Bordelum (D)-Ribe (DK) - 240811 |
vrijdag 11 oktober 2024
donderdag 10 oktober 2024
afscheid van mijn digitaal bestaan 432
voor deze rubriek selecteer ik de beste stukken die op deze blog zijn verschenen
12 juli 2016
![]() |
© Tim Dirven |
Een volk krijgt de politieke leiders die het verdient. Men zegt dat wel eens en soms is het waar. Maar af en toe is het toch beter om zich niet zonder slag of stoot bij die boutade neer te leggen. Want wat moet ik doen als een politieke leider in mijn naam (‘Wij, Vlamingen’) iets zegt waar ik het absoluut niet mee eens kan zijn? ‘Spuw’ ik op ‘een taalgrens die ook een stakingsgrens is’? Neen, ik doe dat helemaal niet. Meer nog, ik ben dat niet van plan. Ook niet als het steek zou houden om te spuwen op een grens (letterlijk) of als het echt nodig zou zijn om te spuwen op dat verachtelijke Waalse stakersvolkje áchter die grens (metaforisch). Spuwen is niet netjes, en bovendien vind ik helemaal niet dat de taalgrens ook een stakingsgrens is. En zelfs als de taalgrens een stakingsgrens zou zijn, dan zou het best wel eens kunnen dat ik vind dat er aan deze kant te wéinig wordt gestaakt. Neen, minister-president, doe voor mijn part aan onbeheerste communicatie (of aan gepland steekvlamgespin), maar doe dat niet in mijn naam. Kijk eens naar hoe de wereld wérkelijk is. Kijk eens rondom u, en zie hoe u daar staat op die foto van Tim Dirven: eenzaam met uw viscerale haat en uw electorale paniek. Prettige Vlaamse feestdag, mijnheer de minister-president.
woensdag 9 oktober 2024
facebookbericht 1174
@Jeroen Olyslaegers
Niet naar het journaal kijken is dezer dagen inderdaad een goede optie. Volledig mee eens. Omdat het journaal geen journaal is die naam waardig. Maar je afsluiten van de gebeurtenissen die zich nu, nù, duizendvoud herhalen en van beelden van die gebeurtenissen die, met permissie, op dit ogenblik toch net iets relevanter zijn dan religieuze barokschilderijen, hoe interessant en inspirerend die ook mogen zijn, is dat niet. Ook al bestaat het gevaar van gewenning en afstomping, en al is zich ervoor afschermen misschien beter voor de geestelijke gezondheid dan ernaar kijken, toch deze suggestie: https://www.youtube.com/watch?v=kPE6vbKix6A&ab_channel=AlJazeeraEnglish
een mooi moment, vorige week 27
Ik kende het gedicht niet waarin Slauerhoff zegt dat hij in Nederland niet wil leven. Dat zal in Nederland allicht niemand overkomen, denk ik. Maar daar kent men waarschijnlijk ‘Internationale treinen’ van Richard Minne niet, die ook een reiziger was, maar dan in zijn hoofd. Wanneer Kees van Kooten in zijn column ‘Een nederhekel hebben’ de zeevarende poëet ter sprake brengt, heb ik niet meteen door dat hij citeert. Of parafraseert. Pas na de vermelding van de naam Slauerhoff begint het mij te dagen: ‘Hij hekelde het feit dat er hier niets openlijks gebeurde, men slechts in het geniep mocht krenken, het ging hem hier te kalm en te deftig…’ Na een rijm begint het helemaal naar poëzie te ruiken: ‘...men sprak er langzaam, werd nooit heftig’. Deftig/heftig: dat is geen toeval. De zinsnede ‘men wil niet meer om het welzijn van zijn medemensen denken en wie reeft er nog zijn lusten?’ (331) neemt de laatste twijfel weg want dat werkwoord, reven, ligt helemaal buiten het vocabulaire van Koot, hoe inventief en ongewoon dat bijwijlen ook moge zijn. Ik zoek ‘reven’ op in de Van Dale (editie 2005, de laatste papieren versie die ik kocht) en zie daar Slauerhoff geciteerd worden (nadat eerst de zeilkundige oorsprong van het woord is toegelicht): ‘beteugelen: <In Nederland wil ik niet leven, Men moet er steeds zijn lusten reven (...)>’. Aha, nu moet ik wel dat gedicht opzoeken, het kan niet anders dan een klassieker zijn – en waar maak ik kans, buiten het internet, om het te vinden? Juist ja, in Pfeijffers De Nederlandse poëzie van de twintigste en de eenentwintigste eeuw in 1000 en enige gedichten – al zal het ook wel in de dikke Komrij staan, maar die heb ik hier niet binnen handbereik.
In
Nederland wil ik niet leven,
Men moet er steeds zijn lusten
reven,
Ter wille van de goede buren,
Die gretig door elk
gaatje gluren.
(...)
