Posts tonen met het label transgalactisch perspectief. Alle posts tonen
Posts tonen met het label transgalactisch perspectief. Alle posts tonen

donderdag 2 januari 2014

transgalactisch perspectief 20




R treedt op deze blog aan als gast. Hij neemt zich voor mij 365 berichten te sturen en hij gaf mij de toestemming deze berichten hier te plaatsen.
R wenst anoniem te blijven.

Dag Pascal,

Met nog slechts 345 berichten te gaan, vraag ik me al af wat ik nog meer te delen heb. Iets nieuws zit er niet meer in, meer van hetzelfde nog wel. En dat zal er ook wel komen, want hetzelfde heeft iets fijns. Hetzelfde is altijd weer anders, zoals het herlezen van een zin dat is, en het eten van biefstuk friet in café Loetje.

Een uitzondering hierop is misschien het terugkeren van een droom, omdat niet alleen de droom maar ook de gevoelswaarde zo vergelijkbaar is. Ik droom me suf en heb twee stapels: nare en fijne dromen. Tot een jaar of drie geleden waren er drie fijne dromen. In de eerste loop ik van een voetbalveld naar de kleedkamer met de jongens van de lagere school. De populairste jongen zegt dat ik toch eigenlijk best goed gespeeld had. Nooit gebeurd, maar vaak gedroomd.

De tweede en derde fijne dromen horen bij elkaar. In de tweede kan ik vliegen in schoolslag, zoals de vrijwillige legionair in Asterix de Galliër dat doet na het drinken van het mislukte toverdrankje van Panoramix. In variant 2 loop ik op straat en kan ik lopen als mensen op de maan, waarbij ik de mate van gewichtloosheid met mijn gedachten kan bepalen: sensationeel. Tot mijn stomme verbazing werd dit stabiele rijtje na tientallen jaren aangevuld met de droom dat ik weer rijd in de Citroen XM die ik ooit bezat, 3.0 l V6. Op die droom verheug ik mij sindsdien het meest wanneer ik angstig wakker word.

Met vriendelijke groet, R

vrijdag 27 december 2013

transgalactisch perspectief 19



R treedt op deze blog aan als gast. Hij neemt zich voor mij 365 berichten te sturen en hij gaf mij de toestemming deze berichten hier te plaatsen.
R wenst anoniem te blijven.

Dag Pascal,

Sommige vrienden vragen zich inmiddels ook hardop af waarom ik nu nog steeds zo met de Tweede Wereldoorlog bezig ben. Meestal is dat mijn eigen schuld. Dan ben ik er weer over begonnen. Het brengt me altijd in de war, want ik weet ook niet waarom. En zelfs als ik het zou weten, zou het waarschijnlijk niet veranderen.

Het dichtst bij een verklaring kwam ik bij het zien van een documentaire over de Nederlandse schrijver, dichter en tekenaar Ted van Lieshout. Hij sprak met een collega over een boek waar hij destijds mee bezig was, Mijn meneer. Dat boek gaat over de intieme relatie die hij als kind had met een man. Toen zijn collega en vriend Gerbrand Bakker werd gevraagd naar wat hij daarvan vond, zei hij niet te begrijpen dat Ted daar nu nog steeds mee bezig was. Was het niet eens tijd om het achter zich te laten? Nee, zei Ted, dat kan niet want het is een deel van wie ik ben. Zoiets heb ik met de Tweede Wereldoorlog, maar ik kan dat ook niet uitleggen.

Eenzaam is het wel, zo goed en tot in detail te weten waartoe de mens in staat is als het erop aan komt, en zelfs daarvoor. Toen we in de kleine kinderen zaten en met ons vijven in de roes van het gezinsgeluk verkeerden, dachten we dat het voor altijd was. Zo heeft de Heer het ook vast bedoeld. Dat het ooit ophoudt, is een nutteloos besef dat afbreuk doet aan het onvoorwaardelijke geluk dat het leven ook biedt. Het is, zoals Maarten van Roozendaal het zo treffend bezong, ‘zo fijn om dat te zijn dat je nou net niet bent’.

Groet, R

dinsdag 24 december 2013

transgalactisch perspectief 18




R treedt op deze blog aan als gast. Hij neemt zich voor mij 365 berichten te sturen en hij gaf mij de toestemming deze berichten hier te plaatsen.
R wenst anoniem te blijven.

