woensdag 31 augustus 2016

4429

Zeebrugge - 160625

dinsdag 30 augustus 2016

de zomer van 2016 – 68



30 augustus

Het katholiek onderwijs vraagt om in de godsdienstlessen opnieuw meer aandacht te besteden aan de christelijke geloofsleer. Men wil af van een godsdienstonderricht dat verwaterd is tot oever- en richtingloos geouwehoer over identiteit en communicatie en persoonlijke ontwikkeling enzovoort. Neen, we gaan opnieuw aanleren wat er in de Bijbel staat, de kinderen moeten opnieuw het onderscheid kennen tussen een apostel en een aartsengel, tussen een paaskaars en een adventskrans, tussen een diaken en een kanunnik. Ze moeten opnieuw weten wie de Barmhartige Samaritaan was en wat barmhartigheid is, waar de uitdrukking over de balk in het oog vandaan komt, wat Job daar deed op die mesthoop, en of ze al die mirakels, van het vermenigvuldigen van brood en vis, over het wandelen over water en het doen opstaan van doodzieke personen, tot en met de verrijzenis, wel zo letterlijk moeten nemen als het er staat. Het wordt inderdaad tijd dat ze opnieuw beseffen wat een parabel is, en hoe daarin een bepaalde verhouding met de werkelijkheid aan bod komt die wel eventjes verschilt van het jagen op Pokémons of het swipen op Tinder.

Ik zeg niet dat er godsdienstonderricht móet zijn, of dat het in die, exclusief katholieke of christelijke vorm moet plaatsvinden, maar als het er dan toch is, juich ik het initiatief van de katholiek-christelijke onderwijsexperten van harte toe. Dat initiatief wordt inmiddels ondersteund door de bisschoppen. Ik ben zelf niet gelovig en heb bepaald geen schrik dat het hier zou gaan om een geretardeerde kerstening. Daarvoor is het te laat. Maar we leven ondertussen – en daarmee bedoel ik: sedert de afkalving en uiteindelijk de teloorgang van het katholieke geloof in onze contreien na het Tweede Vaticaans Concilie – in een gelaïciseerde en diverse samenleving waarin we steeds nadrukkelijker de noodzaak voelen om minstens bewust te zijn van onze eigen culturele identiteit. Dat zal nodig zijn als we niet willen onder de voet gelopen worden door een cultuur die wél nog ruimte heeft voor niet-materiële, cultuurbepalende denkbeelden en geloofspunten, meer nog, die daaruit, en uit het verschil met onze religieuze onverschilligheid, zelfs haar sterkte put. Ik onderschrijf de gedachte die ik bisschop Bonny deze middag op Het Journaal zag uitspreken (en ik parafraseer): wij moeten opnieuw beseffen dat we in een gepokt en gemazelde christelijke cultuur leven want wij kunnen de dialoog met anderen niet aangaan als wij niet weten wie wij, gelovig of niet, zelf zijn. En dan heb ik het nog niet over het belang van een hernieuwde aandacht voor christelijke symbolen, Bijbelpersonages en geloofspunten voor het blijven begrijpen en het continueren van de westerse culturele traditie in al haar uitingen.

facebookbericht 928

een FB-contact maakt bezwaar tegen de schrijver Benno Barnard, vooral omwille van diens opvattingen

Goed literair schrijven heeft meer met vorm dan met inhoud te maken. Of preciezer: met een juiste afstemming van vorm op inhoud. Overigens vind ik niet dat we een veelheid van terechte of dan toch minstens behartenswaardige overtuigingen van een literator moeten begraven onder enkele van zijn extreem geformuleerde of gewoon extreme opvattingen. Soms is het goed om eens onze linkse bril af te zetten en naar de stemmen te luisteren die weerklinken aan de andere zijde van de Vlaamse (grond)stroom. En om het onderscheid te maken tussen provocatie en nuance. Pas dan kun je gewaarworden dat de 'rechtse' BB meer te vertellen heeft dan veel zogenaamd 'linkse' auteurs met veel minder talent. Puur literair en dus los van elke ideologische invalshoek vind ik het autobiografisch drieluik Eeuwrest van het beste wat de Nederlandstalige literatuur in de vorige eeuw heeft opgeleverd. Zeer pretentieus, dat wel, maar soms kan pretentie terecht zijn.