Aldus Slauerhoff in 1941 (postuum), die alleen in zijn gedichten kon wonen. En hier volgt de op een andere manier honkvaste Richard Minne (plusminus in dezelfde tijd: 1927):
(…)
Laat
vrije baan aan de internationale treinen:
zij
schuiven de toekomst open als gordijnen,
en
brengen ons reukwerk, guano en schoenen,
den
Volkenbond en appels voor citroenen.
Kees van Kooten, De tachtigjarige vrede, 2021
https://www.dbnl.org/tekst/slau001verz04_01/slau001verz04_01_0226.php#:~:text=In%20Nederland%20wil%20ik%20niet%20leven,%20Men%20moet%20er%20steeds
https://neerlandistiek.nl/2019/12/gedicht-richard-minne-•-internationale-treinen/#:~:text=Laat%20vrije%20baan%20aan%20de%20internationale%20treinen:%20zij%20schuiven
241002
afscheid van mijn digitaal bestaan 431
voor deze rubriek selecteer ik de beste stukken die op deze blog zijn verschenen
11 juli 2016
De arbeidsgeneesheer helpt me de cijfers te interpreteren, al had ik het meeste met een vluchtige blik op de uitdraai zelf ook wel juist afgeleid.
‘Witte bloedlichaampjes: perfect. IJzer: perfect. Trombocyten, u herkent de naam wel – dat zorgt voor de bloedstolling, hoe snel een wonde dichtgaat. Dat zit goed bij u, u hoeft zich geen zorgen te maken. Vitamine D, dat kan beter, maar dat is bij iedereen hier zo: we zien te weinig zon.’
‘Ze schijnt te weinig,’ zeg ik.
‘Ja. Ze schijnt te weinig. Dat ook. Hier, uw cholesterol, dat kan wel beter. Meer lichaamsbeweging en een beetje op uw voeding letten. Maar met de vetten zit het goed. En kijk, met die lever van u kunt u nog duizend jaar mee.’
‘Is dat niet wat lang, dokter?’ Ik bedank de dokter omdat hij weer eens voor een jaar of twee mijn medische geweten heeft gesust en keer terug naar mijn werkplek, waar het zonlicht niet doordringt.
facebookbericht 1173
@Jeroen Olyslaegers
Het is geen advies of oproep, maar ondertussen heb je - pardon, ik moet in deze kringen zeggen 'ge' - toch maar tussen neus en lippen gezegd dat 'ge' Jos D'Haese niet geschikt acht om burgemeester te zijn. Zonder enig argument. Zoals ook Kathleen Van Brempt deed. Zonder ook maar enig argument. Ik vind dat kwalijk, allesbehalve democratisch of intellectueel eerlijk. Jos D'Haese is met voorsprong een van de allerbeste Vlaams parlementsleden van de voorbije vijftien jaar. Waarom zou hij dan geen goede burgemeester kunnen zijn?
dinsdag 8 oktober 2024
een mooi moment, vorige week 26
BEN: ‘Fien, jij bent van Aalst. En woon je daar graag?’
FIEN: ‘Ja. Het is een formidabele stad!’
BEN: ‘Je bent er fier op. Toch wat chauvinisme? Waarom is Aalst een formidabele stad?’
FIEN: ‘Oh, er zijn verschillende redenen. Het carnaval is er een van.’
BEN: ‘Doe je mee aan het carnaval?’
FIEN: ‘Ja hoor! Ik stap er in mee.’
BEN: ‘Verkleed?’
FIEN: ‘Natuurlijk.’
BEN: ‘Als…?’
FIEN: ‘Als bedwants!’
(Ben barst in lachen uit.)
FIEN: ‘Maar het was wel een Parijse bedwants!’
Zo aandoenlijk, deze Fien. Je vergeeft het haar wanneer ze in de quiz zelf, op de vraag in welke Nederlandse provincie Sluis, Vlissingen en Goes liggen, ‘Limburg’ antwoordt.
maandag 7 oktober 2024
een mooi moment, vorige week 25
240930
Na een hele dag niet buiten te zijn geweest, besloot ik dan toch maar eens een wandeling te maken. De korte van anderhalve kilometer: rond het Stil Ende en dan langs de Ringlaan tot aan de Bloedput en terug naar het Visartpark. Het was al donker, nogal lauw en winderig. Ik keek gedachteloos voor me uit. Ik vroeg me af wat ze in Kalm Waes bedoelden met een ‘meditatieve wandeling’. Misschien was ik wel aan het mediteren zonder me daar bewust van te zijn. Maar is dat niet de definitie van mediteren? Is een mediteren dat zich van zichzelf niet bewust is effectief? Of efficiënt? – ik kan het verschil nooit onthouden. Enfin, dat soort cirkelgedachten. Bij de Ezelpoort aangekomen hoorde ik, buiten mijn gezichtsveld, het geluid van een leeg drankblik dat op kasseien valt. Toen ik onder de poort aankwam, vertrokken daar net twee jongens op één fiets. Ik raapte het blik op. De jongen die zich op de bagagedrager liet meevoeren keek me aan. Ik toonde hem het blik en keek hem aan met een blik die mogelijk als ‘indringend’ zou kunnen worden omschreven. Of zelfs als ‘terechtwijzend’. Waar bemoeit die man zich mee?: ik zag het hem denken. Ik zei niets want ik wist het niet zeker. Ik had immers niets gezien. Ik gooide het blik in de vuilnisbak op de hoek met de Ringlaan. Maar toen waren die twee al weg, de Ezelstraat in. En ik zette mijn blik weer op gedachteloze meditatiestand.
