woensdag 30 juni 2010

2182

Gent, De Sterre – 100625

dinsdag 29 juni 2010

180/365

179/365

woordenboek 274

ALLERGISCH

Het berust niet op een wilsbeslissing te moeten niezen als er veel pollen in de lucht hangt. Of ziek te worden van het eten van honing of noten. Of de huid rood te laten uitslaan wanneer deze in contact is gekomen met een onwelwillende chemische stof. Iedereen heeft wel een fobietje, een overmatige neiging tot irritatie, een allergietje. Maar dat is behaviourisme en fysiologie.

Het taalgebruik uit een ander register dan het strikt fysiologische heeft de term allergie geüsurpeerd. Zo kan de uitspraak ‘Ik ben allergisch voor mensen die gezagsargumenten gebruiken’ – ik geef maar dat voorbeeld omdat het het eerste is dat in mij opkomt, ik heb daar zelf niets voor moeten doen – door iedereen die weet wat een gezagsargument is worden begrepen. Maar zij, die uitspraak, blijft, strikt genomen, nogal betekenisloos want soma en psychè worden erin door elkaar gehaspeld.

Het gebeurt zeer vaak: doen en spreken alsof je niet over de faculteit van de vrije wil beschikt. Alsof je niet anders dan louter impulsief en onnadenkend kunt reageren. ‘Ik ben nu eenmaal zo,’ zegt de puber en wast daarmee zijn of haar handen in onschuld: niet verantwoordelijk voor het aangewrevene. In bepaalde gevallen is dat handig. Alsof je morele onderscheidingsvermogen eenzelfde soort reactiviteit zou hebben als luchtwegen op pollen of als een tere spijsvertering op bepaalde lastig te verteren stoffen. Vaak is het verleidelijk om de persoonlijke vrijheid te herleiden tot een uit de hand gelopen experiment in een chemisch laboratorium waarbij de geleerde, het ‘bewustzijn’, tot zijn scha en schande moet erkennen dat zijn kunde het onderspit moet delven tegen de voorspelbare en onwrikbaar eenduidige manier waarop de aanwezige stoffen reageren op de inbreng van externe producten. En inderdaad, mensen zijn vaak niet veel méér dan onvrije fabrieken van impulsen. Maar dit soort van reductionisme herleidt de buitenwereld tot een kwantificeerbare en voorspelbare agens en maakt hem dus oninteressant. Zonder vrije wil en redelijkheid geen esthetiek en moreel excelleren.

Dat verklaart wellicht waarom het bezwaar tegen onredelijkheid bij positieve reacties niet zo aan de orde is. In enthousiasme, sympathie, zich aangetrokken weten verwacht men veel minder dat redelijkheid de enige doorslaggevende drijfveer is. De redenen waarom je iets of iemand gunstig gezind bent, hebben trouwens vaak – en wellicht vaker dan ons lief is – meer met intuïtie en gevoel te maken, met mogelijk discriminatoire distincties dus, en daarmee bedoel ik: niet met op redelijk te verantwoorden criteria gestoelde oordelen, laat staan met moreel hoogstaande motieven.

Redelijkheid en vrije wil beschouw ik dus zeker niet als alleenzaligmakend, maar als het om een afwijzing gaat, duld ik geen andere motivatie.

2181

maandag 28 juni 2010

getekend 35

43 * 27,27 * 362

Sonny Rollins – Old Devil Moon
John Lee Hooker – Peace Lovin Man
Bob Dylan – Not Dark Yet
Billie Holiday – You Let Me Down
Janacek – Strijkkwartet nr. 2. 3. Moderato
Elvis Presley – Don’t Be Cruel
Banbarra – Shack Up
Handel – Water Music Suite nr. 1 HWV 348. Air
Satie – Descriptions automatiques. 2. Sur une lanterne, lent
Vivaldi – Concerto in D voor 2 violen RV 511. 3. Allegro
Kenny Burrell – Midnight Blue
Van Morrison – Madame George
Handel – Music For The Royal Fireworks. HWV 351. Rejoyce
Ella Fitzgerald – Savin Myself For You
Mozart – Pianoconcert nr. 21. K467. Andante
Zuur solo – The Flow Of The Eveen River
Françoise Hardy & Alain Delon – Modern Style
Lou Reed – Perfect Day
Gerrit Komrij – Verwarring
Polyphonie Aquitaine – nummer 8
Soler – Sonate nr. 11. Andantino
Slade – In For A Penny
Handel – Water Music Suite nr. 3. HWV 350. Rigaudon 1
Mozart – Strijkkwartet nr. 10 K 1770. 4. Rondeaux. Allegro
They Might Be Giants – Track 19
Don McLean – American Pie
PJ Harvey – Yuri-G

2180

B.B. en S. – 100619

zondag 27 juni 2010

178/365

177/365

176/365

27 * ? * 319

Georges Brassens – Les Funérailles d’antan
Roy Orbison – Beautiful Dreamer
Teresa Brewer – Music, Music, Music
Bob Dylan – Take a Message to Mary
Muddy Waters – County Jail
Herbie Hancock – Cantaloupe Island
Isaac Albéniz – Iberia, El Puerto
Lou Reed – Coney Island Baby
Aimee Mann – Red Vines
Satie – Nouvelles pièces froides. 3. Sur un pont
Otis Redding – I Love You More Than Words Can Say
The Goombay Dance Band – Sun of Jamaica
Jimmy Rushing - ?
The Mills Brothers – Sweeter Than Sugar
R.L. Burnside – Everything Is Broken
El Hadj Djeli Sory Kou… – Djon ka fili sabouma

uitnodiging

FOTOTENTOONSTELLING


Pascal – Digital – Cornet
nodigt u uit om een selectie van zijn foto’s uit 2007 en 2008 te komen bekijken in zijn leeggemaakte appartement:

residentie Visart - Karel de Stoutelaan 4b
8000 Brugge

(aanbellen naast de blauwe deur tegenover het Visartpark)

vrijdag 9 juli
zaterdag 10 juli
maandag 12 juli


telkens van 19 tot 22 uur

2179

terugblik 42 (659/1000)

Ik vind dit een van de beste foto’s die ik al heb gemaakt. Hij zegt iets over mijn fotografie, over hoe ik fotografeer en over wat ik van fotografie denk. Want dat doe ik, steeds meer. Dat draagt ertoe bij dat ik met recht en reden datgene wat ik creëer ‘mijn fotografie’ mag noemen.

