![]() |
| S., F. en S., Antwerpen - 120414 |
zondag 5 augustus 2012
schrikkel 204b
In Lammersdorf is op zondagmorgen behalve de kerk zowat
alles gesloten. Eén pand onderscheidt zich ternauwernood van de ingedommelde
andere door enkel een bescheiden opschrift en enkele lampen die binnen branden.
Wie als buitenstaander dit Gasthaus betreedt, krijgt de indruk de woonkamer van
een privéwoning binnen te gaan. Maar het is wel degelijk een café: rustieke
tafeltjes met nappen en kaarsen, vier kaartspelers in de hoek en aan de toog
een paar krasse knarren. Bijzonder krasse knarren, ik schat hun leeftijd op om
en bij de tachtig jaar. Ze gaan vertrouwelijk met elkaar om: het is duidelijk
dat ze elkaar regelmatig zien. Misschien wel elke dag, of dan toch elke week op
zondagvoormiddag wanneer moeder de vrouw eerst naar de mis gaat en dan thuis
het eten klaarmaakt. Een van de ouderlingen wordt opgehaald door een man die
waarschijnlijk zijn zoon is en zelf ook al niet meer van de jongste: ‘Het eten
is klaar, pa.’ Zwaar op zijn zoon leunend verlaat de man het etablissement.
Tachtig jaar of misschien zelfs meer. Ik maak een eenvoudige
berekening. Dan zijn deze mannen geboren tussen halfweg de jaren twintig en het
begin van de jaren dertig van de vorige eeuw. Misschien waren ze oud genoeg om
alles bewust te hebben meegemaakt. De fascinatie en de verschrikking. De trots
en de angst. Misschien waren ze bij de Jugend,
misschien zagen ze vol verering hun net iets oudere broers of hun vaders west-
of oostwaarts marcheren. Misschien voerden ze het bevel over, hielden ze
toezicht bij, zorgden ze voor de perfecte uitvoering van…
Ach.
Heeft het zin? Hebben deze heren dan geen recht op een onschuldige aperitief op
een doodgewone zondagmorgen?
schrikkel 204a
De uitbater van Hotel Am Kapellchen (dat zo heet omdat het zich
tegenover een kapel bevindt maar misschien ook wel omdat je binnenin het hotel heel
wat religieus getinte parafernalia kunt aantreffen: bijbels, kruisbeelden,
religieuze afbeeldingen…) gelijkt volgens S. op de Franse acteur André
Dussolier. Hij heeft een vriendelijke en – als dat zou kunnen, zou ik zeggen: –
nogal rooms-katholieke kop met vroeger wellicht rosblond en nu grijzend
halflang haar en rood aangelopen kaken. Zijn embonpoint poogt hij met een uit
de broek gelaten overhemd te vergoelijken. We troffen hem gisteren in de late
namiddag soezend op zijn terras aan en het duurde wel eventjes voordat hij, na
ons aanbellen, kwam opendoen. Zijn dashond liep hem daarbij voor de voeten.
Terwijl S. zich nog aan het klaarmaken is voor het vertrek
van onze rit vanuit Kornelimünster over de Eifel, de koninginne-etappe van onze
reis zeg maar, vraag ik de man om de
rekening. Terwijl hij die opmaakt, informeer ik hoe lang hij al hotelier is, of
de zaken een beetje marcheren – dat
soort dingen. Mijn – ik moet het toegeven, deels door zijn wufte maniertjes
ingegeven – vermoeden dat hij een beetje miscast
is, wordt bevestigd. Maar dan op een andere manier dan mijn vooroordeel het had
doen verwachten. De man beantwoordt heel vriendelijk mijn vragen. Am Kapellchen
werd gestart door zijn grootvader. Dat moet intussen al meer dan een halve eeuw
geleden zijn, schat ik, dus in het decennium na de Tweede Wereldoorlog. (Wat
heeft die grootvader in díe jaren gedaan?, is dan het soort vragen dat in je
opkomt maar dat je niet durft te stellen.) Na de dood van de grootvader nam de
vader de zaak over, en daarna de zuster. Maar die overleed vroegtijdig en zo
sukkelde André Dussolier min of meer onverhoeds in het hoteliersvak. De
ondertoon van zijn woorden is: ‘Ik had geen keus’ – maar ik vermoed dat ook
privé-omstandigheden (geen andere of betere vooruitzichten?, werkloosheid?) een
rol hebben gespeeld. Op mijn vraag hoe de zaak bolt, antwoordt hij: ‘Het zou
beter kunnen’ en hij incasseert de 75 euro die ons verblijf hier heeft gekost.
