fragment uit Het maaiveld
Ik heb de voorbije dagen de dagboeknotities doorgenomen die ik schreef tijdens die twee laatste jaren van de middelbare school. De confrontatie met die geschriften, waarin bepaalde wendingen en woordkeuzes, hoewel ik ze al meer dan veertig jaar niet meer onder ogen had gezien, toch nog vertrouwd in de oren klonken, was in tweeërlei opzicht onprettig. Niet alleen zijn die notities van een abominabele kwaliteit, ze zijn bovendien bijzonder deprimerend. Ik hoop echt dat ze nooit door iemand anders worden aangetroffen en gelezen. Vernietigen lijkt mij op dit moment de enige zinvolle optie. Dat zal ik dan ook doen, maar eerst wil ik er toch nog het weinige uit puren dat relevant kan zijn voor deze memoires. Ik veroorloof mij om in de citaten stilistische, grammaticale en orthografische verbeteringen aan te brengen. Dat laatste niet alleen omdat sinds het schrijven van deze teksten de Nederlandse spellingsregels gewijzigd zijn maar ook omdat, zoals ik tot mijn niet geringe verbijstering vaststel, de teksten waarvan ik me herinner dat ik ze destijds puntgaaf vond nogal wat fouten blijken te bevatten!
Ik heb dan toch iets bijgeleerd in al die jaren, zal ik maar denken.
De dagboeknotities zijn loodzwaar, drammerig, deprimerend, hoogdravend en pretentieus. Nergens valt een greintje humor of zelfrelativering te halen. Wat nam ik mezelf au sérieux! Maar het zijn toch ook teksten, stel ik nu zo neutraal en afstandelijk mogelijk vast, van iemand die met zichzelf overhoop lag, om niet te zeggen dat hij, die jongen van zestien, zeventien jaar die ik ooit geweest ben, ronduit depressief was. Mocht een psycholoog van vandaag zich over hem buigen, dan zou een diagnose in die richting niet uitblijven, veronderstel ik. Wanneer ik dan bedenk dat die vroegere versie van mezelf er in die tijd compleet alleen voor stond, nergens hulp zag opdagen en zelfs niet eens de mogelijkheid overwoog dat er eventueel hulp zou kunnen worden ingeroepen, dan kan ik niet anders dan een vorm van medelijden voelen opkomen en mijzelf gelukkig prijzen dat ik die periode van mijn leven dan toch nog min of meer heelhuids heb doorstaan.