voor deze
rubriek selecteer ik de beste stukken die op deze blog zijn verschenen
Een sentimentele aanval op de
Taliban
Vreemd, aanvankelijk heette de Nederlandse vertaling van The Kite Runner De vliegeraar van Kabul. Die ‘van
Kabul’ is verdwenen – waarschijnlijk hangen daar te veel onaangename
associaties aan vast. Als ons oorlogstijdingen bereiken uit een of ander grijs
en grauw en meestal stoffig oorlogsgebied, waar mannen met baarden haatdragende
slogans roepen en brandende vlaggen vertrappen, hebben wij – geef het maar toe
– al wel eens vaker de neiging om de knop om te draaien.
Mijn exemplaar is een negenentwintigste druk. Negenentwintig drukken in drie
jaar: dat is niet gering! Dat moet toch wel een hele goeie roman zijn!
Mensen die De vliegeraar gelezen hebben
bevestigen mij dat. Zij lieten zich graag meeslepen door het verhaal en door de
emoties die Khaled Hosseini daarin kwistig rondstrooit. Hun oordeel is zo
unaniem en hun enthousiasme zo groot dat ik mijn reserves inslik. Er is al
genoeg kommer en kwel in de wereld, je moet behoedzaam omspringen met positieve
gevoelens.
Wie mijn mening niet wil kennen, leest beter niet verder.
Khaled Hosseini is, zo blijkt uit het dankwoord achterin het boek, een product
van een schrijfschool. En dat merk je. Eén voorbeeld: in een kunstige
beschrijving van een als een bijenkorf gonzende wijk in Islamabad (met veel
kleuren en specerijen en lawaai) passeren een voor een alle zintuigen de revue:
ogen, oren, neus. Als je bij de oren bent, wéét je al dat de neus er zit aan te
komen – zo schrijft nu eenmaal de schrijfschool het voor.
Hosseini’s verhaal (verslag) mag meeslepend zijn, ik vind zijn stijl matig en
de literaire waarde van zijn boek gering. Het is ergerlijk hoe Hosseini, met
zijn kleine schrijfstijl, grossiert in grote emoties: verkrachting, doodslag,
verraad, trouw, vaderliefde, schuld, liefde, zelfmoord, een kinderloos huwelijk
en adoptie… Niets blijft ons bespaard. Want Hosseini beschrijft de recente
geschiedenis van Afghanistan. En dat is geen lachertje. Een vreedzame
kindertijd in een bevoorrechte omgeving wordt wreed verstoord, eerst door de
communisten en dan door de Taliban. Het hoofdpersonage vlucht naar Amerika – en
daar is het ook, het zal wel geen toeval zijn, dat de schrijver zijn aanklacht
tegen het verwerpelijke regime in zijn land van herkomst schrijft. De vliegeraar is natuurlijk ook een
verhaal van vriendschap, schuld en boetedoening, maar de personages zijn uit
bordkarton opgetrokken en de borstel waarmee de karaktertrekken op hun gelaten
zijn aangebracht, is veel te grof. Hosseini schildert zwart-witte,
geschematiseerde, op het gemoed werkende karikaturen, geen genuanceerde,
levensechte portretten. En daardoor stijgt zijn boek niet uit boven het
politieke pamflet.
Een van de kwalijke zaken aan deze Vliegeraar is dat
Hosseini’s aanklacht tegen de Taliban totaal kritiekloos blijft ten aanzien van
gastland Amerika, dat nochtans na 9/11 ijverig intervenieert in Afghanistan –
en wellicht niet zonder collateral damage.
Als politiek pamflet is De vliegeraar ongenuanceerd,
vooringenomen en dus onbetrouwbaar. Niet dat ik vind, voor zover ik daarover kan
oordelen, dat het Talibanregime niet verwerpelijk zou zijn – wie eeuwenoude
kunstschatten uit naam van een intolerante god vernielt en zijn vrouwen naar de
wereld doet kijken doorheen een met gaas dichtgemaakte uitsparing onderin een
omgekeerde aardappelzak, boerka genaamd,
verdient van geen enkel weldenkend mens achting –, maar dat betekent nog niet
dat wij ons een politieke afrekening, hoe terecht ook, onder het mom van een
psychologisch drama als literatuur moeten laten opdissen. Want dat is deze
roman dus niet. Hij hangt aan mekaar van de onwaarschijnlijkheden, er wordt te
nadrukkelijk op het gemoed gewerkt en op het eind, zeg maar vanaf het ogenblik
dat de hele adoptiekwestie uit de doeken wordt gedaan, stort de hele
constructie, die tot dan toe nog redelijk was geweest, zelfs helemaal in
elkaar.
Bon, nu weet u het dus: ik vind
Hosseini’s Vliegeraar overroepen.