vrijdag 1 mei 2026

LVO 344

fragment uit Het maaiveld


We waren zestien toen we met nog een paar klasgenoten voor onszelf een weekend hadden gearrangeerd in een verlaten, enkel nog door de Chiro gebruikte villa in de Assebroekse Sint-Katarinawijk. Die intussen alweer vele jaren geleden afgebroken villa heette: ‘t Onze. Ik zeg ‘gearrangeerd’ omdat we het listig aan boord hadden gelegd: door beide partijen – zowel ouders als klastitularis – iets voor te houden in verband met de duur van onze alternatieve bezinningsdag en met het tijdstip van terugkeer naar huis hadden we voor onszelf de mogelijkheid geschapen om er een tweedaagse van te maken. We hadden een avond en een nacht het rijk voor ons alleen in ‘t Onze. We profiteerden er dan ook van, met de attributen die toen zowel organisatorisch als financieel binnen ons bereik lagen: muziek, tabak en een bak Jupiler.

Waarmee we ons overdag bezighielden, weet ik niet meer. Maar wat ik wel nog weet, is dat we de avond met onze zelfgerolde sigaretten en werkmanspintjes – bier uit het flesje dus – rond een haardvuur doorbrachten. Na een zweverig collectief gesprek – we waren high zonder drugs – kwam ik uiteindelijk, elk op zijn luchtmatras en in zijn slaapzak, naast mijn vriend te liggen. Om te slapen uiteraard, maar dat kon niet, vond Bert, zonder eerst nog naar het volledige nummer ‘Echoes’ van Pink Floyd te hebben geluisterd, de tweede kant van de lp Meddle. Ik kende die muziek wel maar het was toch de eerste keer dat ik haar aandachtig beluisterde, van de iele hoge tonen waarmee het stuk begint over het galopperende tussenspel met veel synthezisergedreun totdat ze ijl uitsterft. Tja, meer had ik in die tijd echt niet nodig om in trance te geraken.

Van de tweedaagse in ‘t Onze is een foto bewaard gebleven, als tastbaar bewijs dat het weekend wel degelijk heeft plaatsgevonden. Wie die foto heeft gemaakt, is mij niet bijgebleven. Bert en ik, allebei in kakigroene parka, staan op het bordes van de villa vriendschappelijk naast elkaar te lachen naar iemand (niet de fotograaf maar wie dan wel?) die zich buiten het kader ophoudt. Bert lacht voluit zijn witte tanden bloot. Ik lach, zoals ik toen altijd deed, geremd. Maar ik zie er op die foto toch gelukkig uit.