zaterdag 19 november 2022

6652

Hamburg - 221031

 

vrijdag 18 november 2022

getekend 432


 

notitie 313

STEFAN HERTMANS, VERSCHUIVINGEN 3/3

parafrase/werknotities 

 

*

Na het instorten van de drie zuilen heeft de sociaaldemocratie het moeilijk om stand te houden tegen het globalistische neoliberalisme. Bovendien geraakte traditioneel links ook nog in een identitair en racistisch conflict verwikkeld met concurrerende nieuwkomers. Extreemlinks en extreemrechts vinden elkaar in hun strijd voor koopkracht. De massa wordt niet door ideologieën gemobiliseerd maar door emoties die gelinkt zijn aan concrete kwesties. De sociale cohesie en het middenveld brokkelen af. De socialemediabubbels garanderen niet dezelfde samenhorigheid als de zuilen van weleer. Het identitaire denken van de nationalisten wordt gekenmerkt door uiterlijke differentiaties, niet door een overeenkomst van intrinsieke rechten en waarden van de individuen. De coronapandemie bracht de zwakheden van het nieuwe model aan het licht. De problemen van vandaag moeten wars van nationalisme maar ook van links-travaillisme worden aangepakt.

*

Immigratie legt het problematische van onze gastvrijheid bloot. De vreemdeling stelt onze vanzelfsprekende identiteit ter discussie. Onze cultuur blijkt ook maar een van de vele mogelijke te zijn. Daarom moet de vreemdeling op de drempel blijven staan, hij moet zich als vreemde manifesteren. Ook de wet van het getal speelt mee. Eén vreemdeling is behapbaar, een groot aantal vreemdelingen is angstaanjagend en doet focussen op de verschillen. Dat is de kern van racisme en van onverschilligheid ten aanzien van de bedelaar en de noodlijdende dakloze. Grootsteden – tegenwoordig altijd divers – zijn geschikter om vreemdelingen op te vangen dan naties, die van identiteit afhangen.

*

Er zou in het Westen een achteruitgang van de (literaire) geletterdheid zijn. Nieuwe technologieën zorgen niet voor ontlezing, integendeel. Het probleem ligt dieper: het heeft te maken met de status van taal. De autoriteit van het woord is uitgehold. Het populisme spint garen bij anti-elitarisme. Leuk wint van waar. Emotie haalt het van feiten. Vrijheid van meningsuiting wordt een leeg begrip; elke poging tot objectieve duiding wordt als indoctrinatie weggezet. En men kan zich afvragen wat literatuur nog vermag in een tijd waarin het onderscheid tussen fictie en fake news niet meer duidelijk is.

*

We moeten uitkijken naar nieuwe postkapitalistische levensvormen op onze vervuilde planeet. De ‘wereld’ moet zoeken naar een nieuwe harmonische omgang met de ‘aarde’ (‘Gaia’). Dit vergt ook een andere opvatting van de tijd. Mobiliteit en vermenging worden de norm – wat nationalisten daar ook mogen van beweren.

*

Eigentijds zijn door oneigentijds te zijn: de donkere kant van het heden vatten. Utopieën dreigen altijd ook de onvatbare dynamiek te doden die nodig is voor verandering. De hoop mag niet worden verlamd door (goedbedoelde) regelgeving.

*

Geweld legt woorden het zwijgen op. De nieuwe oorlog leert ons dat, na de onttovering en de machtsgreep van de ironie, onze enige kans op transcendentie in woorden besloten ligt. 

 


 

6651

Hamburg - 221031

 

donderdag 17 november 2022

notitie 312

STEFAN HERTMANS, VERSCHUIVINGEN 2/3

parafrase/werknotities 

 

*

Oorspronkelijk mikte publiciteit op statusbehoefte: willen zijn zoals de anderen. In de huidige clickcultuur wil de publiciteit ons overtuigen dat we diegene willen worden waarvan we nog niet wisten dat we het zijn. Politieke propaganda werkt niet anders en is derhalve een vorm van sluipende, niet openlijke indoctrinatie. Lifestyle haalt het van ideologie. Zelfbevestiging (clicken in functie van vorig clickgedrag) leidt tot radicalisering, fake truth en polarisatie. De persoonlijke vrijheid die de clickers menen te hebben is illusorisch.

