voor deze rubriek selecteer ik de beste stukken die op deze blog zijn verschenen
3 augustus 2020
PER FIETS NAAR DE MIDI 3
etappe 2/9 – omgeving Guise-Épernay – 123 km
Om zes uur breek ik mijn boeltje op. Ik werk een homp brood en een stuk kaas naar binnen, maar mis mijn ochtendkoffie. Die vind ik in Guise, stad van de Familistère. Ik was hier eerder al eens, herinner mij het opzet en de uitvoering van deze door kachelfabrikant Jean-Baptiste André Godin ontworpen filantropische ideaalstad waarin arbeiders en hun gezinnen op zachte wijze aan de logica van het kapitaal onderworpen werden. ‘Le Familistère est fait pour être vu et étudié’, citeren grote banieren het woord van Godin.
(...)
Ik vervolg mijn weg door de licht glooiende graanschuur van Frankrijk. In Barenton-Cel krijg ik water van een mannetje dat zich achter zijn tuinmuur tegen het coronavirus verschanst. We hebben het er even over. Over de desoriëntering en de eenzaamheid die er het gevolg van zijn. Het is een heel vriendelijk mannetje. Hij staat mij toe een foto van hem te maken.
In Laon rijd ik, met tegenwind, onder de vier torens van de trots bovenop de rots staande kathedraal door. Ik vind in een door een allochtoon uitgebaat filiaal van de kruideniersketen La Coccinelle – op de coronaregels wordt niet al te nauw toegezien – mondvoorraad voor de picknick, die ik in het iets verderop gelegen Bruyères-et-Montbérault tegenover de kapperszaak ‘Bruy-Hair’ (hebt u hem?) nuttig. Babbel met een Franstalige Belg die in zijn Landrover op zijn vrouw wacht die de apotheek is binnengegaan. Waarvandaan en waarheen en ja, Bruges est une belle ville. Zodra de rolluiken van de apotheek zijn neergelaten voor de siësta valt het plein volledig stil. Een luid pratende en druk gesticulerende vrouw schreeuwt in haar mobieltje haar huwelijksleed uit. In het luisterend oor van een vriendin, veronderstel ik. En in het mijne, dat zijn best doet niet te luisteren. Ze heeft me nochtans zien zitten.
Op mijn Michelinkaart verschijnen de eerste pijltjes: reliëf. Opnieuw voel ik dat ik nog maar eens veel te zwaar aan deze reis begonnen ben. Bovendien loopt niet alleen het terrein op, maar ook de temperatuur. Na het kruisen van de Chemin des Dames passeer ik een Commonwealth-begraafplaats, en wat verderop een aan de Notre-Dame de Bonne Entente toegewijde kapel. Het bleekblauw van het mondmasker dat ze Haar hebben opgezet, accordeert mooi met de kleur van de nis die Haar tegen de elementen beschutting biedt. Bleekblauwe mondmaskers, overigens, tref je hier werkelijk all over the place aan. Overal, heel Frankrijk door, liggen ze kwistig in de berm gestrooid, tussen de plastic flessen, blikjes, lege sigarettenpakjes (veel minder dan vroeger) en allerlei ander vuil.
(...)
Het landschap wordt nu bijzonder mooi. De D386 slingert zich van dorp naar dorp: Crugny, Serzy, Savigny, Sarcy, Chaumuzy. Een kilometer voorbij Marfaux tref ik, broederlijk (?) naast elkaar, een Duitse en een Britse begraafplaats. Duizenden jonge mensen liggen hier onder de zoden. Wat zouden hun levens hun gebracht hebben? Ik stap af op de minst triomfalistische van beide dodenakkers en maak enkele foto’s.