Dag Pascal,

Laatst was ik voor het eerst te gast in het voormalige paleis van de vooruitgang. Bij dit grote softwarebedrijf in het centrum van Nederland, gebeurde het. Het was de commerciële vijand van het bedrijf waar ik destijds voor werkte. En wat ook indruk op me maakte, en niet alleen op mij, ze hadden de mooiste meisjes: lang haar, hoge hakken, grote mond, zichtbare borsten en Italiaanse schoenen. Ze hadden de biologie van het zaken doen daar op waarde geschat en smaakvol uitgebuit.

En nu was ik daar, na al die jaren, opeens voor het eerst bij het hoofdkantoor van dat bedrijf op bezoek. Wat een sensatie. Het gebouw en de inrichting waren nog volledig herkenbaar als het modernste van het modernste, maar dan van twintig jaar geleden. Aan de balie geen ranke studentes maar lompe mannen in uniform: uitbesteed. Met een licht triomfantelijk gevoel over dit kennelijke verval, nam ik plaats in de koffiecorner waar ik kon wachten op diegene met wie ik had afgesproken.

Daar viel mijn oog op een beetje een groezelige, dikkige man van mijn leeftijd, die met geverfd haar, een T-shirtje aan, en op gympen, kennelijk ook op iets of iemand stond te wachten. Toen ik hem zo op afstand observeerde, bedacht ik me opeens dat hij ongetwijfeld een van de hackers was die het bedrijf een jaar of twintig geleden in dienst nam. Jong, slank, energiek, onconventioneel en met een stevige bos krullend haar, was hij vast een van medewerkers die de systemen die het bedrijf had opgeleverd, moest proberen te kraken. De beste van die medewerkers kregen altijd de opdracht om systemen van concurrenten te gaan kraken. En de beste van die medewerkers hielden het er na een jaar of twee wel voor gezien. Waarschijnlijk wachtte mijn uitzicht op een medewerker van de personeelsafdeling die hem van werk naar werk zou gaan begeleiden.

Groet, R

zondag 22 december 2013

transgalactisch perspectief 17


R treedt op deze blog aan als gast. Hij neemt zich voor mij 365 berichten te sturen en hij gaf mij de toestemming deze berichten hier te plaatsen.
R wenst anoniem te blijven.

Dag Pascal,

Als we het meest van onze fouten kunnen leren, wat leert de Tweede Wereldoorlog ons dan? Zonder daders geen slachtoffers. Toen Abel Herzberg bij een lezing de vraag kreeg ‘Hoe kunnen we voorkomen dat onze kinderen ook slachtoffer van geweld worden?’, was zijn antwoord: ‘Dat is niet de goede vraag. Het gaat erom hoe we kunnen voorkomen dat onze kinderen beulen worden.’ Een grote waarheid, maar kan dat?  

Ik liep met mijn vader door Kamp Westerbork, dat tijdens de Tweede Wereldoorlog het doorgangskamp was van de Nederlandse joden, zoals Mechelen in België. Hij was in die tijd bewaker, om na het laatste transport in dienst te treden bij de Ordnungspolizei, waar hij vrienden had. Dat waren leuke jongens, vertelde hij. Die kwamen nog wel eens langs vanuit Groningen, en brachten dan lekkere dingen mee als worst en Moezelwijn. En een lol dat ze hadden... Ja, dat was echt een mooie tijd. Maar toen zag hij een keer de meester van de mulo in het kamp. Dat was zo’n aardige man. Die had hij nog wel wat extra’s willen geven, een deken of een pakje sigaretten. Maar van de kapo’s mocht dat niet. Die kapo’s, daar kon je maar beter ver van blijven. Zijn vrienden hadden ook een keer op mijn vader gewacht bij de executie van een gevangene. Daar had hij later nog wel zorgen over gehad. Stel je voor, dat iemand dat had gezien. Dan kon je na de oorlog een veel zwaardere straf krijgen. Nee, een makkelijke tijd was het niet voor hem, die oorlog.

Als ik  me in daders verdiept, kom ik meestal op een glijbaan. Die begint bij begrip (in de betekenis van begrijpen, niet van vergoelijken), en gaat abrupt en snel over in verwijt en angst, om te eindigen in onwil en onvermogen om te accepteren hoe klein de mens kan zijn. En dat is maar goed ook, want bij die onwil en dat onvermogen begint de beschaving.