Er komen te weinig gasten. ‘Ik zal bij al mijn kennissen die in Kornelimünster willen
overnachten reclame voor uw hotel maken’, beloof ik. Niet zonder ironie want
zoveel kennissen heb ik nu ook weer niet.
Op weg naar buiten pakt Dussolier van een stapel bijbels het
bovenste exemplaar en biedt het ons gratis aan. We weigeren het woord Gods: we
moeten spaarzaam zijn met overtollig gewicht. De man wijst ons de weg naar het
fietspad dat is aangelegd op de spoorwegbedding richting Roetgen en wuift ons
uit.
zaterdag 4 augustus 2012
schrikkel 203c
Ik geef toe dat het in een tijd van gps’en en dergelijk tuig
amateuristisch is maar door tijdgebrek en wat weet ik al niet voor andere
akkefietjes was ik er niet toe gekomen om een nieuwe editie aan te schaffen
zodat we door een deel van Duitsland moeten fietsen met een Michelinkaart uit
het jaar 1984, eentje waarop de plaatsnamen met de hand zijn geschreven in een
lettertype dat nog aan het gotische schrift refereert. Maar goed, ik dacht: we
zitten vooral op het platteland en op het platteland zal de situatie nog niet
zo erg veranderd zijn. Dat zou voor het grootste deel van het traject over de
Eifel inderdaad het geval blijken te zijn, maar dat was het niet voor het stuk van
het traject waar we rond Aken proberen te fietsen zonder in de Paltsstad zelf terecht
te komen. De stadsuitbreiding, en vooral het om zich heen grijpende autoverkeer,
hebben de kaarten hier grondig door elkaar geschud en we hebben de grootste
moeite om onze weg te vinden in de huidige situatie, die dus duidelijk verschilt
van het verouderde plan. De geactualiseerde omgeving is, voortgestuwd in de
vaart der volkeren, omgevormd tot niets minder dan een hel op aarde. Zo moet de
hallucinante ervaring worden verwoord van het als fietser verloren rijden in
een wereld waarin de auto heerst en waarin ternauwernood nog een tracé wordt
vrijgemaakt voor wie zich hier op een andere manier wenst te verplaatsen. Er
rest maar één optie: hieruit zo snel mogelijk verdwijnen. (‘Zo zie ik de hel:’,
zeg ik tot S., ‘hier ten eeuwigen dage moeten rondfietsen zonder de uitgang te
vinden.’) Bovendien is er de beklemmende en enigszins kafkaïaanse vaststelling
dat niemand, of toch niemand van diegenen aan wie we de weg vragen, zijn
omgeving kent: we worden steevast de verkeerde richting uitgestuurd en we
moeten het meer dan eens meemaken dat mensen niet weten hoe een plek die
nauwelijks vijf kilometer uit de buurt ligt te bereiken is.
vrijdag 3 augustus 2012
schrikkel 203b
Op de markt van Roermond staat op een strategische plek dit
fruitkraam met zjudderange-afdeling.