*

Sociaaldemocratie is het evenwicht tussen welbegrepen eigenbelang en algemeen belang. Tijdens de coronapandemie bleek hoe broos dat evenwicht is. In combinatie met een te grote sociaaleconomische ongelijkheid vormt dit de voedingsbodem voor totalitarisme.

*

Kritiek veronderstelt ambivalentie. Geen ontwikkeling zonder onzekerheid. Wie dat niet aanvaardt en enkel simpele waarheden koestert, vervalt in autoritarisme en populisme en beschuldigt de voortdurend twijfelende en verschuivende wetenschap en de politiek van elitisme. Het sofisme, dat zich niet inlaat met argumenten en bewijzen, valt moeilijk te weerleggen. De jacht op zondebokken is geopend. De weg ligt open voor complottheorieën en repressie.

*

Persoonlijke vrijheid is niet universaliseerbaar want ze werkt ongelijkheid in de hand. En ook in het identitaire denken overheerst het verschil in plaats van de solidariteit. Cultureel tribalisme verdringt de idee van een universeel humanisme en een inclusieve samenleving. Bijvoorbeeld de emancipatie van seksuele en raciale minderheden verwatert tot een exclusivisering van de seksuele verbeelding en tot een nieuwe uitsluiting op basis van kleur. Dat is geen verrijking maar een verarming.

*

De publieke ruimte is tegenwoordig meer een speelveld voor agressief machismo dan een plek van socialisering. In de buitenwereld vindt nu de verabsolutering van het eigene plaats in plaats van de relativering ervan en de aanpassing aan de Ander. Heel wat mannen kunnen de overgang naar de gendergelijke samenleving niet verwerken. Frustratie leidt tot agressie in plaats van tot zelfbeheersing. Machismo is de uitlaatklep voor opgekropte woede omwille van de gewijzigde rol van de mannelijke sekse. Achter het toxische mannelijke geweld schuilt geen programma, enkel ongeleide energie en radeloosheid.

*

Democratie zal altijd door het meningsverschil worden gekenmerkt; een definitieve consensus is illusorisch. Maar men mag zich in het eeuwige conflict niet van vijand vergissen. Zo moeten de individuen die samen de klimaatbeweging vormen de multinationale lobby’s aanpakken in plaats van elkaar te culpabiliseren. Sensibilisering en vriendelijke mobilisaties zijn niet genoeg, politieke macht moet worden verworven. Men moet zijn tegenstanders niet te zacht willen aanpakken. Een cordon sanitaire heeft wel degelijk zin. Vrije meningsuiting moet begrensd worden.

6650

Hamburg, Deichtorhallen - 221031

 

woensdag 16 november 2022

driekleur 498

Rode, gele, zwarte bladeren dwarrelden in het rond en kraakten onder mijn schoenen.

Jeroen Brouwers, Alles is iets, 90

getekend 431

 

notitie 311

STEFAN HERTMANS, VERSCHUIVINGEN 1/3

parafrase/werknotities

 

We voelen dat we op een kantelpunt zijn aanbeland, maar we zien onvoldoende om de verschuivingen te duiden.

*

Kolonialisme, neoliberalisme, klimaat, pandemie, migratie, ongelijkheid. Alles hangt samen. En in elk van deze crisissen speelt verplaatsing een rol; problemen worden veroorzaakt doordat de mens niet in zijn biotoop blijft en in conflict komt met andere levende wezens in andere biotopen. Er is een einde gekomen aan de idee van onuitputtelijkheid. De wereld is overbevolkt en oververhit.

