In deze rubriek heb ik het over door mij gelezen of in mijn bezit zijnde boeken waar een verhaal aan vasthangt of die iets bijzonders voor mij betekenen.
december 1983
AUTOSTOP
In de eerste helft van de jaren tachtig, ik herinner me het niet meer precies, maar het is best mogelijk dat het in 1883 en 1985 is geweest, ben ik samen met een goede vriend die ik toen had, Paul Van Mulders, twee keer naar Parijs gereisd. Al liftend. Dat kon toen nog, nu is het een manier van reizen die – teken des tijds – nagenoeg volledig verdwenen is. We lieten ons door een bereidwillige afzetten op een gunstig vertrekpunt. Vandaaruit probeerden we Parijs te bereiken. En we slaagden daar ook in, zij het niet in één dag. Gek genoeg herinner ik me van beide reizen zo goed als niets meer van wat we in Parijs deden, maar wel nog behoorlijk veel van de reizen zelf. Van het liften dus en van de ontmoetingen die we op die manier hadden.
Paul, die bedreven was in typografie en bladschikking – hij had aanleg voor tekenen en studeerde architectuur – maakte bordjes met daarop, in vet met alcoholstift aangezette kapitalen, de namen van onze bestemmingen. Elk om beurt gingen we aan de kant van de weg staan, met dat bordje en met een uitgestoken duim. Om de wachttijd te korten, die soms erg lang kon duren, lazen we elkaar voor uit een boek. De ene liftte dus, de andere las voor. Het moet voor de meestal met hoge snelheid voorbijrijdende weggebruikers een eigenaardig zicht zijn geweest.
Het boek dat we voor onze reis hadden meegenomen moest luchtig zijn en liefst ook grappig, en het mocht niet veel wegen. Het moest licht zijn dus, in beide betekenissen van dat woord.
De eerste keer hadden we gekozen voor Candide van Voltaire, de tweede keer voor verhalen van Thomas Mann. Van dat tweede boek ben ik niet meer helemaal zeker. Toen ik Paul onlangs voor het eerst sinds zeer lange tijd nog eens een brief schreef, maakte ik van de gelegenheid gebruik hem te vragen of hij het zich nog herinnerde. Hij wist het ook niet meer zeker. Misschien was het Tonio Kröger? Ik sla mijn exemplaar erop na: Tonio Kröger en andere verhalen. In die bundel is het titelverhaal het omvangrijkste. Maar er staat ook een verhaal in dat ‘De kleine meneer Friedemann’ heet. Deze titel sluit beter aan bij mijn herinnering. Werd dat verhaal ooit afzonderlijk uitgegeven? Of heeft er ooit onder die titel een verhalenbundel van Thomas Mann bestaan? In het Duits en Engels wel, zo zie ik op het internet. Maar een dergelijke Nederlandstalige uitgave vind ik niet terug. Enfin, eigenlijk is het niet zo belangrijk. Het is zelfs helemaal niet belangrijk. Wel belangrijk is dat we indertijd het wachten op bereidwillige chauffeurs op die manier flink bekortten, en dat we met hetgeen zowel Voltaire als Mann ons voorschotelde, vaak flink gelachen hebben.
De mensen die ons meenamen spraken er ons een paar keer over aan. Ze hadden het zicht vreemd gevonden: een jongeman met een kunstig maar toch ook efficiënt gekalligrafeerd bordje met de naam van de beoogde bestemming, en een tweede jongeman daar een klein beetje achter, lezend in een boek. (Vanuit de auto hadden ze natuurlijk niet kunnen vaststellen dat dat lezen een luidop voorlezen was.)
We hadden op onze twee reizen een paar fijne en frappante ontmoetingen. Ik herinner mij een verpleegster die tijdens het gesprek dat ze met Paul voerde meer naar hem keek dan naar de weg en op die manier bijna tegen een uitermate traag een helling oprijdende hooiwagen aanknalde (ik had nog net op tijd, na lang aarzelen omdat ik dacht dat ze het wel zou hebben gezien, een kreet geslaakt). Ik herinner mij ook een eierboer in zo’n uit golfplaten opgebouwde Citroën-bestelwagen op weg naar een markt (ik mocht zeer voorzichtig tussen de kratten plaatsnemen). De burgemeester van Saint-Omer bleek dan weer een communist te zijn, wat een interessant gesprek opleverde. Een echtpaar dat terugkeerde van een receptie werd, met ons beiden op de achterbank, door een vliegende gendarmeriebrigade tegengehouden. De man moest blazen. Het resultaat was positief en hij moest rechtsomkeer maken. Wij stapten uit en hoorden de vrouw nog zeggen: ‘Ik had het je nog gezegd dat je die twee niet moest meenemen!’
Thomas
Mann, Tonio Kröger en andere verhalen (vertaald (1971) door
Hans Hom)
Voltaire,
Candide (vertaald (1970) door M.J. Premsela)
Een van die bijzondere liftbeurten, met een leraar die met een aftandse Citroën Ami 6 naar Amiens reed, heb ik hier beschreven: https://pascaldigital.blogspot.com/2006/02/mijn-eigen-namen-33-en-34.html