zaterdag 16 augustus 2008

vrijdag 15 augustus 2008

donderdag 14 augustus 2008

woensdag 13 augustus 2008

dinsdag 12 augustus 2008

1498 / Wijk 2

Dag 347 vVH&C

080801 – Overschrijven (98)

Maar ook de vriendschappen begonnen rafels te vertonen. Op sommige avonden gingen de paren, bijeen in het strijdperk van hun piepkleine kamertjes, elkaar met stem en blikken te lijf. Op sommige avonden begrepen ze eindelijk dat hun o zo prachtige vriendschap, hun bijna als initiatie fungerende woordkeus, hun privé-grapjes, die gezamenlijke wereld, die gezamenlijke taal en die gezamenlijke gebaren die zij gesmeed hadden nergens naar verwezen: het was een verschrompelde wereld, een uitgeput universum dat nergens naar toe leidde. Hun leven was geen verovering, maar verbrokkeling en versnippering. Ze realiseerden zich dan hoezeer zij tot routine, tot apathie gedoemd waren. Ze verveelden zich gezamenlijk, alsof er tussen hen nooit iets anders dan leegte was geweest. Lange tijd hadden woordspelingen, zuippartijen, boswandelingen, grandioze maaltijden, lange discussies over een film, plannen en geroddel voor hen de rol van avontuur, levensgeschiedenis en waarheid gespeeld. Maar het waren slechts holle zinnen, lege gebaren, zonder gewicht, zonder openheid en zonder toekomst, duizendmaal herhaalde woorden, duizendmaal geschudde handen, een ritueel dat hen niet meer beschermde.

Een uur lang probeerden ze het dan eens te worden over de film die ze zouden gaan zien. Ze spraken om maar niets te hoeven zeggen, gaven elkaar raadseltjes op en deden het spelletje waarbij je moet raden wie er geïmiteerd wordt. Elk alleen achtergebleven paar sprak verbitterd over de anderen en soms over zichzelf; ze hadden het weemoedig over hun voorbije jeugd; ze herinnerden zich dat ze enthousiast waren geweest, spontaan, vol echte plannen, prachtige beelden en verlangens. Ze droomden van nieuwe vriendschappen; maar ze slaagden er maar nauwelijks in ze zich voor te stellen.

De groep viel langzaam, maar meedogenloos duidelijk uiteen. Met een soms onverhoedse snelheid werd het voor sommigen in nauwelijks een paar weken duidelijk dat het leven van weleer nooit meer mogelijk zou zijn. De moedeloosheid was te groot. De wereld om hen heen te veeleisend.

Georges Perec, De dingen (Amsterdam 1990), 75-77

maandag 11 augustus 2008

1497 / Wijk 1

Dienstmededeling

Ik ben er even niet. Maar dankzij de optie 'uitgesteld posten' kan de continuïteit hier worden verzekerd. Dat doe ik met een reeks portretten van straatgenoten, gemaakt in opdracht van de mensen die het wijkfeest organiseerden.

Dag 346 vVH&C

080730 - Zo'n op een berg gerichte webcam, die altijd maar doordraait, brengt vooral de onverschilligheid van de wereld in beeld. De natuur gaat altijd maar door, ook als er niemand is. Daardoor krijgen die tekenen van menselijke aanwezigheid - de bedrading, de reclamepanelen - iets treurigs. Dit is de wereld zoals hij er nog zal zijn als wij allang zijn verdwenen.

De Mont Dore (Cantal, F); met dank aan E.