De mens veroorzaakt een massale soortensterfte. Niets blijft onaangetast. De klimaatcatastrofes worden gekenmerkt door exponentiële groei. Toch wordt dit niet gezien door de meerderheid van de kikkers in de kookpot. Sommigen blijven zelfs koppig vasthouden aan het vooruitgangsgeloof. Maar helaas, er is geen planeet B. We kunnen niet meer rekenen op de zekerheden die ons werden voorgehouden door rationalisme en Verlichting.

*

Sociale media beëindigen het onderscheid tussen binnen- en buitenwereld. Wie zijn intimiteit prijsgeeft in het publieke domein onderwerpt zich aan controlerende machten. Dit wegvallen van sociale distantie is anti-emancipatorisch en veroorzaakt sociale ontbinding.

*

Na de catastrofen van de twintigste eeuw hebben de Europese Verlichtingsidealen hun aanspraken op algemeengeldigheid definitief moeten laten varen. Het zogenaamde einde van de geschiedenis, dat het einde van elke ideologie inluidde en een veralgemening van het neoliberale vrijheidsideaal, was zelf ideologisch bepaald. Het identitaire debat en pragmatisme vervingen de hang naar objectiviteit. De pandemie dreef de tegenstelling tussen persoonlijke vrijheid en maatschappelijk belang op de spits. De globale verschuivingen – klimaat, pandemie, migratie – vragen om een herijking van dit evenwicht.

*

De enige totale verbinding die ons rest is de planetaire solidariteit die nodig zal zijn om het voortbestaan van de menselijke beschaving te garanderen.

*

De aanspraak op objectieve waarheid veronderstelt altijd macht. Dit, en niet het deconstructivisme, opent de weg naar fake truth. Overigens, dé waarheid is onuitsprekelijk (zoals de naam van God). Paradox: hoe onzekerder de tijd, hoe assertiever het spreken. Opinies verdringen kennis. De stortvloed aan meningen ondergraaft de zeggingskracht van de taal.

*

Openheid is nodig om absolutisme te vermijden. Ook in de politiek. Daar inspireert zij de klimaatactivisten, wat hun tegenstanders doet zeggen dat ecologisme een ‘geloof’ is.

*

Hoe meer informatie er beschikbaar is, hoe moeilijker het is om de waarheid te bereiken. Kennis is niet hetzelfde als verstand. Tellen is niet hetzelfde als het vermogen te ordenen (computer versus ordinateur). Waar het aantal clicks bepaalt wat waar is, en niet de geletterdheid (in de ruimere betekenis van het vermogen te ordenen), ligt de weg open naar fake news, nieuwe mythologieën en culturele regressie. We geloven dat iets waar is omdat de meerderheid het voor waar aanneemt.

*

Populaire cultuur kan helend werken maar kan ook autoritair zijn. De helden van de media benadrukken het onvermogen van de zich in hen spiegelende massa om zelf held te zijn. (Maar ondertussen geeft die massa haar intiemste leven prijs.) Deze schijnverbondenheid zorgt voor grote eenzaamheid.

6649

Hamburg, Deichtorhallen - 221031

 

dinsdag 15 november 2022

notitie 310

DINGDONG

 

Heel vaak slaat de deurbel hier niet aan. Toch niet wanneer ik het niet verwacht. Eigenlijk bijna nooit, om eerlijk te zijn. (Waarom zou ik daarover eerlijk moeten zijn?) Mensen komen niet meer onaangekondigd langs. Toch niet bij mij. Niet dat dat erg is, en zolang het aangekondigde bezoek nog langskomt is het dat helemaal niet – maar toch, op sommige dagen kan het wel eens wegen. Dan heb je een uur of zo in de namiddag in bed doorgebracht en zit je alweer te twijfelen in welk boek je nu weer een paar bladzijden zou lezen, en je stelt die boodschap die je extra muros moet doen uit wegens geen fut… Enfin, je voelt je mottig, uitgeschud, een beetje eenzaam toch ook, jawel – en dan gaat plots de bel. (Bij mij niet dingdong zoals in de titel van dit stukje, maar ik schreef dingdong omdat dat nu eenmaal beter de aandacht trekt dan tring. Voor alle duidelijkheid, en alvorens er daarover misverstanden zouden ontstaan: bij mij is het wel degelijk tring.)

