zaterdag 28 maart 2026

vorig jaar 344

28 maart 2025

Berichten uit Israël: hoe op de Westelijke Jordaanoever de kolonisten en het leger elke dag een stukje oppeuzelen. Het voltrekt zich minder openlijk en massaal dan in Gaza, maar op de lange duur betekent het voor de Palestijnen hetzelfde: landloosheid. Vluchtelingen slaan op de vlucht. Mensen die ‘s avonds iftar vieren bij vrienden, komen thuis, enfin, bij een huis dat is leeggemaakt door kolonisten, huisraad op straat. Als hun huis al niet gewoon is vernietigd. In Libanon bombardeert het Israëlisch leger ondertussen ziekenhuizen en ambulances. En in Gaza gaat de genocide gewoon door. Hoelang nog? In de VS worden pro-Palestinamanifestanten door gemaskerde mannen van de Immigratiedienst opgepakt en het land uitgezet. Manifestanten van buitenlandse origine zijn het, die – ‘legaal’ – in het land zijn om er te studeren. Dit is Amerikaans fascisme in de praktijk, net zoals in Israël het Israëlische fascisme fascisme in de praktijk is. En alle kritiek op dat Israëlische fascisme in de praktijk wordt onder de mat van het ‘antisemitisme’ geschoven.

*

(…)

*

Mocht ik Dubbelster van Gerrit Komrij niet hebben gekregen, en mij dus niet verplicht zou voelen het te lezen, ik zou het niet uitlezen. Vreemd, dat zo’n erudiete essayist en uitstekende polemist zich tot zo’n bizar en slecht geschreven prozaboekje verlaagt. (…)

*

Op bezoek bij P, die nu opeens in het AZ Sint-Jan blijkt te liggen. Het miraculeuze verblijf in zijn appartement, weg van de palliatieve dienst waar hij eigenlijk al was opgegeven, heeft niet lang mogen duren. Zijn toestand is niet goed. Hij lijkt de strijd te hebben opgegeven. [Het bezoek] is te talrijk. Het put P uit. Hij zegt dat het niet gemakkelijk is om ‘de beslissing’ te nemen. Hij zegt niet bang te zijn, maar ja, er is die aarzeling. (…) Ik heb voor hem een pocketboek meegenomen, een bloemlezing met ‘de mooiste’ gedichten van Hugo Claus. Claus, het boegbeeld van de zelfgekozen levensbeëindiging in Vlaanderen. Die connotatie was uiteraard niet bedoeld. (…) Ik ben als laatste in de kamer aangekomen, en ga als eerste terug weg. P heeft zijn ogen gesloten. Hij is moe. Ik raak zijn schouder aan. Ik ben blij dat ik hem alsnog heb leren kennen, maar besef dat dit wellicht de laatste keer is dat ik hem levend zie.

*

X komt op bezoek. We praten van acht tot twaalf en verzetten enkele tripels Karmeliet. We hebben het over mijn boeken, over de mistoestanden in ‘den OLVA’, de medeplichtigheid van Pina, de andere rotzooiers, de andere slachtoffers… (…) We nemen afscheid met een tevreden gevoel en met het uitdrukkelijke verlangen elkaar terug te zien. Dit was een goede ontmoeting (…).