zondag 10 augustus 2008

1496

Dag 345 vVH&C

080730 – Het beste van de film Eldorado (Bouli Lanners, 2008; bekroond met nevenprijzen in Cannes) was, behalve de fotografie en de locatieresearch, de lichte absurdistische toets, die op een gegeven ogenblik zelfs iets beklemmends heeft. Het is om te lachen maar je weet het eigenlijk niet meer zo goed of het wel om te lachen is. Het is er bij het bezoek aan de hulpvaardige garagist, een oudere man met een wit baardje. In zijn verlopen loods bewaart hij onder dekens een stel autowrakken, ze zijn allemaal geblutst en de garagist heeft de ‘indruk’ van het slachtoffer in de carrosserie telkens zorgvuldig bewaard. ‘Vooral van dat jonge, zwangere meisje: dat is een héél mooie indruk.’ Later besef je dat de twee zwervers, protagonisten van deze roadmovie, bij niemand minder dan God op bezoek zijn geweest, een machteloze God, die het ook niet helpen kan dat zijn schepping niet rampenvrij is. Het kan inderdaad gebeuren dat mooie, jonge, zwangere vrouwen overhoop worden gereden. Een andere keer dat je zo’n beklemmend gevoel krijgt, is wanneer, bij wijze van parodie op het theatrale principe van de deus ex machina, een van een hoge brug geworpen hond pardoes op het dak van de bij een van de brugpijlers geparkeerde Amerikaanse slee van onze beide helden neerploft. Indruk gemaakt! En ja, het beest, waarvan de poten twee aan twee zijn samengebonden, overleeft de klap. Althans tijdelijk. Mooi in de film vond ik ook de shots vanuit de rijdende auto: altijd op de hoogte gericht – wat je dan te zien krijgt: boomkruinen, de bovenste helft van gevels en, vooral, de wolken. En eigenlijk vond ik nog veel meer mooi, nu ik er begin over na te denken.

zaterdag 9 augustus 2008

Dag 344 vVH&C

080809 – Ik kende, net zoals u, Christine Comyn niet. Ik ken haar nog niet, maar nu weet ik wel dat ze een tentoonstelling heeft in de Absolute Art Gallery in Knokke. Kent u de Absolute Art Gallery in Knokke? Behoort u tot het cliëntèle? Hebt u kluiten en een slechte smaak?

Enfin, daarover gaat het nu niet.

Wel gaat het over iets wat ik in Belicht geheugen van Man Ray lees, het gaat over het verschil tussen fotografie en schilderkunst – en dan de relatie van wat ik bij Man Ray lees met wat ik lees in de catalogus van de tentoonstelling van Christine Comyn in de Absolute Art Gallery in Knokke.

Man Ray: ‘Terwijl fotografie eenvoudig een manier van inschatting was, iets krijgen wat van tevoren was bedacht, bleef schilderen een avontuur; een onbekende macht kon plotseling het hele aanzien van dingen veranderen. Het resultaat kon net zo verrassend voor mij zijn als voor de beschouwer. De verrassingen veroorzaakt door een slecht afgesteld mechanisch instrument, hebben geen waarde, maar de kronkelingen van de hersens, die tegelijkertijd voelen en denken, zijn altijd interessant.’ (369)

En dan nu Christine Comyn, die zelf de inleiding schrijft op de catalogus van haar tentoonstelling in Knokke. Christine Comyn is gespecialiseerd in portretreeksen. Zij neemt hetzelfde model, ik vermoed een foto van dat model, en schildert het verschillende keren naast elkaar. En dan stelt zij vast (in het Engels want geld kent geen grenzen): ‘Contrary to the act of photography, painting requires time: I am in the middle of it for hours […]. In the meantime, in a very chaotic way, all kinds of thoughts and impulses are running through my mind, looking for a way out, asking me questions and forcing me to find solutions, every very second: where to put a certain line, what colour to use, transparent or not, which movement to make, slow or fast, which pencil or brush to take, where to keep to reality and where to get lost in fantasy, when to stop, etc. […] What fascinates me the most, is the fact that, even if I do my very best, I will never be able to paint twice or more the same face with the same expression, just because of other questions raised during the action and other decisions were taken. // There’s a certain area in my mind, making me do things the very same moment, that I never could have imagined before I started the painting. It’s giving me wings and it feels like magic. // That area in my mind, I call it “the twilight zone”.’

