Bergamo, station - 090428
dinsdag 12 mei 2009
dag 621
090501 – 6.30: wandeling door het nog verlaten Riva del Garda * na het bezoek aan de bakker aan de viale Roma zie ik hoe het leven op gang komt: het kringelende verkeer aan de rotonde, de bussen met schoolkinderen die uit het noorden in de stad aankomen, fietsen die freewheelend, want afdalend, de stad in bollen * 7.45: ontbijt * Mann, Roem en verliefdheid * […] * wandeling in Varignano, het eerste dorp waar F heeft gewoond; E zegt dat ze zich hem in een van de twee bars die hij er vaak frequenteerde – hoewel het al meer dan twintig jaar geleden is – nog herinnerden *
we gaan een eind de berg op en slaan een praatje met een olijfboer die ons in zijn Fiat Panda nog een eindje hoger voert om ons een vierhonderd jaar oude olijfboom te tonen; de boeren brengen de oogst binnen en per honderd kilo moeten ze, als ik het goed heb onthouden, € 17 euro betalen voor de persing; per honderd kilo hebben ze een ‘kilo’ of tien-twaalf olijfolie: dat is de eenheid van olijfolie; één kilo olijfolie is 1,1 liter want olie is lichter dan water – wat het bovendrijfeffect verklaart; enfin, het is een hele uitleg van een man die blijkbaar zeer bereid is om over zijn stiel te praten en dat is op zich al een aangename ervaring * naar het rusthuis in Arco waar F zijn laatste twee jaar heeft doorgebracht; in de kelder liggen zijn laatste spullen: wat een schamel hoopje; we nemen een strooien hoed mee, een mouton retourné, een pocketje met gedichten van Gezelle, een anthologie met Duitse heimatliederen onder de enigmatische titel Des Knaben Wunderhorn, een stapeltje zakdoeken, de radio-plus-cd-speler die E hem een paar jaar geleden heeft geschonken – de viltjes op de eject- en playtoets, nodig om ze te vinden, hangen er nog aan vast * een paar personeelsleden van het rusthuis zeggen iets over F: […] *
we rijden naar Massenza waar we ons bevoorraden bij een olijfolieboer: de olie die we mogen proeven smaakt voortreffelijk *
in pizzeria Due Laghi eten we forel[…] * ik stuur een bericht naar I en krijg later op de dag een heel mooi antwoord; terug in het hotel doe ik even mijn ogen dicht * […] * Mann, Roem en verliefdheid * de plechtigheid in het rusthuis: een mis voor de overledene in de kapel en daarna nog een gebedswake in het mortuarium bij de open kist; de lezing is Mt 25:1-13, de parabel over de wijze en de dwaze maagden; Dio è Luce * […] * […] * wanneer alles achter de rug is, vertrekken we voor een viereneenhalf uur durende rit richting Pedenosso nabij Bormio, waar we rond de klok van elf aankomen na een nachtelijke rit via Verona, Brescia en vervolgens de bergen in * A ontvangt ons alleraardigst maar ook hij is de voorbije dagen niet ongeschonden doorgekomen: […] * hoewel A bij het goedenacht wensen zei dat hij altijd heel mooie dromen heeft over zijn kindertijd op de Alpenweiden, word ik ’s nachts wakker van geschreeuw en een heel vertellement waar ik verder geen touw aan kan vastknopen – maar dat het niet over vredige Alpenweiden gaat, is wel duidelijk
maandag 11 mei 2009
dag 620
090501 – 8.35: per fiets naar het station * 8.58: perron 5, trein naar Brussel-Zuid * Marquez, De kolonel krijgt nooit post en Mann, Roem en verliefdheid * 10.07: perron 21, trein naar Charleroi-Sud * Mann * sms van J met medeleven * sms van S: vindt ‘Riva Retour’ een goede titel
11.15: bus ‘Aeroport’ (en niet ‘Aeropole’, zijnde de lijn 68; korte gedachtewisseling daarover met een jongeman die via Bratislava naar Wenen reist) * naast mij op de bus zit een Iraans ogend type * 11.40, desk van ‘Airport Brussels South’: inchecken voor vlucht FR4527 van Ryanair naar Bergamo * op het vliegtuig steelt een van de twee airhostessen, die met de gulle mond en het zwarte opgestoken haar, de show
twee stoelen naast mij maakt een jonge vrouw een opmerking over de Mozart die uit de boxen schalt, ik zeg dat het beter de Italiaan Verdi ware geweest maar de pointe ontgaat haar * op het laatste ogenblik neemt op het lege zitje naast mij een jongeman plaats; hij zal de hele reis geen woord zeggen * de zeer beweeglijke airhostess is zeer moeilijk te fotograferen *
