In deze rubriek heb ik het over door mij gelezen of in mijn bezit zijnde boeken waar een verhaal aan vasthangt of die iets bijzonders voor mij betekenen.
maart 1982
WATERSCHEIDING
In de tweede kandidatuur wijsbegeerte moesten wij van de onlangs overleden professor moraalfilosofie Urbain Dhondt, die in die tijd als een ongenaakbare sfinx waarvoor iedereen schrik had over de hobbelige kasseien van de binnenplaats van het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte van het Husserl Archief naar het hoofdgebouw schreed met daarin de leslokalen, de bibliotheek en de Kardinaal Mercierzaal, om de een of andere onnaspeurbare reden een boek lezen dat, ook voor ons, argeloze filosofiestudenten, toch niet direct aanspraak leek te kunnen maken op een lidmaatschap van de wijsgerige canon. Die onnaspeurbare reden was, besef ik nu, reactionaire indoctrinatie. Het boek in kwestie was La formation du lien sexuel van François Duyckaerts, ‘professeur à l’Université de Liège’. Ja, wij moesten dit 322 bladzijden tellende werkje in het Frans nuttigen – en we zouden daarover ‘op het mondelinge’, oraal dus, worden ondervraagd.
Het boek, waarvan ik voor 490 frank de negende druk verwierf, was in 1964 gepubliceerd en dat lijkt nu een eeuwigheid maar dat was toen wij de opdracht kregen nog maar net een naar het verleden opgeschoven datum. Die echter wel, vanuit ons gezichtspunt, achter een jaartal was komen te liggen dat, als een waterscheidingskam die twee rivieren in een andere oceaan doet uitmonden, twee mentaliteiten incompatibel maakte. Want inderdaad, op enige sympathie voor de in ‘68 en in het daarop volgende année érotique gepropageerde vrije liefde, laat staan voor de in 1982 nog lang niet geëmancipeerde homoseksuele gezindheid, om nog niet te spreken van het hele LGBTQ-abecedarium, kon de door E.H. Dhondt gepromote mijnheer Duyckaerts niet worden betrapt.
Ik herinner mij, uiteraard na al die jaren, niet bijzonder veel, eigenlijk zelfs heel weinig, om niet te zeggen zo goed als niets van zijn boek, maar wat ik wel nog weet is dat het als vanzelfsprekend uitgaat van de relatie tussen een volwassen man en een volwassen vrouw als norm, dat homoseksualiteit erin wordt afgeserveerd als een voorbijgaande fase in de ‘formation sexuelle’ en dus niet als een bij de geboorte afgeleverd blijvertje wordt beschouwd, zoals nu te doen gebruikelijk is, en dat er van gender, laat staan van trans en fluïde en binair en wat weet ik nog allemaal, al helemaal geen sprake is. Geheel in lijn dus met de aartsconservatieve kringen die toen nog aan het H.I.W. zonder slag of stoot, en stoemelings als het ware, hun opvattingen over seksuele moraal konden inlepelen. Onder meer door ons, argeloze negentien- en twintigjarigen, een taaie, in de taal van Stendhal en Serge Gainsbourg opgestelde brok van 322 bladzijden te doen doorslikken.
Ik herinner mij dat ik het boek met gepaste aandacht bestudeerde – daar getuigen de talrijke ijverig met potlood aangebrachte onderstrepingen en annotaties van. Ik herinner mij zelfs dat ik op een groot blad het hele boekschema had uitgezet en dat ik ooit, bij wijze van voorbereiding op het examen, dat ik met glans zou doorstaan (in tegenstelling tot het werkelijke leven), ten overstaan van mijn vriend Paul Van Mulders uit het hoofd een omstandige résumé van Duyckaerts’ theorieën te berde bracht. Zonder ook maar een van de kritische noten die ik er nu ongetwijfeld aan zou toevoegen. Maar toen nog niet, nog lange niet.
François Duyckaerts, La formation du lien sexuel (1964)