1495

Gent, Musschestraat – 080604, 10u11

vrijdag 8 augustus 2008

Dag 343 vVH&C

080808 – Wie zou ik willen als winnaar voor deze kabbelende Tour? Het laat me Siberisch koud maar ja, een mens ontwikkelt toch een voorkeur. Op basis waarvan? Indrukken. Imago. Randinformatie. En zie, hoe je daarbij wordt gestuurd door de media en de grillen van het toeval. Evans rijdt defensief, je bent voor Sastre. Boogerd noemt Evans een lafaard, je bent voor Evans. Zeker als je hoort dat hij de bevrijdingsstrijd in Tibet steunt! Maar dan: Evans duwt nukkig VRT-cameraploeg weg – zou je toch niet voor Sastre gaan supporteren? Neen, Sastre is een te grijze muis. Hoewel, hij laat zich in humanitair opzicht ook niet onbetuigd door kankerkinderen te steunen. Tienduizend euri naar een kinderkankerorganisatie. En dan nog wel een Gentse! Maar dan heb je die ploegbaas van hem: ook een bekeerde dopingbom blijft een dopingbom. Een onbetrouwbaar sujet met pretoogjes die je zeggen dat hij méér weet. Uiteindelijk is het die ene demarrage op l’Alpe d’Huez, de enige demarrage door een favoriet in deze Tour (ook al moest hij er eerst de toelating voor vragen), die de balans doet doorslaan. Vanaf nu zijn we voor Sastre! ’t Is te hopen dat hij wint – maar ach, eigenlijk zal het mij worst wezen. Ik hou niet van secondentours. Waar is de tijd van het grote machtsvertoon van helden die met minuten en kwartieren rekenden! Niet die bloedeloze boekhouderij tijdens de overgangsetappes maar ernstige, klassementsbedreigende ontsnappingen! Ritten van vierhonderd kilometers! Zeven cols op een dag en enkel de laatste veertig kilometers in beeld! En doping, man, doping! Het had geen naam! Neen, kleurloze boekhouders waren het niet, in die tijd van zwart-wit en veel ruis op het beeld.

Avond in De Panne 6/6

1494 / Avond in De Panne 5/6

donderdag 7 augustus 2008

Ondertussen in Brugge (122)

Dag 342 vVH&C

080731 – Eerste zinnen zijn al even belangrijk als een eerste indruk.

‘Vriend. Hoe vaak heb ik je al niet gezegd dat ik mij geheel wil inzetten voor de psychiatrisch gestoorde mens.’ [geen vraagteken maar een punt]; ‘Het is niet zo maar een dag.’; ‘Hij zou beter zijn als de mensen hem niet uitgelachen hadden op koninginnedag toen hij ziek was.’; ‘”Mijn man is nu een wild verscheurend dier,” zei mevrouw Overdiep in de groentewinkel tegen de vrouw die haar hielp en die bezig was drie kilo aardappels af te wegen.’ [drie kilo, geen twee of vier]; ‘Lena, waarom stink je zo?’; ‘De honoraria die een schrijver voor zijn verhalen, artikelen of gedichten vangt, zijn zoals iedereen weet altijd bijzonder hoog geweest.’ [lees ik het goed?, jawel!]; ‘Het was koud, het regende, het hagelde en het sneeuwde, toen een man de grote weg die recht naar de hoofdstad voert, afliep.’; ‘Jammer, maar ik ben helemaal door de mand gevallen.’; ‘Hij wist dat hij het heel dramatisch moest doen en dat het anders niet zou slagen.’ [en, niet want…]; ‘Hoe wisten ze eigenlijk dat hij vroeger krantepapier at als hij honger had?’; ‘Een klein moedervlekje dat vlak bij de liezen zat en dat soms door de zoom van het badpak werd bedekt, soms niet.’; ‘Een mens kan zo verschrikkelijk teleurgesteld worden in zijn verwachtingen.’ [vind ik niet zo’n goeie]; ‘Vandaag heeft Frederik opgebeld en voor de eerste maal moest ik wreed tegen hem zijn.’

Misschien heeft u de onverbiddelijke toon herkend: aan het woord is…
Jan Arends, Verzameld werk, Amsterdam 1994³

Dag 340 vVH&C

080724 en 080807 – Tot tweemaal toe zegt hij in zijn memoires Belicht geheugen dat het een verdienste van zijn filmpjes is dat ze niet lang duren! Ja, zo zie je maar hoe de beeldtaal is geëvolueerd! Emak Bakia van Man Ray lijkt me toch vooral het resultaat te zijn van stoeien met een nieuw speeltje. Het vergt heel wat inlevingsvermogen om te beseffen hoe revolutionair en du jamais vu deze beelden indertijd (1926) moeten zijn geweest.

