voor deze
rubriek selecteer ik de beste stukken die op deze blog zijn verschenen
In het radionieuws – hoe
verwrongen het eigenlijk allemaal is. Twee items, die, als je er goed over
nadenkt,
ongehoord zijn.
De jongeman Boeve is uit handen van zijn Iranese kidnappers bevrijd. Onze minister
van Buitenlandse Zaken gaat hem persoonlijk ophalen in Teheran. Dat is
natuurlijk plat opportunisme (temeer omdat De Gucht behalve minister van
Buitenlandse Zaken ook burgemeester is van Berlare, waar ook de Boeves wonen),
maar de gunstige effecten van de media-exposure wegen blijkbaar zwaarder door
dan de negatieve die gepaard gaan met dit evidente verwijt. De ouders, die 34
dagen en nachten in angst en beven hebben doorgebracht, mogen mee. Waarover
praten ze tijdens de vlucht met De Gucht? Of zitten ouders en minister niet
naast elkaar? Mogen (
moeten) ze enkel
bij de vrijlating samen met hem op de foto? Het blijven onbeantwoorde vragen.
Niet zo voor de aan de jongeman voorgelegde vraag, gesteld door een journalist
die zijn vak kent: ‘Wat voelde u toen u uw ouders terugzag?’ Stefaan Boeve:
‘Het mooiste moment van…’ De vrijgelatene aarzelt. Wat zijn de proporties, hoe
liggen de verhoudingen? Na meer dan een maand in een donker krocht ben je de
zin daarvoor misschien wel een beetje kwijt. Je hoort hem de afweging maken:
ja, waarvan is dit het mooiste moment? Misschien is ‘van mijn leven’ wel wat
overdreven. ‘Van de afgelopen 34 dagen’, zegt Stefaan Boeve naast zijn
glunderende ouders.
Tweede item, waarbij je je afvraagt waaróm het eigenlijk wordt gegeven. Welke
bangmaakmachinerie hier weer achter zit. In Zwitserland is het lijk
teruggevonden van een meisje van vijf. Vraag één: waarom moet ik hier, in
België, horen dat ginds, in Zwitserland, een meisjeslijk is aangetroffen? Wat
is hierbij de schaal van relevantie? Dutroux blijft nazinderen, wij blijven een
volk met een morbide belangstelling voor kinderverkrachters. Vraag twee: waarom
moet ik vernemen dat het meisje is aangetroffen in een bos, ‘niet ver van haar
eerder aangetroffen kleding’? Waarom dit detail? Wat heb ik daarmee te maken?
Waarom moet mijn verbeelding aan het werk worden gezet? Maar het kan nog erger.
‘Het lijk is geïdentificeerd aan de hand van de juwelen die het droeg.’ En:
‘Het meisje verdween op haar weg tussen thuis en het zwembad. Ze was van het
zwembad teruggekeerd maar haar moeder had haar dochter teruggestuurd om de
shampoo op te halen die zij daar had laten liggen.’