Ik stuif naar de parlofoon en zeg ‘Hallo’. Als het maar weer geen schoolkinderen zijn die ‘belletjetrek’ doen want zo heb ik er een tijd een paar gehad. Klokvast om acht uur ’s ochtends, een paar dagen na elkaar, en dan hoorde ik enkel maar de ruis van de intercom en het verrassend nabije geluid van een auto die drie verdiepingen door de straat reed. Van de daders geen spoor. En die teleurstelling zit er nog altijd in – dat voel ik, die twee of drie keer per jaar dat de deurbel aanslaat. Maar je kunt toch niet niet de hoorn van de parlofoon ter hand nemen? Want stel dat, enzovoort.

‘Hallo’, dus.

Een stem die ik niet ken spreekt: ‘Dag meneer. Vindt u ook niet dat er zoveel problemen in de wereld zijn? Misschien moeten we daarover eens spreken. Als u dat wilt kan dat ook via de parlofoon.’

Parlofoon. Een raar woord, toch? Komt van parler en φωνήεν (of zoiets), denk ik. Frans en Grieks. Spreken en klinken. Van Dale zegt dat het woord parlofoon ‘ongewoon’ is. Ja, maar dat is het vooral voor Nederlanders want WikiWoordenboek zegt dat waar 90 % van de Vlamingen het woord herkennen, slechts 38 % van de Nederlanders dat doen. Die zullen het dan hebben over een intercom of een deurtelefoon. In Vlaanderen zegt niemand deurtelefoon. Van Dale – die je dus niet altijd moet geloven – schuift bij ‘deurtelefoon’ de hete aardappel door naar ‘buitendeurtelefoon’, waar ik dan de nogal onbevredigende omschrijving lees: ‘huistelefoon waardoor het mogelijk is zich aan te melden zonder dat de deur geopend hoeft te worden’.

Maar goed. De man aan de buitendeur, drie verdiepingen lager, wilde met mij – doorheen de buitendeurtelefoon – over de problemen in de wereld spreken. Ik heb uiteraard niet thuis gegeven. Enfin, ’t is te zeggen, ik heb hem gezegd dat ik daar ‘nu geen tijd’ voor had. Ik weet dat die lui soms wat hardnekkig kunnen zijn, dus wachtte ik zijn repliek niet af en hing de hoorn aan de haak van mijn buitendeurtelefoon – ook al stond ik op dat moment wel degelijk binnen, dat ben ik zeker.

Even dacht ik nog ‘Stom van je, je had naar beneden moeten gaan om die vent zijn vet te geven.’ Maar dat zou niet veel zoden aan de dijk brengen, toch niet als het om het oplossen van de problemen in de wereld gaat.

Ik nam nog even de hoorn van de haak en hoorde hem pogen mijn benedenbuur te overtuigen, een Portugees die hier al vijfenveertig jaar woont en geen woord Nederlands spreekt.

 


 

6648

Hamburg, Deichtorhallen - 221031

 

maandag 14 november 2022

getekend 430


 

6647

Hamburg - 221030

 

zondag 13 november 2022

6646

Keulen - 221029

 

zaterdag 12 november 2022

notitie 307

ZELFREDZAAMHEID

 

Géricault schilderde zijn vlot in 1819. 147 opvarenden van de Méduse probeerden op een vlot terug te keren naar de bewoonde wereld. Storm, wanhoop en kannibalisme maakten van deze struggle for life een verschrikking. Na 12 dagen pikte een voorbijvarend schip 15 overlevenden op.

