donderdag 5 maart 2026

vorig jaar 326

4 maart 2025

Voor mijn boekverhaal over Nescio (https://pascaldigital.blogspot.com/2025/03/boekverhaal-20.html) gebruik ik een weetje over de eerste zin van De uitvreter als invalshoek. Zien hoe de tekst ‘zich’ schrijft. Spelen met chronologieën…

*

Opnieuw een mooie dag met stralend fris lenteweer. Dus ga ik fietsen: Beernem, Sint-Joris, Oedelem. Een eerste test op ‘de Berg’: 1’07”, hartslag tot 172.




*

(…)


5 maart 2025

Drie ontmoetingen met oude vrouwen.

(…) M blikt terug op haar geslaagde leven. Zo is het mooi oud worden, als je op je 84ste nog zo goed bent, niets tekort hebt en vooral geluk hebt gekend. Na een moeilijke start weliswaar: M werd in 1941 geboren in Mönchengladbach. Haar vader zag ze pas toen ze acht was want hij had na zijn dienst aan het Oostfront een paar jaar in Russische gevangenschap doorgebracht. Moeilijke jaren volgden, maar toen de vijf kinderen begonnen bij te dragen, keerden de kansen. M begon les te geven in Hamburg. Ze vertelt over haar wonderlijk toevallige ontmoeting met J. M reisde samen met haar vriendin per autostop door Nederland, eind de jaren vijftig. Ze wilden Brugge zien omdat dat net zoals Hamburg een hanzestad is. De persoon die de twee vriendinnen een lift gaf, kende in Brugge een goede stadsgids: de vader van J. [De rest is geschiedenis.] M vertelt over haar dochter K, die toen ze vijf jaar was een begrafenisstoet zag passeren. ‘Mama, ze hebben toch een schop bij?’ Ik zou graag een portretfoto maken van M, maar durf het niet te vragen omdat het doodsprentje dan toch iets te dicht in de buurt komt. Misschien komt er nog een volgende gelegenheid (…)

P zit in haar zetel gekluisterd met een gebroken voet. (…)

Na een bezoek aan ‘t Leeshuus (twee van de zes daar aangekochte boeken blijk ik na mijn thuiskomst ‘s avonds al in mijn bezit te hebben: Trouwpartijen van Bohumil Hrabal en Het mooiste licht is tegenlicht van Michiel Hendryckx [– geen nood, ik weet er altijd wel iemand een plezier mee te doen]) ga ik, na eerst nog een tijdje in de zon op een bank op de zeedijk het afgesproken uur te hebben afgewacht, langs bij A. We praten vrijuit. Over ouder worden en de naderende dood. ‘Het is als een deur die zal opengaan en waar je dan binnenstapt. (…) Ik moet blijven leven om voor mijn kat te zorgen.’ A is bezig met haar memoires. Ik zeg dat ik die graag wil lezen. Ze schrijft ze wel in het Frans, ik zal haar dus niet kunnen helpen. A schenkt me de Nagelaten gedichten van Koenraad Goudeseune. Daar ben ik heel blij mee.

*

(…)