Het sap van versgeperste appeltjes van oranje wordt in plastic flessen van
wisselende grootte getapt en voor een sympathiek prijsje aan de dorstige
passant en marktganger gesleten. Het zaakje floreert en er is dus nogal wat
debiet van sinaasappelen. Een jonge kerel is speciaal ingehuurd om uit de
inhoud van de meer dan één ton wegende krat de rotte, groen- en witbeschimmelde
exemplaren weg te selecteren en de nog consumeerbare in de trechter boven de
persmachine te deponeren. Ook moet hij, wanneer in die trechter de toeloop
gestremd wordt, met een stokje de weg naar de pers opnieuw vrijmaken. We observeren
dit werkje terwijl we op het terras van het tegenoverliggende café aan onze
koffie nippen. Eerst snijdt de jongen een slechts onderaan scharnierende
vierkante klep uit de kartonnen krat; hij houdt de klep vooralsnog tegen zodat
de er van binnenuit tegenaan drukkende appelsienen nog geen vrije uitweg
krijgen. Dan plaatst hij twee open kartonnen fruitdozen onder de beide kieren
die ontstaan wanneer hij de klep een beetje laat doorbuigen. Een voor een
vallen de appelsienen in die dozen. Soms rolt er eentje naast maar die wordt
rap terug naar de kudde geleid. Als de twee dozen vol zijn, gaat de klep weer
dicht en haalt de jongen de rotte appelsienen weg. En zo gaat het een tijd
door; het is een kleurige bedoening. En het sap smaakt lekker en vers.
schrikkel 203a
De Nederlanders hebben echt wel een eigen omgang met de
Nederlandse taal. Uiteraard, maar ’t is toch altijd wennen. Neem nu dit kraam –
ik denk dat het in Meijel was. Zo’n opschrift tref je in Vlaanderen niet aan. ‘Krentenbollen
van ’t Stoepje, die eet je niet die snoep je’. Dat uiteenvallen van het
rijmwoord in twee onderdelen; dat subtiele onderscheid tussen eten en snoepen
(alsof snoepen niet ook eten zou zijn); maar vooral: dat opzichtige en schier
ongewilde maar ongetwijfeld uitermate bestudeerde ontbreken van de komma na ‘niet’
– dat zijn allemaal taalkundige frivoliteiten die je bij de verbaal minder
begaafde en met minder zin voor ironie begiftigde Vlaamse marktkramers niet zo
courant zult aantreffen. Denk ik.
schrikkel 202
De fietsenparking van de Nettorama is ’s voormiddags de
bijpraatplek van het dorp – of toch voor de dames van leeftijd die hier hun inkopen
voor het middagmaal doen. ’t Is plezant om de opeenvolgende tafereeltjes te
observeren. Arriverende dame A ontmoet B, die net op dat ogenblik de supermarkt
verlaat met twee plastic zakken aan haar armen en een aan haar man die
meesjoffelt, en ze slaan een praatje. Tot B (plus heer) besluit op huis af te
stevenen, maar net dan komt C naar buiten en die krijgt ook nog een groet mee
van A, die eindelijk de Nettorama betreedt. Maar zie, daar komt D al aangewaaid
en parkeert haar elektrische fiets op zijn pikkel. Volgt een hele babbel met C,
tot… Enzovoort. Zo gaat het de hele voormiddag door, wellicht, en je zou het
statistisch kunnen uitrekenen hoeveel keer A per jaar B ontmoet, en B C, en C mevrouw
D – gesteld dat ze min of meer op hetzelfde uur aankomen. Maar dan mag het niet
regenen, natuurlijk – want bij regenweer wordt de parochie niet verlegd, dan
gaat iedereen zo snel mogelijk naar binnen of op huis af, dan is er minder
sociale interactie, dan wordt het weefsel niet zo strak aangespannen.schrikkel 201b
Het op de Sint-Pieters en de Lateranenkerk in Rome
gebaseerde ontwerp voor de Basiliek van de H.H. Agatha en Barbara is natuurlijk
veel te groot voor een klein dorp als Oudenbosch. Toen pastoor Willem Hellemons
de bouwopdracht gaf (hij had een tijd in het Vaticaan gewerkt), telde het gat
nauwelijks 3500 inwoners – vandaar dat men van de, wellicht bijzonder katholieke
en door Hellemons fiks in het gareel gehouden dorpelingen, zei dat ze ‘de
koepel in de kop hadden’. Wat de min of meer artistiek aangelegde leden van de
plaatselijke gezelligheidsvereniging die een tentoonstellinkje in de basiliek
wist te versieren in de kop hadden, weet ik niet, maar onderhavig kunstwerkje
wijst toch wel op een hellemonsiaanse zin
voor aberratie.