Tussen de jaren veertig en tachtig van de vorige eeuw leidde de Noorse ontdekkingsreiziger Thor Heyerdahl een aantal expedities met vlotten van hout en papyrus. Hij bewees daarmee dat er al veel vroeger dan tot dan toe werd aangenomen intercontinentale contacten moeten zijn geweest.

De Belgische avonturier, fantast en levenskunstenaar Fons Oerlemans vertrok in 1974 op zijn zelfgemaakte vlot De Laatste Generatie samen met Raoul De Boel en Chribatou Hassan vanuit Marokko en bereikte drie maanden later Trinidad.

De Nederlandse kunstenaar Bas Jan Ader had al vaak menigeen verbaasd met bizarre performances, waarbij hij zich onder meer van daken of uit bomen liet vallen. In 1975 verdwijnt hij met een veel te klein vaartuig op de oceaan. Was dit een uit de hand gelopen experiment of een zelfgekozen einde? Ader onderzocht met zijn kunst het extreme, en hij stelde meteen ook de kunst zelf ter discussie.

(c) Matthieu Lobelle

2022. Matthieu Lobelle stuurt op zijn beurt een vlot de wereld in. Maar zijn van een oude werktafel vervaardigde vaartuig is niet zeewaardig – het heeft niet eens die ambitie. Het moet geen overlevenden redden van rampspoed, wetenschappers helpen bij het onderbouwen van hypotheses, of avonturiers en kunstenaars het gevaar helpen opzoeken. Lobelle verbeeldt een idee, een gevoel. Hier geen passionele emoties zoals op het doek van Géricault, of onbesuisde risico’s à la Oerlemans of Ader, maar wel het stille verzoek om met rust te worden gelaten. Lobelle wil kunnen wegdrijven in gedachten, naar waar zich volgens hem ‘een parallelle wereld’ opent, een gebied dat gelijkwaardig is aan de daadwerkelijke wereld maar waar hij, los van obstructies en hinderpalen, vrijuit kan dromen en creëren.

Lobelle wil op zijn vlot liggend tekenen – vandaar de matras – en zich daarbij niets aantrekken van de nieuwsgierige passanten. Met zijn vlag vraagt Lobelle hem vooral niet te redden: ‘Leave me alone!’

Matthieu Lobelle vraagt zich – uiteraard! – af wat hij met zijn kunst beoogt. Wil hij dat zijn kunst door anderen wordt opgemerkt, of juist niet? Zijn vlot lijkt te suggereren dat hij het verlangen om te worden opgemerkt laat varen. ‘Laat mij met rust,’ zegt Lobelle. ‘Ik zou ook tekenen als niemand het resultaat zou zien.’

En toch. Dit kunstwerk is ambigu. Met een vlot kun je ergens naar willen terugkeren, bijvoorbeeld de bewoonde wereld, maar ook ergens vandaan willen wégvluchten. Lobelle wil weg van ‘het teveel aan impulsen’. Hij vindt de wereld te druk, te opdringerig. Er zijn te veel hinderpalen en drempels. Maar de vraag is of er nog ergens een plek is waar rust heerst. Staan er niet overal wetten in de weg, en praktische bezwaren? Is er nog een Markiezeneiland, waar Matthieu Lobelle heen kan varen, zoals Paul Gauguin en Jacques Brel?

Typerend voor een vlot is hoe dan ook zijn stuurloosheid. Je bent niet zeker dat je ergens aankomt, maar je bent ook niet zeker dat je niet ergens aankomt. Bestaat het kunstwerk wel als het niet wordt opgemerkt?

En die voor iedereen begrijpelijke woorden op de vlag vragen toch om gelezen te worden? Met andere woorden: Lobelle tóónt dan toch zijn kunst? Maar hij zegt ook: ‘Ik weet niet of ik gered wil worden.’

Het vlot van Lobelle heeft geen reddingsboei. Dat is geen onbelangrijk detail.

*

Het werk (met daarop de liggend-tekenende kunstenaar) zal te zien zijn op 11 februari in de Anglicaanse kerk, Langestraat 101, Oostende.