de zomer van 2016 – 55



Noordoost 8

11 augustus

dag 8 - Bad Liebenwerda-Beeskow - 136 km

Net voor ik vertrek – ik ben een croissant gaan eten met een kop koffie erbij aan de overkant van het marktplein, in een bakkerij-annex-koffiebar waar het zo ongezellig was dat ik nog liever buiten in de kou ging zitten, en het is deze ochtend écht koud –, net voor ik vertrek dus kom ik op de gang nog eens Wolfgang tegen. Ik wens hem goede reis en veel succes met zijn nieuwe job als conciërge en manusje-van-alles in een basisschool. En wanneer ik hem zeg dat hij een beetje een verdrietige indruk maakte, wellicht omdat hij zijn orgelbouwersjob verloren had, antwoordt hij: 'Ach, ik bewaar er veel goede herinneringen aan.' Maar misschien is het iets anders dat hem dwars zit, en zo vertrouwelijk zijn we in dat anderhalf uur samen gisterenavond nu ook weer niet geworden dat ik hem daarnaar zou durven te vragen. Ik weet wel dat zijn vrouw hem gevraagd heeft om voor morgenavond thuis te zijn want ze wil samen met hem naar de vallende sterren kijken – en ja, dat lijkt me wel een gunstige indicatie. We wisselen geen adressen uit, ik geloof daar niet zo in en Wolfgang blijkbaar ook niet.


Ik kom voor de zoveelste keer tussen windmolens te fietsen. Een dag of drie geleden telde ik ze eens: de windmolens waar ik tussen fietste, plus deze die, in verschillende groepen verspreid, op de heuvelruggen rondom stonden te draaien. Ik telde er 135. Ongeveer. Een paar weken geleden lanceerde de Vlaamse overheid een plan om tegen 2020 vijfhonderd (500) windmolens te bouwen. In heel Vlaanderen welteverstaan. Ik weet wel, er is bij ons niet zoveel ruimte als hier, maar het waait er toch even hard? Het moge duidelijk wezen dat de Duitsers het goed hebben aangepakt. Want dan zijn er ook nog de talrijke zonnepanelenparken, soms meerdere hectaren groot. De zwaarvervuilende bruinkoolontginning loopt op zijn einde, de kernenergie wordt afgebouwd. Met het tempo waarmee Vlaanderen de omzetting naar propere energie doorvoert, loopt het stilaan al dertig jaar achter op dit land.

Ik heb vandaag voor de eerste keer in mijn leven inkopen gedaan in een Lidl. Een oudere man spreekt mij er aan. Hij zegt dat fietsen goed is – hij heeft natuurlijk mijn koersbroek opgemerkt. Hij heeft het ook altijd gedaan, maar nu lukt het niet meer met zijn knieën. Hoe oud denk ik dat hij is? Ik schat 68. Hij zegt dat hij 78 is! Dat is door het fietsen, zegt hij nog, dat hij zo lang jong is gebleven. Dus, besluit hij, blijven fietsen! En weg is hij, tussen de veel te goedkope groenten en diepvriesproducten. Ik koop een stuk pizza, dat ik als vroege lunch opeet op het fraaie marktplein van Finsterwelda.
Vogels? Roofvogels zijn er bij de vleet, en vaak niet van de minste. Ik moet dringend mijn kennis van arenden bijspijkeren. Steeds regelmatiger zie ik ook ooievaars. En voor het eerst sinds lang ook bonte kraaien: een hele zwerm, die op een pas bewerkte akker voedsel vinden. Vroeger zag je ze ook bij ons, maar dat is toch ook alweer een jaar of dertig geleden, denk ik.

