zondag 2 mei 2021

wolken 4124

wolkenfragment uit Alex Vanhee & Benedikte Van Eeghem, Hedendaagse primitieven

4124

Het is dezelfde clash die je ziet tussen de wolkenkrabbers in New York en het nabijgelegen Central Park. (62)

 

21.8 * 54,8 * 26,7 * 447,8

 Sint-Andries - Meetkerke - Zuienkerke - De Haan - Vlissegem - Meetkerke

logboek 15

210501

Les valseuses van Bertrand Blier. Neen, de titel heeft niets met walsende vrouwen te maken, zoek het maar eens op. Het is een cultfilm. Met Gerard Depardieu en Patrick Dewaere, allebei zo goed als debuterend. De ene is een bijzonder onsympathiek vet varken geworden, de ander is dood (1947-1982, suicide). Miou-Miou speelt de onschuld tussen die twee schurken. En Jeanne Moreau is ook van de partij, sortie de prison. Seksistisch tot en met, die film. Het zou vandaag niet meer kunnen. Dat is het vooral waarom ik gefascineerd bleef kijken: nieuwsgierig naar hoe de tijden veranderd zijn tussen 1974 en nu. Het is al bijna een halve eeuw, onvoorstelbaar toch! Depardieu oogt nog scherp en schoon. Hij speelt brutaal en frank. Dewaere is de volger van de twee. De olifantenpijpen en de spannende kruisen. Het okselhaar. De borstjes van Miou-Miou – de naam alleen al. Ze is ondertussen ook al zeventig. En met hoeveel auto’s rijden onze twee voyoux in deze film rond! Ford Taunus (une Américaine!), Rolls Royce, Citroën DS… * 

© Alex Vanhee


Een tentoonstelling met foto’s van Alex Vanhee van Brugse kunstenaars. Ze worden ‘Hedendaagse primitieven’ genoemd. Waarom is mij onduidelijk. Maar goed, het zijn mooie zwart-wit foto’s. Een van de mooiste is die van Jean Blaute. Ik wist niet dat hij iets met Brugge te maken had. Hij woont hier. Het onnadrukkelijke van de twee zwarte handen links in beeld. Ik dacht eerst, onbewust nog, een plant. Een vingerplant. Maar het zijn handen. Waarom de handen van een zwarte vrouw? Blues? Backing vocals? De roots van veel van de muziekjes waarin Blaute thuis is? * Iemand die in de tentoonstelling had kunnen figureren, is Pieter Aspe. Quod non en het zal ook nooit meer gebeuren in een mogelijk vervolg want Pieter Aspe is dood. Overleden op 1 mei. Hij had in aanmerking kunnen komen voor de tentoonstelling ‘Hedendaagse primitieven’ want hij was kunstenaar én woonde in Brugge, en wel hier bij mij om de hoek, in de Filips de Goedelaan. Vreemd is dat, toen ik daar gisteren nog wandelde, vroeg ik het mij af: ‘Tiens, lang geleden dat ik Aspe nog zag. Hoe zou het met hem zijn?’ Niet dus. Hopelijk hebben ze duvels in het vagevuur. *

6083

Brugge, Visartpark - 210329

 

zaterdag 1 mei 2021

getekend 361

 

op naar de zestig 196


Ooit passeerden hier dagelijks honderden mannen. Ze stapten van de woonwijk aan de ene kant van het kanaal over de brug naar La Brugeoise, hun fabriek, aan de overkant. Met vijftienhonderd waren ze in de bloeitijd. Bij vakbondsrumoer werden pamfletten uitgedeeld. In mijn verbeelding zie ik een stakingspiket. Ruig volk, vuur in de ton, bakken bier. Amada spiegelde de Arbeiders Alle Macht voor. De geglobaliseerde wereld van Thomas Piketty besliste daar anders over. La Brugeoise rekt nu als Bombardier haar bestaan, maar hoelang nog? De arbeiders zijn minder talrijk. Ze passeren niet meer te voet. Het opschrift herinnert aan weleer.

210425

op naar de zestig 195


Assebroek kent nauwelijks reliëf. Enkel op de noordrand van de laaggelegen en vochtige Meersen is er wat niveauverschil. Daar ligt een landduin, een geologisch curiosum dat het gevolg is van zandstormen tijdens de jongste ijstijd. Een meter of twee bedraagt dat verschil, misschien drie – maar hier is dat al genoeg om te worden opgemerkt. En op de rand van het Jagersbos ligt de mooiste bocht van Assebroek. Samen met de reflectorpaaltjes aan zijn voet vormt de verlichtingspaal in die bocht een fallus. Althans, daar moet ik dan aan denken wanneer ik er passeer. Een fallus in de mooiste bocht. Reliëf.

210424

getekend 360

 

afscheid van mijn digitaal bestaan 225

voor deze rubriek selecteer ik de beste stukken die op deze blog zijn verschenen

8 september 2009


AFWEERREACTIE

Een boom wordt geveld. Hij steekt geen takken uit om zijn val te breken. Hij valt, wanneer het laatste evenwichtspunt is doorgehakt of doorgezaagd, met veel misbaar en dom om. Eerst traag zich van zijn zwaartekrachtas verwijderend, en dan sneller (maar toch nog altijd bijzonder traag, eigenlijk), om uiteindelijk met veel gekraak en gepiep en gedruis in een wolk van stof en dorre bladeren een onnatuurlijke horizontale positie in te nemen.

Zó valt een mens niet.

De fietser valt en steekt precies die arm uit die moet worden uitgestoken om het sleutelbeen niet te breken. (Collateral damage: precies die beweging veroorzaakt vaak polsbreuken.) De verdediger weert nog net met zijn vuist de bal af die van heel dichtbij op hem afkomt – waardoor hij een neusbreuk voorkomt. Het kind – ik spreek nu van kinderen uit een vroegere tijd, toen iets dergelijks nog kon en mocht gebeuren – bukt zich net op tijd om de oorvijg van zijn vader/schoolmeester niet te incasseren. En de liefhebbende vader/schoolmeester slaat natuurlijk net zodanig dat die buffer mogelijk blijft.

Het is op zich verbazingwekkend, de snelheid en efficiëntie waarmee een persoon die onverwacht aan een bedreiging wordt blootgesteld precies die handelingen stelt die hem voor beschadiging kunnen behoeden. Het is een instinctieve reactie, een reflexmatige beweging. Om erover na te denken en te beslissen welke afweer nu de beste zou kunnen zijn, rest er onvoldoende tijd. De afweerreactie wordt bestuurd door een instantie die aan het denken voorafgaat en er eigenlijk niets mee te maken heeft want ze is van de orde van de verteringsprocessen, de pulserende stuwing van het hart, het maandelijkse bloeden, het zwelvermogen van de penis. Van de duistere kronkels van de dromende hersenen. Van de drang om geboren te worden, van de gedachteloze stuwing die leven heet en van de angst om te sterven.

wolken 4122-4123

wolkenfragmenten uit Frans Kellendonk, De nietsnut

4122

Toen trokken er wolken voor de maan en groene weersbeestjes dartelden om de lamp. (194)

4123

De laatste wolkenflarden dreven uiteen en op de ruit stond nu een bol van helder wit licht, helderder dan het licht van de maan, die precies achter de reflectie op de ruit was geschoven, helderder dan het licht van de lamp, nu slechts een zwakke afspiegeling van zijn eigen spiegelbeeld. (195)

6082

Brugge, Beenhouwersstraat - 210323