Hoe je het draait of keert, in dat bezittelijk voornaamwoord zit toch wel de crux, de kern van de zaak. Want ik maak niet uw fotografie, of die van Edouard Boubat, maar de mijne. En dat kan alleen maar als zij een eigen signatuur heeft en daardoor voldoende verschilt van andere fotografieën opdat u haar zou kunnen herkennen. Om dat te bereiken is het nodig dat erover wordt nagedacht.

Wat die signatuur dan precies zou kunnen zijn, kan ik alleen met weer andere foto’s zeggen. Andere foto’s, die deze signatuur verfijnen, verduidelijken, verder uitdiepen.

Een van de redenen waarom ik deze Atomiumfoto goed vind, is omdat hij zijn onderwerp, dat iedereen wel zal kennen, transformeert. Door een aantal technische kenmerken – het zwart-wit, de beeldonscherpte, de compositie en daarin de gelijke verdeling van de nadruk over de vlakken, die er alle toe doen – wordt dat onderwerp, het verlichte Atomium, iets anders. Wat precies, zeg ik liever niet om uw ervaring niet al te veel te sturen. Ik beperk mij ertoe te stellen dat het onderwerp van de foto meer een sfeer wordt, meer een impressie dan het feitelijke gebouw zelf, dat al oneindig veel keren, maar dan op een eenduidigere manier, het voorwerp heeft gevormd van een qua signatuur minder interessante fotografie. En op die manier gaat deze foto, veel meer dan over het Atomium, over het omzeilen van het cliché.

Wie van een iconisch beeld – een beroemd gebouw zoals de Eiffeltoren of de piramide van Cheops, of een beroemd landschap zoals de Niagarawatervallen, of een beroemde mens zoals Eddy Merckx – een interessante foto wil maken, moet er zijn eigen signatuur aan weten te geven (waarover dient te zijn nagedacht) en zal bovendien ervaren dat hij ook het omzeilen van het cliché zelf zal moeten thematiseren. In zo’n foto moet zichtbaar zijn dat er een besef was van de slijtage waaraan het iconische beeld onderhevig is; er zal duidelijk moeten blijken dat er een poging werd ondernomen zijn om deze slijtage ongedaan te maken.

zaterdag 26 juni 2010

getekend 34

991027
naar Ingres

2178

Brugge, Fort Lapin – 100622

vrijdag 25 juni 2010

2177

Brugge, Koolkerkesteenweg – 100622

donderdag 24 juni 2010

woensdag 23 juni 2010

2175

Brugge, Ezelstraat – 100621

dinsdag 22 juni 2010

terugblik 41 (642/1000)

Ik had ooit een tekening van een goede vriend, een abstracte potloodtekening met grote, schijnbaar willekeurige halen, en daaraan, aan die tekening, doet deze foto mij denken. (Of ik heb bij het maken van die foto aan die tekening gedacht.) Anders dan bij die tekening, die abstract bleef, ziet hier natuurlijk iedereen wat gefotografeerd is: een boom, en wel een bladerloze boom, een boom in de winter dus. Maar er is wel wat meer te zien – en wel datgene wat ook die tekening, die de boom niet als voorwerp had maar wel als aanleiding of inspiratie of motief: het patroon. Deze foto isoleert een patroon en tóónt daardoor dit patroon. Hij toont wat een uitsnede uit de kruin van een bladerloze boom óók kan zijn, namelijk een abstracte tekening.

Dat is wat kunst doet met een mens: kunst doet ánders kijken en brengt schoonheid binnen op plaatsen waar die eerst niet was vermoed. En door het ervaren van die schoonheid blijft een mens bij die onvermoede plekken stilstaan. En hij ziet de dingen ánders, ze krijgen betekenissen, ze verhouden zich op een andere manier tot elkaar en tot de toeschouwer. De door kunst verrijkte – en herijkte – blik bevindt zich in een ander verband, maakt deel uit van een… patroon van associaties, connotaties, verwijzingen. Een voorheen amorf en betekenisloos universum van dode dingen wordt een semantisch/esthetische structuur en komt en brengt tot leven.
Dit is een uitsnede van een kruin van een bladerloze boom, een boom in de winter. De takken zijn als de lijnen van een abstracte tekening. Ze vormen een patroon. Opeens zie je wat ze ook zijn: een geraamte, en dan is het lichaam de volle, zomerse bladerkruin. Onder de huid zit de structuur, de boom krijgt dimensies, verwerft zich een plaats in de tijd.

2174

Assebroek, Daverlopark – 100621

maandag 21 juni 2010

172/365

171/365

38 * 27,67 * 277

Stan Getz & João Gilberto – The Girl From Ipanema
Bob Dylan – The Boxer
J.S. Bach – Vioolpartita nr. 3 BWV 1006
Bryan Ferry – Knockin’ On Heaven’s Door
Dee Clarck – Ride A Wild Horse
Ben E. King – Don’t Play That Song
John Coltrane – Impressions
Elvis Costello – Beyond Belief
The Carter Family – I’m Thinking Tonight Of My Blue Eyes
Spinvis – Ronnie gaat naar huis
Bart Voet & Esmé Bos – Somewhere Over The Rainbow
Gilbert Bécaud – Nathalie
Howlin’ Wolf – Ridin’ In The Moonlight
Heather Nova – Walking Higher
Gerry Mulligan Quartet & Chet Baker – Almost Like Being In Love
Count Basie & His Orchestra – Lonesome Miss Pretty
The Shangri-Las – Leader Of The Pack
Johnny Young & Big Water Horton – Stockyard Blues
The Beatles – I’m So Tired
Captain Beefheart – Sugar Bowl

2173

Waggelwater – 100401

zaterdag 19 juni 2010

vrijdag 18 juni 2010

donderdag 17 juni 2010

mijn woordenboek 273

ALLEMAAL

Het heeft allemaal geen zin. Jullie kunnen allemaal de boom in. Dat brengt allemaal geen zoden aan de dijk. We zitten allemaal in hetzelfde schuitje. Dat zijn allemaal truken van de foor. Het zijn allemaal zakkenvullers. Ze gebruiken allemaal doping.

Vreemd hoe aan dat woord iets klams kleeft. Iets klefs. Iets negatiefs in elk geval. Alles wordt over dezelfde kam geschoren. Het kind wordt met het badwater weggespoeld, met één armbeweging van tafel geveegd.