Groet, R


donderdag 19 december 2013

transgalactisch perspectief 16


R treedt op deze blog aan als gast. Hij neemt zich voor mij 365 berichten te sturen en hij gaf mij de toestemming deze berichten hier te plaatsen.
R wenst anoniem te blijven.

Dag Pascal,

Automatiseringsprojecten duren vaak te lang, kosten te veel en leveren iets anders op dan werd verwacht. Bedrijven komen daar liever niet mee naar buiten. Overheden moeten wel. Geen wonder dat er regelmatig vragen opduiken over hoe het kan dat zoveel belastinggeld door slechte ICT-projecten van de overheid in het putje verdwijnt.

Voor wie zich bewust is van wat er mis kan gaan, is het echter veel wonderbaarlijker dat er zoveel goed gaat! Er wordt veel leergeld betaald, maar dat is deels inherent aan het werken met techniek die zich sneller ontwikkelt dan het menselijke vermogen om haar te benutten. Als de technologische ontwikkeling vanaf morgen stil zou staan, hebben we nog decennia nodig om optimaal gebruik te maken van wat nu al kan.

Wie zich druk maakt over de kosten moet ook naar de opbrengsten kijken. Aan de opbrengstenkant moeten de grootste klappers nog komen. Klap één is dat de overheid al haar systemen slim met elkaar verbindt. Dat verbetert de dienstverlening en is veel goedkoper omdat je minder dan de helft aan ambtenaren nodig hebt. Klap twee is dat de overheid vervolgens een groot deel van het resterende werk door ons laat uitvoeren, met DigiD en Mijn Overheid, Mijn Pensioen en Mijn Etcetera.

Maar of het nu gaat om mislukkingen of successen, om te kunnen leren heeft de overheid vooral een eenduidige opvatting nodig van wat het nou eigenlijk is, die automatisering; wat ze ermee wil en welke prijs ze bereid is daarvoor te betalen. Iets dergelijks ontbreekt in Nederland. Visies te over, maar niet eenduidig, begrijpelijk, laat staan inspirerend en realistisch. Bij afwezigheid daarvan en door het ontbreken van dwang, handelt ook binnen de overheid iedereen uiteindelijk voor het belang van de eigen organisatie, afdeling of carrière. Dat is de grootste verspilling.

Er wordt vast aan een goed en slim plan gewerkt voor een compacte overheid, maar niet op het ministerie van Binnenlandse Zaken, maar achter de clouds bij de Googles, Facebooks en HoYiuTsans. Laten we hetgeen ze heeft nagelaten te doen, ook meenemen in de definitie van ICT-missers van de overheid.


Groet, R


woensdag 18 december 2013

transgalactisch perspectief 15


R treedt op deze blog aan als gast. Hij neemt zich voor mij 365 berichten te sturen en hij gaf mij de toestemming deze berichten hier te plaatsen.
R wenst anoniem te blijven.

Dag Pascal,

In de ICT is er altijd behoefte aan goede projectleiders. Projectleiders hebben uiteenlopende achtergronden en overeenkomstige karakters. Ze zijn overtuigd van hun kunnen en als ze iets hebben geleerd, dan is het dat ze beter kunnen vertrouwen op hun eigen intuïtie dan op de deskundigheid van de medewerkers uit hun team.

Ik had vaak moeite met de manier waarop zij hun belangrijke werk verrichtten. Dan was je met een groep mensen al een tijdje inhoudelijk bezig met een ingewikkeld vraagstuk, en dan kwam er dat onvermijdelijke moment in een Golden Tulip Hotel, waarin je als team kennis maakte met de nieuwe projectleider die door de leuke baas bij een toonaangevend bureau was ingehuurd om het klusje verder te klaren.

Op het afgesproken tijdstip was iedereen er, behalve de leuke baas en de nieuwe projectleider. Die hadden vooroverleg – meestal kennismaking – en kwamen samen aangewandeld, met een glimlach alsof ze een vredesakkoord voor het Midden-Oosten hadden ondertekend. De leuke baas zei snel te willen beginnen omdat hij zo weg moest, en dan vertelde hij in vijf minuten over hoeveel vertrouwen hij had in het project, het team en in de nieuwe projectleider. De leuke baas gaf de nieuwe projectleider het woord en vertrok. Zijn vrouw wist vast niet waarheen.

