zaterdag 14 maart 2026

vorig jaar 333

14 maart 2025

Ik heb Georgica [van Nobelprijswinnaar 1985 Claude Simon] eindelijk uit. Natuurlijk is dit geen slecht boek en natuurlijk is dit ‘hoge’ literatuur. Maar wat heb ik eraan? Of dit proza nu 50 bladzijden inneemt of 369, zoals in [deze Nederlandse vertaling van Jean Schalekamp] het geval is, maakt weinig uit. Denk ik. Je dompelt je onder, lees op den duur diagonaal want om verbanden en associaties en achtergronden te duiden ontbreekt het je aan de nodige fut en tijd, en de indruk zal in hoge mate gelijk zijn op het eind of na pakweg de eerste 50 bladzijden. De investering van levenstijd is te hoog in vergelijking met het rendement. Het rendement? Wat krijg je ervoor terug, voor die twintig tot dertig uren lectuurtijd? Een impressie. Een taalbad. Georgica is als een geometrisch abstract schilderij. Je kijkt ernaar – je leest het – en moet met een globale indruk vrede nemen. Of vergelijk het boek met een muziekstuk. In dat verband vraag ik me af of het wel vertaalbaar is. Hoewel ik me uiteraard meteen realiseer dat deze roman – roman? – in het originele Frans voor iemand als ik ontoegankelijk is. [Terwijl ik toch niet helemaal Frans-onkundig ben.] Hoeveel mensen op deze aarde zouden het voorbije jaar Les Géorgiques hebben gelezen? Hoeveel mensen buiten de academische wereld?

*

Naar de dokter voor een bespreking van de recente onderzoeken. De gezwollen benen behoeven geen verdere behandeling. Enkel zoveel mogelijk lichaamsbeweging, en steunkousen dragen. Lever: oké. Hart: oké. Bloedwaarden: oké. En de aderen functioneren dan toch nog tamelijk goed. Ik ervaar dit als een geruststelling. Alleen de gezwollen toestand van mijn prostaat, die dokter D met zijn echografie aan het licht heeft gebracht, baart zorgen. Ik moet zeker een afspraak maken met de uroloog. Dat de PSA-waarden niet hoog zijn, is blijkbaar geen garantie meer. De inzichten op dat vlak zijn veranderd. (Hoeveel nodeloze prostaatoperaties zouden er al niet zijn uitgevoerd?) Formulieren voor mijn wilsbeschikking kan ik ophalen in het Huis van de Bruggeling. Een tandarts die jong genoeg is om mij te overleven en die niet te ver uit de buurt woont, weet mijn dokter niet meteen. (…)

*

In mijn LVO neem ik het stukje over Urbain Dhondt mee dat ik onlangs in een van mijn ‘boekverhalen’ heb geschreven: over La formation du lien sexuel en de bittere reactie van I daarop. Dat soort kwalijke nevenwerkingen van het doctrinaire conservatisme dat wij toen gedachteloos slikten moet er zeker bij.

*

In de soldenbakken van de Fnac vind ik, met nog eens een supplementaire korting van 50 procent, Het feest der onbeduidendheid van Milan Kundera, waarin ik meteen begin te lezen, en Oersoep van Bregje Hofstede. Daar verwacht ik niet meteen veel van, maar ik koop het toch in het kader van mijn inspanningen om meer vrouwelijke auteurs te lezen. Om die reden kocht ik vorige week ook Trofee van Gaea Schoeters.

*

Ik amuseer me met The Italian Job, een remake uit 2003 van de gelijknamige film uit 1969 waarin ook al drie Mini’s, toen nog niet door BMW geproduceerd [en dus echte Mini’s,] een hoofdrol speelden. Een bij momenten iets te veel bij de haren getrokken, ‘over the top’-inbraak-, actie- en achtervolgingsfilm waarbij je vergeet dat de goeden die de slechten moeten verslaan zelf ook slechteriken zijn.