afscheid van mijn digitaal bestaan 430
voor deze rubriek selecteer ik de beste stukken die op deze blog zijn verschenen
12 mei 2016
Ze was er al een tijdje mee in de weer, flink zichzelf observerend in het spiegeltje op de binnenkant van het opengeklapte deksel van het poederdoosje, met een eyeliner en twee superzachte penselen: een grof voor de grote oppervlakken en een fijner voor de afwerking. Ze zag er goed uit, het moet gezegd – al ontging mij wel het verschil tussen het voor en het na. Toen deze opmaakbeurt eindelijk achter de rug was, borg ze haar cosmetica op en diepte een boek uit haar handtas. Vreemde lettertekens, in een taal die van rechts naar links te lezen viel – dat kon ik opmaken uit het feit dat de linkerkant van het tekstblok niet gealigneerd was. En toen kwam er een jongeman tegenover haar zitten. Een beetje vrijpostig, dat wel, want tegenover mij, aan de andere kant van het middenpad, was er ook plaats. De jongeman schond de ongeschreven wet dat je niet bij een dame gaat zitten als er vlakbij nog plaats is bij een heer. Er waren trouwens nog zitjes die volledig vrij waren. De jonge vrouw keek niet op, maar werd des te doordringender door de jongeman geobserveerd. Een beetje zoals ik daarvoor had gedaan. Maar nu observeerde ik hém. Zijn blik was onbeschaamd, zij zag het niet of deed alsof. Daarbij kwam haar boek van pas.
Daar ging haar telefoon. Die nam ze op, ze antwoordde in een rudimentair Frans. De jongeman klapte zijn laptop op en plaatste deze op het tafeltje tussen hemzelf en de jonge vrouw in. De ene telefoon volgde na de andere. Vlak voor Brussel merkte de jonge vrouw dat haar batterij bijna leeg was. Ze zocht in de wagon naar een stopcontact, maar er was er geen. De jongeman bood haar de usb-ingang van zijn laptop aan. De jonge vrouw aanvaardde deze geste en verbond haar oplader met zijn laptop.
zondag 6 oktober 2024
een mooi moment, vorige week 24
Nog een geluk dat de ‘heilige vader’, zoals hij door anderhalf miljard volgelingen wordt genoemd, helemaal aan het eind van zijn bezoek aan ons land te kennen gaf dat hij van plan is om een van de verantwoordelijken van de moord op Patrice Lumumba zalig te laten verklaren, want met wat aan deze gotspe was voorafgegaan, met name de woorden waarmee hij blijkbaar de slachtoffers van seksueel misbruik in zijn Kerk enigszins tegemoet was gekomen, of toch die indruk had gewekt, had hij bewezen toch iets menselijks te hebben. Ik had zelfs enige sympathie voor hem opgevat. ‘Het is de eerste keer dat ik het gevoel had dat er een mens tegenover mij zat,’ zei een van de slachtoffers die tot het kransje behoorde dat bij de paus lucht mocht geven aan zijn decennia opgekropte leed. Met zijn laatste – naar verluidt onverwachte – dubbele toegift, de intentie om de status van de gewone sterveling Boudewijn I van Saksen-Coburg op te krikken en daarbovenop ook nog eens de uithaal naar de dokters die abortussen uitvoeren, leverde Bergoglio in mjin ogen meteen alle gewonnen krediet terug in en keert hij terug naar zijn ministaat als opnieuw de ongeloofwaardige homofobe en waarlijk misogyne rokdrager die hij in mijn ogen was toen hij drie dagen geleden in Melsbroek landde. Ik ben weer helemaal van mijn sympathie genezen.
240929
zaterdag 5 oktober 2024
een mooi moment, vorige week 23
Je kunt op de juiste momenten de juiste woorden zeggen, woorden die waarde toevoegen. Soms heb je daar enig aplomb en decorum bij van doen. Soms blijf je veeleer bescheiden. Maar je wijkt in beide gevallen wel af van de ontwijkende achteloosheid die gebruikelijk is. Plechtstatigheid en ernst worden al te vaak geschuwd. Men zoekt een toevlucht in ironie, of schikt zich in de sjablonen die hun bestaan te danken hebben aan de angst om de schaduwzijden van het bestaan onder ogen te zien.