13.45: landing in Bergamo (= Milano Orio dal Serio); ik heb niet 1 Alp gezien, niet 1 woord gezegd * tijdens het wachten op de bus naar het station van Bergamo spreekt de kleine vrouw met het rode koffertje, die ik eerder al in Charleroi had gezien, me aan met een Gents accent * in de bus is het erg benauwd; ik zie op straat verkiezingsaffiches voor extreem-rechtse partijenin het station groet de plaatselijke gek de loketbeambten met opgestoken wijsvinger en pink; zijn aangezicht heeft iets duivels, het is niet prettig om op je weg naar een begrafenis zo iemand aan te treffen * wachtend op de trein valt het me op dat hier meer dan 1 op de 2 mensen zwart is * 15.07: trein naar Brescia; de man aan de andere kant van het gangetje leest, in het Nederlands, De monnik die zijn Ferrari verkocht van Robin Sharma
in de toiletruimte van het stationsbuffet van Brescia zijn er drie wc’s: uomini, donne en ‘trans’ * 16.35: trein naar Dessenzano * je reist al van in Charleroi gelijk op met enkele mensen; het gezelschap dunt steeds verder uit; je knoopt geen contact aan omdat je toch weet dat je elkaar spoedig voor de laatste keer zult zien maar toch ontstaat een gevoel van verbondenheid en daardoor, toch, de behoefte om met elkaar te spreken; de onuitgesproken band wordt hoe dan ook intenser naarmate er meer mogelijke punten van uiteengaan worden ‘overwonnen’; er is de angstig kijkende dame met het rode koffertje, er is de man die het wijsheidsboek leest, en er is ook nog een man met een paars-gele pull en een groene tas
in Dessenzano heb ik meer dan anderhalf uur tijd, de bus naar Riva vertrekt pas 18.30 * ik drink een koffie in Snack Bar da Charly tegenover het station; een donker geklede vrouw met zonnebril, duidelijk aangeschoten, begeleid door een in chique kostuum en gele stropdas geklede man; wanneer de man naar het toilet is, gaat de barman de vrouw verzoeken om niet zoveel kabaal te maken; wanneer zij tegenpruttelt, mummelt de barman, buiten haar gehoorbereik, dat het hem niet interesseert, als ze maar ophoudt; wat later roept hij van achter zijn toog: Donatella, basta basta basta!
de vrouw komt aan mijn tafeltje zitten maar wanneer ik haar eindelijk heb duidelijk gemaakt dat ik onvoldoende haar mooie taal beheers om haar te troosten, schudt ze mij de hand en vertrekt; de café-uitbaatster, die inmiddels ook ten tonele is verschenen, komt zich verontschuldigen: Excuse me, she has trouble in her life * iemand in het café noemt de naam Sabrina en ik herinner me dat de airhostess met het opgestoken haar ook zo heette My name is Sabrina, etcetera…
ik maak een wandeling door Dessenzano, van het station tot aan het meer en dan tot boven aan het kasteel, terug naar het meer en dan opnieuw naar het station; ik eet een broodje met ham, kijk naar de prijzen van de schoenen in de etalages, zie aan een restaurant een plakkaat met het opschrift dat Hemingway daar niet heeft gelogeerd en probeer in een paar foto’s de sfeer van het verlaten toeristische stadje te vatten; ik zie futen op het Gardameer en koop een tube tandpasta; in het bushokje vraag ik uitleg aan een Italiaanse jongen: ik had uit het onvertaalde opschrift maar half begrepen dat ik eerst een ticket moest aankopen in de bar van het station – daar is nog net genoeg tijd voor; dat ticket kost slechts € 5,10: het openbaar vervoer is bijzonder goedkoop * op de bus experimenteer ik wat met het cameraatje op mijn compact toestel en met de koptelefoon van mijn iPodook de paars-gele pull stapt op; hij vergezelt mij de hele 1 uur en 50 minuten durende rit op de westelijke oever van het Gardameer tot in Riva, waar ik precies 20.20, zoals aangekondigd, in de terminus ‘Autostazione’ wordt opgewacht door E * P heeft lekkere spaghettisaus klaargemaakt; we praten over F

zaterdag 9 mei 2009
terugblik (29) 517/1000
