zondag 12 december 2004

Ik lees Proust niet, ik vertaal hem (8)

Quand M. de Charlus ne parlait pas de son admiration pour la beauté de Morel comme si elle n’êut aucun rapport avec un goût appelé vice, il traitait de ce vice, mais comme s’il n’avait été nullement le sien.
(II:1050)

Wanneer Mr de Charlus niet over zijn bewondering voor de schoonheid van Morel sprak alsof die geen enkele overeenkomst had met een smaak die ondeugd wordt genoemd, dan had hij het over die ondeugd, maar dan wel alsof die in elk geval niet de zijne was.

Wanneer M. de Charlus niet zat te praten over zijn bewondering voor Morels schoonheid als iels dat in geen enkele [sic] verband stond tot een immoreel geheten neiging, sprak hij over die immorele neiging, maar zo alsof hij er zelf allerminst mee was behept.
(Cornips IV:457-458)