Het landschap om mij heen is groener en vlakker geworden. De eindeloze graanakkers van gisteren en eergisteren liggen grotendeels achter mij. Er zijn meer bossen, met vooral naaldbomen. Af en toe een stuk heide. Maar bijna geen weiden. Voorbij Calau en Vetschau kom ik in het dal van de Spree terecht, nauwelijks een dal eigenlijk, gewoon een met afwateringskanalen doortrokken vochtige zone. In Calau houd ik nogmaals halt want die ene croissant in Bad Lieberwerda en dat stuk pizza in Finsterwalde zijn niet genoeg. Ik koop op de markt, die net aan het opkramen is, twee tomaten, een fles spuitwater en op de hoek in het café een koffie. Die hier 90 eurocent kost, nota bene. Ik rond met een gemakkelijke geste af naar 1 euro. Op het marktplein, op een bank tegenover mij, zit een man een kwartier lang heel aandachtig een ijsje te verorberen.


In Vetschau heb ik de dubbele kerk bezocht. Naar het schijnt is het een unieke constructie. Een mevrouw legde mij dat in het ene schip de mis in het Duits werd opgedragen, en in het andere in het Wendels. Dat is hier de tweede taal. Maar vonden die missen dan tegelijkertijd plaats? Dat vergat ik de vrouw nog te vragen. Beide schepen zijn bijna identiek, je kunt via het koor van het ene naar het andere. In beide zijn er emporia, dat zijn een soort rondgangen boven het gelijkvloerse niveau. Er zijn er twee boven elkaar. In het Duitse schip had dat niets met sociaal onderscheid te maken, maar in het Wendelse wel. Daar nam de aristocratie plaats boven het gewoel in de benedenkerk. Ik keek na mijn bezoek aan deze merkwaardige kerk nog wat rond in Vetschau. 


Zoals in zovele stadjes is ook hier na die Wende een stadsarchitect langsgeweest om zijn wildste fantasieën met de opeens beschikbare gelden bot te vieren. Om de herinnering aan het communistische grauw zo snel mogelijk uit te wissen, veronderstel ik. En om de bevolking de schok van de misschien teleurstellende verandering te doen vergeten. In vele gevallen leidt dat tot bevredigende resultaten, maar hier is het toch iets minder. Een op zijn kop geplaatste kapitaal L herbergt een informatiescherm, dat, zo vertelde mij een oudere dame die zag dat ik er een foto van maakte, ook wordt gebruikt om in grote groep voetbal te kijken. Dat vond ze wel leuk, maar er zijn al klachten, wist ze. Het scherm is te klein. Foutje van de architect. Overigens valt de stalen L wel heel erg uit de toon bij de rest van het plein.

Ik rijd nog verder tot Beeskow, waar ik een schuilplaats vind voor de nacht in pension Am Berg. Hoewel er hier geen bergen zijn. Een overnachting met ontbijt kost me 30 euro. Daarvoor heb ik alle comfort dat ik nodig heb, alleen wifi ontbreekt. Enfin, er is wel wifi, maar de uitbaatster heeft besloten er de gasten niet meer van te laten profiteren want ze is daar eens slecht mee gevaren. Illegale downloads en zo, waarop zij dan een boete moest betalen. Ik ga in het kleine stadje eten. Er staan enkele torens, overblijfselen van een omwalling, een vakwerkhuis dat nog uit de zestiende eeuw dateert, en een massieve baksteengothische kerk. Alles kraaknet en piekfijn gerestaureerd. Enkel de zijstraten ogen wat groezelig. 


Op de televisie op mijn kamer zie ik achtereenvolgens (het geluid af, terwijl ik dit verslag intik): jumping, boogschieten en tennis. Alles alleen met Duitsers. Er is ook iets met schoonspringen, dat zet ik even luider: bij het begin van de competitie was het water nog zwembadblauw, maar nu is het groen en veel duikers klagen van brand in de ogen. Er zou iets te kwistig zijn omgesprongen met een chemisch product dat nu net moest dienen om het water proper te houden.

Wie zich wil vergewissen van de eentonigheid van zo'n fietsreis, kan de foto's bekijken die ik om de 10 kilometer maakte, zonder mij te bekommeren om het uitzicht of de inhoud.

10 kilometer-Radreise 766-901

776

786

796

806

826

836

846

856

876

886

896

4428

Ramskapelle - 160625