Zou die indruk, die ik zeer nadrukkelijk heb, een overblijfsel zijn van het gebod dat in mijn hoofd nog nazindert van in mijn lagereschooltijd en zelfs fröbelschooltijd: ‘En nu allemaal samen!’? Waarop we iets moesten doen dat op de een of andere, nog niet nader te benoemen manier onbehaaglijk stemde: een tafel van vermenigvuldiging afdreunen, een lied in samenzang te berde brengen, onelegante gymnastiekoefeningen uitvoeren, papiertjes oprapen van de speelplaats. Mijn weerzin voor het collectieve moet toch ergens in geworteld zijn? Ik vraag mij soms af waar want ik weet wel zeker dat hij niet gelijkstaat met een hang naar originaliteit.

2169

Dadizele – 100612

woensdag 16 juni 2010

mijn woordenboek 272

ALLEENZALIGMAKEND

Het adjectief ‘alleenzaligmakend’ zal wel iets van zijn bestaan te danken hebben aan de staande uitdrukking ‘Alleenzaligmakende Kerk’, die aan die exclusieve heilsgarantie bovendien ook nog zijn door Van Dale voorgeschreven hoofdletters te danken lijkt te hebben. Kent u een niet ironisch bedoelde wending of uitdrukking waarin het woord niet door de ontkennende toevoeging ‘niet’ wordt voorafgegaan? Of waarin het adjectief niet op andere manieren in zijn negatief wordt verdraaid (zoals in ‘niet langer alleenzaligmakend’, ‘nooit alleenzaligmakend geweest’, ‘zeker niet alleenzaligmakend’, enzovoort)? U moet het maar eens nagoogelen.

Ja, het lijkt er wel op dat alleen de kapitale Kerk alleenzaligmakend is.

Of is geweest. Want laat ons wel wezen, tegenwoordig kan toch niets nog, geen instelling of instantie of oplossing, voor zichzelf de kwalificatie ‘alleenzaligmakend’ opeisen? En met een hoofdletter al helemaal niet. Daarvoor is de wereld te complex geworden, de problemen te ingewikkeld en de oplossingen te ontoereikend.

2168

Brugge – 100614

dinsdag 15 juni 2010

reactie

Het beste beeld van de verkiezingen! In geen enkele krant gezien!

Patrick Bardyn

reactie

Het isolement vrijwaart de solitair voor besmetting. Hij communiceert met een passant of uitverkorene zonder zijn onafhankelijkheid prijs te geven. De groep gaat hem niet af en hij kan daar niet in ingeschakeld worden. Een stevige metafoor.
S.D.

mijn woordenboek 271

ALLEENSTAAND

In Kent of bepaalde door de agro-industrie niet aangetaste streken van Frankrijk zie je ze vaker: midden in een glooiende weide, trots en monumentaal, bestand tegen weer en wind en mild hun schaduw werpend. Of kaal, zonder gebladerte. Of dood, getroffen door een bliksem en dan toch nog jaren lang overeind blijven staan met uitgebleekte takken. Ik heb een zwak voor alleenstaande bomen. Bij ons zijn ze schaars. Ze zijn economisch niet rendabel, staan de monocultuur in de weg.
Het kan niet anders of ze zijn sterker dan hun soortgenoten in het bos wat verderop, of dan deze die in een rij staan langs een dreef of een weg. Stug en koppig communiceren ze enkel met de kraaien. Af en toe krijgen ze een moeë buizerd op bezoek. Ze hebben een eigen silhouet, een eigen identiteit. Je kunt er van op aan. Ze markeren het landschap.
Door het lange alleen zijn hebben ze een eigen taal ontwikkeld en als je goed luistert, begrijp je misschien wat ze te zeggen hebben.
Maar ze zijn kwetsbaar. Ze vangen veel wind. En wie hun beschutting opzoekt, is niet altijd even dankbaar.
Ik heb de jongste jaren tot mijn verdriet een aantal van die solitaire bomen weten verdwijnen. In Ryckevelde kende ik er een paar. Een is er bezweken onder de mishandelingen van een groepje scouts dat per se aan zijn takken een roetsjbaan dacht te moeten bevestigen. Een ander exemplaar is ziek, heb ik nu onlangs gezien. Een derde, een prachtige eik waarvoor ik een zwak had, werd opgenomen in een nieuw aangeplant bos en heeft daardoor veel van zijn grandeur verloren.
In Brugge stond er een alleenstaande iep, naast de kathedraal. Enkele maanden voor de bisschop van zijn voetstuk werd gestoten, trof de iepenziekte hem en moest hij worden omgezaagd. Zijn isolement had hem lange tijd gevrijwaard voor besmetting.

2167

Brugge – 100614

maandag 14 juni 2010

165/365

164/365

163/365

162/365

37 * 28,43 * 239

Bunny Berigan & His Orchestra – I Can’t Get Started
Tino Rossi – Le Marchand de Soleil
Bob Dylan – You’re a Big Girl Now
Beethoven – Strijkkwartet nr. 13 op. 130, 4. Alla Danza Tedesca
J.S. Bach – Die Kunst der Fuge. Contrapunctus III
Brigitte Fontaine – Je fume
Artiest onbekend – Nummer 1
Mississippi John Hurt – Chicken Blues
J.S. Bach – Cantata ‘Ach Herr, mich armen Sünder’
Jimmy Forrest Quintet – Matilda
Serge Gainsbourg – Bonnie and Clyde
Radiohead – Just
Vivaldi – Vioolconcerto RV 186. 2. Allegro
U2 – Please
Nick Drake – Clothes of Sand
Steve Miller Band – Serenade From The Stars
Radiohead – Electioneering
Raynaldo Hahn – La Barcheta
Abba – Lay All Your Love on Me
Guerrero – Ruiseñor que volando
REM – Endgame
Sibelius – Strijkkwartet in a minor 2. Adagio ma non troppo

mijn woordenboek 270

ALLEEN

Omringd door goede zorgen van dokters en verpleegkundigen baart de vrouw haar eerste kind en zij is even overgeleverd aan haar pijn en hoop en vreugde en angst als, aan zijn gevoel van totale overbodigheid, aan haar zijde, de verwekker van de vrucht die zij nu het leven schenkt.

De deur van zijn cel valt dicht achter de advocaat die hem is komen vertellen dat er geen uitweg meer is. Hij had niets anders verwacht en vraagt zich af wat die keurig geklede man vanavond zal doen: televisie kijken met vrouw en kinderen of gaat hij met zijn vrienden naar de kroeg?

Een man bemint een vrouw. Meer samen kunnen zij niet zijn, zij zoeken in elkaar de opheffing van zichzelf. Hij is bedreven en doet de juiste dingen in de juiste volgorde en met de gepaste intensiteit. Maar hij vergeet even niet dat zijn bedrevenheid ook een techniek is. Haar ogen draaien weg. Hij zegt ik hou van je maar zij hoort het al niet meer.

