zaterdag 1 december 2018

Montaigne 17


I.16. Over het bestraffen van lafheid

Bij het oplossen van de vraag of een militair ter dood kan worden veroordeeld wegens lafheid, moet een onderscheid worden gemaakt ‘tussen fouten die voortkomen uit onze zwakheid en fouten die voortkomen uit onze slechtheid’. In het tweede geval worden de fouten willens nillens gemaakt tegen het geweten en de redelijkheid in. In het eerste geval zou je de verantwoordelijkheid op de natuur kunnen afschuiven, omdat de ‘schuldige’ het ook niet kan helpen dat hij nu eenmaal zo is. Hoe dan ook, in het geval van lafheid lijkt ‘schande en schaamte’ een adequate bestraffing of dan toch in elk geval een betere dan de doodstraf aangezien je kunt hopen dat pek en veren bij de laffe persoon een pedagogisch effect kunnen hebben: bij een volgende gelegenheid zal hij zich allicht die vernedering herinneren en zich misschien moediger gedragen.

Montaigne 16


I.15. Wie een versterking zonder reden hardnekkig blijft verdedigen wordt gestraft

Een in overdreven mate beoefende deugd wordt een ondeugd. Zo wordt wie te dapper is roekeloos, halsstarrig en dwaas. Daarom moet wie te lang een stelling verdedigt die beter kan worden opgegeven, gestraft worden. Want: ‘Als de hoop bestond ongestraft te blijven, zou het eerste het beste kippenhok al een heel leger kunnen ophouden.’ De voorbeelden die M geeft, wijzen uit dat dit straffen niet hoort te gebeuren door vertegenwoordigers van het kamp dat de stelling te lang heeft verdedigd, maar wel degelijk door de aanvallers. Er is blijkbaar in die tijd nog een soort van militaire ethiek die stelt dat het geen pas geeft om een slag waarvan de uitkomst door de krijgsverrichtingen duidelijk is geworden nodeloos te rekken. De laatste bezetters van de stelling in kwestie mogen door de belagers na de uiteindelijke inname gerust worden terechtgesteld: opgehangen of, desgewenst, in mootjes gehakt.

het overzicht 070




















De locatie – ergens op een heuveltop vlakbij het Loch Lomond in Schotland – is spectaculair; het uitzicht is, zoals het cliché het wil maar vooral omdat het voor Polderjongens als ons hoogst ongewoon is, adembenemend; de atmosferische omstandigheden ogen, met al dat wolkengedreig, dramatisch. Maar als foto is dit niet bepaald een hoogstandje. Zonder de zwarte figuur zouden we hier naar niet veel meer dan een banale landschapsfoto zitten kijken.

Toch neem ik de foto op in mijn selectie. Ik heb daar zo mijn redenen voor. Foto’s kunnen een persoonsgebonden waarde hebben. Zij kunnen een welbepaalde, eventueel dierbare, herinnering helpen vast te houden. Zij komen, naarmate de jaren verstrijken, als iets duurzaams in de plaats te staan van een herinnering die, zoals dat met herinneringen wel meer gebeurt, stilaan vervaagt, uitgewist wordt door de tijd en door de bergen van nieuwe herinneringen – indrukken, ervaringen, allerlei vormen van informatie – die zich erbovenop opstapelen. En ja, dan kan het nuttig zijn een beeld over te houden van wat op een bepaald moment belangrijk was.

Ik hoef hier niet te vertellen wat ik op dit beeld zie, waarom deze foto – die op zich, ik herhaal het, misschien wel mooi maar dan toch niet zo bijzonder is – voor mij belangrijk genoeg is om in dit overzicht te worden opgenomen. Dat behoort tot mijn privacy. Ik kende die zwarte figuur. We waren samen aan de beklimming begonnen. Het was een steil en moeilijk pad. Het had op de een of andere manier een belang, wie er als eerste boven zou komen. Het was een eenmalige gebeurtenis. Er was een voor en een na – waar die beklimming als een waterscheiding tussen staat.

En ja, dan zou ik wel willen weten of deze foto die zwarte figuur evenveel zou zeggen. Ik kan het hem jammer genoeg niet vragen.

Schotland, Loch Lomond – 070727

5199

Gent, Bijloke-site - 181011