vrijdag 10 februari 2023

Todd Field, Tár

notitie 356

TÁR. 1/2 DE FILM

Reeds toen ik bij een vorig bezoek aan de cinema de trailer zag, wist ik dat ik Tár wou zien. Niet alleen omwille van Cate Blanchett, voor wie ik een boon heb, maar ook omdat ik mij onmiddellijk aangesproken voelde door de toon van die trailer en door het thema van de film. Uiteraard heeft de mening van Gaea Schoeters mij niet van dat voornemen kunnen afbrengen. Over de discussie die Schoeters op gang bracht, schrijf ik morgen iets meer.

Maar eerst de film.

In het eerste kwartier lijkt regisseur Todd Field er alles aan te willen doen om het geduld van de toeschouwer, die misschien gewoon is aan vaart en actie, op de proef te stellen. De film begint met een opvallend lange eindgeneriek (jawel, de opsomming van namen die meestal pas ná de film over het scherm rolt), gevolgd door een opvallend lang interview. De ravissante dirigente van de Berliner Philharmoniker Lydia Tár beantwoordt voor een volle, in duisternis gehulde zaal de vragen van de journalist, een grijze blanke brave boomerman. Vrijwel meteen neemt ze in het gesprek de touwtjes in handen. Zij bepaalt waarover ze spreekt, wat ze zegt, hoeveel tijd ze daarvoor neemt, waar ze de klemtonen legt. De man zit er min of meer voor spek en bonen bij en krijgt er nauwelijks een speld tussen. Het is duidelijk wie het gesprek dirigeert. De hele interviewscène duurt, naar mijn schatting, zeker tien minuten en is – als ik dat goed heb gezien – in één take opgenomen. Cate Blanchett schittert.

Dat doet ze ook in de volgende scène, al even lang en – opnieuw, als ik het goed heb gezien – in één take opgenomen. Mevrouw Tár geeft een masterclass voor een kleine groep elitestudenten. Zij ontpopt zich als een autoriteit die zich in haar manier van doen en spreken een aantal zaken permitteert die vandaag niet meer zo goed vallen. Daar lijkt zij zich niet van bewust – en dat zal haar duur te staan komen.

Na deze opening in drie bewegingen – begingeneriek, interview, masterclass – steekt Field dan wat meer conventionele vaart in zijn film. Hoewel, het ritme blijft rustig, voornaam, stijlvol, afgemeten. We bevinden ons in een geprivilegieerde omgeving. Mevrouw Tár stroomt over van de klasse, ze is mooi, smaakvol gekleed, rijdt Porsche, woont in een state of the art villa waar in de woonkamer op de planken van de wandvullende bibliotheek de boeken strak in het gelid staan. Zij woont daar niet alleen: er is een dochtertje van kleur en de eerste violiste van de Philharmoniker blijkt haar levensgezellin te zijn, met wie ze ’s avonds na de verrichte arbeid zuinig van een langstelig glas gerijpte bordeaux nipt. Alles is onder controle. Lydia Tár bevindt zich op het toppunt van haar carrière en verpulvert al wie in haar charismatische aura durft te verschijnen tot onbeduidendheid.

Of dan toch minstens tot zeer nadrukkelijke hiërarchische ondergeschiktheid. De film Tár gaat over macht. De film Tár gaat in de eerste plaats over macht en pas dan over gender. (Over dat laatste morgen meer.) De muziek is, hoe indrukwekkend ook in deze film aanwezig, garnituur. Todd Field had zijn ei in om het even welke andere professionele en/of artistieke omgeving kunnen leggen.

Tár gaat over wat macht met een mens (m/v/x) doet. In een mens aanricht.

 


De rest van het verhaal kunt u dus zelf verzinnen. Hoogmoed komt voor de val. Lydia Tár verliest de controle. Ze is niet aandachtig genoeg geweest voor de risico’s die zij loopt, ze heeft geen oog gehad voor de tijd waarin ze leeft. Een orkest is geen democratie. En met gevoelens en omgangsvormen kun je maar beter zorgvuldig omspringen: de materie waarmee ook de machtigste persoon moet werken is altijd menselijk.

Zorgvuldigheid is geboden in een tijd waarin zowat alles openbaar kan worden gemaakt. Elke macht heeft beslotenheid nodig om te kunnen renderen. De irrationaliteit van het lichaam en de technologie in handen van de ondergeschikte vormen een constante bedreiging.

Lydia Tár herkent de signalen die haar ondergang aankondigen niet op tijd. Of ze verdringt ze. Op een gegeven ogenblik krijgt ze een boek cadeau van een vrouw wier gevoelens en ambities ze heeft miskend: Challenge van Vita Sackville-West waarin, zo leert mij Wikipedia, een gedesavoueerde seksegenote van de schenkster een eind aan haar leven maakt. Tár scheurt de titelpagina uit het boek en propt het in de vuilnisbak.

De neergang van de topdirigente kon moeilijk betekenisvoller verbeeld worden. De topdirigente die ‘Mahler 5’ en het celloconcerto van Elgar in de vingers heeft, reageert niet alert genoeg op de voortekens – het boek van Sackville-West, nare dromen, vervelende geluiden, de zeer basale besognes van een buurvrouw – en eindigt als begeleidster van een huppeldepuporkest op de Filippijnen dat voor een publiek van rollenspelspelers de score van een of ander idioot computerspel in goede banen moet leiden.

Tár is een trage en bedachtzame film die mij van begin tot eind heeft geboeid en aan het denken zet. Het werk stopt niet bij het laatste beeld. De regie is voortreffelijk, de acteerprestatie van de hoofdrolspeelster indrukwekkend. Ik kijk er nu al naar uit om deze film opnieuw te bekijken en kan niet anders dan betreuren dat hij om – wat mij betreft – de verkeerde redenen in een kwaad daglicht is gezet – maar daarover dus morgen meer.