050624Afgezien van de esthetische omstandigheid van de fraai accorderende kleuren – mede veroorzaakt doordat mijn toestel niet juist was afgestemd op de neonverlichting in het lokaal – en de grappigheid van het tafereel, ben ik gehecht aan deze foto omdat hij ook iets zegt over een mechanisme dat in aansprekende foto’s vaak voorkomt: het om de hoek kijken. Fotografie kan thematisch zijn, zich richten op één onderwerp en dat zo goed mogelijk in beeld brengen. Je komt terug van een reis en je toont met je foto’s wat je hebt gezien: het Forum Romanum, de Engelenburcht, de Sint-Pietersbasiliek en, kijk hier, hoeveel scooters daar geparkeerd stonden en – waw! – zo’n coole Romein met blitse zonnebril. Dat is: documentaire. De ene foto is al beter belicht of scherper dan de andere, maar veel valt er niet te beleven. De thuisblijver onderdrukt een geeuw. Foto’s worden maar interessant als ze niet zo eendimensionaal zijn. De goede fotograaf moet het strikt documentaire verlaten. Of toch minstens aanvullen met een surplus. Dit surplus waait naar binnen via de zijdelingse blik. Het komt, zoals hier, om de hoek kijken. Het verzeilt in het beeld, het dwarrelt neer vanuit een andere betekeniscontext. In deze foto is het thema: een concert van een rockbandje tijdens een schoolfeest. Op zich levert dat niet meteen spetterende beelden op. Maar als je dan plots een bezorgde ouder door het raam ziet loeren, mag je die kans niet laten liggen. Dat de bassist nog maar half in het beeld staat, geeft aan dat het niet meer in de eerste plaats om hem te doen is, laat staan om het groepje waar hij deel van uitmaakt. De vlakverdeling levert, min of meer toevallig, een interessante compositie op. Het rode gordijn trekt, heel functioneel en meer nog dan het spiegelende raam, een lijn tussen binnen en buiten, tussen deze wereld en die andere, tussen deze context en die andere.
vrijdag 8 mei 2009
dag 619 vVH&C
090508 – Ik had nooit eerder van Lovecraft gehoord. H.P. Lovecraft. Over hem gaat het uitvoerige eerste essay in Houellebecqs non-fictietekstenbundel De koude revolutie. Houellebecq heeft het over het feit dat in de fantastische verhalen van Lovecraft elk spoor van erotiek ontbreekt. Onder meer daarom is fantasy geen literatuur. Of toch geen volwaardige literatuur. Dit genre huldigt het ideaal van de extreme zuiverheid. Het is een totalitair genre. De fantasy-auteur hanteert een manecheïstisch moreel wereldbeeld: goed en kwaad gaan, liefst mét hoofdletter, onvermengd met elkaar de strijd aan. Net zo vergaat het de erotiek: de vrouwen zijn perfect gebouwd, voor geurtjes en kwaaltjes en onvolkomenheidjes is in een phantasy novel geen plaats. Aan de onzuiverheid die eigen is aan het erotische hebben de Lovecrafts van deze wereld een broertje dood. De Rode Ridder-bitches van Studio Vandersteen horen thuis in een ándere wereld. Fantasy creëert nadrukkelijk die ándere wereld, ten behoeve van diegenen die déze wereld, de onze en de enige, niet aankunnen. Wat hen ongeschikt maakt om zich aan de échte literatuur te begeven.
donderdag 7 mei 2009
Dag 618 vVH&C
Overschrijven (116)
Bird-Language
Trying to understand the words
Uttered on all sides by birds
I recognize in what I hear
Noises that betoken fear.
Though some of them, I’m certain, must
Stand for rage, bravado, lust,
All other notes that birds employ
Sound like synonyms for joy.
W.H. Auden
Bird-Language
Trying to understand the words
Uttered on all sides by birds
I recognize in what I hear
Noises that betoken fear.
Though some of them, I’m certain, must
Stand for rage, bravado, lust,
All other notes that birds employ
Sound like synonyms for joy.
W.H. Auden
woensdag 6 mei 2009
Dag 615 vVH&C
090426 en 090506 – Ik lees Pleidooi voor populisme voor David Van Reybrouck. Ben het met veel daarin eens en het is mooi van hem dat hij zich distantieert van een al te gemakkelijk elitarisme, maar er schort toch ook vanalles aan dit essay. Ik zou er graag op antwoorden maar dat vergt een hele studie… Je kunt bijvoorbeeld toch niet zomaar het onderscheid tussen dom en verstandig onder de mat van het anti-intellectualisme laten vegen? Wat doe je met die intellectuelen? Er is toch nog zoiets als een welbegrepen elitarisme? Je kunt toch een vorm van stijlvolle klasse in stelling brengen tegen de evidente leegte van de ‘patjepeeërs’ en het ‘klootjesvolk’? Hoe kun je de consumptiemaatschappij moreel beoordelen of veroordelen? Je kunt toch niet blind zijn voor het monsterverbond tussen de ongeletterde massa en de commercie? Enzovoort. Ach, er is veel over te zeggen. Misschien doe ik het nog wel eens.