In het ergste geval had de nieuwe projectleider een plastic zak bij zich, waar deze een muts, sjaal, rugzak en kompas uit haalde. Dan volgde de visie van de nieuwe projectleider, die het project vergeleek met het beklimmen van een berg en zijn rol zag als gids. Dat had in twee minuten gekund, maar duurde al snel anderhalf uur omdat de metaforische boodschap was embedded in een historisch overzicht van het succesvolle bedrijf waarvoor hij werkte, en in een toelichting op zijn smetteloos CV, zijn vrouw en kinderen en zijn hobby's. Pas dan kregen we de opdracht om in groepjes met een kompas een route af te leggen in de directe omgeving van het hotel. Dus als je in de buurt van een hotel een groep van drie of vier verwarde mensen door de bosjes ziet struinen met een papiertje en een kompas, dan weet je voortaan dat er een nieuwe projectleider is begonnen.


Groet, R


maandag 16 december 2013

transgalactisch perspectief 14


R treedt op deze blog aan als gast. Hij neemt zich voor mij 365 berichten te sturen en hij gaf mij de toestemming deze berichten hier te plaatsen.
R wenst anoniem te blijven.

Dag Pascal,

In geen bedrijfstak wordt zo belabberd gecommuniceerd als in de automatisering. Ook als een neef op een feestje ruim de tijd neemt om uit te leggen wat zijn werk in de automatisering precies inhoudt, zal de welwillend luisterende familie het achteraf waarschijnlijk houden op ‘iets met ICT’ of ‘iets met computers’. Eigenlijk zeggen we daarmee impliciet ‘iets onbegrijpelijks’. We zijn eraan gewend geraakt en hebben onze eigen drie woorden gevonden om aan te duiden wat die neven doen. Interessant is de impliciete veronderstelling dat ICT’ers elkaar wel zouden begrijpen. Was dat maar zo. Dan was ‘het communicatieprobleem’ niet zo massaal en consequent aangeduid als belangrijkste oorzaak van het mislukken van automatiseringsprojecten.

Slechts een gedeeltelijke verklaring is te vinden in logische zaken, als het feit dat het vaak om buitenlandse begrippen en termen gaat. Een ander deel van de verklaring zit in het belang dat er kan zijn om elkaar soms niet juist, niet volledig, niet helemaal of helemaal niet te begrijpen. Daar weten de juristen alles van, die na een mislukt project de scherven bijeen mogen vegen en hun dure messen slijpen op basis van memo’s en notulen waarin is omschreven wat er precies moet worden opgeleverd. Maar ook in de gewone projecten barst het van de verleidingen elkaar net even anders te begrijpen.

Ooit heette de branche de IT-sector, van informatietechnologie. Maar wat heb je aan informatie en technologie als je er niet mee kan communiceren? Daarom is de C eraan toegevoegd, en zit de grote groei in de automatisering van de communicatie.


Groet, R


zaterdag 14 december 2013

transgalactisch perspectief 13


R treedt op deze blog aan als gast. Hij neemt zich voor mij 365 berichten te sturen en hij gaf mij de toestemming deze berichten hier te plaatsen.
R wenst anoniem te blijven.

Dag Pascal, 

Ontwikkelingslanden vragen al jaren massaal om computers en aansluiting op het internet. Dat was wel even wennen voor de goededoelenorganisaties die in een computer nog niet de hengel zagen waarmee ze de armen konden helpen in hun eigen voedselbehoefte te voorzien. Toch is het ook dat, weten de vissers die op internet kunnen zien wanneer en hoe ver ze het beste kunnen uitvaren, en de boeren die kunnen zien wanneer ze het beste kunnen oogsten en waar welke prijs voor hun producten wordt geboden.

Het goede nieuws is dat automatisering ook voor armen zoveel kansen biedt. Het slechte nieuws is dat ze nauwelijks worden benut, en dat de kloof tussen arm en rijk door digitalisering eerder groter dan kleiner dreigt te worden (the digital devide). Automatisering vernieuwt zich in zo’n hoog tempo dat de afgeschreven Tulip-computers van de Nederlandse overheid al bijna onbruikbaar waren als ze per container in Afrika waren aangekomen.