Een vrouw verlaat met een grote bleekblauwe envelop de dienst Radiologie. Als lillende puddingen maar wel nog volledig lagen haar borsten op een koude glazen plaat. In het wachtzaaltje staat de sanseveria stompzinnig op de vensterbank. Ze moet een nieuwe afspraak maken. Zij herinnert zich pas een uur later dat ze haar man heeft beloofd onmiddellijk te bellen.

Het kind ligt op zijn bed, verlamd door de hitte van deze veel te lange zomerdag. Het beseft dat niemand daar iets aan kan doen. Zijn speelkameraad is deze ochtend vroeg met zijn ouders op reis vertrokken. De zomer is een woestijn. Buiten blaft de hond van de kinderloze buren. Het kind weent en het weet niet waarom. Misschien alleen omdat het wil wenen.

2166

zondag 13 juni 2010

reactie

Al die o’s en i’s e.a.

en zie, zij zitten aan het begin van wat een snikhete zomer wil zijn - maar witte wolken liggen te wachten en stillen de warmte, zodat de huid van het kind en zijn vrienden eeuwig te wit lijkt te blijven.

De ouders verkiezen een reis; ze willen de zuiderse hitte van warmere oorden, ze willen zonnen, zwemmen en drijven en dromen van verre uitzichten voor hun niet langer te witte lijven. Ze kiezen met twijfel en werpen een blik in immense folders en catalogi. Ze bladeren - virtueel - naar blinkende stranden van een nog onbekende Riviera en reiken; tot over de grens van hun wirwar van straten en huizen, tot over de grens van de zomer.

Ze maken omzichtig een keuze en ruiken het zilt, terwijl wat hen rest van de werkende tijd - bij iedere aanraking van hun naar licht verlangende lichaam en vingers - ontembaar ineenkrimpt.

Eliane

Al die o’s

De zomer is bijna afgelopen.

We liepen bloot,
we werden rood,
we zijn niet dood

– en we hebben alweer
een paar pogingen ondernomen
om te stoppen met roken.

De o in zon is,
zoals in zomer,
ook een zon.

2165

Moorslede - 100612

pronostiek

Pascal Digitals exit-poll bij het stembureau 30 in de turnzaal van het Sint-Lodewijkscollege in de Gerard Davidstraat nopens de verkiezing voor de Kamer van Volksvertegenwoordigers:

N-VA 21%
CD&V 19%
sp.a 16%
Open Vld 13%
VB 12%
Groen! 10%
LDD 6%

zaterdag 12 juni 2010

reacties

Mooie brief aan Jan Wauters. Blijft actueel! Heeft hij je er ook op geantwoord?
K.

ontroerend
J.H.

Twaalf jaar later nog brandend actueel.
M.M.

@K: Neen. Dat heb ik altijd jammer gevonden. Ik zag hem nog één keer terug. Hij was vriendelijk.

reacties

proficiat met je 5000, Pascal.Ik denk dat jij een getallenfreak bent, en zoals je weet is herhaling iets wat ook mij boeit.
Kristoffel

Hey man, Proficiat! Broeva! Haro! Ik ben, denk ik, zo ongeveer even lang bezig. Ik heb nooit, behalve dan de laatste maanden, enige vorm van publiciteit gevoerd. Nu laat ik, hier en daar, wat reakties achter en dat helpt. Uiteindelijk denk ik wel dat de aanhouders winnen, want het zijn de weinige aanhouders die tonen dat ze er autentiek mee bezig zijn. Het ga je wel.
Agnes Ostic

terugdenkend aan Jan Wauters

Vorige week stierf Jan Wauters. Ik heb altijd naar hem opgekeken. Ik vond in mijn archief een brief die ik hem bijna twaalf jaar geleden schreef. Ik plaats hem hier als eerbetoon.

Brugge, 1 december 1998

Geachte heer Jan Wauters,

Eerst even een kleine verontschuldiging voor mijn nogal onhandige interpellatie op het verjaardagsfeestje van De Morgen. ‘t Was een beetje onbeleefd u zomaar om uw adres te vragen. Ik functioneer echter niet zo goed in zo’n drukte. En hoe drukker het is, hoe minder ik functioneer. Bij erg grote druktes functioneer ik helemaal niet. Maar dat terzijde. Het was erg genereus van u mij toch uw kaartje te geven, waarvoor dank. In ruil krijgt u van mij een mooi briefje.

U kent misschien mijn naam – hij staat af en toe onder stukjes op de boekenbladzijden van De Morgen, vroeger van De Standaard. Maar hij staat toch vooral in het telefoonboek en naast de deurbel van mijn huis, dat de freelancer die ik ben, mede door toedoen van de moderne technieken maar ook van een zekere onvrede, steeds minder vaak verlaat.

Ik ken uw naam. Even lang als ik uw stem ken. Al meer dan twintig jaar geleden begon ik Wat is er van de sport? te volgen. Ik ben allicht te jong om het revolutionaire ervan in te zien (ik heb de sportverslaggeving die eraan voorafging, behalve in de schimmige figuur van Paul Jacqmuin, niet of nauwelijks gekend), maar dat de mensbetrokken en kritische toon ervan mij onmiddellijk aansprak, weet ik nog altijd zeer zeker. De belangstelling voor de achterkant van de sport, en de onderkant. Ik herinner mij een passus over de aan een wasdraad hangende regenboogtruien van cyclocrosser Eric De Vlaeminck. Het was de tijd dat er tussen Wat is er van de sport? en het nieuws van zes uur nog geen reclameblok stak. Sták.

Ontelbare malen heb ik naar uw bijdragen en rechtstreekse verslaggevingen geluisterd. Soms ergerde ik mij want uw epische breedvoerigheid kwam, wanneer ik pas de radio had aangezet, mijn verlangen naar zekerheid over de stand van zaken in de wedstrijd niet snel genoeg tegemoet. En u maar die tussenstand niet vermelden! Maar veel vaker liet ik mij zeer graag meedeinen op uw sfeerschepping, die het overal waar ik maar luisterde onmiddellijk warm en behaaglijk maakte: de badkamer in het ouderlijke huis, het studentenkot, de keuken vandaag tussen het gejengel van mijn kinderen door. Eén herinnering maar, die ook u ongetwijfeld zal zijn bijgebleven. Parijs-Roubaix, ik ben het jaar vergeten. De motor waarop u achterop zit, is in panne gevallen. U staat midden in de desolate verlatenheid van het Noord-Franse, ooit door Vlaamse seizoenarbeiders bewrochte land, en u beschrijft met nog van uw vaart over de kasseien natrillende stem wat u ziet. In alle ellende is het een zalig moment. De hemel in de hel. U beschrijft zo beeldend dat ik daar naast u kom staan om mee te ondergaan. Wat ik toen heb gezien, is sindsdien nooit uit mijn geheugen verdwenen.