dinsdag 5 mei 2009
maandag 4 mei 2009
Uit het nieuws
Tv-journaal. In het Pajottenland leggen buschauffeurs het werk neer omdat zij, samen met de bussen en de bushokjes, worden aangevallen door jongeren. Een ongeluk waarbij een jongen is gestorven zou de aanleiding vormen. De normvervaging. Het gratuite geweld. Het onveiligheidsgevoel dat hieruit voortvloeit. De grondvesten waarop het vertrouwen rust zonder hetwelk onze samenleving niet kan draaien, worden aangevreten. In Nederland stelt een prins dat het koningshuis zijn openheid wil behouden, ook na wat daar een paar dagen geleden is gebeurd. De koningin zal aanwezig zijn bij de herdenking van de oorlogsslachtoffers, maar de veiligheidsmaatregelen zullen worden verscherpt en: ‘er zullen meer sluipschutters zijn’. ‘Doe de stemtest’ uitgetest in een hoge klas van het middelbaar onderwijs. Het resultaat: Vlaams Belang komt er als eerste uit, gevolgd door LDD en Open Vld. De jeugd is altijd meer het product van haar tijd dan dat zij die tijd richting geeft.
Dag 614 vVH&C
090426 – Aantekeningen maken en woorden of zinnen of hele passages onderstrepen of merken in boeken heeft zin. Al was het maar om vele jaren later de onvoltooide aanzetten terug te vinden, de niet gerealiseerde voornemens, de te steil gebleken ambities. Zo las ik de monografie over Thomas Mann van Klaus Schröter een eerste keer in januari 1986. Dat is, jawel, meer dan 23 jaar geleden. Wanneer ik dan in de marge naast de volgende zin een streep zie staan –
– herken ik daarin het vaste voornemen om die Schopenhauer zeker te gaan lezen. Dat voornemen heb ik in de daarop volgende jaren vele keren herhaald maar, tja, het is er nooit van gekomen. Ook al heb ik de boeken aangekocht die nu alweer zolang op de plank staan te bestoffen. En nu herlees ik dus dat boek van Schröter, en ik zie die streep staan, en ik zie in die streep een spoor dat plots afbreekt, dat nergens heen leidt.
– herken ik daarin het vaste voornemen om die Schopenhauer zeker te gaan lezen. Dat voornemen heb ik in de daarop volgende jaren vele keren herhaald maar, tja, het is er nooit van gekomen. Ook al heb ik de boeken aangekocht die nu alweer zolang op de plank staan te bestoffen. En nu herlees ik dus dat boek van Schröter, en ik zie die streep staan, en ik zie in die streep een spoor dat plots afbreekt, dat nergens heen leidt.
zondag 3 mei 2009
Dag 613 vVH&C
090426 – Midas Dekkers, in het televisieprogramma Het Bourgondisch Complot: ‘Een van de redenen waarom mensen van de natuur houden, is omdat ze denken dat daarin alles altijd hetzelfde blijft.’
zaterdag 2 mei 2009
Gabriel García Márquez, Kroniek van een aangekondigde dood
090416 en 090502 – Wat Gabriel García Márquez in Kroniek van een aangekondigde dood klaarspeelt, is fenomenaal. Op het eind van dit uiterst geserreerde boek – een mindere schrijver had met gemak drie keer meer bladzijden nodig gehad om hetzelfde te zeggen – weet hij de lezer nog in spanning te houden of de wandaad zich al dan niet zal voltrekken, terwijl de allereerste zin al meteen doodleuk de uitkomst weggeeft: ‘Op de dag dat ze hem zouden doden, stond Santiago Nasar om 5 uur 30 ’s morgens op om de komst van de boot, waarmee de bisschop zou arriveren, af te wachten.’ Talloos zijn dan ook de plaatsen waar je kunt zeggen: kijk, hoe hij hier de spanning opvoert. Het spreken over de voortekenen van dromen, het kraaien van de hanen, een brief met een ongetwijfeld belangrijke inhoud die niet wordt opgemerkt en op de grond blijft liggen, iemand die zegt van Nasars tegenspeler Bayardo San Román dat hij ‘op de duivel’ lijkt, enzovoort. Ook straf is dat Márquez pas naar het einde toe laat doorschemeren dat het hier om een op werkelijke feiten gebaseerde fictie gaat. Steeds nadrukkelijker wordt de vermenging tussen feit en fictie gethematiseerd. Bijvoorbeeld in de zin op bladzijde 79 ‘ik weigerde toe te geven dat het leven uiteindelijk zo op slechte literatuur ging lijken’. Deze zin wordt bovendien zeer nadrukkelijk in de toevoeging ‘Het verhaal van het verhaal’ letterlijk herhaald. Waarmee Márquez lijkt aan te geven hoe dun de grens tussen beide wordt wanneer de gebeurtenissen zo onwaarschijnlijk zijn, maar daarom niet minder reëel, dat de schrijver ze als fictie moet voorstellen om ze in de ogen van de lezer waarschijnlijk te maken.
