dinsdag 14 december 2021

wolken 4423-4444

wolkenfragmenten uit Ali Smith, Lente

4423

De wolk aan de andere kant, zuid denkt hij, ziet eruit als een muur, een van achteren belichte muur. De wolk boven de bergen, noord, noordoost, is mist. (17)

4424

Wat is dat gedicht over wolken weer dat Paddy zo mooi vindt? (68)

4425

Ik zou heel graag, als het mag, ter ere van Paddy tijdens haar herdenkingsdienst het gedicht over de wolk voorlezen dat ze zo mooi vond. (68)

4426

De laatste ansichtkaart die hij Paddy had gestuurd was er een van wolken. (69)

4427

De museumzaal die hij binnenliep rook spiksplinternieuw en hing bijna helemaal vol schilderijen van wolken. (70)

4428

(…) de schilderijen van wolken aan de muren, gemaakt met dezelfde materialen als de berg, hadden iets anders laten gebeuren (…) (71)

4429

Daarna leken de wolken boven Londen anders, alsof ze iets waren wat je kon lezen als ademruimte. (71)

4430

Hij schreef in plaats daarvan het adres op de langste, grootste ansichtkaart die hij had gekocht, een van de drie verbonden maar aparte schilderijen van een groeiende wolkenmassa. (72)

4431

Een bericht uit de wolken. (72)

4432

Wat ze zijn geworden is de lange flexibele stok van een jongen op een koord zo hoog als de wolken (zo hoog dat zijn haar soms vochtig wordt van de wolken). (97)

4433

Ik kijk wokken, zei hij.

Hij bedoelde wolken.

Ik kijk naar, zei ze. Wolken. (139)

4434

De hemel boven hen was helemaal wolkeloos. Wokkeloos. Ze herinnerde zich aardrijkskunde op school. Wolken konden zich alleen vormen als ze een stukje van iets hadden, een flintertje stof, of zout of zo. Aerosol. De waterdamp stijgt op en plakt eraan vast. Die grote witte vormen als de uitademing van God in winterweer, of die kleine flarden wit, of de wolkenmassa’s van vuil grijs, waren niets dan stof en water, gevormd door lucht. (140)

4435

Maar het was een zonnige dag op de ansichtkaart, met een heiige blauwe hemel, één wolk, heuvels en bergen in de verte, een paar bomen, een rotsige glooiing naar de rivier, een heleboel gras erachter. (147)

4436

Maar Brit zit te luisteren naar het meisje dat het vertelt, in de lage flakkering van de middagzon die door een opening in de wolk komt en het treinraampje raakt tussen telegraafpalen in als een getrommeld ritme, Brit raakt alsof ze door licht wordt bespeeld. (158)

4437

Ze zat barstensvol kaarten, met plaatsnamen en coördinaten van landen en steden, en dingen over bomen, en wolkenformaties, ze kon nauwelijks al haar feiten en plaatjes over rivieren, valleien, bergen, vlakten, zeeën, erosie, al die dingen bevatten. (165)

4438

Dat is de stem van Tacita Dean, die halverwege de jaren negentig, toen ze dertig was en een jaar lang gastkunstenaar op de École National des Beaux Arts de Bourges in Frankrijk, besloot dat het tijd was om iets te proberen dat ze als kind altijd had willen doen – een wolk vangen en bewaren, misschien zelfs een wolkenverzameling aanleggen.

Ze bedacht een plan om op te stijgen in een heteluchtballon en wat wolk in een zak te vangen.

Maar natuurlijk is het onmogelijk om een wolk te vangen, bewaren of bezitten.

Bovendien kunnen luchtballonnen, zoals ze ontdekte, alleen in de lente vliegen als de hemel wolkeloos is. (191)

4439

De wolken waren dof metaal. (199)

4440

Hij staat in een graf en kijkt omhoog naar de wolken. (256)

4441

‘De Wolk’, door Percy Bysshe Shelley; dit is het laatste vers. (257)

4442

De wolk van niet-weten, vernielend, vernieuwend, verandert van vorm op zijn weg door de hemel. (258)

4443

Heel vaak na die herfstdag, toen zijn leven eindigde zodat het opnieuw kon beginnen, zal Richard terugdenken aan die schilderijen van wolken en bergen (…) (258)

4444

En als hij omkijkt ziet hij dat hij gevolgd wordt door een enorme grijze man, De Grijze Man genaamd, die gewoon in hemdsmouwen in de sneeuw buiten is, en verdwijnt zodra de wolken boven de bergen verschuiven. (269)