Of die keer, toen u midden in een spannende match op Olympia begon te mijmeren over het kerkhof van Sint-Andries en de wuivende populieren die u vanuit uw hoge post kon observeren. Een praktische toepassing van relativering.

Verslaggeving, sfeerschepping, kritiek. En hoe langer, hoe meer: kritiek. Dáárin kon ik het steeds meer en steeds beter met u vinden. De wrevel jegens de Michel Verschuerens van deze wereld. De fysieke maar vooral geestelijke pijn die wordt veroorzaakt door de loeiharde luidsprekers in het voetbalstadion – reden waarom ik er geen voet meer binnenzet. Maar vooral: de tirannieke commercie die overal om zich heen grijpt, alles infiltreert, alles van binnenuit aanvreet als een kanker.

Gisteren op het verjaardagsfeest van De Morgen las Hugo Claus enkele gedichten voor. Deze schrijver moet niet per se worden vergoddelijkt, maar een béétje respect lijkt mij toch niet misplaatst. Hij kreeg het niet van de verwende en verstrooide massa ‘cultuurdragers’ (zoals de presentator ze terecht, vond ik, smalend aansprak). De hoofdredacteur die in het begin van de avond verklaarde zich erg goed te voelen in het commerciële klimaat waarbinnen hij werkt. Oké, ‘t is beter dan de papegaai te zijn van een politieke partij, maar legt men zich niet te vlug neer bij een gang van zaken die de afgedwongen ‘onafhankelijkheid’ (zwaar tussen haakjes) op de lange termijn níet garandeert?

Mijn ervaring, Jan, is dat het bijzonder moeilijk is aan te kaarten dat we al een tijdje in het totalitarisme leven dat we door het bestrijden van extreem-rechts denken te kunnen tegenhouden. Het is moeilijk dat aan te kaarten zonder zwart-wit te worden. Het is moeilijk omdat het totalitarisme geen buiten heeft vanwaaruit het zou moeten aangevallen worden. Die belerende vinger wordt je erg snel kwalijk genomen. Die ernst ook, ja dát vooral: gij zult niet ernstig zijn. Of toch niet té. Er wordt ten allen kante aan je getrokken. Je wordt gerecupereerd waar je erbij staat. Columnpje hier, columnpje daar. Kritiek wordt entertainment en op die manier wordt kritiek onschadelijk. Wat lieden als Reynebeau en Wyndaele doen, acht ik hoogst schadelijk voor onze democratie (voor zover daar nog sprake van is): zij ondermijnen al lachende de kracht van het (weder)woord. Immers, niet iedereen is met humor begiftigd. Toch krijgen alleen zij die de lachers op hun hand weten te krijgen de lachers op hun hand. En tegenwoordig lijkt wel iedereen te lachen. Je lach of je leven. De dictatuur van de lach. Mensen willen niet wéten, maar lachen.

In wat u doet zie ik een integere poging om, aan deze gevaren ontkomend, uw stem te laten klinken. U blijft de ernst trouw. U schuwt geen retoriek, geen barokke gebaren. U durft het nog aan een zin goed te bouwen en te onderbouwen, een woord in de mond te nemen en langs alle kanten te proeven en van dat proeven verslag uit te brengen. Al dat hoogst onmodieuze bewonder ik in u. Maar er is een kleine wrijving. ‘Jan Wauters’ wordt soms een label. De diep doorvoelde en doorwrochte tegendraadsheid, het ietwat sentimentele en getormenteerde, het zich bekoord weten door het ouwerwetse, het schipperen met de nostalgie: dat alles wordt – mede door het feit dat u de neiging heeft er een beetje mee te koketteren – geïnstitutionaliseerd. U krijgt een vaste stek en wordt daar op vastgepind. Niet in de marge, vanwaaruit u het meest efficiënt uw waardevolle gedachten zou kunnen ventileren, maar in een als marge verkleed entertainment, genre De toestand is hopeloos... (Let wel: uw bijdragen tot dat programma zijn meestal sterk en altijd goed, maar het programma op zijn geheel genomen is dat niet – en dat heeft onvermijdelijk een weerslag op wat u erin doet.) Uw column in De Morgen blijft vooralsnog onaangetast, maar in de mate De Morgen commerciëler wordt – en daar zal het allicht op uitdraaien – zult u misschien moeten kiezen tussen afhaken of mee-commercialiseren.

(Cfr. het dilemma waarvoor de pleitbezorger van de emotie zich geplaatst weet: emotie moet, maar niets is zo commercieel als emotie... Ik denk dat Paul Goossens, vandaag in het zwart gekleed op tv en gisterenavond opvallend afwezig, zeer terecht wijst op het gevaar dat het niet-emotionele het gevaar loopt níet te worden gecoverd. Het komt er misschien op aan, gegeven de omstandigheden, onbehaaglijk te zijn, een horzel te zijn...)

Hoe kun je vandaag links zijn zonder rechts te worden – het lijkt mij het belangrijkste maatschappelijke dilemma.

Ik overdrijf een beetje. Maar de overdrijving heeft het voordeel de dingen snel helder te maken. Uw stem is ongemeen krachtig en helder. Uw ideeën zijn waardevol en levensnoodzakelijk.

Ik wens u nog heel veel zinvolle en vruchtbare jaren toe,

Vriendelijke groet,
P.C.

2164

J.

vrijdag 11 juni 2010

reactie

Ik heb erg van dit boek genoten. Eindelijk nog eens een Nederlandstalige roman die met scherpe pen ver buiten de eigen navel weet te kleuren.
Marie

vijfduizend

Eergisteren was het precies zes jaar geleden dat Pascal Digital zijn blog startte. De eerste post gaat over verkiezingspropaganda: er waren toen ook verkiezingen, blijkbaar. Dit is de vijfduizendste blogpost – en er zijn opnieuw verkiezingen. Er komen gegarandeerd andere percentages uit de bus dan deze die Pascal Digital op 9 juni 2004 vrij accuraat voorspelde. Op 5 oktober 2008 brachten we hem, naar aanleiding van de drieduizendste post, al eens een bezoekje. Anderhalf jaar en tweeduizend bijdragen later treffen we hem nog steeds in dezelfde nederige stulp aan, tussen de verhuisdozen.

