woensdag 28 april 2021

facebookbericht 1180

Ik wil geen Spotify. Nooit gehad. Ik zou het idee dat ik alle muziek zomaar binnen handbereik heb niet verdragen. Ben niet vergeten dat het hele plezier van een lp destijds lag in het wekenlang sparen ervoor.

6079

Brussel, Hortastraat - 210316

 

logboek 13

210428

Vannacht hoor ik op het radionieuws dat Paul Decoutere overleden is. Vreemd. Dat zou dan kunnen gebeurd zijn precies op het ogenblik – gisterenavond – dat ik hem een bijdrage zag leveren aan de tweede aflevering van Charlatan, het portret dat Dominique Deruddere maakte van Arno Hintjens. Samen met Paul ‘Couter’ vormde Hintjens in het begin van zijn carrière het duo Tjens Couter. Beide heren zijn, zo blijkt uit het portret, indertijd in vriendschap uit elkaar gegaan. En beide heren hebben gelééfd – daar dragen (verleden tijd nu) zij zichtbaar de sporen van. Nu is Paul Couter als eerste komen te gaan. Hij werd 72 jaar. * 

Toen ik in de novelle Bouwval van Frans Kellendonk het woord ‘Geheimratsecken’ zag staan, dacht ik: ziedaar de Tweede Wereldoorlog, de familie heeft daarin een rol gespeeld. De zin waarin het woord staat gaat als volgt: ‘Het gezicht van Langueur, dat op de krijttekening klein en een beetje vaag was, keek hem nu plotseling aan van heel dichtbij en het verontrustende was dat de kroonprins alle details van dat gezicht, die op de krijttekening thuis ontbraken, ook herkende, tot de Geheimratsecken toe, terwijl de Langueur thuis toch nog in het bezit was van een overvloedige haardos.’ (63 in Het complete werk) Nog een geluk dat ik het woord ben gaan opzoeken want met de Tweede Wereldoorlog heeft het helemaal niets te maken. Met ‘Geheimratsecken’ worden de Nixon-achtige inhammen bedoeld die ontstaan door terugwijking van de haarlijn links en rechts van de peninsulaire dot haar midden op het voorhoofd. Bouwval overigens is een uitstekend portret van een familie, opgetrokken rond een bezoek aan de opa door enkele vertegenwoordigers: zoon Ernst (‘kroonprins’ genaamd), zus Aapje, vader en moeder, tante Carolien en oom Joop. Bouwval is een verhaal over ijdele ambities, voorbestemming, de tijd die voorbijgaat en de generaties die wisselen. *

 

Bas Heijne, Leugen & waarheid

scherf 127


In de periode 2018-2020 interviewde Bas Heijne wetenschappers ‘over de grote kwesties van onze tijd’. De interviews werden samengebracht in het boek Leugen & waarheid. Hieronder, heel summier en louter ter informatie, mijn notities.

 

Richard Wrangham, primatoloog en fysisch antropoloog

Door zichzelf te domesticeren, is de mens minder impulsief en agressief geworden. De doodstraf heeft daarbij een grote rol gespeeld. Angst activeert het geweten. Angst voor straf, voor het afwijken van de norm. Angst voor instituties. De samenleving moet zoveel mogelijk vrijheid garanderen maar ook onze asociale tendensen afzwakken.

 

Lorraine Daston, wetenschapshistorica

Er is een afkeer van de elite, een wantrouwen jegens experts. Maar vooruitgang in de wetenschap veronderstelt altijd een verandering van de notie ‘objectiviteit’. Dit kan leiden tot relativisme. De mens is geneigd om morele autoriteit toe te kennen aan de Natuur. Beter is het ons flexibiliteit in onze opvattingen eigen te maken.

 

Michael Blastland, wetenschapsjournalist

Bij het verdedigen van opinies spelen vaak andere drijfveren mee dan de wil om de waarheid te achterhalen. Een ervan is het vrijwaren van de eigen autoriteit door – vaak ten onrechte – twijfel uit te sluiten. Maar dat is contraproductief. Wetenschap moet openlijk twijfel toegeven. Aan zijn stelligheid herken je de pseudowetenschapper.