6645

Keulen - 221029

 

vrijdag 11 november 2022

getekend 429

 

notitie 309

CONSENSUS

 

Tenzij ik op een andere planeet leef, maar ik dacht dat er toch stilaan een consensus over was ontstaan: cruiseschepen zijn ultravervuilend en bijgevolg absoluut geen optie voor uw volgende vakantie. Ik weet niet hoeveel autoverkeer je tegenover één in bijvoorbeeld de haven van Antwerpen aanmerende luxepassagiersboot kunt plaatsen als veroorzaker van een even grote hoeveelheid CO2-uitstoot, maar ik hoorde of las het ergens en ik herinner me niet meer het exacte cijfer maar wel mijn stomverbaasdheid: het was werkelijk impressionant veel. Ik bedoel: veel autoverkeer tegenover die ene boot. Ergens is het logisch natuurlijk: zo’n vaartuig is werkelijk enorm groot, het vergt heel veel energie om het vooruit te stuwen en, ja, die energie wordt nog altijd niet door iets anders dan door zwaar vervuilende diesel opgewekt. Kijk maar naar de permanente bruine smogwolk die voor onze kust boven de vaarroute naar Rotterdam en Antwerpen hangt en je weet hoe laat het is. Dus ja, cruiseschepen zijn in die mate vervuilend dat ze als vehikel van vertier eigenlijk niet meer te verantwoorden zijn.

Kunnen we het daarover eens zijn? Ik dacht dat er geen discussie meer nodig is voor wat betreft dit punt.

Groot is dan ook mijn verbazing, en mijn verontwaardiging, over een reclamespot die hedentendage op de VRT op de belastingbetaler die deze openbare omroep financiert wordt losgelaten. Het betreft een plezierreis met enkele coryfeeën, per cruiseschip, naar de Noorse fjorden. Medeplichtigen aan dit ecologisch totaal incorrecte vermaak: de mediatieke emopsycholoog Dirk De Wachter en ook Klara-‘madame’ Chantal Pattyn. Deze twee populaire BV’s moeten diegenen die het tripje kunnen betalen aan boord lokken want ze plaatsen ongetwijfeld boeiende interventies in het verschiet. Zullen ze het hebben over de voetafdruk van de gegadigden? Dat valt te betwijfelen.

Het zal zonder mij zijn.

Maar het kan nog erger. Ook deze avond zag ik, op diezelfde door belastingbetalers gefinancierde openbare omroep, een reclame voor het reisbureau Nordic, dat reizen organiseert naar Spitsbergen. van de wervend uitgesproken tekst heb ik geen letterlijke transcriptie – en ik vind zo niet meteen die advertentie terug. Maar het ging zo ongeveer van ‘duizelingwekkend hoge ijsbergen, statig in zee schuivende gletsjers, het spotten van ijsberen’, enzovoort. Uiteraard wordt Spitsbergen ook per boot aangedaan. Niets anders dan glossy ramptoerisme is dit, voor de happy few die rijk genoeg zijn om zich voorlopig niets van de klimaatverandering aan te trekken. 

 


 

6644

221102

 

donderdag 10 november 2022

getekend 428

 

afscheid van mijn digitaal bestaan 271

voor deze rubriek selecteer ik de beste stukken die op deze blog zijn verschenen

27 december 2010

 

AMBETANT

Ik kom in de keuken waar
zij aan het aanrecht staat,
nader haar langs achter.
Nijp haar onverhoeds in de
zijen. Vindt ze niet prettig.

Weet met mezelf geen weg.
Ik ben ambetant. Is er iets
aan de hand, vraag ik in haar
plaats wanneer ik zie dat ze er niet
mee kan lachen. Ik zet een pas

afgewassen vergiet op m’n kop.
Voel me onnozel. M’n lichaam
staat me voor mijn geest.
Ik wens mezelf hier ver vandaan,
maar weet dat ik niet verder kom.