U gaat verhuizen?
Inderdaad. Maar niet ver. Ik blijf uitkijken op de bomen van hetzelfde park, op dezelfde straat, op dezelfde torens van dezelfde stad. Ik blijf uitkijken.

U blijft bijzonder productief. Het aantal posts per maand is de jongste tijd zelfs nog sterk toegenomen – maar dat betekent niet dat u meer dan vroeger schrijft. De groei heeft vooral met het beeldmateriaal te maken.
Inderdaad. Het relatieve aandeel van de teksten is verminderd. Al blijf ik ernaar streven om, net zoals vroeger, toch zeker één tekst per dag te plaatsen. Wat niet altijd lukt. Schrijven, hoe snel ik het ook doe, blijft veel tijd vragen en laat dat nu juist het schaarste goed zijn… In het beeldmateriaal zijn er nieuwe reeksen: ‘de dingen’, ‘getekend’, en sinds 1 januari van dit jaar ook de reeks ‘vandaag gezien’, die op zich alleen al goed is voor één extra foto per dag. En dat naast de dagelijkse foto, een reeks die ik begonnen ben in april 2004, die ik op deze blog op 25 maart 2006 ben beginnen posten vanaf het nummer 609 en die nu al bij nummer 2161 is aanbeland. Dat geeft als minimumaanbod dus elke dag minstens twee foto’s plus de betrachting van één tekst.

Is twee reeksen dagelijkse foto’s niet een beetje van het goede te veel?
Misschien. Maar dan toch niet voor mij. Overigens zou het best kunnen dat de tweede reeks maar één jaar duurt – daar verwijst trouwens de nummering naar.

Maar wat is het verschil tussen beide reeksen? Waarom was die tweede reeks nodig?
Mijn fotografie is in de loop van die intussen meer dan zes jaar geëvolueerd. Uiteraard en gelukkig maar. Aanvankelijk maakte ik vaak nogal anekdotische foto’s, foto’s die esthetisch en fototechnisch verre van perfect waren, ja zelfs in die opzichten meestal nauwelijks interessant. Maar ik ben aan de vormgeving wel steeds meer aandacht beginnen te besteden. Daardoor verzeilde het anekdotische op de achtergrond. Het beantwoordde niet meer aan de steeds strengere vereisten die ik mezelf oplegde. Maar ik mis het wel. Bovendien begon ik voor mijn ‘esthetische’ reeks dagelijkse foto’s steeds meer met voorraadjes en reeksen te werken, bijvoorbeeld naar aanleiding van een reis – en mede daardoor legde ik mij minder toe op het dagelijkse fotograferen. Het gebeurde steeds vaker dat ik dingen zag die ik vroeger zeker zou hebben vastgelegd, terwijl ik nu niet eens meer een camera bij had. En van de weeromstuit begon ik ook steeds minder van die dingen te zíen. Vooral dat ervoer ik als een gemis en daarom heb ik die reeds ‘vandaag gezien’ in het leven geroepen. Het is een nieuwe oefening in doorgedreven kijken. De ogen openhouden, zeg maar. De reeks bekommert zich niet om esthetiek en fototechniek. Het is er mij enkel om te doen om elke dag iets vast te leggen, iets wat mij is opgevallen, iets anekdotisch. En uiteraard beoog ik ook het eindresultaat: alle 365 foto’s zullen in zekere zin de film van het jaar 2010 vormen. Het moet een tastbaar bewijs worden dat je ook op de banaalste dagen wilde avonturen kunt beleven alleen maar door je ogen open te trekken. Waardoor die dagen al een stuk minder banaal worden.

Het idee is natuurlijk niet nieuw. Mijn inspiratiebron is een boek dat Frank Horvat in 1999 maakte. Op Horvats website vind je de foto’s die hij voor dat project maakte. Er staat ook een quote te lezen die precies uitdrukt wat ik nastreef: ‘[…] my objective has been to take, between January 1st and December 31st, at least one significant photograph each day (though not necessarily an excellent one). […] I have obliged myself to remain continually open to everything around me and to question the meaning of each gesture and each object. “The most difficult thing,” wrote Goethe “is what is thought to be the simplest: to really see the things which are before your eyes.”’ Sinds ik begin dit jaar met de reeks ‘vandaag gezien’ ben begonnen en mezelf opnieuw de verplichting heb opgelegd elke dag iets te ‘zien’, heb ik die open blik, die ik door te fotograferen had gekregen maar die ik door mijn manier van werken een beetje verloren was, heroverd.

Wat komt in aanmerking om in de reeks ‘vandaag gezien’ aan bod te komen?
Het moet gaan om een moment dat bijzonder genoeg is om vast te leggen. Het moet iets zijn dat in die mate buiten het gewone springt dat ik mij, aan de hand van die foto, de situatie, de sfeer en, bij uitbreiding, de dag zal kunnen herinneren. Het is een vorm van de tijd stilzetten, een geheugensteun ook. Want er gaat zoveel verloren, zoveel verdwijnt meteen in de grote vergeetput. Uiteraard probeer ik de foto mooi te maken, maar dat is niet altijd mogelijk. In bepaalde gevallen is de foto zelfs uitdrukkelijk mislukt: bewogen, slecht gekadreerd, scheef of wat dan ook. Ik bewerk deze foto’s achteraf ook niet in dezelfde mate als de ‘esthetische’ foto’s. Neem nu de eerste foto van de reeks: ‘1/365’. Een met een zeil bedekte motorfiets op nieuwjaarsdag. Op zich is dat zeker niet een foto die Frank Horvat ‘excellent’ zou noemen, maar hij is wel ‘significant’: in dat beeld steekt ook de verlatenheid, de kater, het moeë van de dag na het feest. Het verkeersbord speelt ook een rol, zie ik nu pas.

Uiteraard spelen in het selecteren van beelden die voor deze reeks in aanmerking komen, en het maken ervan, de normale regels van privacy en discretie mee. Zoals dat ook voor de andere foto’s op mijn blog geldt. Er zijn bovendien ook een aantal zaken uit mijn leven die de buitenwereld niets aangaan. Mijn beroep bijvoorbeeld, of mijn intimiteit en die van anderen.

Er zijn nog andere nieuwigheden. Je hebt, ook bij de foto’s, de reeks ‘de dingen’, gestart in januari 2009.
Hier staat techniek voorop. Ik wil voorwerpen die mij op de een of andere manier opvallen of dierbaar zijn, onder de aandacht brengen.