schrikkel 201a
Na een nacht van lawaai en slapeloosheid kondigt de ochtend
boven Schouwen-Duiveland zich ook al niet rooskleurig aan. Maar uit het
westen waaien met stormkracht opklaringen aan.
reactie
Dag Pascal,
Georges Brassens is met 'Les Passantes', geloof ik, al
eens de revue gepasseerd op je blog maar met 'Le Blason' ('ce morceau de roi de votre anatomie') komt
hij nog eens in aanmerking om (bij @HB) op een pied-d'estalleke gezet te worden. Maar beluister het
volledige chanson.
groet, K.
donderdag 2 augustus 2012
reactie
Dag Pascal, dank voor je reactie in deze blog na
gisterenavond. Ik vind zelf het woord 'populisme' niet zo goed gekozen. Het
doet me trouwens denken aan iemand die heel graag burgemeester van Antwerpen
wil worden.... Maar... ik heb het wel voor jouw 'belangen' die mensen
rechtstreeks beroeren. Daar sla je volgens mij de nagel op z'n kop. Toch...Over
alles moet goed worden nagedacht. Ook over 'beroerende belangen'! Hoe dan
ook... ik vond je bijdrage gisterenavond 'prikkelend'! Groet,
K.R.
Ook al valt het woord populisme waarschijnlijk velen zwaar,
toch vind ik dat je gelijk hebt, Pascal. Er is niets mis met een vleugje
oorbaar populisme van tijd tot tijd. Groen hoedt zich beter voor een al te
uitgesproken geitewollensokkenimago. De ambitie voor een plaats in de
gemeenteraad werd eerder uitgesproken en dan kan men maar beter zoveel mogelijk
kiezers aanspreken. Je kan gerust idealist zijn zonder fundamentalist te zijn,
zoals je ook pragmaticus én Groen kan zijn (je doet dat goed, Sammy). Of je
gedachtengoed verkondigen zonder onheil te spellen. Angst heeft lang genoeg de
scepter gezwaaid in dit Belgenland.
K.S.
reactie
Over de ramp van 1953 heb ik filmpjes op youtube gezien. Er
zijn 1.800 doden geweest die verdronken zijn. Bij ons in Duitsland was in
Februari de 50ste verjaardag van de ramp in Hamburg 1962. De hele avond zijn op
TV filmpjes en documentaties daar over te zien geweest. Wij wonen 330 km vanaf
de kust in NL en 480 km vanaf Hamburg. De filmpjes hebben me zeer geraakt !
Groeten uit Duitsland,
D.W.
woensdag 1 augustus 2012
schrikkel 200b
Met jeugdherbergen moet je altijd een beetje geluk hebben.
En in die van Bruinisse hadden we dat dus niet. Onderkomen barakken,
krakkemikkig sanitair, een eng kamertje dat nauwelijks breed genoeg was voor
een stapelbed en een passage naar het beregende raam. De aanblik van het geheel
deed denken aan een vluchtelingenkamp – en daar was de aanwezigheid van een
groep Duitstalige Vietnamezen niet vreemd aan. Nu is de combinatie van Duits en
Vietnamees op zich al niet erg sexy, maar deze zeer vriendelijke en tegelijk
ook zeer in zichzelf gekeerde en met zichzelf bezig zijnde mensen waren bovendien
behoorlijk luidruchtig. Tot diep in de nacht. Zover waren we echter nog niet.
In de vooravond hielden ze zich vooral onledig met barbecuen en karaoke. Ze
verslonden hun aangebrande saucijzen onder de helse tonen van volkseigen wijsjes
– en er stond er een vooraan bij het televisiescherm de tekst mee te kwelen, de
microfoon op maximumvolume. Wij hebben dan ook in deze eetzaal niet gegeten. Mede
daardoor zijn we van de Vietnamese ziel niet veel wijzer geworden.