Het overheidsbeleid gaat ervan uit dat de bedrijven de ontwikkelingskar moeten gaan trekken. Daar zit immers het geld, de macht en de deskundigheid die de armen nodig hebben voor hun ontwikkeling. De beste, zo niet enige manier om bedrijven te activeren voor een betere wereld, is hen een economisch motief te geven. Ik had het voorrecht om een bijeenkomst te mogen bijwonen waarin Oxfam ICT-bedrijven had uitgenodigd om over de digital devide van gedachten te wisselen. Francisco van Jole hield een inspirerend betoog, maar de middag wilde niet echt van de grond komen. De grote jongens waren er niet, en de ego’s van de succesvolle ICT’ers waren te groot voor een vruchtbaar gesprek. De meesten verdrongen zich  om ons toch vooral deelgenoot te maken van hun visie. Eentje bood in de plenaire discussie nog een korting aan die kon oplopen tot wel 10 procent (!) als Oxfam veel van zijn mensen voor langere tijd zou inhuren. Een ander vertelde met trots over de personeelsdag van zijn bedrijf waar hij zijn mensen had geadviseerd om het volgende jaar een deel van de waarde van het kerstpakket beschikbaar te stellen voor een goed doel. Met de ICT-bedrijven schoot het dus niet op.

Ook waren er automatiseringsdiensten van de overheid aanwezig. Zij gaven aan wel iets te willen doen maar dat niet te kunnen omdat overheidsorganisaties geen (belasting)geld mogen geven aan goede doelen. Vanuit mijn toenmalige werkgever heb ik een half  jaar gewerkt aan manieren om de overheid toch te activeren, bijvoorbeeld door alle ambtenaren bij vertrek, verjaardag, jubileum, pensioen en dergelijke een keuze te bieden tussen een aardigheidje voor zichzelf of een donatie aan een goed doel naar keuze. En, nog beter, om de vraag wat bedrijven doen aan een betere wereld, als selectiecriterium toe te voegen aan hun inkoopprocedure. Is nog steeds niet gebeurd.

Groet, R


maandag 9 december 2013

transgalactisch perspectief 12


R treedt op deze blog aan als gast. Hij neemt zich voor mij 365 berichten te sturen en hij gaf mij de toestemming deze berichten hier te plaatsen.
R wenst anoniem te blijven.


Dag Pascal,

Digitalisering van erfgoed is al jaren een hot issue. Archieven, musea, bibliotheken en andere erfgoedinstellingen zijn heftig aan het digitaliseren geslagen. Na het kantoor en de catalogus worden in hoog tempo ook collecties gedigitaliseerd en verschijnen er in de musea steeds meer displays met geinige filmpjes over de geëxposeerde objecten. Voor het omgekeerde, erfgoed van digitalisering, is minder aandacht. Het kan niet anders of dat gaat binnenkort veranderen. We kunnen veel leren van de meer dan 50 jaar digitalisering. Ook van de digitale wereld moeten we onze roots kennen.

Er werken nu grofweg drie generaties automatiseerders. De oudjes zijn begonnen met een cursus Pascal en een Atari-spelcomputer en hadden vooral een technische achtergrond en belangstelling. De tweede generatie bestaat uit de bulk die in dienst trad toen automatiseerders een groot tekort aan personeel hadden. Hun achtergrond is bepaald breder dan technisch, en varieert van bedrijfskundigen tot gymleraren, een ratjetoe eigenlijk. De jonkies vormen de derde generatie. Zij hebben Informatiekunde tijdens hun studie gehad en weten niet beter dan dag en nacht te leven met hun laptop en mobiel. Zij dragen hun werkplek in hun colbert.

Digitalisering is een onontwarbare kluwen van oude en nieuwe spullen, mensen, gegevens, kennis en ervaringen. Wil je daar iets in of aan verbeteren, dan moet je  begrijpen hoe het in elkaar zit. De maatschappelijke consequenties van de automatisering worden, in termen van veiligheid, werkgelegenheid, solidariteit en macht, steeds zichtbaarder en groter. Zo groot zelfs dat we geneigd zijn het als een gegeven te accepteren dat het komt zoals het komt. De vraag dringt zich op in hoeverre we gebruik willen blijven maken van wat de techniek mogelijk maakt, en welke rol de overheid hierin zou moeten vervullen.