En natuurlijk moet het zo, want als hij al in het begin had gesteld dat er werkelijk gebeurde feiten aan het verhaal waren voorafgegaan, dan zou dat opvoeren van de spanning natuurlijk nergens goed voor zijn en zou het hele relaas in elkaar stuiken – zeker ook omdat niet alles wordt uitgeklaard. Op een filosofisch niveau zou je kunnen stellen dat, zoals wel vaker bij Márquez, Kroniek van een aangekondigde dood gaat over de onlogische wendingen die het lot in het leven neemt en, bij uitbreiding, over het leven zelf – want wat is dat anders dan een opeenvolging van rare feiten die, hoe ze ook verlopen, op de dood uitdraaien?
Elke dood is aangekondigd. In die zin is het dorp Manaure exemplarisch. Het ligt aan de rivier. De gebeurtenissen in het dorp voltrekken zich op een onlogische en wrede manier. Zin is er niet in te vinden. De zin die door het geloof zou kunnen worden aangereikt, voldoet niet: de bisschop vaart gewoon aan het dorp voorbij zonder aan te meren en uit te stappen. Hij zegent enkel het dorp vanuit de verte en hij doet dat op een verveelde, ongeïnteresseerde manier. En de pastoor, die net als iedereen heel goed weet wat er te gebeuren staat, vergéét in te grijpen omdat zijn dagdagelijkse besognes hem meer in beslag nemen.
Zo zien wij het aangekondigde elke dag opnieuw over het hoofd.
vrijdag 1 mei 2009
Dag 611 vVH&C
090416 – ‘Komt er een dag dat niemand nog / de juiste fouten kent niemand meer / weet welk spraakgebrek // precies te spijzen?’ En hij struikelt over het woord ‘spraakgebrek’: spaakgebrek.
Erwin Mortier leest voor in De Droge Coo in Oostende: ‘Geen wereld die ik nog bekennen kon, / geen ergens of daarbuiten. / Nergens klank / die niet zat als gegoten.’ En onmiddellijk na ‘Nergens klank’ hoest iemand zo luid dat ‘die niet zat als gegoten’ daarin verloren gaat.
Erwin Mortier leest voor in De Droge Coo in Oostende: ‘Ergens valt volkomen doof / de mond van een drenkeling’. En precies op het woord ‘valt’, valt – ik vind niets uit – een muntstuk op de vloer van de met op het piëteitsvolle aandachtige toehoorders gevulde zaal en blijft tergend lang rollen en twijfelen tussen de kop- of muntzijde.
Erwin Mortier leest voor in De Droge Coo in Oostende bij de voorstelling van het nieuwe nummer van Het Liegend Konijn (waaruit ik de hier weergegeven regels citeer) en ik vind in die drie lichtjes ontregelende voorvalletjes een tegenwicht voor de irritante gedragenheid van zijn zegging.
Erwin Mortier leest voor in De Droge Coo in Oostende: ‘Geen wereld die ik nog bekennen kon, / geen ergens of daarbuiten. / Nergens klank / die niet zat als gegoten.’ En onmiddellijk na ‘Nergens klank’ hoest iemand zo luid dat ‘die niet zat als gegoten’ daarin verloren gaat.
Erwin Mortier leest voor in De Droge Coo in Oostende: ‘Ergens valt volkomen doof / de mond van een drenkeling’. En precies op het woord ‘valt’, valt – ik vind niets uit – een muntstuk op de vloer van de met op het piëteitsvolle aandachtige toehoorders gevulde zaal en blijft tergend lang rollen en twijfelen tussen de kop- of muntzijde.
Erwin Mortier leest voor in De Droge Coo in Oostende bij de voorstelling van het nieuwe nummer van Het Liegend Konijn (waaruit ik de hier weergegeven regels citeer) en ik vind in die drie lichtjes ontregelende voorvalletjes een tegenwicht voor de irritante gedragenheid van zijn zegging.
Abonneren op:
Posts (Atom)