 

Mark Lynas, klimaatactivist

De klimaatwetenschap heeft er een nieuwe vijand bij: de neiging van mensen om te kiezen voor lieden die geruststellende leugens verkondigen en een anti-intellectualisme houding tegenover de wetenschap aanwakkeren. Intussen is er evenwel zoveel evidentie voor de klimaatopwarming dat klimaatscepticisme op hetzelfde niveau staat als de samenzweringstheorieën van de antivaxxers. Ook voor nucleaire energie en ggo’s is er voldoende wetenschappelijke evidentie. Als je de wetenschap in het ene kwestie volgt, moet je dat ook voor de andere doen.

 

Angela Saini, wetenschapsjournaliste

Racisme is geen privilege van domme mensen. Het wordt ingegeven door een diepe, existentiële angst om een minderheid te worden (‘omvolking’), om de eigen superieur gewaande identiteit te verliezen. ‘Ras’ is veel meer een sociale constructie dan een biologische realiteit. Wie zich in een samenleving niet thuis voelt, zal de nadruk leggen op identiteit.

 

Nathalie Heinich, sociologe

Essentialisten verwijderen zich van de gelijkheidsgedachte door zich te identificeren – in een confrontatie met anderen – met één specifiek kenmerk. Deconstructie is niet nodig. Ambivalentie is niet fout.

 

Olivia Laing, literatuurwetenschapster

Pas in een relatie kun je je geïdealiseerde zelfbeeld relativeren. Er is een verlangen naar onbepaaldheid, naar het zich niet laten categoriseren.

 

Ivan Jablonka, historicus en socioloog

Er zijn drie soorten antisemitisme: het katholieke, het Arabisch-islamitische en het anti-elitaire van, bijvoorbeeld, de gelehesjesbeweging. Geschiedschrijving moet een combinatie zijn van wetenschappelijke methode en inleving die zich rekenschap geeft van het eigen standpunt, zonder daarom in postmodern relativisme te vervallen.

 

Géraldine Schwartz, journaliste

De noodzaak van Vergangenheitsbewaltigung, tegen het revisionisme: de manipulatie van geschiedenis voor ideologisch gebruik. Onverschilligheid = medeplichtigheid. We moeten het nationalisme overwinnen en in het reine komen met het verleden. De strategie van het populisme volgens Gustave Le Bon: 1. fabeltjes wijsmaken, zoals de theorie van de ‘omvolking’; 2. angst exploiteren, bijvoorbeeld door middel van nationalisme; 3. het doen vervagen van de grens tussen leugen en waarheid.

 

Jill Lepore, historica

Deconstructie van het mythische verhaal over Amerika; de mythe van de idealen versus de realiteit van de oorspronkelijke bevolking, de slavernij, de ongelijkheid… Patriottisme is iets anders dan nationalisme. Een emotionele gehechtheid aan de geboortegrond is normaal. Maar je hebt wel een natiedenken nodig om dingen te veranderen.

 

David Wootton, historicus

Pinker heeft gelijk: er is door en sinds de Verlichting vooruitgang geboekt. Maar: de mensen zijn er niet gelukkiger op geworden. We leven met een ongelukkig liberalisme. De Verlichting is ontspoord in utilitarisme, vanuit de idee dat de mens genot najaagt. Materialisme en instrumentalisme leiden tot een verzwakking van betekenis en waarden.