Het leven is een grote hindernis,
je stoot je er aan. Je doet je er aan
pijn. Ik neem een handdoek,
kan ik helpen vraag ik vals.
De afwas is al bijna gedaan.

Hoe is het met je? vraag ik –
maar dat is andermaal niet
de vraag die ik stellen moet.
De vraag is hoe het met mij is
en het antwoord is gekend.

Ik besluit dat ik me maar beter
ergens kan opsluiten met een boek
of een wandelingetje maken
maar besef dat ik niet
niet wil geholpen hebben.

Ik zet een onnozele pas op
een flauw radiodeuntje en draai
een rondje in het rond. Er kan
geen glimlach af. Ik ben misplaatst
uitgelaten. Ik sta mezelf in de weg.

6643

Hamburg-Blankenese - 221101

 

6642

Hamburg - 221031

 

woensdag 9 november 2022

getekend 427

 

afscheid van mijn digitaal bestaan 270

voor deze rubriek selecteer ik de beste stukken die op deze blog zijn verschenen

 

11 december 2010

 


De foto als een tweedimensionale ruimte waarin je kunt verdwalen tussen hoeken en kanten; de foto als een vastgelegde situatie of anekdote. Inhoud en vorm en vaak het ene dat dominant is ten aanzien van het andere. Deze foto heeft beide – en is wellicht daarom interessant.

Inhoudelijk gezien is de foto best grappig. De man die de kappersschort wordt omgedaan blikt vrolijk-verrast naar de fotograaf. De man is zich niet bewust van de stuurse mannequinblik van de jongen die op de voorgrond om de hoek komt piepen. Die eerste twee contrasten, leeftijd en gelaatsuitdrukking, worden aangedikt door een derde: hun schedelbedekking. Waar dat van de jongen schalks en modieus alle richtingen opzoekt, blinkt de kale schedel van de man op een manier zoals alleen schedels van gezonde zestigjarigen die al wat van de wereld hebben geproefd kunnen blinken. En pas dan realiseer je je: wat doet die man in godsnaam bij een kapper?

Dan de vorm. Vele ‘plannen’ worden hier over elkaar geschoven. Man en jongen bevinden zich in een aparte wereld. De man is reëel, de jongen staat op een foto. Dit is inderdaad, voor de helft, een foto van een foto. Het vlak waarin de man zich bevindt is frontaal, dat van de jongen staat schuin. De hoek waar de jongen omheen komt piepen (zoals ik het in de vorige alinea wat knullig formuleerde), is geen hoek maar gewoon de rand van het buitenraam waardoorheen ik deze scène vastlegde. Er bevindt zich dus glas tussen mij en het tafereel: nóg een plan. Als je goed begint te kijken, merk je iets van de weerspiegeling, bijvoorbeeld onder de kin van de jongen. En dan begint je blik heen en weer te stuiteren. Zo zie je onderaan links het achterhoofd van een man die iets dringender de coiffeur nodig heeft, en dan, als je de handen en de armen volgt die de schort aan het vastmaken zijn, kom je uiteindelijk, helemaal in de linkerbovenhoek, bij de bebrilde kapperskop: een geschenk, absoluut niet voorzien tijdens het snelle kadreren en afdrukken. (Zo zag ik ook de man in de linkerbenedenhoek pas veel later.)

Ik hou veel van deze foto. Aanvankelijk dacht ik: vooral omwille van de inhoud. Nu weet ik beter.

6640

Hamburg, Platz der Deutschen Einheit - 221030

 

6641

Hamburg, Elbphilharmonie - 221030

 

dinsdag 8 november 2022

afscheid van mijn digitaal bestaan 269

voor deze rubriek selecteer ik de beste stukken die op deze blog zijn verschenen

 

7 december 2010

 

ALZIEND

 