Wat beoog je met de wolkenfoto’s bovenaan de rechterkolom?
Hetzelfde als met de boodschappenlijstjes in de rubriek ‘winkelwagenblues’. Het zijn constellaties. De wolken zijn niet meer dan dat, maar achter de boodschappenlijstjes zitten hele werelden verborgen waarover wij nooit iets zullen vernemen. Dat is de enige bedoeling: tonen dat er andere werelden zijn, die zoals wolken steeds wisselen en die niets met onze wereld te maken hebben. Gewoon dat even aanduiden, zonder er op in te gaan. Dat is een heel bescheiden opzet.

Ik wist niet dat je tekende.
Ik heb nog academie gevolgd – maar veel heb ik nooit getekend. Als ik vijf minuten tijd heb, lees ik liever een bladzijde in een boek. Maar dat kan niet tijdens vervelende vergaderingen. Tekenen wel. Het is de perfecte strategie om mij af te schermen tegen de newspeak en het managementjargon waarmee sommige mensen zich belangrijker voordoen dan ze zijn.

We hebben niets meer vernomen van Bea’s bananenboom. Hoe is het daarmee gesteld?
Hij werd te groot voor mijn woning. Mijn vriendin S. heeft hem geadopteerd. Hij is daar in goede handen.

Ook in de teksten is er een en ander veranderd.
Ik was een beetje uitgekeken op mijn ‘dagen van verhoogde helderheid en concentratie’. Over elk boek dat ik las, elke film die ik zag of elke tentoonstelling die ik bezocht iets schrijven: dat veroorzaakte op den duur stress en dat kan toch niet de bedoeling zijn. Hetzelfde geldt voor de fietsverslaggeving. Ik schreef tijdens het fietsen op een gegeven ogenblik zodanig intens in mijn hoofd dat ik niet meer van het fietsen zelf genoot. Of toch niet genoeg. Nu geef ik, die weinige keren dat ik nog tot fietsen kom, een lijst van de muzieknummers die tijdens het fietsen door mijn iPod werden gegenereerd. Zo komt er toch ook iets van muziek in mijn blog binnen en dat mag wel want muziek is geen onbelangrijk onderdeel van mijn leven. Erover schrijven is echter iets wat ik niet kan – de terminologie ontbreekt mij. Dus moet het maar zo. Maar ik heb toch al overwogen om ook dat achterwege te laten en gewoon te gaan fietsen zonder muziek, denkend aan niets.

Ik zal natuurlijk nog wel over boeken en films en mijn ervaringen met de media schrijven, of over mijn lectuur, maar dan op een minder systematische manier. Sinds enige tijd zijn er wel ook de recensies van debuutbundels die ik, enige tijd na hun publicatie in de Poeziekrant, op de blog plaats. De briefwisseling met Bunnik is stilgevallen. Ik hoop dat mijn correspondent, JWL, terug de moed vindt om te hervatten – maar ik wil niet dat hij zich verplicht voelt. In dit project zijn we met twee.

Ik overweeg om grondiger en kritischer over politieke en maatschappelijke onderwerpen te schrijven. Ik werd daartoe onlangs heel sterk aangemoedigd toen de onafhankelijke nieuwssite Apache een link plaatste naar mijn bespreking van een verkiezingsdebat op tv. Het gevolg was dat er diezelfde dag zeven keer meer unieke bezoekers op de blog langskwamen – en dat is toch wel een flatterende en verleidelijke gedachte.

Het bereik: een gevoelig punt?
Het internet is een zee. Daarin boven drijven, is een schier onmogelijke opgave. Met kwaliteit alleen kom je er niet. In dat opzicht gelijkt het web op het leven. Wie een blog begint en niet op de een of andere manier zijn publiciteit verzorgt, wordt niet opgemerkt. Ik heb eens de proef op de som genomen met een parallelle blog zonder iemand iets te zeggen, een blog met een teller. Die tekende dus niets aan. Nul bezoekers. Geen kat die leest of bekijkt wat je doet als je dat niet zelf een beetje organiseert. Je moet daar dus niet vies van zijn. Dat is ook de enige reden waarom ik op facebook ben gegaan en daar schaamteloos ‘vrienden’ heb geronseld. Ik heb er al meer dan duizend, stel je voor! Het heeft wat effect gesorteerd, maar in beperkte mate en niet blijvend. Ik denk dat ik te serieus ben voor facebook. In het begin was ik er nogal enthousiast over omdat ik door anderen op allerlei zaken werd gewezen. Ik bedacht een paar rubriekjes om ook daar aanwezig te zijn op een manier die enigszins creatief of interessant was, bijvoorbeeld met korte gedichtjes bij mijn foto’s of met mijn rubriek lezers, miniportretjes van de weinige mensen die je op de trein nog een boek ziet lezen. Maar nu vind ik dat facebookgedoe hoofdzakelijk erg vermoeiend en bijzonder tijdrovend. Het enige wat ik er nog doe is attenderen op wat hier verschijnt. ’t Is een advertentieruimte. Ik zie trouwens de ene na de andere interessante facebookgebruiker afhaken. Het wérkt gewoon niet. Of het blíjft niet werken.

Ik vind het wel belangrijk dat wat ik maak gezien wordt. Ken jij iemand wien het niet kan schelen of wat hij maakt gezien wordt? Ik niet. Maar het wórdt gezien. Ik denk dat ik een publiek heb van enkele tientallen vaak terugkerende mensen. Zestig of tachtig, misschien wel honderd. Gemiddeld komen er elke dag een kleine veertig terugkerende mensen langs. Ik vind dat niet weinig. Van sommigen weet ik dat ze zeer intens en enthousiast de blog volgen. Daar ben ik heel gelukkig mee. Af en toe krijg ik hartverwarmende reacties die mijn dag goed maken en in elk geval een stimulans zijn om door te zetten.

Maar ik doe het in de eerste plaats nog altijd voor mezelf. Zonder deze blog zou ik de voorbije zes jaar heel veel zaken niet hebben gezien, niet, of veel minder, intens, hebben beleefd, niet met anderen hebben gedeeld.

Heb je nog plannen voor vernieuwing?
Ik wil, ook al zal mijn leven veel te kort blijken, lemmata voor mijn woordenboek blijven schrijven, het analoge fotograferen verder uitdiepen, meer wijsheden van pippo cornetto bedenken. En er zullen zich vast en zeker nog meer plannen aandienen. We zien het wel. Ik verras ook graag mezelf.

Bent u nu niet te ernstig?
Absoluut. U moet er maar hier en daar een smiley bij zetten.