 

Peter Pomerantsev, auteur en televisiemaker

Houdt zich bezig met de diepere oorzaken van desinformatie, polarisatie en haatzaaien. Propaganda is niet meer gericht op de verspreiding van ideologie maar op het zaaien van verdeeldheid. Technologie wordt ingezet als politiek wapen. Van het recht op vrije meningsuiting wordt misbruik gemaakt. Er is geen gedeelde realiteit meer. Dat leidt tot verwarring en het verlangen naar een sterke man. Door de commercialisering is er een emotionalisering van de serieuze media: advertenties en clickbaits. De creatie van een externe vijand. Irrationele politiek. Meer nostalgie en minder verlichtingswaarden. Voorbeeld: brexit. Er zijn gelijkenissen met de jaren dertig, maar een belangrijk verschil is evenwel dat er nu geen duidelijke ideologie meer is.

 

David Runciman, politicoloog

Iedereen wil democratie, maar men heeft het gevoel verraden te zijn door pragmatici. Emotionele bevestiging blijft uit. Dat leidt tot onvrede. We beseffen nu hoe fragiel de democratie is.

 

Jan-Werner Müller, politiek filosoof

Pleidooi voor een ander liberalisme. Minder neoliberaal, meer in dienst van de kwetsbaren.

 

Eliane Pagels, historica

Het christendom is in de loop der tijden heel vaak veranderd. Spiritualiteit en rituelen primeren op dogmatiek. Het geloof zal nooit verdwijnen. Er is meer dan alleen maar rationaliteit. Het is niet omdat het geloof een product is van de verbeelding dat het geen waarheid kan zijn.

 

Hartmut Rosa, socioloog en politicoloog

Het neoliberalisme voedt de cultuur van het nooit-genoeg. De moderniteit wordt gekenmerkt door het verlangen alles te beheersen. Daarom wordt alles geteld: onze stappen en onze likes. Het goede leven is niet een kwestie van hebben maar van resonantie: een levendig contact met iets buiten onszelf. Dat houdt risico’s in. We kunnen die resonantie niet afdwingen. Identiteit is een schild om ons te beschermen voor die onzekerheid.

 

Martin Hägglund, taalwetenschapper

Met seculiere opvattingen kun je het gat dat is geslagen door het wegvallen van de religie dichten. Eindigheid is essentieel voor een gelukkig leven.

 

dinsdag 27 april 2021

op naar de zestig 192


Er worden tegenwoordig aan de lopende band actiecomités opgericht. Tegen hoogspanningsmasten of windturbines, tegen ondergrondse pijpleidingen en waterzuiveringsinstallaties. NIMBY: not in my backyard. Maar ik vind dat er dringend een actiecomité moet worden opgericht ter bevordering van het correct terugleggen van de uitgebroken trottoirtegels voor mijn deur. Door dat slordige terugleggen, zonder oog voor de oorspronkelijke boodschappen – of het nu gaat om wegmarkeringen of uitbreekinstructies –, ontstaat verwarring en vertwijfeling bij wie zich geroepen voelt om zich archeologisch-hermeneutisch te verdiepen in trottoirliteratuur. En uiteraard is er ook een dringende behoefte aan een actiecomité ter bestrijding van het oprichten van actiecomités.

210421

op naar de zestig 191

 


De plastic man die The Kinks in 1969 bezongen verdween in de plooien van de tijd. Maar hij is onder ons. Ik weet hem wonen. Hij heeft een kleinkind inmiddels – waarschijnlijk met IVF-techniek verkregen – en is duidelijk vastbesloten daar ook een plastic nazaat van te maken. Een die nooit vergaat. Met een plastic grasmachine op een plastic gazon, met daarop bovendien een plastic tafeltje waaraan het kind zijn junkfood kan verorberen, hoopt plastic opa zijn ideaal te verwezenlijken. Plastic man got no brain, / Plastic man don't feel no pain, / Plastic people look the same, / Yeah, yeah, yeah.