De borden ‘Hier vloekt men niet, God ziet mij’, met behalve dit opschrift ook een in een driehoek gevat oog en vanuit dat centrale oog naar de randen vertrekkende stralen die alles bestrijken, ken ik gelukkig enkel als curiosum op rommelmarkten. Het heeft nooit deel uitgemaakt van mijn dagelijkse leefwereld. Nu is dit fenomeen herleid tot een van de talrijke parafernalia (in de onafzienbare rij paternoster, catechismus, pateen, kazuifel, vormsel, onbevlekte ontvangenis, biechtstoel, enzovoort, enzovoort) waarbij wij nu gode zij gedankt niets anders dan een in het beste geval welwillende en verwonderde meewarigheid kunnen opbrengen. Hoe is het – in godsnaam! – mogelijk geweest dat dit soort voorwerpen en concepten generaties aan de praat heeft gehouden. Met hoop en vrees heeft opgezadeld. Allebei die gevoelens al evenzeer op niets berustend. Of ’t zou op retoriek en ritueel moeten zijn, op zucht naar verhaal, op symboolblindheid en vatbaarheid voor luister.

God die alles ziet, het is een absoluut onvoorstelbaar gegeven geworden. God, die een oog heeft, dat alles ziet. Ook de verminkte strijder, de bedelaar die niets krijgt, het verkrachte kind, de geslagen moeder. Ook de smachtend-verliefde blik, de hand die onder de lakens tast naar iets dat zich roert, het copuleren dat niet op nageslacht mikt maar enkel beoogt twee eenzaamheden in elkaar te doen opgaan, de maandstonden die al meer dan een maand niet komen. Ook de neuskeutel onder de stoel en de stront in de pot, de etter in de wonde, het zweet van de angst in de loopgraaf. Ook de gifgasobus die komt aanzoeven, de splinterbom die wordt afgeschoten en straks een ziekenhuis vol zo al creperenden zal raken, de zieke geliefde die – liefdevol – zijn nog gezonde vriend besmet. God kijkt mee over de schouder van het kind dat op het punt staat in het metrostel te stappen waarin een bompakket op springen staat. Ook het huiswerk dat niet is gemaakt ziet God, de gestolen cent, de kapotgeshotte ruit.

Ach. Dat alles ziet God. Dag in dag uit, en ook ’s nachts. Hij, natuurlijk een hij, ziet ook hoe de beesten elkaar opvreten, hoe de mensen de dieren afbeulen, hoe mensen elkaar de duvel aandoen. Een man die wordt gepest, vastgebonden, de aars van zijn baas tegen zijn neus, in de ballen genepen. En dan jaren niets durven zeggen.

Dat alles ziet God. Het maakt niets uit dat het donker is. Het ís donker.

Gevangenisarchitectuur die dateert van voor de bewakingscamera wordt gekenmerkt door het feit dat er een centraal punt is van waaruit alles de visu kan worden overzien. Dat punt heet het panopticum. Pan is Grieks voor alles en opticum kennen we van de brillenwinkel. Kenmerkend is dat de gevangenen weten dat ze voortdurend in de gaten kunnen worden gehouden. Maar evenzeer dat ze het nooit zeker weten of ze in de gaten worden gehouden. Michel Foucault, die in Surveiller et Punir het concept toelichtte, benadrukt de disciplinerende werking van een dergelijke laffe observatie.

Leven onder een alziend oog is leven als een gevangene. Wat zijn we blij dat we daarvan definitief bevrijd zijn.

Hoewel. Vloeken mogen we tegenwoordig à volonté, maar gevangene zijn en blijven we. We zitten in een ándere gevangenis. Een zonder gevangenismuren. En we zitten daar zonder iets misdaan te hebben. We leven in een totalitair systeem van dwangmatige consumptie en absolute conventionaliteit, waarin alle tijd en middelen waarover we beschikken verloren gaan. De gevangenisgang en de kapelletjesbaan zijn vervangen door de winkelstraat en de sociale druk. Gods oog is vervangen door de bewakingscamera en de meedogenloze blik van de naaste die erover waakt dat wij ons strikt conformeren aan de heersende conventies.

 


 

6639

Hamburg (D) - 221030