donderdag 30 maart 2023

notitie 374

TRANSGENDER


Meer dan tien jaar geleden al vond ik het eigenaardig dat het transgendercentrum van het Universitair Ziekenhuis in Gent autismespectrumstoornis geen relevant kenmerk vond om de aanvragen van adolescenten te evalueren. En vandaag vraag ik me af hoe ze daar omgaan met de bewezen zeer uitgesproken correlatie tussen genderdysforie en suïcidale neigingen. Ondertussen zijn gelijkaardige klinieken in Finland, Zweden en Groot-Brittannië wel wat terughoudender geworden wanneer het profiel van hun genderdysfore patiënten wordt gekenmerkt door depressie en/of ASS. (Genderdysforie: ‘gevoel van onvrede met het geboortegeslacht’.)

De reportage van Pano ( https://www.vrt.be/vrtnu/a-z/pano/2023/pano-s2023a3/ ) die mij gisterenavond van mijn luie stoel blies, had voor mij nog wel andere verrassingen in petto. Bijvoorbeeld dat puberteitsremmers door de wat meer terughoudende artsen als een ‘pauzeknop’ worden gezien, terwijl men in Gent vrolijk van oordeel is dat ze ‘de eerste stap in de transitie’ zijn. Decapeptyl wordt toegediend om de vorming van de geslachtskenmerken die horen bij de biologische seksuele identiteit af te remmen, om op die manier een geslaagde transitie naar het andere geslacht mogelijk te houden. In Gent zien ze dat product niet als een pauzeknop, i.e. een manier om de mogelijk impulsieve en dus overhaaste beslissing van de adolescent om onomkeerbaarheden te laten plaatsvinden minstens uit te stellen. Van de adolescent? In veel gevallen gaat het om kinderen. De jongste kandidaat die in Gent werd behandeld was geen elf jaar oud. Men kan er toch van uitgaan dat op die leeftijd nog niet met alle vereiste redelijkheid (‘informed consent’) alle consequenties kunnen worden ingeschat van een ingrijpende ingreep, zoals een geslachtstransitie toch is, zeker als deze met operaties gepaard gaat. Ook dient rekening te worden gehouden met de mogelijkheid dat jongeren met bijvoorbeeld depressie bereid zijn om zelfs een geslachtsoperatie te ondergaan omdat ze daar een oplossing voor hun probleem van verwachten. Meestal ten onrechte. Dokter Patrick Vankrunkelsven, voormalig politicus en nu directeur van het Academic Centre of General Practice, wees in de uitzending op die mogelijkheid.

Blijkens de gesprekken met een paar gelukkige en minder gelukkige transgenders bleek onder meer dat zij op de leeftijd waarop zij hun beslissingen hadden genomen en daarin niet of nauwelijks waren afgeremd door het Gentse team, nauwelijks of zelfs helemaal niet over fertiliteitsverlies hadden nagedacht.

Terwijl in Gent de hele transgenderbusiness nog volop aan het boomen is, stelt men daar in Finland toch wel vragen bij. Statistische onwaarschijnlijkheden nopen de dokters van het Hoge Noorden tot een grotere voorzichtigheid bij de behandeling van de aanvragen. Hoe komt het dat er nu zoveel meer aanvragen tot transitie zijn dan pakweg vijftien jaar geleden, toen geslachtsverandering nog een zaak van pioniers was? (Pioniers zowel bij de aanvragers als bij de uitvoerders.) Hoe komt het dat het aandeel van de biologische meisjes nu de overgrote meerderheid vormt, terwijl dat vroeger toch omgekeerd was? In Gent stellen ze dat natuurlijk ook vast, maar daar vormt dat geen aanleiding om de aanvragen wat minder enthousiast naar een volgende fase van het proces te begeleiden. De stijging van het aantal aanvragen, behandelingen en definitieve transities is en blijft er voorlopig exponentieel. (Vooral deze vaststelling vormde de aanleiding voor Lauwke Vandendriessche om de reportage maken.)

Een bijzondere ervaring voor mij was de aanwezigheid in het programma van Fran Bambust. Ik heb haar nog persoonlijk gekend, toen zij nog Frank heette. Fran, die in een vroeger leven, maar wel na haar transitie, woordvoerster was van Çavaria, had de moed om toe te geven dat zij misschien toch niet de juiste weg had bewandeld. Het had allemaal niet zo drastisch hoeven te zijn. Een leven als non-binair persoon had misschien ook volstaan om zijn/haar gevoelsleven en lichamelijkheid ten volle, of zo vol mogelijk, te kunnen beleven. Bovendien zei Fran dat haar na de ingreep aan het licht gekomen ASS in Gent nooit ter sprake was gekomen. In Gent vormt ASS trouwens geen reden om niet te starten met een hormonenbehandeling.

Ik vond Frans getuigenis behalve moedig ook waardevol. Zouden er nog, euh, personen met een dergelijke ervaring rondlopen? Ik vermoed van wel. En ik ben benieuwd wat kinderendocrinoloog Martine Cools van het UZ Gent ervan denkt. Wat betekent een dergelijke getuigenis voor het beleid van het Gentse centrum, waar men zich vooralsnog verschuilt achter een ‘het is te vroeg om daar conclusies uit te trekken’ in plaats van te kiezen voor het voorzorgsbeginsel? Hoor ik daar in de verte een kassa rinkelen? Waar is Petra De Sutter als je haar nodig hebt?