Dat is wel een zeer zwaarwichtige inleiding om te zeggen dat ik bijzonder aangenaam verrast was door het feit dat in het flashinterview na haar moeizaam bevochten overwinning in het wereldkampioenschap Lotte Kopecky de tegenwoordigheid van geest had om, vooraleer in te gaan op de uitzonderlijke weersomstandigheden waarin de koers was verreden en de onverwachte plotwendingen ervan en het tactische doorzicht dat minstens zo belangrijk was gebleken als de puur fysieke kracht – de tegenwoordigheid van geest had, zei ik, om, ondanks alle emoties en adrenalinefluxen, te melden dat haar eerste gedachten uitgingen naar haar daags tevoren in de juniorenkoers overleden collega, en naar de nabestaanden van dat nauwelijks achttien jaar oude Zwitserse meisje. Muriel Furrer was haar naam. Misschien was het Lotte ingefluisterd, misschien had ze zich voorgenomen het te zullen doen – het doet er niet toe, ze dééd het. Ze zei wat nodig was. Chapeau, Lotte. Voor je formidabele zege maar ook omdat je op het juiste moment de juiste woorden zei.
240928
afscheid van mijn digitaal bestaan 428
voor deze rubriek selecteer ik de beste stukken die op deze blog zijn verschenen
23 maart 2016 (the day after)
AANVAARDING
Op zo’n dag aanvaard je het. Je bent gewoon blij dat je er niet tussen stond, met pak en zak op weg naar een vakantiebestemming, of gewoon op de pendel naar je werk in dat muffe kantoor. Waar je die dag niet zult aankomen. Neen, je aanvaardt elke vertraging, elk ongemak. Ook de twee uur aanschuiven om in Brussel-Centraal binnen te geraken, ook dat je daar nog eens drie kwartier op een boemel staat te wachten die na een hele paternoster van tussenstations ook Gent-Sint-Pieters aandoet, waar je dan ook nog eens op een vlotte aansluiting naar Brugge te rekenen hebt. Ik doe er vandaag bijna vijf uur over om van mijn werk in Brussel thuis te geraken, ik zou er met de fiets vlugger zijn geweest. Maar goed, je aanvaardt het. We staan opeengepakt in het inkomhalletje van de wagon. De mensen zijn opvallend vriendelijk voor elkaar, we stoten tegen elkaar aan als de trein een wissel neemt, niemand neemt daar aanstoot aan. Op het trapje voor de deur zitten twee moslima’s. Jonge vrouwen, knáppe vrouwen, gehoofddoekt. Voor hen is het ook een bijzondere dag vandaag. Ze houden zich gedeisd. Niet nodig, hoor!, maar wel begrijpelijk. Links van mij staat een westers creatuur. Tattoos all over the place, stinkend naar zweet en drank, royaal gepierced in oren, wenkbrauwen en neus. Af en toe haalt hij een fles whisky uit zijn tas, hij neemt er een stevige slok van. In de buggy die een deel van het halletje inneemt begint een kind te huilen. Een van de moslima’s staat op: het is haar kind. De Rode Zee wijkt, zodat ze erbij kan. Vertedering alom: verbaasde kijkers kijken ons aan. Schattig. Iemand in de coupé staat recht en biedt zijn plaats aan. De jonge vrouw – prachtige ogen, baby, hoofddoek – neemt het aan. Haar vriendin krijgt ook een plaats. De mensen glimlachen, ze zijn vriendelijk, het is een bijzondere dag, zo’n dag waarop je het aanvaardt.
vrijdag 4 oktober 2024
een mooi moment, vorige week 22
Een discussietje op WhatsApp. Haar lapidaire conclusie ‘Oordelen’ probeer ik nog ludiek te ontmijnen met: ‘Schelp, lel, trommelvlies, gehoorgang, buis van Eustachius’, maar daar komt geen antwoord meer op. Minder op verzoening gericht verloopt een hoogoplopende ruzie in het federaal parlement tussen Peter Mertens (PVDA) en Georges-Louis Bouchez (MR). Wanneer de eerste de tweede aanwrijft dat hij de ‘tracer-aanval’ door Israël in Libanon ‘geniaal’ heeft genoemd, slingert de tweede ongetwijfeld felle, maar niet geregistreerde, woorden naar de eerste. Hij ‘bestormt’, aldus De Standaard, zelfs het voorzittersgestoelte.
En waarom vind ik dit een ‘mooi moment’, vraagt u zich intussen af. Wel, ik noteer dat ‘the powers that be’ zenuwachtig beginnen te worden. Daarom. Al geef ik meteen toe dat ik in deze barre tijden de neiging begin te vertonen om blij te zijn met een dode mus.
https://www.standaard.be/cnt/dmf20240927_92293163
240927
afscheid van mijn digitaal bestaan 427
voor deze rubriek selecteer ik de beste stukken die op deze blog zijn verschenen
15 maart 2016
ABRUPT
Op de trein. Gezeten op enkele plaatsen van mij af, telefoneert een man van een jaar of vijfenvijftig, misschien zestig. Rond gezicht, witte, kalende haardos, rode kaken. Een Lapse pullover, kraagpunten van zijn hemd mooi onder de halsuitsnijding geschikt. Ik noteer, voor zover ik ze kan verstaan, zijn clausen. (Tiens, de man gelijkt een beetje op Claus. Hij zou een jongere broer kunnen zijn.)
[Gelieve tussen de regels steeds de pauzes erbij te denken.]
