vrijdag 2 juli 2021

wolken 4155-4171

wolkenfragmenten uit Aldous Huxley, Alle verhalen

4155

Een reusachtige wolk steeg op aan de hemel en er waren verre vlagen van onweer. (100)

4156

De wolken waren weggewaaid en de maan scheen aan een heldere hemel. (102)

4157

Ze was zo: een zware, zwarte wolk, geladen met onweer, en hij had, als een of andere absurde kleine Benjamin Franklin, een vlieger tot in het hart van de dreiging opgelaten. (103)

4158

De ochtend was even helder en wolkenloos als alle andere ochtenden. (142)

4159

Tegen de middag was de lucht al half bedekt met donderwolken. (145)

4160

Met ongelooflijke helderheid stonden de bergen tegen de door de regen schoongewassen hemel. Erboven enorme wolkenmassa’s.

Wolken boven Carrara,’ zei Mr. Topes, meteen met een licht hoofdschudden en bewegen van zijn schouders zijn eigen opmerking bagatelliserend. ‘Soms hou ik ervan mij voor te stellen, dat de geesten van grote beeldhouwers zich in dat kalksteengebergte ophouden en dat het hun onzichtbare handen zijn, die de wolken in deze reusachtige, schitterende vormen houwen. Ik stel me voor hun geesten’ – zijn stem trilde – ‘rondtasten tussen bovenmenselijke concepties en enorme groepen ontwerpen en friezen en monumentale figuren met wapperende draperieën – ontwerpen, concipiëren, maar nooit geheel voleindigen. Kijk, daar in die witte wolk met de schaduwpartijen eronder zit iets van Michelangelo.’ Mr. Topes wees hem aan en Barbara knikte en zei ‘Ja, ja’, hoewel ze er niet zeker van was welke wolk hij bedoelde. (148-149)

4161

Hij keek om zich heen – naar de zee, naar de bergen, naar de prachtige grote wolken en naar zijn gezelschap. (150)

4162

Het was het verhaal van Eros en Psyche en het verhaal besloeg drie grote vertrekken, zelfs doorlopend tot op de plafonds, waar in een bleekblauwe lucht, met hier en daar witte en gouden wolkjes, de daarbij behorende goden zweefden door het empyreum, neerdalend en opstijgend, met een air alsof ze zich volkomen op hun gemak voelden in hun element, iets wat in de natuur slechts aan de vissen gegeven schijnt en misschien nog aan een paar gevleugelde insekten en vogels. (182)

4163

En waar eens de verontwaardigde jonge god opwaarts gevlogen was om zich bij zijn olympische verwanten te voegen (die, gelukkig, nog geheel intact tussen de wolken op het plafond door dreven) restte niets meer dan de bleekste schim van een opstijgende Cupido, terwijl de op aarde schreiende Psyche zo goed als onzichtbaar geworden was. (194)

4164

Aan hun voeten strekte zich het dal uit, als een zee, en boven de vage horizon torenden heroïsche wolken. (208)

4165

Daarachter waren slechts bleke wolken en om hen heen slechts de in wolken gehulde olijfbomen.

Dit waren de winterse dagen; maar er waren ook dagen van lente en herfst, onveranderlijk wolkeloze dagen, of – nog bekoorlijker – afwisselend gemaakt door de reusachtige drijvende gedaanten van damp die, sneeuwachtig boven de verre, met een muts van sneeuw bedekte bergen, zich geleidelijk tegen het stralende, lichte blauw ontplooiden in reusachtige heroïsche bewegingen. En hoog in de hemel dreven de zwellende draperieën, de zwanen, de luchtige marmerblokken, gehouwen en onvoltooid gelaten door goden die reeds bijna vóór ze begonnen het scheppen beu waren geworden, slapend op de wind en veranderend van vorm terwijl ze bewogen. (230)

4166

En dan, bijna plotseling, als er een wolk voorbijtrok of wanneer de zon tot een bepaalde stand aan de hemel was gedaald, veranderde het vlakke toneel; en waar slechts een beschilderd gordijn was geweest, waren nu rijen heuvels, in opeenvolgende kleurnuances van bruin of grijs tot goudgroen of vaag blauw. (231)

4167

Het was een dag met drijvende wolken – grote gedaanten, wit, goud en grijs, en daartussenin stukken van een ijl, doorschijnend blauw. (262)

4168

De schemering, verdicht door reusachtige zwarte wolken, daalde in een drukkende, onheilspellende stilte en het werd voortijdig donker. (361)

4169

Zwaar, als een donkere, met onweer geladen wolk, hing ze als een soort dreiging boven hem, gereed om zich op hem te ontladen met de bliksemflitsen van passie en wil tot overheersen. (392)

4170

Op de omslag stond de afbeelding van een man die door een gorilla van het dak van een wolkenkrabber werd gegooid. (400)

4171

Het was een heldere onbewolkte ochtend in het begin van de zomer. (409)