In Sillicon Valley is al een museum over automatisering, het Computer History Museum. Het is opgericht door ICT-miljardairs en loopt als een dolle. Geen wonder, kosten nog moeite zijn gespaard om de kinderen en hun ouders anderhalf uur te vermaken met sensationele attracties en goedkope menu’s. Daarmee verdienen die miljardairs weer nieuw geld. Aan iets dergelijks denk ik dus niet bij het erfgoed van digitalisering. Het gaat niet om fun. Het is ernst. Daarom meld ik mij als vrijwilliger voor het Eerste Museum van de Informatierevolutie, waarin nieuwe generaties kunnen leren waarom en hoe de wereld in korte tijd zo ingrijpend en onomkeerbaar veranderde onder invloed van de digitalisering. Dat museum bestaat overigens nog niet. Laten Brugge en Amsterdam maar vechten om de eer.


Groet, R

zondag 8 december 2013

transgalactisch perspectief 11


R treedt op deze blog aan als gast. Hij neemt zich voor mij 365 berichten te sturen en hij gaf mij de toestemming deze berichten hier te plaatsen.
R wenst anoniem te blijven.

Dag Pascal,

Zo’n vijfentwintig jaar geleden woonde ik voor het eerst een automatiseringscongres bij, in het MECC in Maastricht. De conferentieruimte was schitterend en de opkomst groot. Dat maakte indruk. Zelf had ik net een soort pak met stropdas aangeschaft, dat me er uit deed zien als een soort heer voor wie me nog niet kende. Ik mocht in een van de kleinere zalen een presentatie geven. Ik deed mijn praatje zoals ik dacht dat het hoorde, met veel transparantjes en een zo groot mogelijke nonchalance.

Na afloop zocht ik een telefoon om mijn vriendin te vertellen hoe het was gegaan. Ik vond een toestel aan de muur hangen dat in gebruik was door een andere stropdas, en wachtte discreet op mijn beurt. De man aan de telefoon belde kennelijk zijn vrouw. Met zijn rug naar mij gekeerd hoorde ik hem op onderdrukte maar lyrisch toon zeggen ‘…En toen kregen we vis en scampi’s! En gewoon witte wijn erbij, vandaag weer! Echt heerlijke wijn. Nee nee, echt, allemaal gratis! En ik heb heel veel zakenmensen gesproken en straks komen de snacks en ik kijk nog of ik iets voor de kinderen mee kan nemen. Nu moet ik weer door.’ En toen hing hij op, draaide zich met een uiterst serieuze blik een kwartslag, voelde of de stropdas nog goed zat en liep met een zo groot mogelijke nonchalance in zijn soort pak door het marmer van het vergadercentrum.

Als ik voor mijn werk tussen modieuze kostuums, Italiaanse schoenen en hippe brillen verkeer, moet ik vaak aan hem denken. In een naturistische kantooromgeving zouden de meesten van mijn collega’s er aanzienlijk meer moeite mee hebben een goede indruk te maken. Geboren en getogen in een rijtjeshuis in een nieuwbouwwijk, maken kantoren, lunchgelegenheden en mooie auto’s nog steeds een jongensachtige indruk op me. In luxe te verkeren, geeft mij het prettige gevoel iets goeds te hebben gedaan en bij iets succesvols te horen. Ook de soldaten van de informatierevolutie dragen massaal en met trots de uniformen van Hugo Boss.


Groet, R

zaterdag 7 december 2013

transgalactisch perspectief 10


R treedt op deze blog aan als gast. Hij neemt zich voor mij 365 berichten te sturen en hij gaf mij de toestemming deze berichten hier te plaatsen.
R wenst anoniem te blijven.

Dag Pascal,

Ook waarheid is ‘in the eye of the beholder’. Mijn vrouw heeft er vaak moeite mee dat ik de werkelijkheid een handje help als deze tekort schiet. Dat ze er niet altijd moeite mee heeft, komt omdat ze zich er niet altijd van bewust is dat ik help. Na bijna 25 huwelijk staat ze op scherp en vermoed ze ook onwaarheden in die enkele gevallen dat ik met de werkelijkheid genoegen neem. Waarheid heeft bijna geen autonome waarde: het gaat erom wat je ermee doet. Zo heb ik het leren zien.

Vroeger was dat anders. Toen had ik de neiging om negatieve waarheden een hogere waarde toe te kennen dan de positieve. Dat maar 5 procent van de moorden wordt opgelost, bijvoorbeeld. Dat zou je niet zeggen als je vaak naar detectives kijkt. In damesfilms en misdaadseries wordt de werkelijkheid uitstekend geholpen. En dat tachtig procent van de proefpersonen in het Milgram-onderzoek een dodelijke niveau van stroomsterkte verstrekte, dat leek me ook een belangrijker waarheid dan dat Greenpeace 500.000 donateurs heeft.