‘Ga je mee naar Bach? We kunnen afspreken aan de kerk en dan een koffie drinken.’
‘Oké, ik respecteer dat.’
‘Heb je gelezen wat ik je geschreven heb?’
‘Wat zeg je, vrijblijvend? Als dat waar zou zijn, dan is dat voor mij de ultieme belediging.’
‘Waarom zeg je dat?’
‘Geloof je nu echt wat ik zeg over die betaling?’
De gelaatsuitdrukking van de man is veranderd. Waar hij er eerst, bij het begin van zijn telefoongesprek, de trein stond nog in het station, verwachtingsvol-verliefd uitzag, krijgt zijn blik nu iets dofs. Eerst keek hij voor zich uit, nu kijkt hij – de trein is inmiddels uit het station vertrokken – naar het voorbijschuivende landschap en maken zijn ogen een lezende beweging: ze schieten heen en weer.
‘Ik heb hem dat gezegd, dat hij niet mag denken dat ik daarop beknibbel.’
Er volgt een lange stilte. De vrouw – het is zéker een vrouw – blijft nu lang aan het woord. De man luistert.
‘Maar hij stuurt dat naar mij door en ook naar jou...’
Opnieuw een lange stilte.
‘Ja, dat zal wel zijn, uiteraard. Maar dat is zo’n typische opmerking, dat is heel negatief... (onverstaanbaar)’
De trein is nu op volle snelheid gekomen en maakt nu zoveel lawaai dat ik de man niet meer kan verstaan. Hij zegt nog iets, maar dan wordt het gesprek afgebroken – ik heb de indruk dat dat nogal abrupt gebeurt. De man staart een lange tijd voor zich uit en begint dan verwoed, met één vinger, een bericht in te tikken.
donderdag 3 oktober 2024
een mooi moment, vorige week 21
De tabaksrook uit de pijp echoot de wolken die zich rond de bergtoppen wikkelen. Dat is allemaal erg fotogeniek en dramatisch, en in elk geval niet grappig bedoeld. Maar grappig wordt de exact honderd jaar oude stomme film wel wanneer blijkt dat de pijp van de naamloze held van het verhaal, we noemen hem Bergsteiger, met sneeuw blijkt te zijn gevuld nadat hij, Bergsteiger, vlak onder de top een nachtelijke sneeuwstorm heeft moeten doorstaan. Wat later, wanneer de zon opkomt en de dooi spectaculair snel inzet, vat Bergsteiger samen met de door hem geredde freule Hella (naar wie hij de avond tevoren herhaaldelijk ‘Hallo’ riep om haar te traceren) de afdaling aan, nu wel met de vlam in de pijp. Aan de lijken van de twee neergestorte ‘onbekende bergbeklimmers’, die even tevoren op de tot dan oninneembaar geachte Guglia del Diavolo als twee gekken uit een stripverhaal hebben staan dansen, besteedt de regisseur geen aandacht meer. Hoewel hij daar toch zeker tijd en pellicule genoeg voor had.
Arnold Fanck, Der Berg des Schicksals (1924)
240926
afscheid van mijn digitaal bestaan 426
voor deze rubriek selecteer ik de beste stukken die op deze blog zijn verschenen
11 maart 2016
LEUGENACHTIGHEID
Vijfentwintig over zeven, het reclameblok voor het nieuws van half acht is al begonnen. Belfius. Dat is een bank – ik weet nu ook niet meer of het een van die banken is die bijna over kop gingen en die de overheid, wij dus, moest redden en die dan snel een andere naam heeft aangenomen om niet meer te worden vereenzelvigd met alles wat was misgegaan, maar soit, het zal in elk geval een bank zijn die tegenwoordig 0,11 procent rente uitkeert op spaargeld, niet omdat ze dat graag doet maar omdat ze niet minder mág geven. Voorlopig nog niet. Welnu, die bank, Belfius dus, wekt me met de boodschap dat ze ‘zich 100 procent inzet voor 95 procent tevreden klanten’. Ik vind dat een merkwaardige reclameslogan. Dat je je 100 procent inzet, dat is eerlijk gezegd niet iets waar je mee uitpakt. Dat doe je gewoon, punt. Maar wat doe je met die 5 procent ontevreden klanten? Zeer bizar. Wat wil Belfius met dat openlijke mea culpa bereiken? Wil Belfius daarmee duidelijk maken het ook niet meer te weten, en dat ze daar bij de bank uit de hand eten van grotere machten?
