou kunnen dat ik via het Perenblog kwam aangewaaid:
hij leest u en u leest hem.
Verder deelt u met Peren alleszins de liefde van het
categoriseren en het verzamelen van zinnen (hij bliksems / u wolken).
Het is ook die fascinatie voor het indelen in categorieën
die me -- behalve de inhoud natuurlijk -- zo aantrekt in uw weblog.
Ik droomde er altijd van (en droom er nog steeds van) om
wat ik interessant vind op één plek samen te brengen.
Dingen die ik wil onthouden -- dingen waarover ik wil
nadenken en schrijven -- en dit alles ingedeeld in een aantal categorieën. Een
soort hypomnemata.
Verschillende malen trachtte ik dit te bereiken. Soms een
papieren versie, dan weer online. De juiste vorm heb ik echter nog niet
gevonden.
Ik had ooit een website (Alles stinkt een beetje en
daarvoor Verwoord) en richtte in 2008 kortstondig het online tijdschrift
Kosmose op.
Nu ben ik op het wereldwijde web enkel vertegenwoordigd
door www.charlottepeys.be: een online portfolio van mijn werk als illustrator
(in juni 2014 studeer ik af).
Verder hou ik op dit moment een Tumblrpagina bij met
alles wat ik in het kader van mijn masterproject interessant vind
(http://zondereigen.tumblr.com) en ben ik van plan binnenkort het stof van
http://vrijblijvendvoorstel.wordpress.com te blazen.
Ik ben benieuwd wat u straks te vertellen heeft over de
dingen die u op het parcours in Watou tegenkwam.
Vriendelijke groet,
- charlotte
los ingeslagen 106
16 juni 2013
Deze voormiddag boekenmarkt op de Recollettenlei in Gent.
Het treurige van het oude boeken van de hand proberen te doen, ik ga het hier
niet evoceren. Ook niet van het afpingelen door de schaarse klanten. Op het
eind, toen bleek dat we nog maar eens dozen vol nutteloos geworden boeken naar
huis gingen moeten slepen, hebben we wat we echt niet meer wilden hebben cadeau
gedaan aan onze buurman-voor-de-gelegenheid, André P., ooit galeriehouder van
De Rode Pomp en nu zichtbaar in mindere doen. Hij was dolgelukkig, ontroerd
zelfs – en wij content dat hij content was.
Al bij al was het geen vruchteloze
tocht. We keerden, ná onze milde schenking, met een derde van de boeken terug,
met zevenhonderd euro in de pocket (S. had van haar hart een steen moeten maken
om vierentwintig delen van de reeks Univers des Formes voor een appel en een ei
maar toch nog altijd voor meer dan wat ze bij een antiquariaat ervoor zou
kunnen vangen van de hand te doen (nieuwprijs om en bij de 170 euro per deel,
hier verkocht voor nog geen 20!)) – en mét de herinnering aan een paar fijne
ontmoetingen.
Zo zag ik J.-C. S. terug – en dat
was wel een tijdje geleden, om precies te zijn ongeveer 28 jaar. Hij zag er nog
precies zo uit als destijds – wat meer van de rimpelclub, dat wel, maar toch.
Enfin, hij zag eruit als een iets oudere versie van de jongeman die ik destijds
in Leuven heb gekend en naar wie ik toentertijd opkeek. Ik zei het hem, ja, het
was zelfs een van de eerste dingen die ik hem zei onmiddellijk na onze
hartelijke omhelzing: ‘Ik heb veel van u geleerd’. (Ik zei ‘u’.) En dat méénde
ik ook – al zou ik niet goed kunnen omschrijven wat het dan precies was dat ik
van J.-C. S. had geleerd. Het moet iets te maken hebben gehad met het geloof in
eigen kunnen, met een soort van trotse autonomie die ik in het gezin waarin ik
was opgegroeid en in de middelbare school waar ik zes jaar mijn broek had
versleten niet had meegekregen, met de waarde van een eigen stijl ook, in de
manier van praten en in het voorkomen. J.-C. is psychoanalyticus nu, hij is
daarmee in de voetsporen van zijn vader getreden. We praatten lang, we hadden
het over zijn vak, onder meer over het feit dat met de crisis het aantal
patiënten tot een derde is teruggelopen. J.-C. realiseerde zich ook wel dat het
een luxeaangelegenheid blijft, en hij vroeg zich af of hij zich niet toch
minstens één dag per week met socialere vormen van therapie moest bezighouden.
Hij splitste, als onverbeterlijke theoreticus, de wereld op in psychoten en
neuroten. De mensen hebben geen zin voor privacy meer, ze exhiberen zich, ze
zijn pervers. Hij gebruikte een woord (‘topiek’) dat mij cruciaal leek in zijn
wereldvisie maar dat ik niet begreep. Ik vond het niet het moment om hem meer
uitleg te vragen.
Terwijl we praatten, liet S. een
briefje van twintig euro in de Ajuinlei waaien. Het geld bleef drijven. Ik riep
een van de passerende kanovaarders aan en die was zo vriendelijk het briefje
voor ons op te vissen. Aan de andere kant van de lei was er, bij de brug van de
Voldersstraat, een trap die tot het water leidde en daar kon ik het briefje in
ontvangst nemen. ‘Heb je hem een fooi gegeven?’ vroeg een andere kayakker nog. Dat had ik niet,
waarom zou elke goede daad meteen betááld moeten worden?
driekleur 124
Vage dingen, zwart-wit tv-dingen. Toen ik opgroeide was
Vietnam een achtergrondkleur van het leven, als rood of blauw of goud – het kleurde
alles.
Douglas Coupland, Generatie
X, 203
woensdag 31 juli 2013
facebookbericht 404
Dat afscheid van Jan Becaus, hoe goedbedoeld en oprecht
en menselijk ook, is natuurlijk het afscheid van de degelijke, bedachtzame,
voorzichtige, respectvolle en soms wat trage journalistiek waarvan iedereen
erkent dat ze de enige goede is en waarvan iedereen betreurt dat ze moet worden
opgeofferd aan de dictaten van de commercie. Komt er een nieuwe Jan Becaus?
Neen, die komt er niet. Hij was de laatste van een nu uitgestorven soort.
Abonneren op:
Posts (Atom)





















