zaterdag 16 mei 2026

LVO 350

fragment uit Het maaiveld


Een lichtpunt in het vijfde jaar was de leerkracht voor Frans, Michel Perquy. Met zijn uiterlijk verwees hij van alle OLVA-leraren het uitdrukkelijkst naar de toen nog maar tien jaar in het verleden liggende revolte van ‘68. Zijn sluike lange haar, in een punt uitlopende sik, onafscheidelijke pijp en zwarte rolkraagtrui maakten van hem het buitenbeentje van het korps. Hij leek er niet echt bij te horen – en hij leek dat ook niet te willen. Als een vrijbuiter waarde hij rond tussen de klerken. Rond de veertig moet hij toen geweest zijn. Later zou hij naar Parijs verhuizen, een stad waar hij zich wellicht beter in zijn sas zal hebben gevoeld dan in Assebroek-bij-Brugge. Hij werd ook literair vertaler – ik herinner me dat mijn hart opsprong toen ik zijn naam zag staan in het boek Camille Claudel, een vrouw. Gedurende enige tijd was dat boek een bestseller omdat het succesrijk was verfilmd. Hoe het meneer Perquy verder is vergaan, heb ik nooit vernomen. (*) Hij was zo iemand van wie je wist dat hij wist wie je was. Tot welke soort je behoorde. Hij hoorde er net als jijzelf niet bij. Dat schiep een band, een die ervoor zorgde dat je bij hem je uiterste best deed. Zijn vertrouwen wilde je niet beschamen.

Frans in de poësis: de opdracht om – in het Frans – een gedicht te schrijven viel niet uit de lucht. We kregen er een week de tijd voor. Ik pakte die taak heel serieus aan. Mijn gedicht werd erg lang. Het paste niet op één blad. Maar tegelijkertijd wou ik het ook niet als iets al te hoogdravends of ernstigs presenteren. Daarom tikte ik het uit op een rol wc-papier. En zo diende ik mijn werkstuk ook in bij meneer Perquy. Hij vroeg niet waarom ik het zo had gedaan, hij begreep het en maakte geen misbaar.


(*) Dit is achterhaald. Michel Perquy is nu kunstschilder: https://oparijs.eu/over-oparijs/