Er wordt nogal met cijfers gegoocheld dezer dagen. Er zit een gat in de begroting. De bevoegde minister, een N-VA’er, zwijgt in alle talen. Terzake toont hoe al zijn partijgenoten van de camera wegvluchten. De burgemeester is gaan skiën – nochtans had hij als volksvertegenwoordiger aanwezig moeten zijn op het debat in de Kamer. In de Terzake-studio, ’s avonds, wordt dan toch iemand bereid gevonden om de hete aardappel te komen doorslikken: fractievoorzitter en partijideoloog Peter – what’s in a name? – De Roover, Vlaams-nationalist par excellence. (Het patroon begint trouwens heel erg op te vallen: telkens er minder prettig nieuws is, laat de burgemeester zijn secondanten opdraven om de kastanjes uit het vuur te halen of om de aandacht af te leiden (zoals eerder deze week met Bourgeois, die het ideetje van een Vlaamse grondwet kwam lanceren, waar buiten de N-VA werkelijk niemand van wakker ligt), om dan, bij nieuwsluwte, zelf weer op de proppen te komen en alle aandacht naar zich toe te zuigen, bijvoorbeeld met werkelijk middeleeuwse denkbeelden over de vluchtelingencrisis – denkbeelden waarvan Piet Chielens, conservator van het Ieperse oorlogsmuseum, eerder deze week zei dat een vergelijking met de jaren dertig wel degelijk niet uit de lucht gegrepen is.)
Ik dwaal af. Wat kwam Peter De Roover daar gisteren zeggen over het gat van 3,2 miljard euro in de federale begroting? Dat het geld weg is ‘omdat het naar de mensen is gegaan’.
Ik zou een bloemlezing kunnen maken van de verontwaardiging die deze uitspraak op het internet heeft losgeweekt.
Eerder op de dag lekte ook uit – en het was niet op de site van de onvolprezen satirici van De Rechtzetting, al had dat natuurlijk best gekund – dat er abusievelijk 3000 euro (op jaarbasis) te veel op het loonbriefje van minister van Financiën Johan Van Overtveldt was terechtgekomen. Dat was al vele malen aangeklaagd, door de PVDA denk ik, maar het werd gisteren pas toegegeven. Het wordt terugbetaald, werd beloofd. We zien het door de vingers, een rekenfoutje meer of minder. En wat is 3000 euro nu in vergelijking met een gat van 3 miljard, nietwaar?
De volgende dag maken de excellenties al duidelijk dat, gat of niet, de begroting in 2018 moet en zal kloppen. Aan de grote vermogens wordt niet geraakt. Ik ga alvast mijn geld van de bank halen denk ik dan, het brengt daar toch niets op.
Soms vraag ik mij af hoe het mogelijk is dat al die leugenachtigheid zomaar straffeloos kan passeren. Is het dan werkelijk misplaatste nostalgie om te verlangen naar een tijd – of die tijd nu in het verleden ligt dan wel in een utopische toekomst, laat ik in het midden – waarin de waarheid regeert en geen plaats is voor cynisme?
En dan valt mijn oog op de jampot voor mij op tafel – ik zit inmiddels aan het ontbijt.
Op die jampot, gekocht in de Carrefour, staat een label, alles in kapitalen: ‘PUR NATUR ORGANIC BIO ECO’. Op het etiket staat, in de gebruikelijke zéér kleine lettertjes, de samenstelling: biologische vruchten, biologische rietsuiker, 50 gram vruchten per 100 gram en 60 gram suikers per 100 gram – enfin, ik begrijp dat allemaal niet.
Kijk, dáár is het, onder meer, dat die schaamteloze leugenachtigheid begint die in onze wereld zo goed als alles – behalve een paar naïeve sullen zoals u en ik – vergiftigt. Een product dat bestaat uit 40 of 50 procent – het steekt niet nauw, zoals ons door onze bewindslieden wordt voorgehouden – samenstellende delen die niet biologisch zijn (geleermiddel pectine, voedingszuur, citroenzuur…) – kán niet ‘puur natur’, ‘organic’ ‘bio’ én ‘eco’ zijn. Het is met dat soort publicitaire schaamteloosheid dat de veralgemeende schaamteloosheid begint en manifest wordt in alle geledingen van de maatschappij.
woensdag 2 oktober 2024
een mooi moment, vorige week 20
Dit is de eerste dag zonder mooi moment. Er was iets met wolken, maar dat kreeg een draai die niet mooi was, althans niet in mijn verbeelding of herinnering – dus past het niet in deze rubriek. Ik houd het bij een foto die ik onlangs maakte.
240925dinsdag 1 oktober 2024
een mooi moment, vorige week 19
De laatste aflevering van de reeks ‘Jan Leyers bij de Duitsers’ gaat over hoe de Duitsers tegenover migratie staan. ‘t Is te zeggen: over hoe de Duitsers die positief tegen migratie aankijken tegenover migratie staan. Over hoe zij daarover denken. En over hoe nieuwkomers die erin slagen om zich te integreren tegen Duitsland aankijken. De minder gunstige aspecten van de confrontatie tussen autoch- en allochtoon kwamen in eerdere afleveringen aan bod, onder meer in de tweede, met de veelzeggende titel ‘Duitse demonen’. Deze laatste aflevering, ‘Heimat 2.0’, toont wat geslaagde immigratie is in een land dat deze mensen meer dan nodig zal hebben. Net zoals het onze overigens, al wordt dat nooit expliciet gezegd maar de goede verstaander heeft maar een half woord nodig. De getuigenissen van de dokter uit Damascus en zijn gezin, en van de jongeman uit Cuba, ook met zijn gezin, gingen recht naar mijn hart. Van Jan Leyers dacht ik tot voor kort dat hij, samen met een Polle Pap genaamd heerschap, iets te nadrukkelijk maar dan wel op een minder interessante manier bleef zoeken naar de weg naar mijn hart. Maar mijn respect voor deze waardig ouder wordende zanger/reportagemaker is met deze reeks sterk toegenomen. Ik heb bewondering voor zijn kennis van het Duits, maar zeker ook voor de rustige en empathische manier waarop hij de mensen aan het woord laat en met al deze gesprekken een buitengewoon interessant portret van ons belangrijkste buurland heeft samengesteld.
