20 maart 2025
Aan de fietsenstalling van de Carrefour [maak ik kennis met en] geraak ik aan de praat met F. Het gesprek begint met mijn opmerking over zijn imposante [knevel: negentiende-eeuws en met zorgvuldig opgewerkte krullen aan de uiteinden]. Of hij het niet vervelend vindt dat hij daarop wordt aangekeken en/of aangesproken? Neen dus. Er is wel elke ochtend veel werk aan, en dat is hij een beetje beu. Dan verleggen we het gesprek. F is Vooruit-militant en als vrijwilliger bij van alles en nog wat betrokken. Hij maakt zijn beklag over veel van zijn collega’s bij de vakbond. Ze zitten vier maanden in Spanje, komen dan speciaal over voor het feest, dat door anderen is voorbereid, waar ze zich laten bedienen. ‘Het zijn altijd dezelfden die zich uitsloven,’ zegt F, die en passant ook vindt dat De Wever groot gelijk heeft met zijn aanpak van de langdurig werklozen. ‘Ik ken die mannen in mijn straat. Ze staan in peignoir aan hun deur waar ze om het uur een sigaret opsteken en voor de rest niets doen.’
*
(…)
*
Onze trimestriële bijeenkomst met L en K, dit keer bij L thuis. (…) De gesprekken gaan onder meer over P (…). Blijkbaar was het een kroniek van een aangekondigde zelfdoding. (…) Op de weg terug naar huis op de fiets praten K en ik over onze reisplannen voor deze zomer.