30 augustus 2025
(…) Het door nu wijlen PL achtergelaten appartement, dat ik samen met P bezoek, biedt een troosteloze aanblik. Al die met liefde en kennis verzamelde voorwerpen ademen vergeefsheid. (‘Ademen’ is, in verband met de naar zuurstof snakkende patiënt die hier tot voor kort leefde en ook, omringd door vrienden, zijn laatste adem uitblies, een wat wrang klinkend woord.) Ik ben hier om enkele voorwerpen te kiezen, dingen die, als ze niet door iemand die ze wil koesteren worden gered, hoogstwaarschijnlijk een roemloos en in elk geval ondergewaardeerd einde wacht op de rommelmarkt, in de kringloopwinkel of, in het slechtste geval, op de container. De talrijke antiquiteiten en frutselarijen laat ik links liggen. Ik blader in een map met tekeningen en val van de ene verbazing in de andere. De talrijke – overwegend – vrouwelijke naakten getuigen van een uitzonderlijk tekentalent. De stijl doet aan Egon Schiele denken. Met hard potlood, dunne pen of krachtig aangestuurd penseel zijn dit geen schools-academische, maar karaktervolle studies waarin veel passie, torment en liefde zijn neergelegd door een man die zeer graag vrouwen zag maar er niet in slaagde zijn fundamentele eenzaamheid bij hen te lenigen. Ik kies een tiental tekeningen, waarmee ik zoveel mogelijk verscheidenheid in de aan de dag gelegde tekenstijlen honoreer. Uit de nog aanwezige schilderijen kies ik er twee: een klein stilleven met een stoel waarop fruit ligt en een abstract werk, iets groter, min of meer in de kleuren van een postkaartje dat ik al vele jaren koester met een reproductie van een werk van Barnett Newman. En dan zijn er de boeken. Ook hier de vergeefsheid, de futiliteit van het verzamelen. (Laat ik hier lering uit trekken en op tijd afstand doen van alles wat niet meer kan dienen, en ervoor zorgen dat alles een goede bestemming krijgt – maar wat is tegenwoordig die bestemming als het om boeken gaat?). In elk geval had PL een goede smaak! Faulkner, Roth (Philip), Lawrence, Vestdijk. Ja, zelfs een hele verzameling Cornets – weliswaar ongelezen, zo lijkt me. Ik neem ze mee omdat ik ze wil doorgeven aan wie me er al om vroeg. Ik maak een keuze. Somerset Maughan, Vernietigen van Houellebecq… Ik probeer het aantal boeken dat ik red tot een minimum te beperken, maar het zijn er al vlug toch weer een tiental. Ik neem ook nog enkele potloden mee, en een fez, die jammer genoeg enkele maten te klein is voor mijn hoofd. (…)*
(…) naar het Ghislainmuseum. Ik kijk gefascineerd naar de dagboeken en tekeningen van de patiënten, en met bevreemding naar de handboeken over frenologie en andere discutabele oervormen van de hedendaagse psychiatrie, die in veel gevallen allicht al even ondoeltreffend en op los zand gebaseerd is als haar voorgangers. Blikvanger is de tijdelijke tentoonstelling van een installatie van Sofie Müller: tien sculpturen in telkens een ander gesteente van op hun buik of rug liggende baby’s. Ze zijn allemaal onvolmaakt of onvoltooid, behalve een, de laatste, in semitransparant albast, die dan zogezegd perfect is. De boodschap is duidelijk: niemand is perfect, onze verlangens zijn niet realistisch. Een van de baby’s doet mij door zijn houding, plat op de buik, denken aan het jongetje met blauw-rode kleren dat vijf (!) jaar geleden aanspoelde op een strand aan de Middellandse Zee. (…) We gaan iets eten bij een Turk in de Sleepstraat. (…) Ons gesprek wordt twee keer onderbroken door feestgedruis: in twee verschillende gezelschappen wordt een jarige een vuurwerkje voor de neus gezet terwijl, zeer on-Turks, ‘Happy Birthday’ van Stevie Wonder door de boxen schalt. (…)
*
Thuis is er de afsluitfuif van de zomerbar in het park tegenover mijn appartement. Ooit was dat een genoeglijk ‘bal populaire’ voor de buurtbewoners, met een musette-orkestje en een sfeer van sympathie en vriendschap, nu is het een uit zijn voegen barstend massa-evenement waar een vooral jong publiek van heinde en verre op afkomt. Gedanst wordt er niet meer, bonkend lawaai is er des te meer. Ik sluit het feest zoveel mogelijk buiten en bekijk een groot deel van de film Le bleu du caftan (Maryam Touzani, 2022). De sfeer in de film rijmt met mijn gebarricadeerde appartement: huis clos, beklemmend. Morgen bekijk ik het laatste kwart.