https://www.vrt.be/vrtmax/a-z/jan-leyers-bij-de-duitsers/1/jan-leyers-bij-de-duitsers-s1a6/
240924
Guido van Heulendonk, De kroon met twee pieken
notitie 457
AFWEZIGHEID
Met De kroon met twee pieken bewijst Guido van Heulendonk nog maar eens dat hij in het Nederlands taalgebied een van de beste en tegelijk meest onderschatte levende schrijvers is. Hier is een ambachtsman aan het werk die weet hoe hij een verhaal moet vertellen. Op welke manier hij er de lijnen van kan uitzetten. Hoe hij een stevige constructie optrekt. En het belangrijkste daarbij is dat hij dit alles op een onnadrukkelijke wijze doet. Van Heulendonk weet hoe hij zijn lezers in hun waarde kan laten: door zo weinig mogelijk uit te leggen maar toch voldoende houvasten te bieden.
De voldoening van de lezer ligt vooral in het feit dat hij (hij/zij dus, maar ik houd het liever beknopt) de geleverde inspanningen om bij de les te blijven beloond ziet. De kroon met twee pieken beloont op verschillende manieren: de lezer krijgt de kans eigenhandig knopen te ontwarren, referenties te herkennen, eigen conclusies te trekken die hem niet op een schaaltje worden opgediend.
De voldoening is navenant groot. Zeker omdat niet alleen de constructie maar ook de schrijfstijl op een hoog niveau staat. En omdat deze roman ergens over gaat, wat toch altijd meegenomen is (maar wat op zichzelf niet voldoende is om een geslaagd kunstwerk op te leveren).
Laat mij met dat laatste beginnen, de inhoud. We krijgen het levensverhaal van een middelmatige man. Dat hij een man zonder eigenschappen wordt genoemd, moet natuurlijk niet letterlijk worden opgevat want iedereen heeft eigenschappen. Uiteraard begrijpen we wat Van Heulendonk bedoelt want met het personage Werner Vrysoone, één maand ouder dan de auteur en dus al een eind in de zeventig, wordt ons natuurlijk een spiegel voorgehouden: hoe wij met steriel plichtsbesef, angst, verveling, onvermogen, dramatisch verkeerde beslissingen en het gebrek aan een echt nastrevenswaardige doelstelling ons leven in kleinburgerlijkheid laten voorbijgaan en veel te laat tot de juiste inzichten komen – als we daartoe al de kans krijgen want vaak steekt de heer Alzheimer ons in de laatste rechte lijn voorbij of worden wij uit de spurt weggekwakt door andere kwalen.
Je zou kunnen zeggen dat De kroon met twee pieken over alzheimer gaat. Maar deze roman biedt veel meer dan enkel een ziektebeeldverslag. Van Heulendonk ontwaart in het leven een veel ruimer patroon, waarvan geheugenverlies maar een van de vele manifestaties is. Dat patroon is: de steeds toenemende mate aanwezigheid van afwezigheid.
Afwezigheid dient zich in het leven en, meer specifiek, in deze roman aan in vele gedaanten. Er is het zich terugtrekken van het verleden in het ouder worden. Er zijn de aflijvigen. Er is de afwezige biologische vader. Er zijn de voorwerpen die worden verloren of vergeten raken en plots weer opduiken bij een verhuizing of opruimactie. Er zijn de ongeboren kinderen. Er zijn de vriendschappen die vervagen als ze niet worden onderhouden. Er zijn de afgebroken pieken van de kroon, waardoor er maar twee overblijven. Er is, in de lethargie en verveling, de afwezigheid van ambitie. Er zijn de geruimde graven op het kerkhof. Er zijn de geschreven boeken die je moet loslaten en hun eigen leven moet laten leiden, zoals ook ouders hun kinderen moeten laten gaan. Er is de vergetelheid die de rouw verdringt. Er is, jawel, het wegdeemsteren van de mens die in een woonzorgcentrum aan dementie ten onder gaat. Er zijn – in dat altijd mogelijk in te nemen veel ruimere perspectief dan dat van onze kleine aardse besognes – de diersoorten die uitsterven.