De waarheid door te laten dringen tot het diepste niveau, en ermee te leven valt niet altijd mee. Dan wil taal nog wel eens helpen. In ‘Onfatsoenlijke herinneringen’ beschrijft Wim Kayser hoe een SS-arts patiënten doodde nadat deze aan experimenten waren blootgesteld. Dat gebeurde vaak met een injectie van benzine, rechtstreeks in het hart, het ‘benzinespuitje’. En de betreffende SS-arts zegt dan steevast bij het toedienen ervan ‘Kom. Ik zal je even helpen’.


Groet, R

woensdag 4 december 2013

transgalactisch perspectief 9


R treedt op deze blog aan als gast. Hij neemt zich voor mij 365 berichten te sturen en hij gaf mij de toestemming deze berichten hier te plaatsen.
R wenst anoniem te blijven.

Dag Pascal,

Bezit relativeert het belang ervan. Gegoede vrienden hebben me geleerd dat iedereen zijn eigen geldproblemen heeft. In de crisis verloren ze eerst een paar ton op de aandelen, een paar ton op de waardedaling van het onroerend goed, en ook nog een paar ton door een omgevallen bank. Er was een zekere verontwaardiging over het feit dat zij de hoogste prijs voor de crisis betaalden, terwijl de kranten alleen maar vol stonden over die paar tientjes die van de uitkeringen af gingen.

Gelukkig had de rampspoed ze nog niet ten gronde gericht. Naast de BMW 6-serie voor regulier gebruik, de Landrover voor op het terrein, de BMW cabrio voor de zomer, de MG voor de vintage, de Volvo die eigenlijk weg moet en te koop staat, de sportauto voor naar de boot en de Audi omdat zij daar nou eenmaal wat mee heeft, kochten ze een Ford Mondeo voor op bezoek bij gewone mensen.

Ik heb me wel eens afgevraagd hoe het is, op een namiddag in Afrika, waar het dorp zich rond de televisie verzamelt om te kijken naar MTV Cribs. In dat programma etaleren jonge rijken hun bezittingen door een rondgang in de villa en bijgebouwen. Nergens een boek, maar overal bezit. Het was een tijdje het populairste programma in Afrika. Als ze ooit de overkant halen, en eisen dat het nu hun beurt is, geef ik ze groot gelijk.


Groet, R


maandag 2 december 2013

transgalactisch perspectief 8


R treedt op deze blog aan als gast. Hij neemt zich voor mij 365 berichten te sturen en hij gaf mij de toestemming deze berichten hier te plaatsen.
R wenst anoniem te blijven.

Dag Pascal,

Het idee dat er nog iets zou zijn na ons aardse bestaan, heeft me nooit aangesproken. Ik vind het een beetje arrogant om te doen alsof we daar iets van weten, en een beetje dom om in iets te geloven. Mijn voorkeur gaat ernaar uit te berusten in onze onwetendheid, en lekker te draaien in de ruimte als in een kermisattractie.

Toch heeft mij wel een boodschap bereikt uit het leven na de dood. We waren voor de grap met een paar vrienden van de middelbare school naar een avond gegaan van een paragnoste, op een obscuur bovenkamertje in Alkmaar. Op de klapstoelen gezeten keken we wat om ons heen. We waren de enige jongeren, en ook de enigen die er vrij ontspannen bij zaten. Voor de circa twintig dames en heren was het ernst. Zij hadden duidelijk hoop op een verlossend of op zijn minst verhelderend signaal.

Toen het cassettebandje met orgelmuziek uit ging, en de parmantige paragnoste haar opwachting maakte van achter het gordijn, was de spanning om te snijden. Ze liep een beetje heen en weer langs de aanwezigen op zoek naar contact. Al na een paar minuten had ze beet: ze kreeg het acuut benauwd, en ze zag een touw en een naam: Ruud. ‘Kan dat mevrouw? Zegt u dat iets?’ En inderdaad, Ruud was haar vader die zich had verhangen. Zo ging het nog even door met boodschappen van een dode baby en vroegere bewoners van een huis waar het spookte, tot ze bij ons kwam en tegen mij zei: ‘Ik zie iemand met één been, maar jij moet gewoon doorgaan!’ Daar kon ik het mee doen.

Als ik mijn vrienden zie tellen we altijd nog even voor de zekerheid elkaars benen.

Groet, R