’s Anderendaags, na die helse nacht, was het weer van datte.
Voor het ontbijt gingen we dan toch in die zaal zitten. We dachten: ze zullen
nu wel stil blijven. Niet dus. We hadden nog maar net ons broodje opengesneden
of daar schetterden alweer die vreselijke klanken door de ether, als, vergeef
mij de boosaardige vergelijking, een Amerikaanse straaljager boven het oerwoud.
Je kon niet echt genieten van je oranjesapje. Ik ben dan toch maar opgestaan om
– in mijn beste Duits – de heren diets te maken dat ik graag in stilte en
hoogstens met een discreet strijkje mijn petit
déjeuner pleeg te nuttigen. De knop werd meteen dichtgedraaid, dat moet
gezegd, en we kregen – om het goed te maken wellicht – een kop lauwe koffie
aangeboden. Danke schön! Maar dan
weerklonk weer dat zweverige muziekje, stillekens nog, en moest ik andermaal
een boze blik Vietnamwaarts wenden om te vermijden dat de ondoorgrondelijke
melodie opnieuw met volle stuwkracht op ons zou worden losgelaten.
Ik zei het al: met jeugdherbergen moet je een beetje geluk
hebben. En in die van Bruinisse hadden we dat dus niet.
schrikkel 200a
Je moet het die Nederlanders nageven: ze hebben wel zin voor
prometheïsme. De zee tegenhouden, je moet er maar opkomen. Maar ze zaten na ’53
natuurlijk wel flink met de daver op het lijf – begrijpelijk als je weet dat
een groot deel van het land onder de zeespiegel ligt. En het zal er niet beter
op worden! Hebben ze bij het uitdenken van hun Deltawerken rekening gehouden
met de klimaatopwarming? Men mag het hopen. De Oosterscheldewaterkeringdam bij Neeltje
Jans levert een spectaculair, afgrondelijk zicht. De wind raast je rond de
oren, het water beukt tegen de schotten en kolkt in de kloof tussen dam en weg.
Bravo!
campagne 10
Gisterenavond snuffelden we met ongeveer een halve
lijst aan enkele programmapunten: wonen, jeugd, mobiliteit, ruimtelijke
ordening. Voor mij was het de eerste keer dat ik bij zoiets betrokken werd en
ik droeg mijn steentje bij aan discussies over kasseien, hangjongeren en
groenzones. Een beetje te enthousiast vrees ik – ik kan mij voorstellen dat
sommige aanwezigen, die veel jonger zijn dan ik maar wel al heel veel langer
actief aan dit ‘work in progress’ sleutelen, lichtelijk geïrriteerd waren over
zoveel wijsneuzigheid. Maar misschien staan ze open voor mijn goedbedoelde
naïviteit, voor het lichtelijk externe van mijn blik, voor mijn constructief
bedoelde neiging om advocaat van de duivel te spelen. Enfin, we zien wel. Ik
leerde enkele fijne mensen kennen en bewonder hun inzet voor de goede zaak. Het
werd mij in elk geval duidelijk wat alle groenen natuurlijk al heel lang weten:
dat er een verschil bestaat tussen ‘fundi’s’ en ‘realo’s’ – maar ook tussen de
twee ultieme doelstellingen: de wereld redden en de gemeenteraadsverkiezingen
winnen. Wat dat laatste betreft: beide doelstellingen vergen een eigen
strategie. Ik pleit alvast, als het gaat over het winnen van de
gemeenteraadsverkiezingen, voor een ‘oorbaar populisme’: spreek de mensen aan
over zaken die hen rechtstreeks aanbelangen en waar je hen gemakkelijk profijt
kunt verzekeren; zwaai zeker niet met doemscenario’s over de wereld waarin onze
kinderen zullen moeten leven.
Abonneren op:
Posts (Atom)

