1493 / Avond in De Panne 4/6

woensdag 6 augustus 2008

dinsdag 5 augustus 2008

52 * 26,71 * 1565

P. trommelt mij op voor een rit naar het meest nabije gebergte: de lichte, ietwat wulpse verhevenheden in de buurt van Aartrijke, Ichtegem en Eernegem. De helling van Ichtegem, de Lookhuisstraat op en dan weer de Keibergstraat af, is beslist pittig te noemen want hij wordt nog eens op smaak gebracht door een kasseistrook van anderhalve kilometer die, op z’n zachtst gezegd (al is die uitdrukking hier niet écht op zijn plaats), er niet al te best bijligt. We brengen het grootste gedeelte van de rit – langs het geniebruggetje over de autostrade (een carnetje met fotogenieke plaatsen), de dorpskern van Snellegem (het lastige portretteren van iemand die snel naar een volgende vergadering moet) en de Aartrijkse uiterwaarden (L. die maar een fractie van de mogelijkheden van zijn D300 gebruikt) – gezellig (over fotografie) keuvelend door, hetgeen de tijd en de kilometers aanzienlijk bekort. Er ontspint zich een soort van verbale humor die ik wel vermag te pruimen. Ondertussen hebben we het ook even over de datering in de betonstroken van het amechtige fietspad waarop we rijden: een blijk van historische zin die de wegenbouwers helaas enkele decennia geleden hebben opgegeven. De rotstrook die wij op dat moment te verduren krijgen, stamt van mei ’68. Op de terugweg, door het bos van Varsenare, worden we bijgebeend door een krasse zestiger die ons, ‘te zien aan ons achterste’ (sic), nog ‘jong’ vindt. Reden genoeg om die man uit het wiel te rijden, maar ik moet lossen bij mijn eigen tempoversnelling en dan gaat die kerel maar ineens vijf kilometer per uur sneller rijden. Enfin, we zijn hem al bij al toch kwijtgeraakt – dat soort vrijpostigheid moeten wij niet: zó jong zijn we nu ook weer niet meer. Aan mijn lijf geen polonaise.

1491 / Avond in De Panne 2/6

Avond in De Panne 1/6

maandag 4 augustus 2008

zondag 3 augustus 2008

1489

Station Brugge – 080518, 11u24

zaterdag 2 augustus 2008

1488

Brugge, Jan van Eyckplein – 080705, 20u13

vrijdag 1 augustus 2008

Dag 338 vVH&C

080722 en 080801 – De memoires van Man Ray, in het Nederlands vertaald als Belicht geheugen, dat is geen grote literatuur, verre van. Maar ik mag het wel graag lezen omwille van de petites histoires van grands artistes, en ook omdat Ray, in zijn soort van naïviteit, een gezonde kijk op de dingen, en op kunst, blijkt te hebben: met schijnbaar ondoordachte paradoxen ondergraaft hij menig idée reçue. Zo heeft hij bijvoorbeeld altijd gezegd dat fotografie geen kunst is (Ray geldt als een van de belangrijke fotografen van de 20ste eeuw). Maar onder druk van zijn omgeving is hij wel ‘bereid’ om zijn standpunt een beetje aan te passen. En dus zegt hij: ‘Kunst is geen fotografie’. Dat suggereert, mits wat denkwerk bij de lezer, een heel andere waarheid!

Ook de volgende anekdote is mooi – en ik moest daarbij denken aan mijn bezoek aan de ‘zaal met voorstudies’ van het Reina Sofia in Madrid, de zaal met de ‘voorbereidende’ tekeningen voor de Guernica van Picasso. Ray, die bij het totstandkomen van dit meesterwerk op de eerste rij zat, vertelt hoe Picasso meteen op het grote formaat begon te tekenen en zijn ontwerp voortdurend wijzigde. Dat het dus niet zo is dat hij eerst een reeks tekeningen maakte op kleiner formaat, om vervolgens deze ‘voorstudies’ naar het grote, definitieve formaat over te brengen. (Dora Maar heeft de verschillende fases van het grote ontwerp gefotografeerd – het zijn vooral haar foto’s die, ook in het Reina Sofia tentoongesteld, een idee geven van hoe de Guernica is tot stand gekomen.) De tekeningen, die wij nu spontaan geneigd zijn voor voorstudies te houden, zijn, aldus Man Ray, pas achteraf tot stand gekomen.

1487 / Duinkerke 5/5