Spreken we af om bij de tienduizendste post een nieuwe evaluatie te maken?
Oké! Maar vergeet niet dat ik tegen dan verhuisd zal zijn. In de werkelijke wereld welteverstaan. Op het web blijf ik op mijn stek.

2163

Brussel – 100608

woensdag 9 juni 2010

reactie

Dag Pascal,

Bestaat toeval, had je de intuitie van het ogenblik, of heb je me integendeel héél bewust een héél mooi cadeau aan de hand gedaan?

Zaterdag 5 juni heb ik mijn vader begraven en voelde ik me inderdaad zoals in de eerste foto van De Panne,

zondag 6 juni, toen de lucht opklaarde, heb ik nog als afsluiter de maerlant-route afgefietst en voelde ik me helemaal in de stemming van foto nummer 2.

Dank dus, en nogmaals het ‘bewijs’ dat je blog voor heel wat (meer) mensen een zegening is, ook al krijg je daar misschien niet altijd respons van.

E.

debuut 23

Nooit een ster

Andy Fierens
Grote smerige vlinder

De amechtige engelenvleugeltjes die de dichter op de foto op het voorplat van zijn bundel draagt, lijken het al te suggereren: veel transcendentie zul je hier niet aantreffen. Of het zou die van een ‘god’ moeten zijn die op de dag dat je tot hem bad de wereld verliet ‘door het gat in de ozonlaag’. Achter de dichter zorgt een knalrode clown voor een lach en een traan.

Het relativeren van het de reikwijdte van het eigen schrijverschap staat ook in een van de motto’s voorop (het is van J.P. Donleavy):

One thing I’m sure of, I’m no writer.
I’m nothing but a hungry sexstarved son of a bitch.

Inmiddels heeft Andy Fierens (1976) met Grote smerige vlinder wel de Herman de Coninck-poëzieprijs gewonnen. Hoe valt dat te verklaren? Moet je tegenwoordig een zelfverklaarde niet-schrijver zijn om als schrijver te worden erkend?

In het openingsgedicht ‘no panic on the titanic, andy to the rescue’ blijft Andy Fierens zijn uiterste best doen om zichzelf als een antiheld voor te stellen. Hij somt zijn helden op – ‘andy warhol / andy kaufman / mahatma andy’ – en voegt er meteen aan toe: ‘niet alle andy’s zijn succesvol’. Andy Fierens, zo lijkt Andy Fierens te willen zeggen, is zéér gewoon: ‘mijn naam is andy / statistisch gezien ben ik oké’. Een gewone jongen, voor het ongeluk geboren: ‘als ik op een vliegtuig zit / klinkt er altijd muziek van / buddy holly, john denver of ritchie valens’ – dat zijn drie rocksterren die in vliegtuigaccidenten het leven lieten. Andy is bang zoals iedereen bang is: ‘angst beheerst mijn leven / zo durfde ik mijn kind niet te zeggen / dat mijn vader was gestorven’ – de angst wordt van generatie op generatie doorgegeven.

De vader dood? Dat moet dan de ‘Stan Fierens (1944-2007)’ zijn aan wie Andy zijn bundel heeft opgedragen. Hij, die vader, komt nog een paar keer in de bundel voor. Op bladzijde 12 wordt hij door de moeder bedrogen en op bladzijde 33 bedriegt hij de moeder. Met ‘de relatietherapeute’ nog wel!

Angelsaksische helden, rock’n roll-vrijgevochtenheid (‘romantiek is kul’), schunnigheden (‘zelfs mijn enige vriend luistert niet / als ik zeg “beffen doe je met je tong lassie, met je tong”’) en flauwe woordspelingen (‘mahatma andy’, ‘chainsaw mascara’, ‘twee zweedse broers / lars en extra lars’)…: we lijken vertrokken voor alweer een rondje cynische humor die zichzelf als poëzie aandient omdat dat tegenwoordig nu eenmaal een van de mogelijkheden is om op het publieke forum een spoor te trekken. En het moet gezegd: qua aaneenschakeling van witzen en grappen weet Andy Fierens er wel wat van – ik citeer uit ‘rozijnenhaters zijn een zeldzaamheid’ maar ik had eigenlijk om het even welk ander gedicht kunnen kiezen:

mensen gooien een stok weg
en de hond komt met jou terug

Of, uit ‘met wapperende manen’:

toen ze mij voorstelde aan haar ouders
liet ze ons urenlang alleen

Ja, dat is grappig. Maar is het poëzie? Stijgen deze teksten boven zichzelf uit? Af en toe is er iets wat je op de een of andere manier naar adem doet happen: zó raak, zó mooi, zó veelzeggend. De strofe

o treurende pastinaak o harige trompet
ik ben eenzamer dan de moeder van een moordenaar

bijvoorbeeld. Of: ‘thuis loop ik door straten die ik niet herken’. Fierens brengt vaak goed en kwaad samen; het mooie of positieve relativeert hij meteen weg. Zoals in de strofe waarin de vader nog eens opduikt:

na mijn eerste kus was ik zo perfect gelukkig
dat ik riep ‘ik ben perfect gelukkig’
waarop vader zei ‘maak je geen zorgen
dat is een tijdelijk neveneffect’

Op papier is het niet altijd je dat, maar je voelt dat deze teksten lekker bekken op een podium – dichters moeten tegenwoordig kunnen performen, nietwaar?

ik vatte je leven samen in een slecht gedicht
dat ik live erg goed weet te brengen

Achteraan staan een paar gedichten waarin echt iets gebeurt wat de moeite waard is. Fierens maakt zich kwaad, hij is woedend, hij klopt zijn frustratie op tot poëzie. De ‘jij’ heeft de ‘ik’ teleurgesteld en wordt daarvoor gestraft: ‘ik gooide je uit het raam / zei een dankgebed voor zwaartekracht’. En het gedicht daarvoor, ‘serial tintenkiller’, eindigt met een toespeling op Bomans: ‘ik wou dat jij een zeehond was // dan kon ik op je knuppelen’. Het gedicht ‘carpe diem’ eindigt schrijnend:

ons bed vat alles samen
we liggen al jaren in een twijfelaar

En in ‘geen schulden en een vaste baan’ gaat het in elke van de vijf strofen pijnlijk repetitief van ‘ik heb een lieve vrouw’ en worden alle geneugten van het modale modelgezin opgesomd, maar:

voor ik ga slapen kijk ik uit
het raam. nooit valt er een ster


Vrouwlief, zo beeld ik mij dan in, ronkt al in de twijfelaar.

Deze recensie verscheen in Poëziekrant

2161

R.