zondag 3 mei 2026

vorig jaar 364

3 mei 2026

(…)

*

Ik breng de dag grotendeels met lezen door: De onzichtbare steden, Brendan Behan en de eerste helft van Filosofie van de kroeg van Hans Schnitzler. En met slapen – ik voel me niet fit genoeg om op mijn koersfiets te springen, wat ik me nochtans, gezien het mooie weer, had voorgenomen te zullen doen. Schrijven doe ik ook, onder meer aan een nieuw boekverhaal, over Liefde in tijden van cholera. 

*

Etentje bij X en Y. (…) Ik noteer enkele anekdotes. Over Guido Gezelle, die van monseigneur Faict een uitbrander kreeg wegens zijn ‘esprit de contradiction van de pierste specie’; over Gezelle die volkse uitdrukkingen noteerde, ook in de biechtstoel, onder meer van iemand die bekende: ‘Eerwaarde, ‘k én in de poepstroâte geweund’ (anaal gepenetreerd); of Y die zegt dat het minder lang duurt om een Egyptische piramide te bouwen dan om het asbest uit het Berlaymontgebouw te verwijderen (…); of X die zegt dat Y soms in zijn slaap roept, onlangs nog: ‘Al die papabelen moeten mij met rust laten!’ (We hadden het over wie kans maakt om paus te worden; Y denkt dat het ‘die Filipijnse homo’ zal worden.) We hebben het ook nog over Z, die vindt dat zijn zoon L een relatie moet aangaan met een van de meisjes in zijn klas. Maar L vindt die meisjes dom. Waarop zijn vader zegt: ‘Tuttut, ge kunt ook leren rijden op een dom paard!’ We hebben veel gelachen.