210420

logboek 12

210426

Dominiek Sandra zegt dat we nu allemaal wel de pannenkoekhervorming hebben verwerkt. Wel, ik niet. Ik schrijf die tussen-n nog altijd ferm tegen mijn zin. En overigens begrijp ik zijn voorstel om de dt-regel af te schaffen niet. Enerzijds zegt Sandra, die hoogleraar psycholinguïstiek aan de Universiteit Antwerpen is, dat die regel perfect logisch en ook gemakkelijk is, maar anderzijds suggereert hij dat alle taalgebruikers zich moeten aanpassen aan een 'meerderheid' (is dat zo?) die de regel niet onder de knie krijgt. Maar wat wordt dan de logica van de nieuwe regel die hij zou voorstellen ('hij wort', 'het is gebeurt', enzovoort)? Verder zegt Sandra dat de ANS voor de grammatica een onderscheid maakt tussen formeel en informeel taalgebruik. Waarbij het formele ('groter dan') wordt aanbevolen ten nadele van het informele ('groter als'). Wel, waarom kan dan dat formele niet worden aangehouden als het om spelling gaat (de formele spellingregels zoals ze gelden en niet de verbasterde spellingregels zoals ze worden 'nageleefd' door diegene die de formele spellingregels niet onder de knie krijgen)? Je moet toch een norm hanteren? Op het eind van het gesprek zegt Sandra dat een 'autoritair' opleggen van regels het laatste is wat we willen. Daarmee duidt hij de kern van het probleem aan. Elke regeling vergt autoriteit. Niet alleen omdat er moet gehandhaafd kunnen worden maar ook omdat achter elke regel een zekere willekeur schuilgaat, een 'waarom?-daarom!'. Dat is in het verkeer niet anders. Waarom rijden we rechts en niet links? Omdat het zo is. Overigens vind ik wel dat we mild moeten zijn voor wie taalfouten maakt, maar dat we toch ook streng mogen zijn voor slordigheid en luiheid in contexten waarin een correct en eenduidig geregeld taalgebruik wenselijk is: in boeken, kranten, ondertiteling, officiële documenten, enzovoort, en ja, zelfs in het onderwijs. Als we het principe huldigen dat we de regels moeten aanpassen aan de manier waarop mensen ze toepassen, ja, dan is het einde zoek. Ik kan het ook niet helpen dat ik een tekst, hoe interessant ook, minder ernstig neem als hij vol fouten staat. Nauwkeurigheid is ook een retoriek. * Maar taal verandert toch voortdurend? Moet men zich daar dan tegen verzetten? Niet per se. Er zijn soorten taalverandering. In een globaliserende wereld kun je niet verhinderen dat vreemde talen en culturen de ‘eigen’ taal onder druk zetten. Een verzet daartegen is krampachtig. In Vlaanderen hebben we het ideologisch geïnspireerde anti-Franse taalpurisme gekend. Een paraplu moest en zou een regenscherm zijn. Dat ontaardde zelfs in een fonetiserend kunsttaaltje waarin alle c’s zoveel mogelijk werden vermeden en de qu- werd omgebogen naar een kw-lettercombinatie. Frekwente kommunikatie. Belachelijk? Ja, inderdaad, maar een krant als De Standaard heeft deze zogenaamde voorkeurspelling vele jaren tegen de taalstroom in gehandhaafd. Tot hij haar samen met het logo ‘AVV-VVK’ (met de ‘K’ van Kristus (sic)) dan toch eindelijk afvoerde en zich kon-, pardon, conformeerde. En taal verandert natuurlijk ook omdat de wereld verandert. Innovaties en generaties brengen nieuwe woorden aan. Niets mis daarmee. Maar met gemorrel aan de taal dat het resultaat is van een oversystematisering die tot onbegrijpelijke en onwerkbare spellingafspraken leidt, genre pannenkoeken, of van luiheid en een weigering om de autoriteit te aanvaarden die je nu eenmaal nodig hebt om regels te aanvaarden, waarbij die regels – en hun vermogen om nuances aan te brengen – zouden worden gesloopt omdat ‘een meerderheid’ daar nu eenmaal voortdurend tegen zondigt (dan/dan; heel grote/hele grote;de dt-regel) neen, daar denk ik dat enig conservatisme van doen is. *