woensdag 8 juni 2022

notitie 209

(220607)

FB-STRATEGIE

Laat mij beginnen met het goede nieuws. In vergelijking met sommige sites van kranten of tijdlijnen van politieke partijen is mijn FB-tijdlijn een haven van gemoedelijkheid, beleefdheid en tolerantie. Waar op plaatsen waar meningen worden uitgesproken – plaatsen waar méér te zien is dan selfies bij toeristische attracties, culinaire prestaties of de strapatsen van katten of honden – vaak verwijten over en weer worden geslingerd, daar blijft het bij mij meestal erg rustig.

Zou het kunnen dat mijn strategie om Facebook-onenigheid te beheersen vruchten afwerpt?

Om te beginnen laat ik mij niet vermurwen en behoud mezelf het recht toe om plusminus vijf- tot zevenhonderd woorden nodig te hebben om een idee of observatie volledig uit te wikkelen. Ik heb het recht om mijn tijd te nemen. Ik probeer de aandacht vast te houden door zo *goed* mogelijk te schrijven. Niemand is verplicht om het allemaal te lezen, maar met minder woorden ontstaan er hiaten, wat alleen maar tot misverstanden leidt. Iedereen is vrij mijn notities te uitvoerig te vinden.

Schrijven is voor mij altijd een oefening in schrijven. Ik doe het graag en ik doe het hier omdat ik merk dat een paar mensen er ook plezier aan beleven.

Ik ben – uiteraard – altijd blij met reacties. Er zijn twee soorten reacties. Sommige notities lokken geen controverse uit, andere doen dat wel. Wanneer ik bij bijvoorbeeld een observatie van de zwanen op het Stil Ende geen polarisatie verwacht, waardeer ik elke reactie gelijkelijk met een duimpje. Wanneer echter controverse ontstaat, houd ik me van de domme. Ik ga dan niet beginnen ‘liken’, hier wel en daar niet, want daarmee doe je maar één iets en dat is: de tegenstellingen vergroten. Bovendien bestaat de neiging om te liken op basis van de naam van de auteur van de reactie en niet van de inhoud ervan. Dit zou ertoe kunnen leiden dat ik iets like enkel omdat een van mijn vrienden/medestanders het zegt, terwijl ik het eigenlijk niet helemaal begrijp. Dan ben ik niet aan het liken maar aan het *gatliken*.

Als iemand mij zeer uitdrukkelijk op een weinig beleefde manier aanvalt, reageer ik één keer zo beleefd mogelijk. Blijft die persoon volharden, dan laat ik het meningsverschil uitdoven. Soms lossen andere bezoekers van mijn tijdlijn het voor mij op. Wordt het echter te gortig of brengen de interventies van mijn bezoeker mijn privacy of die van anderen in het gedrang, dan behoud ik mij het recht voor om die persoon te verwijderen. Dat is nog maar één of twee keer moeten gebeuren. In principe vormt een verschil van mening voor mij geen criterium om Facebookcontacten op af te rekenen. Integendeel, hoe meer verscheidenheid, hoe beter.

Meestal laat ik de boel op zijn beloop en kijk enkel toe of het niet uit de hand loopt, bijvoorbeeld wanneer twee personen onderling ruzie beginnen te maken. Dan vraag ik heel beleefd om dat elders te doen, idealiter aan een échte toog in een écht café. Ondertussen probeer ik alles wat mijn inzicht vergroot te onthouden. Ik heb op Facebook al veel geleerd.

Meestal ben ik blij wanneer er zich onder een van mijn notities een ‘draad’ afwikkelt: dat geeft mij het geruststellende gevoel dat mijn notities toch op iets slaan.

Dus: een beleefde toon handhaven (wat bij sommigen pedant overkomt, ik weet het maar het is niet te vermijden en eigenlijk ook niet mijn probleem aangezien ik in eer en geweten kan bevestigen dat pedanterie niet iets is wat ik nastreef), en polarisatie vermijden door ofwel niets ofwel alles te liken, dat is zo’n beetje mijn strategie. Eenvoudig en weinig spectaculair, maar wel doeltreffend, in de zin dat de hoeveelheid onzin en brutaliteit op mijn tijdlijn er toch redelijk laag door blijft en ik vooral verstandige mensen over de vloer krijg.

Nog dit. Af en toe de discussie ontmijnen of verzachten met een ludieke opmerking helpt ook. En ja, ook nog dit: ik gebruik – uit principe – geen emoiji of emoticons of hoe noem je die ondingen. Of dan toch zeer uitzonderlijk. Woorden moeten volstaan. Ik leg het mezelf op om voor het weergeven van ‘mijn gedacht’ uitsluitend woorden te gebruiken.