Van Heulendonk vergeet niet te benadrukken dat afwezigheid, of het nu in de vorm is van ontbreken, vergeten of verdwijnen, ook dingen mogelijk maakt. Afwezigheid genereert aanwezigheid. Enkel door te vergeten is er plaats om dingen te onthouden. De dood maakt leven mogelijk. Kunst vult de leemten op die het leven in ons bestaan slaat: ‘in mijn abortus lag de conceptie van die tekst’. (219) Zo werd Petrarca pas echt een dichter na de dood van zijn geliefde Laura.
Over aan- en afwezigheid gaat De kroon met twee pieken dus – en dan heb ik nog niets over het verhaal prijsgegeven. Ik geef de voorkeur aan een – onvolledige – opsomming van de thema’s die aan bod komen: generatieconflicten, het schrijverschap (met knipogen naar het niet over rozen verlopende schrijverschap van Guido van Heulendonk zelf, maar ook met vragen over ons verlangen naar happy endings, en over autobiografisch schrijven en de mogelijke schendingen van de privacy), bloedverwantschap, het huwelijk, ecologie, gemeentepolitiek, Vlaams-nationalisme, multiculturalisme, religieus fanatisme, islamistische terreur…
Garandeert zo’n copieus menu kwaliteit? In een van de interview-hoofdstukken laat Van Heulendonk een imaginaire collega-schrijver aan het woord, in wie hij waarschijnlijk veel van zijn eigen streven projecteert: ‘Herkenbaarheid is alvast niet iets wat ík zoek, als ik kunst tegemoet treed. Waarom zou je? Niemand gaat op reis om te zien wat hij thuis kan zien. Een goed boek moet een onontdekte wereld bieden (…). Maar ik kan natuurlijk niemand verhinderen mijn boek te lezen zoals hij of zij dat wil.’ (90-91)
Iets inhoudelijk nieuws als het gaat om de relaties tussen mensen valt, denk ik, moeilijk nog te verzinnen. Als het er om gaat kwaliteit te bieden, ziet de romancier zich genoodzaakt in te zetten op de verpakking. Het is hier dat Van Heulendonk zich als volleerd ambachtsman en stilist toont.
Om dit te illustreren, iets over de structuur van het boek. De kroon met twee pieken bestaat uit 59 hoofdstukken, die samen een staalkaart van stijlen en registers vormen: schoolopstellen, telefoongesprekken, brieven, krantenberichten, recensies, interviews, een formeel opgesteld PMS-verslag, e-mails, een uittreksel uit een boek over de cultuur van de native Americans, Facebookposts, dagboekfragmenten, de tekst van een toeristische folder, een volledige theatermonoloog en, tussen dat alles door en verspreid over het hele boek, fragmenten van het verhaal verteld vanuit een alwetend vertellersperspectief. We worden van hoofdstuk tot hoofdstuk niet alleen van het ene vertelstandpunt naar het andere geslingerd, ook onze zin voor chronologie wordt danig op de proef gesteld want voortdurend gaat Van Heulendonk voor- en achteruit in het volwassen leven van zijn hoofdpersonage, en dat over een periode die zich uitstrekt van eind de jaren zestig tot in 2026. Het boek sluit zelfs af met een in 4230 gesitueerde brief – die weliswaar door een berg is geschreven want mensen zijn er dan niet meer. In goede romans kunnen dergelijke zaken gebeuren.
Van Heulendonk bespeelt al deze registers vakkundig en houdt alles strak samen. Als een archeoloog stelt hij uit de teruggevonden en zorgvuldig afgeborstelde scherven de oorspronkelijke pot samen. Dat doet hij met rode draden, parallellen (denk aan de ongewenste zwangerschappen van zowel moeder Conny als dochter Paulien) en motieven: bijvoorbeeld het vallen, de albatros, of de historische figuur Peter Green, oprichter van de rockband Fleetwood Mac, die in zijn vroege periode, volgens kleinburger Werner Vrysoone uiteraard de béste periode, met de instrumental ‘Albatross’ een wereldhit scoorde. De albatros, overigens, is een vogel die altijd sierlijk en veilig in de lucht blijft zweven maar die bij het landen potsierlijk en onzacht met de grond in aanraking komt. Zoals moeder Conny, die in de Appalachen van een berg valt, of zoals de vliegtuigen die in de verbeelding van de aan vliegangst lijdende Werner steevast te pletter slaan. Enkel door zich van een klif te storten kan de albatros opnieuw naar het zwerk opstijgen.
Wie nu de indruk krijgt dat deze roman propvol informatie en verhaallijnen zit, vergist zich niet. ‘De werkelijkheid is te complex voor een een-op-eenverhaal.’ (217) De lezer moet er zijn gedachten bij houden, niet alleen om de personages te blijven herkennen maar ook om in de onrechtlijnige chronologie de draad niet te verliezen. Maar de inspanning loont de moeite: deze ingenieus opgebouwde vertelling is uit het leven gegrepen en dus zeer herkenbaar voor wie herkenbaarheid zoekt, maar ze is tegelijk veel meer dan dat: met alle andere genoegens die een roman kan leveren – constructie, stijl, relevante inhoud – vormt zij een hoogtepunt in de carrière van deze begenadigde verteller.
Guido van Heulendonk, De kroon met twee pieken (2024)